Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Jong geleerd…

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Jong geleerd…

Philipsen: ‘Meer, vroeg en beter onderwijs in het Engels is goed voor alle kinderen’

6 minuten leestijd

Engels leren: je kunt er niet vroeg genoeg mee beginnen! Op steeds meer basisscholen leren de kleuters spelenderwijs Engels. De reacties zijn wisselend. Van sceptisch tot erg positief. Gaat deze aandacht niet ten koste van het Nederlands? Meer tijd voor Engels betekent immers minder tijd voor de moedertaal. En kunnen de kinderen nog wel kleuter zijn? De voorstanders menen van wel. Als het maar spelenderwijs gedaan wordt. Daarnaast is vroeg beginnen belangrijk voor het aanleren van een taal. De taalgevoelige leeftijd is van 0 – 7 jaar. Deze periode moet zo goed mogelijk worden benut, want vanaf de puberteit vermindert het taalleervermogen. DRS Magazine ging op zoek naar de drijfveren en ervaringen van enthousiaste onderwijsmensen.

Op de Europese Top die in 2003 gehouden werd in Barcelona formuleerden de regeringsleiders economische en sociale doelstellingen voor het jaar 2010. Een van de doelstellingen betrof het op vroegtijdige leeftijd leren van twee vreemde talen. Gesteund door deze ambitie startte in 2004 het Rotterdamse openbare onderwijs met een programma dat EarlyBird is gaan heten. Inmiddels werken enkele tientallen scholen met dit programma, ook buiten Rotterdam. Projectleider Karel Philipsen, oud-docent en oud-sectordirecteur TTO in het voortgezet onderwijs, geeft aan dat het hier niet bij blijft. ‘Het is de bedoeling dat het programma binnen enkele jaren ingezet wordt op alle scholen van het Bestuur Openbaar Onderwijs Rotterdam. Meer, vroeg en beter onderwijs in het Engels is immers goed voor alle kinderen’.

Native speaker
Scholen die kiezen voor vervroegd Engels, bieden de kleuters in groep 1 en 2 zo’n drie tot 3,5 uur per week activiteiten in het Engels aan. Vaak liedjes en spelletjes in het Engels waarbij de kinderen spelenderwijs de taal aanleren. Meestal vormen thema’s als kleuren en vormen en de seizoenen het uitgangspunt voor de taalactiviteiten. Ook de gymles leent zich hier goed voor. De leerkracht is idealiter een ‘native speaker’ English die uitsluitend de Engelstalige activiteiten verzorgt. De leerkracht die alle andere lessen geeft, praat juist altijd Nederlands tegen de kinderen. Philipsen constateert inmiddels wel een probleem: ‘Het aantal native speakers is op. En dat is jammer omdat zij van groot belang zijn bij het aanleren van een goede taalklank. De consequentie is dat de leerkrachten het zelf gaan doen. We scholen onze leerkrachten hier ook op. Zij werken aan hun eigen vaardigheden op het gebied van de Engelse taal, maar ook aan de didactische vaardigheden. Ook wordt geleerd hoe aanvullend digitaal materiaal kan worden ingezet.’

In de groepen 3 en 4, wanneer de kinderen Nederlands leren lezen en schrijven, wordt de intensiteit van het Engelstalige programma tijdelijk wat minder, waarna deze in de groepen 5 en 6 weer toeneemt en ook het vak Engels aangeboden wordt.

Onderzoek
Vroeg vreemdetalenonderwijs is om verschillende redenen van belang, zo blijkt uit onderzoeken van enkele Groningse taalwetenschappers. Prof. dr. S. Goorhuis-Brouwer en prof. dr. C.L.J. de Bot hebben diverse onderzoeken en rapporten geschreven over deze thematiek. Hun conclusie is dat taalontwikkeling een psychologisch proces is waarbij een groot aantal factoren een rol speelt: sociale, cognitieve, affectieve en linguïstische factoren bijvoorbeeld. Daarnaast blijkt uit onderzoek dat de hoeveelheid tijd waarin leerlingen worden blootgesteld aan de te leren vreemde taal een positief effect heeft op de prestaties van de leerlingen. Er zijn sterke argumenten voor een begin in groep 1, zo geven de onderzoekers aan. Het betreft zowel leerpsychologische als neurologische argumenten. Zo blijken kinderen die op vroege leeftijd ervaring hebben opgedaan met de verwerving van een vreemde taal, hun metalinguïstisch bewustzijn (de mogelijkheid om na te denken over en te reflecteren op de eigenschappen en functies van taal) eerder en beter te ontwikkelen. Daarnaast hebben deze leerlingen een betere uitspraak, omdat jonge kinderen goed zijn in het nabootsen van klanken. Ook vertonen jonge leerlingen meer psychologische flexibiliteit (in tegenstelling tot pubers/adolescenten) waardoor ze bereid zijn in de huid te kruipen van iemand die een andere taal spreekt. Hier komt bij dat kinderen die op jonge leeftijd op natuurlijke wijze aan een vreemde taal worden blootgesteld, uiteindelijk meer tijd hebben om die taal te verwerven.

