Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

'Alles wat je ziet is aardrijkskunde'

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

'Alles wat je ziet is aardrijkskunde'

8 minuten leestijd

Arie Mallegrom en Carolien Dijkshoorn: beiden zijn werkzaam op het Wartburg College, locatie Revius in Rotterdam. Hij heeft al een lange onderwijscarrière achter de rug, zij is nog maar net begonnen. Het maakt echter voor hun gezamenlijke passie geen verschil. Ze delen een grote liefde voor onderwijs en aardrijkskunde. Alles wat je ziet is aardrijkskunde, het is een ooggetuigenwetenschap.

Carolien Dijkshoorn, 23 jaar oud, is voor het vierde jaar werkzaam op Revius als docente aardrijkskunde. Ze kent de school door en door. Nadat ze in 2008 met haar Havodiploma op zak de school verliet, keerde ze in het derde jaar van de docentenopleiding weer terug als stagiaire. Ze houdt van de wereld en van reizen en deed na haar studie een half jaar vrijwilligerswerk in Zuid-Afrika. Inmiddels geeft ze voor het tweede jaar fulltime les.

Arie Mallegrom, 57 jaar oud, is vijftien jaar betrokken bij Revius. Na een studie Onderwijskunde en twintig jaar basisschoolervaring, maakte hij de stap naar het middelbaar onderwijs. ‘Ik begon hier eigenlijk als aardrijkskunde-hobbyist. Mijn studie Onderwijskunde had ik afgerond, maar ik was geen bevoegd docent aardrijkskunde. Op de Hogeschool Rotterdam heb ik daarom mijn tweedegraads bevoegdheid gehaald. Ik begon mijn docentschap voorbeeldig: het eerste jaar brugklassen, daarna tweede en derde klassen. Daar ben ik nog steeds blij mee. Al snel deed ik er verschillende taken naast, zoals faalangsten Sova-training. Op een gegeven moment werd mij gevraagd of ik de docent uit de bovenbouw zou willen bijstaan. Omdat ik voor die taak mijn eerstegraads bevoegdheid nodig had, heb ik die op het IVLOS in Utrecht behaald. Nu geef ik onder andere elf uur aardrijkskunde, ben ik teamondersteuner onderbouw en docentbegeleider. Ik was ook de docentbegeleider van Carolien overigens.’

Herinneringen

Vaak is de goede herinnering aan dat ene vak of die ene docent dat wat bijblijft en wellicht een rol speelt in de latere beroepskeuzes van leerlingen. Bij Mallegrom en Dijkshoorn liep dat echter net even anders. Mallegrom: ‘Het is lang geleden, maar ik herinner me de aardrijkskundelessen nog goed. Mijn leraar hield eigenlijk totaal geen orde. Maar wat was die man ontzettend aardig. Altijd verhalen, het liefst over zijn vakanties. Daar kon hij einmaakdeloos over vertellen. Hij was zo goedig. Wij stelden hem vragen over van alles en nog wat en dan praatte hij z’n uur vol en hadden wij het geluk dat hij die les geen huiswerk opgaf. Ik weet ook nog dat ik het vak vrij goed snapte. Omdat niemand oplette tijdens de les, had een groot deel van de klas een onvoldoende voor een s.o. over klimaatsystemen, behalve ik. Toch besloot ik toen niet te kiezen voor de lerarenopleiding aardrijkskunde. Het opmerkelijke is dat een eventuele lerarenopleiding helemaal niet in beeld was.´ Mallegrom peinst. ‘Ik had wel bedacht dat ik schoolmeester wilde worden, maar het kwam niet bij me op om leraar te worden, vreemd eigenlijk. Uiteindelijk heb ik geen spijt van mijn keuze. Ik heb in al die jaren basisonderwijs ontzettend veel ervaring opgedaan.’ Dijkshoorn: ‘Ik heb vijf jaar aardrijkskunde gevolgd, en eigenlijk herinner ik me van de lessen niet heel veel meer. Aardrijkskunde was voor mij gewoon een vak dat ik moest doen. Ik weet nog wel dat we in de derde klas veel met wereldkaarten werkten en dat vond ik razend interessant. Ik koos het vak in de bovenbouw, maar ben eigenlijk nooit een hoogvlieger geweest.’ Lachend: ‘Altijd zesjes en zeventjes en dan schelden dat ik het niet snapte en niet leuk vond. Het onderwijs daarentegen trok mij wel erg aan. Die sfeer op school vond ik geweldig. Vanaf de eerste klas wilde ik altijd gymlerares worden, maar omdat ik vaak blessures had, moest ik aan iets anders gaan denken. De talen vielen direct af, wiskunde leek me erg saai om te geven dus bleven geschiedenis en aardrijkskunde over. Mijn eerste keuze was uitdrukkelijk het docentschap, het vak heb ik er eigenlijk bij gekozen. Tijdens de opleiding is dat langzaamaan gaan leven.’ Mallegrom glimlacht: ‘De liefde is langzaam gegroeid. Ik denk dat dat ook wel bij je past. Je bent niet zo’n heel uitbundig type. Dat je docent wilde worden heb ik eigenlijk ook nooit zien aankomen.’

