Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

‘Leerlingen kijken anders naar geschiedenis als ze de verbinding met hun leven ervaren’

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

‘Leerlingen kijken anders naar geschiedenis als ze de verbinding met hun leven ervaren’

7 minuten leestijd

Geschiedenis als vak roept uiteenlopende emoties op. Van geweldig, ik herinner me nóg de verhalen tot vreselijk, alleen maar jaartallen en saaie feiten. Een hele uitdaging dus om voor dit vak een goede methode te maken. Ton van der Schans en Arjan Meerkerk zijn beiden betrokken bij het ontwikkelen van geschiedenismethodes. Wat voor keuzes moeten daarbij gemaakt worden? De vele veranderingen in het onderwijs hebben ook vruchtbaar slib nagelaten.

Waarom een christelijke geschiedenismethode? Van der Schans noemt drie punten waaruit christelijke geschiedschrijving bestaat. ‘Eén, je kunt reflecteren over de hand Gods in de geschiedenis. Twee, je vertelt het verhaal van de eigen groep. En in de derde plaats vraag je aandacht voor gebeurtenissen die in andere seculiere methoden blijven liggen. Natuurlijk komt in alle methoden de komst van het christendom in ons land ter sprake, maar in onze methode heeft het een grote plaats en naast de opkomst zal ook het verdwijnen van het christendom in Nederland en Europa aan de orde komen. Wij belijden dat de hele geschiedenis Gods werkterrein is.’ Meerkerk vult aan: ‘Daarnaast vind ik het belangrijk dat in deze tijd waarin de joods-christelijke traditie ontkent wordt, zelfs niet genoemd mocht worden in de Europese grondwet, er een methode is die daar juist aandacht voor vraagt.’

Nieuwe en herziene methode
Een lesmethode mag leerlingen niet beletten om geschiedenis leuk te vinden, merk Arjan Meerkerk. Integendeel zelfs. ‘Daarom moet je blijven actualiseren. Ik denk dan aan illustraties, interviews of het vernieuwen van anekdotes. In het boek staat bijvoorbeeld een artikel over André Rouvoet als christenpoliticus. Dat is niet meer actueel, dus dat passen we in de herziene uitgave aan. Het geeft aan dat een methode tijdgebonden is. Elke tijd schrijft zijn eigen geschiedenis. Ook een geschiedenismethode geeft zijn eigen weergave van het verleden. Hij vervolgt: ‘We willen leerlingen enthousiasmeren voor geschiedenis. Natuurlijk heeft de docent daar een belangrijke rol in, maar de contactmomenten voor het vak zijn beperkt. Dus een uitnodigende methode is van groot belang.’
Het basisonderwijs heeft er sinds vorig jaar een nieuwe geschiedenismethode bij. Ton van der Schans benadrukt dat Venster op Nederland niet zozeer opvolger of een vernieuwde versie is van Er is geschied. Het is een nieuw ontwikkelde methode.

Visie op leren
Van der Schans wijst erop dat één van de ontdekkingen in het onderwijs is dat niet alle kinderen op dezelfde manier leren. ‘Toen ik dertig jaar geleden in het basisonderwijs begon, had je één manier voor alle kinderen. Nu zie je ook in de geschiedenisdidactiek positieve veranderingen. Het lastige bij geschiedenis is dat het één grote oceaan van feiten, ontdekkingen, processen, namen en gebeurtenissen is. De kunst is om daar voor de leerlingen orde in te scheppen. In Venster op Nederland zijn we gedeeltelijk teruggekeerd naar de klassiek-chronologische overzichtsgeschiedenis. De vele veranderingen in het onderwijs hebben ook “vruchtbaar slib” achtergelaten. Vroeger werd na het mooie verhaal de leerling veelal aan het werk gezet door een lesje in te vullen. In de nieuwe methoden zitten veel meer leervormen en verwerkingsmogelijkheden. Daardoor doe je recht aan de verschillen tussen kinderen en blijven de kinderen de gehele les betrokken op het thema.’ Ook bij de herziening van Bronwijzer speelt die veranderde visie een rol. Meerkerk geeft aan dat dit in de huidige versie al merkbaar was en dat dit element nog sterker zal worden in de herziene uitvoering. ‘Het wordt nog wel spannend met betrekking tot de vraag hoe je de ene leerling niet overlaadt met leerstof zodat die afknapt door de hoeveelheid en aan de andere kant tegemoet komt aan de leergierigheid van een andere leerling.’
Hoewel de redacties niet met elkaar hebben overlegd, blijken beide methodes qua opzet redelijk gelijk. Allebei zijn ze chronologisch van opzet. Al zit er ook een aantal thematische hoofdstukken in. Bronwijzer heeft bijvoorbeeld een thema-hoofdstuk over staatsinrichting en Venster op Nederland heeft themahoofdstukken over de overzeese gebiedsdelen en staatsburgerlijke vorming.

