Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Tussen kunst en kitsch

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Tussen kunst en kitsch

4 minuten leestijd

Na een wat stille zondag leek het ’s maandags wel feest. Maandag was wasdag en ’s middags hing aan alle waslijnen de was te drogen. Alles was keurig op soort en grootte geordend, want anders zouden de mensen wel zeggen…

Roze onderbroeken van een formaat dat nu alleen in een museum is te bezichtigen, eens witte onderbroeken met lange pijpen, lange, fijn gebreide vrouwenkousen, grove zwarte mannensokken, hemden met lange mouwen en gebreide borstrokken bewogen door de wind alsof ze zich aan de wurgende greep van de houten knijpers probeerden te ontworstelen. Soms hingen er lappen tussen die ik als gevolg van mijn leeftijd met geen mogelijkheid kon thuisbrengen. Een enkele keer hing helemaal achteraan een traag korset.

Weliswaar had ik zo’n kledingstuk nooit aan het lijf van een vrouw gezien, maar ik wist wel dat ze gedragen werden en wat de functie ervan was: op verjaardagen zaten mijn tantes allemaal breiend kaarsrecht op hun stoel, zonder gebruik te maken van de rugleuning.

Op school hing een plaat van Jetses over de walvisvaart. Een man, liggend in de sneeuw, wordt aangevallen door een ijsbeer. Twee mannen richten hun geweer op het dier. Daarachter proberen mannen in een roeiboot een walvis te harpoeneren. Ik had meer beklag met de walvis dan met de man op de grond.

Maar dat mijn tantes zo rechtop konden zitten hadden ze aan de baleinen van die walvis te danken, had de meester verteld. En ook dat wij zo gezond de winter doorkwamen. Op dat moment rook ik de lucht van lauwe levertraan!

Geen van mijn tantes leek op de vrouwenfiguren op de slaoliefles in ons keukenkastje. Die waren mooi en hadden duidelijk zichtbaar geen korsetten nodig. Ze hadden smalle tailles en hun jurken waren sierlijk om hun lange benen gedrapeerd. Eén meisje zit achter een bak sla, genoeg om een weeshuis te voeden, en giet daarover met sierlijke handen een scheut olie van de Nederlandse Olie Fabrieken. De moeder houdt haar lange handen omhoog om duidelijk te maken dat er genoeg dressing is gebruikt. Hun lange haren dragen ze niet in een knot of om een hulpstuk in hun nek omhoog gerold, maar golvend los, zodat ze de rest van het etiket opvullen. Naar het zittende meisje kon ik héél lang kijken! Al voor ik verliefd kon worden, gebeurde er toch iets dergelijks met mij.

Pas veel later zou ik leren dat dit de Jugendstil was, die ook wel slaoliestijl werd genoemd vanwege de illustratie van Jan Toorop, of macaronistijl vanwege de vele krulletjes.

Ons huis was niet groot. Desondanks had het twee kamers, gescheiden door twee ingebouwde kasten met daartussen een glazen schuifdeur. Eén kamer noemden we de voorkamer of de grote kamer. Er konden met veel passen en meten een kachel, een tafel met zes stoelen, een dressoir en een rookstoel in staan. Aan de muur boven het dressoir hing een namaakgobelin met een jachttafereel. Door de plooien was niet altijd duidelijk te zien waarop gejaagd werd. Boven de schoorsteen hingen wat jonge, blonde, langharige Oranjes, geknipt uit een damesblad. Boven de schuifdeuren hing het cadeau dat ik voor mijn ouders had gemaakt ter gelegenheid van hun koperen bruiloftsfeest: een gedicht over liefde en trouw. De letters met Oost-Indische inkt op dunne potloodlijntjes raakten soms de bloempjes die ik eromheen had getekend. De zwarte inkt was door de heldere kleuren gevloeid. Daar leefden we ’s winters.

Het kleinste kamertje werd ’s zomers gebruikt. Er pasten alleen een tafel met zes stoelen in. Hoewel er wel een schoorsteen was, stond er geen kachel. Naar mate we ouder werden konden we die extra beenruimte goed gebruiken. Op de schoorsteen stond de bijbel. Na iedere maaltijd en voor het slapen gaan las mijn vader daar op een toon die hij alleen voor deze bezigheid had gereserveerd een hoofdstuk uit voor. Boven de bijbel hing een schilderijtje met een zigeunermeisje. Het was gedrukt op hout met de structuur van linnen. Ze had een bruine huid, lange zwarte haren, felgekleurde kleren en een heel lief gezicht. Uit haar geheimzinnige diepbruine ogen biggelden over haar wangen twee tranen, waarin de omgeving vaag werd weerspiegeld. Wat zou ik haar graag getroost hebben! Ik weet niet welk meisje ik mooier vond.

Al vroeg werd ik heen en weer geslingerd tussen kunst en kitsch!

Dit artikel werd u aangeboden door: De Reformatorische School

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 februari 2011

De Reformatorische School | 40 Pagina's

Tussen kunst en kitsch

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 februari 2011

De Reformatorische School | 40 Pagina's

PDF Bekijken