Cultuurgericht vs. leerlinggericht onderwijs

Onderwijs is altijd in beweging en dat geldt ook voor de lerarenopleiding. De algemene tendens sinds het einde van de twintigste eeuw is de verschuiving van cultuurgericht onderwijs, waarbij de vakkennis centraal staat, naar leerlinggericht onderwijs. Ook Mallegrom en Dijkshoorn zien die verandering in hun opleidingen. Dijkshoorn: ‘Als ik terugkijk, stond het eerste jaar in het teken van het vak. Er waren twaalf stagedagen en de rest van het jaar was veel aardrijkskunde en een klein beetje pedagogiek en didactiek. In het tweede, derde en vierde jaar namen de stages een veel grotere plek in. We maakten groepsopdrachten en hielden ons veel bezig met de ontwikkeling van lesmateriaal. Als ik nu mijn lessen voorbereid, begin ik altijd weer van vooraf aan. Ik herinner me dan vaag dat ik het ooit wel eens heb gehad, maar daarvan ben ik vaak de helft vergeten.’ Mallegrom: ‘Het verschil tussen de huidige opleiding en de opleiding van vijftien jaar geleden is behoorlijk groot. Mijn tweedegraads opleiding bestond voor vijfennegentig procent uit het opdoen van vakkennis. Ik vond dat heerlijk. Het lesgeven kende ik vanuit mijn basisschoolperiode, dus bij mij paste deze gerichtheid op het vak heel goed. Er waren echter ook zij-instromers die hun leven lang bij Shell hadden gewerkt en die eigenlijk niets van lesgeven afwisten. Die hebben het zeker voor hun kiezen gekregen.’ Mallegrom reageert aarzelend op de vraag of het de jonge docenten ontbreekt aan vakkennis. ‘Ik denk dat jonge docenten hun lessen goed moeten voorbereiden en zich er echt in moeten verdiepen.´

De eerste les

Je hebt je opleiding afgerond, je gaat daadwerkelijk lesgeven. En dan? Dijkshoorn: ‘Tja, ik bereidde mijn lessen natuurlijk goed voor, maar als ik nu terugkijk, dan was het echt een tijd van overleven. Ik hoopte dat de lessen lekker liepen en dat de leerlingen goede cijfers zouden halen.