Triggeren
In de methode Bronwijzer wordt, zoals de titel aangeeft, veel gebruik gemaakt van bronnen. Van der Schans vindt dat een sterk aspect van de methode. Meerkerk vertelt dat brononderzoek één van de twaalf vaardigheden is die systematisch aan de orde komt in de verschillende hoofdstukken. ‘Leerlingen moeten als het ware “getriggerd” worden om verder te zoeken en zich te verdiepen. De methode geeft daar ook gelegenheid voor door middel van deelvragen, spotprenten, boektitels en zo voort.’
Voor Venster op Nederland staan alle illustraties op een beeldbank.
Scholen kunnen daar een licentie voor kopen. In de methode wordt gebruik gemaakt van digitale “praatplaten”. Ook wordt er voor verwerkingsopdrachten gebruik gemaakt van internet. Bronwijzer gaat de verwerkingsopdrachten over de leerstof digitaal aanbieden.
Arjan Meerkerk: ‘Leerlingen maken die opdrachten thuis en krijgen daar dan digitaal meteen feedback op. De bronvragen en verwerkingsvragen zullen voorlopig nog in de klas worden behandeld. Hierbij kunnen leerlingen elkaar soms heel goed helpen. We gaan wel een webbased infrastructuur bouwen waarmee in de toekomst het hele werkboek digitaal kan worden aangeboden. Maar dat vraagt nog wel een paradigmashift in het ontwikkelproces. Verder zie ik een meerwaarde voor het ondersteunen van de individuele leerroutes van leerlingen.’

Betekenisvolle geschiedenislessen
Over het betekenisvol maken van geschiedenis voor kinderen, zegt Van der Schans het volgende: ‘Je wilt dat kinderen zich verbinden aan de geschiedenis. Er moet een verbinding plaats vinden tussen de eigen biografie van de leerling en geschiedenis. Met andere woorden: er moet identificatie tot stand komen. Geschiedenis is mede bepalend voor je identiteit. Daarom vind ik de titel van de methode ook zo mooi gekozen. Geschiedenis is een venster waardoor je niet alleen naar het verleden, maar ook naar de toekomst kijkt. Je bent gekaderd als persoon, als volk en als collectiviteit.’ Ook Meerkerk benadrukt: ‘Als je de leerlingen de verbinding kunt laten ervaren, gaan zij anders naar de geschiedenis kijken. Ze gaan anders de krant lezen en anders kijken naar de gebeurtenissen om hen heen.’


Arjan Meerkerk is als projectleider en eindredacteur betrokken bij de herziening van de methode voor het voortgezet onderwijs.
De herziene methode Bronwijzer wordt uitgegeven door Driestar Educatief. De methode wordt in opdracht van het Directie Overleg Reformatorische Scholen voor Voortgezet Onderwijs (DORVO) ontwikkeld. Andere auteurs zijn: André van der Elst, Betsy Biemand-Boer, Jan Vermeulen, Marga de Jong, Simone Kroes. Deel één zal volgens planning in september 2014 gebruikt gaan worden, de andere twee delen volgen respectievelijk in 2015 en 2016.


Drs. J.A.(Arjan) Meerkerk werkte 9 jaar als geschiedenisleraar op de Gomarus scholengemeenschap in Gorinchem. De lerarenopleiding voor geschiedenis volgde hij op de Driestar Hogeschool in Gouda.
Naast het leraarschap werd hij actief in de politiek. Vanaf 2006 is hij lid van de gemeenteraadsfractie van de SGP in Hardinxveld-Giessendam. Tevens rondde hij in 2011 de studie bestuurskunde af aan de Erasmusuniversiteit in Rotterdam. Sinds vorig jaar is hij onderwijsadviseur bij Driestar Educatief.


Ton van der Schans werkte mee aan de geschiedenismethode voor het basisonderwijs Venster op Nederland. De methode is ontwikkeld in opdracht van Driestar Educatief en Uitgeversgroep Jongbloed.
Andere auteurs zijn: Piet Baaijens, Pieter Dirk Blom, Bert Kalkman, Tonja Eberson-Mastenbroek.


Drs. A.A.(Ton) van der Schans begon zijn loopbaan in 1979 als leraar basisonderwijs in Genemuiden. Daarnaast studeerde hij geschiedenis. Aan de universiteit van Utrecht behaalde hij zijn doctoraal examen.
Na zes jaar werd hij leraar geschiedenis (mavo, havo, vwo) op het Driestar College. Daarna stapte Van der Schans over naar de pabo in Gouda. Behoudens een vierjarige onderbreking in de gemeentepolitiek, werkt hij sinds 1990 op Driestar Hogeschool.
Hij publiceert over historische en politieke onderwerpen. Hij was hoofdredacteur van Transparant, het tijdschrift van de Vereniging van Christen Historici.
Nu is hij voorzitter van de Vereniging van docenten in geschiedenis en staatsinrichting in Nederland (VGN).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van Tuesday 1 October 2013

De Reformatorische School | 52 Pagina's

‘Leerlingen kijken anders naar geschiedenis als ze de verbinding met hun leven ervaren’

Bekijk de hele uitgave van Tuesday 1 October 2013

De Reformatorische School | 52 Pagina's

PDF Bekijken