Ervaring en onderzoek in het buitenland heeft uitgewezen dat vroeg vreemdetalenonderwijs niet ten koste gaat van de moedertaalverwerving. Bovendien levert het leren van een vreemde taal juist profijt op bij het leren van de volgende vreemde taal. Wel is binnen het EarlyBird-project bewust gekozen om in de periode dat de kinderen leren lezen en schrijven in het Nederlands – met name in de groepen 3 en 4 – minder intensief met Engels bezig te zijn.

Neem de tijd
Projectleider Karel Philipsen heeft ontdekt dat de leerlingen tot veel meer in staat blijken te zijn dan hij aanvankelijk inschatte. ‘Een van de punten waar we tegenaan lopen is dat we het niveau van ons onderwijs steeds opwaarts bij moeten stellen. We lopen de methodes uit en het materiaal gericht op Engels als tweede taal voldoet niet meer, zodat we materiaal nodig hebben dat uitgaat van Engels als moedertaal.’

Een belangrijk speerpunt in het Rotterdamse is momenteel het creëren van een doorgaande lijn van basisonderwijs naar voortgezet onderwijs. ‘De earlybirdies – de leerlingen die deelnemen aan het project EarlyBird - moeten we kunnen garanderen dat hun voorsprong op het gebied van Engels ook gewaardeerd wordt binnen de scholen voor voortgezet onderwijs’, zo geeft de projectleider aan. ‘Met alle openbare vo-scholen in Rotterdam denken we dan ook na over de vraag hoe we een gedifferentieerd programma kunnen aanbieden waarin voortgebouwd wordt op de kennis en vaardigheden van de earlybirdies.’
Scholen die overwegen hun leerlingen op jonge leeftijd spelenderwijs in aanraking te brengen met Engels adviseert Philipsen een goede balans te zoeken tussen de maatschappelijke vraag van met name ouders en wat een team aankan. ‘Het is heel belangrijk om de tijd te nemen. Haastige spoed is zelden goed. De juffrouw in de onderbouw moet de tijd hebben om te wennen aan het idee dat zij Engels gaat geven. In Nederland hebben we nogal eens de mentaliteit dat het gelijk goed moet zijn. Geef de collega’s ook de ruimte om zich te ontwikkelingen. Mijn eerste les Geographyles op het TVWO was vast niet zo goed als toen ik hem in de jaren daarop gaf ’.

My name is Tom
Naast het Early Bird-project zijn er meer initiatieven waarbij de principes van het vroeg vreemde talenonderwijs centraal staan. Zo komt de uitgever van educatief materiaal voor het christelijk-reformatorisch onderwijs, Groen Educatief, met een totale, doorlopende leerlijn voor Engels met de titel My name is Tom op de markt. In de eerste helft van 2008 verschijnt het pakket, bestaande uit 4 cd-roms en handleidingen met werkbladen, voor de groepen 1 tot en met 4. Dit eerste deel heeft een vakdidactische drieslag: kringgesprekken, kringactiviteiten en computeractiviteiten. De kringgesprekken zijn uitgeschreven in de handleiding, maar deze staan ook op CD, ingesproken door een native speaker (Tom). Op dezelfde CD staan ook 15 Engels liedjes die horen bij de 4 thema’s: my family, my house, my school en my birthday.

Enige tijd later zal part 2 verschijnen voor de groepen 5 tot en met 8. Uitgever Dirk Aangeenbrug: ‘In dit deel ligt de nadruk op het oefenen van het communiceren in het Engels. Uiteindelijk moet er een transfer plaatsvinden, waardoor kinderen zich vrij voelen om in het Engels te communiceren met leeftijdsgenoten over thema’s die hen interesseren.’

De methode My name is Tom bevat ook een digitale toets waarvan de niveaus gelieerd zijn aan die van bijvoorbeeld de Anglia-toets. De toetsen van dit product van Groen Educatief sluiten aan bij de aangeboden inhouden op de cd-roms. Op deze manier kunnen de leerlingen spelenderwijs getoetst worden om na te gaan of ze zich de aangeboden stof eigen hebben gemaakt.

Dit artikel werd u aangeboden door: De Reformatorische School

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 maart 2008

De Reformatorische School | 1 Pagina's

Jong geleerd…

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 maart 2008

De Reformatorische School | 1 Pagina's

PDF Bekijken