Nu merk ik dat ik het veel meer voor de leerlingen doe. Ze gaan niet eerder weg voordat ze de dingen kennen die ze moeten weten. In het eerste jaar zag ik op tegen drie uur lesgeven op een dag en nu sta ik zes uur voor de klas.’ Mallegrom: ‘Voor mij was het eigenlijk een verlengstuk van de basisschool en daardoor gemakkelijker. Ik heb me een zomervakantie verdiept in aardrijkskunde en vond het ontzettend leuk. Ik bereidde mijn lessen goed voor en had geen last van ordeproblemen. In die zin heb ik wel eens medelijden met de duale studenten van tegenwoordig. In het derde jaar krijgen zij naast hun studie zoveel verantwoordelijkheden en er komt zoveel op hen af. Deze studenten hebben het echt druk en sommigen lopen daarin vast. Dat was in mijn geval toch een stuk eenvoudiger.’

Identiteit

Hoe leggen de twee docenten verbinding met de christelijke identiteit in hun lessen aardrijkskunde? Carolien: ‘Juist het vak aardrijkskunde vertoont veel raakvlakken met het christelijk geloof. We praten in de les over de wereld om ons heen en stellen ons dan ook de vraag hoe we daar als christenen mee omgaan. Ik ben nu in VMBO-3 bezig met de multiculturele samenleving en ik merk dat er een hoop haat en nijd is ten opzichte van deze bevolkingsgroepen. Dan pak ik er bepaalde Bijbelteksten bij die iets zeggen over de omgang met elkaar en ik daag de leerlingen uit om erover na te denken. Ik zeg niet snel ‘dit mag niet’, maar ik vraag hun wel om hun eigen mening te vormen vanuit hun christen-zijn.´ Mallegrom vult aan: ‘We zijn nu bezig met de landschappen in Nederland. De methode gaat uit van de evolutietheorie, dus die komt dan wel tegenover de schepping te staan. We behandelen dat overigens niet heel uitputtend. Ik vertel de leerlingen de verhalen, over bijvoorbeeld de IJstijd, en in het boek staan wel eens wat miljoenen en miljarden. Vervolgens leg ik Gods Woord ernaast, maar ik ga niet met hen in discussie. In de bovenbouw krijgen de leerlingen het vak Apologetiek bij godsdienst en dan wordt er dieper ingegaan op deze materie. Het opmerkelijke is dat leerlingen niet zozeer kritische vragen stellen over de inhoud van het boek en de gegevens die gebaseerd zijn op de evolutietheorie.’

Aardrijkskunde is ooggetuigenwetenschap

Actualiteit is het sleutelwoord in een goede aardrijkskundeles, vinden Mallegrom en Dijkshoorn. Dijkshoorn: ‘Ik begin de les vaak met de vraag wat er in de wereld is gebeurd en wat er bij aardrijkskunde hoort. Vaak komen leerlingen met rampen of vulkaanuitbarstingen, maar telkens komen daar meer onderwerpen bij doordat ze meer leren. De mens en zijn omgeving, daar komt het voor mij op neer. Dat maakt het vak zo ontzettend breed.’ Mallegrom: ‘Alles wat je ziet is aardrijkskunde, het is ooggetuigenwetenschap. Ik zeg wel eens tegen de leerlingen: ‘Als je op de fiets zit, doe je aardrijkskunde’. Dat vinden ze natuurlijk belachelijk, maar er zijn altijd enkele leerlingen die het herkennen. Als het heeft gesneeuwd laat ik bijvoorbeeld een informatief stukje zien via Google of YouTube. Ik probeer de lesstof hun leefwereld binnen te brengen.’ Dijkshoorn: ‘Leerlingen vragen vaak wat je met aardrijkskunde kunt. Dan zeg ik dat het hoort bij de algemene ontwikkeling.’ Mallegrom vult aan: ‘Op die vraag antwoord ik altijd dat het met van alles te maken heeft: biologie, economie, geschiedenis. Wij zijn mensen met een brede belangstelling en dat willen we graag overdragen aan de leerlingen.’

Gijsbert Vonk
Redactielid DRS Magazine

Anette Vermeulen
Redactielid DRS Magazine

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 maart 2013

De Reformatorische School | 39 Pagina's

'Alles wat je ziet is aardrijkskunde'

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 maart 2013

De Reformatorische School | 39 Pagina's

PDF Bekijken