Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Kwaliteit in bewegingsonderwijs vanzelfsprekend!?

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Kwaliteit in bewegingsonderwijs vanzelfsprekend!?

6 minuten leestijd

De wijziging in de bevoegdheid voor bewegingsonderwijs in het primair onderwijs wordt duidelijk voelbaar op de basisscholen. Reden voor een tussenstand met aandacht voor de effecten van die wetswijziging. Centrale vraag daarbij is of de doelstelling ‘Kwaliteitsverbetering van de lessen bewegingsonderwijs’ gerealiseerd is. Vanuit hun eigen perspectief geven een directeur van een basisschool, een Paboopgeleide vakleerkracht en een opleidingsdocent hun visie op het effect van de bevoegdheidswijziging.

De basisschooldirecteur
Willen jullie ‘praktijkruimte’ voor de opleiding vakleerkracht bewegingsonderwijs beschikbaar stellen? Deze vraag werd door de Pabo bij ons neergelegd. Na het besproken te hebben in de teamvergadering, hebben we al positief geantwoord. Niet uit een stuk gemakzucht van ‘dan hoeven we zelf tenminste geen gym te geven’, maar veel meer vanuit de nieuwsgierigheid hoe we het gymonderwijs kunnen effectueren. Tot die tijd gaven we aan de hand van een door ons gehanteerde leerlijn op dinsdag toestellessen en op vrijdag spellessen. De meeste leerkrachten werkten, in de grote sporthal die wij mogen gebruiken, al met aparte hoeken en ieder probeerde, naar eigen kunnen, de kinderen zo goed mogelijk te laten bewegen. Toch hoopten wij dat de studenten in staat zouden zijn door hun gevarieerde aanbod het ‘gymmen’ op een hoger niveau te brengen. Daarin zijn we zeker niet teleurgesteld. De tot nu toe gegeven lessen ervaren wij als positief. Ze zijn sterk vakinhoudelijk, gevarieerd, goed georganiseerd en vertonen een duidelijke doorgaande lijn.
Kinderen en ouders reageren positief op de lessen, hoewel de kinderen in een enquête aangaven de echte spellessen van vroeger te missen.
Goed bewegingsonderwijs dient volgens ons gegeven te worden door daartoe bevoegde personen. Door het wegvallen van de certificering bewegingsonderwijs in de Pabo-opleiding, ontstaat op den duur een tekort aan bevoegde leerkrachten op de basisscholen. Daarom is het goed dat de Driestar aan deze opleiding is begonnen. Wij als school stellen graag onze gymlessen als stageplaats beschikbaar en, zoals zo vaak, snijdt het mes ook nu naar twee kanten: de studenten behalen hun certificering en door te observeren en mee te helpen scholen wij ons als leerkrachten bij.

Dhr. A. van Zaanen is directeur van de Oranje Nassauschool in Stolwijk.

De vakleerkracht
Kinderen tussen de 4 en 12 jaar leren gemakkelijk. Zeker als het om bewegen gaat. Kinderen kunnen aanwijzingen goed opvolgen en zijn gemotiveerd om te bewegen. Niet voor niets is een veel gehoorde uitspraak: ‘jong geleerd is oud gedaan.’ Sinds september 2007 mag ik degene zijn die de aanwijzingen geef op basisschool ‘De Ark’ in Bergambacht. Het is leuk om te zien hoe verbaasd en blij kinderen reageren als ze de gymzaal binnenkomen als zien wat er klaar staat. ‘Wat gaan we daar nu weer mee doen?’ Of: ‘Cool man, eindelijk weer eens toestellen!’ Altijd enthousiast en vol energie. Vervolgens is het de kunst om dat enthousiasme vast te houden en iedereen moe en tevreden de kleedkamer weer in te laten gaan. Want bewegingsonderwijs is meer dan het ‘gymmen’ zoals op een turnvereniging. Het gaat om het beleven van plezier aan bewegen zodat ze later blijven bewegen, om het sociale aspect van het samenspelen en het leren omgaan met de mogelijkheden van de ander. Hier komt meer bij kijken dan aanmoedigen vanaf de zijkant. De ene leerling vindt alles gemakkelijk, de ander durft bijna niets. Gelukkig kan je met de materialen in de zaal heel veel als je er de kennis en motivatie voor hebt en kun je de situatie aanpassen aan het niveau van de leerling, net als we dat met rekenen, taal en spelling doen. Zodat niet iedere les bewegingsonderwijs als saai of onmogelijk wordt ervaren. Natuurlijk blijven er met een vakleerkracht ook problemen op het gebied van motoriek en bewegen. Het lijken er zelfs meer dan in voorgaande jaren. Of is het zo dat ze nu pas gezien worden?
Het Jan Luitingsfonds heeft 12 leerlijnen voor het vak bewegingsonderwijs geschreven, te verdelen in verschillende activiteiten. Iedere les andere dingen, nieuwe uitdaging en dus nieuw plezier in bewegen.
Bovenstaande schetst de grootste voordelen die door mij ervaren worden als vakleerkracht. We willen toch allemaal dat leerlingen plezier beleven aan bewegingsonderwijs, zich zo goed mogelijk ontwikkelen op motorisch gebied, om leren gaan met hun eigen bewegingsmogelijkheden en later gemotiveerd gaan sporten?

Dhr. V. Geense is vakleerkracht op CBS De Ark in Bergambacht

De opleidingsdocent
Driestar-educatief heeft inmiddels een aantal jaren ervaring met het opleiden van vakleerkrachten bewegingsonderwijs voor de basisschool. Voor de studenten van de dagopleiding betekent het dat zij drie van de totaal vier blokken tijdens hun Pabo-opleiding volgen, het vierde blok vormt voor hen een postinitiële route.
Daarnaast wordt de opleiding in zijn geheel postinitieel aangeboden voor leerkrachten die wel een Pabo-diploma hebben maar niet bevoegd zijn voor bewegingsonderwijs.
De totale opleiding duurt twee jaar en kent een studielast van 400 uren per jaar. Daarmee is de opleiding zwaar maar wordt deze wel als zeer leerzaam ervaren. In de lesgeefpraktijk laten studenten en cursisten duidelijk zien dat ze het vak een stevige kwaliteitsimpuls geven. De vakleerkracht is in staat om de bewegingsgaven die leerlingen ook hebben gekregen beter tot hun recht te laten komen. Dit gebeurt onder andere door leerlingen actief te betrekken op hun eigen leer- en bewegingsgedrag, in te spelen op individuele verschillen en het bieden van motorische remedial teaching.
Naast deze lesgebonden thema’s wordt de vakleerkracht ook geschoold als coach voor het vak binnen het team waarin hij/zij werkzaam is. Ook naschoolse activiteiten maken onderdeel uit van de opleiding.
Dat het een zware opleiding is, wordt niet altijd onderkent op de scholen waar de cursisten werkzaam zijn. Een studielast van 400 uur per jaar is in fte-termen bijna 0,25. Als dit voor de, veelal beginnende, leerkrachten die de opleiding volgen op een volledige baan wordt gestapeld, worden zij behoorlijk overvraagd. In de praktijk krijgen cursisten zelden de ruimte om de opleiding binnen hun baan te volgen.
Een tweede ongewenst effect van de bevoegdheidswijziging is dat een substantieel deel van de cursisten een opleiding voor vakleerkracht volgt met als doel om bewegingsonderwijs te geven aan de eigen groep. De opleiding is echter bedoeld om als vakleerkracht alle lessen bewegingsonderwijs binnen een school te geven. Het bewaken van de doorgaande lijn in de motorische ontwikkeling en de stimulering van die ontwikkeling is dan beter gewaarborgd.
Dat een wetswijziging, in dit geval rond de bevoegdheid van bewegingsonderwijs, niet direct een omschakeling in het denken bij de betrokkenen met zich mee brengt, is verklaarbaar. Helaas heeft de overheid de faciliteiten die zo’n wetswijziging tot een succes moeten maken niet beschikbaar gesteld. De basisscholen zijn daardoor opgezadeld met financiële en organisatorische problemen waar zij niet om hebben gevraagd. Gelukkig zijn er ook voorbeelden van creatieve oplossingen die het benoemen van een vakleerkracht mogelijk hebben gemaakt. Vaak speelt de plaatselijke overheid daarin een positieve rol en zijn federaties wat wendbaarder in de oplossingsmogelijkheden dan kleine, zelfstandige scholen.
Ondanks de problemen die zich voordoen zou de blik vooral op het bewegende kind gericht moeten zijn. Als we die scheppingsgave van het bewegen in het onderwijs waardevol vinden, verdient de vakleerkracht een plaats op de basisschool om de ontwikkeling van die gave optimaal te kunnen begeleiden.

Dhr. W. Brobbel is opleidingsdocent bij Driestar-educatief.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 2008

De Reformatorische School | 1 Pagina's

Kwaliteit in bewegingsonderwijs vanzelfsprekend!?

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 2008

De Reformatorische School | 1 Pagina's

PDF Bekijken