Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Levende letters

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Levende letters

Over het belang van de leraar voor de identiteit

10 minuten leestijd

De gemiddelde school van orthodoxe snit besteedt inmiddels heel wat letters aan het beschrijven van haar identiteit. Op papier is de identiteit dan ook wel gewaarborgd. Maar hoe krijgen al die bepalingen handen en voeten in de dagelijkse praktijk van het schoolleven? Hoe worden en blijven al die gedrukte of digitale lettertjes levende letters? Hoe blijven ze relevant voor het onderwijs in 2032?

Als je al die identiteitsbepalingen van de scholen binnen het reformatorisch onderwijs naast het initiatief #Onderwijs2032 van staatssecretaris Sander Dekker legt, dan lijkt het er sterk op dat het over heel verschillende dingen gaat. Je krijgt het idee van twee sporen, misschien zelfs wel van twee afzonderlijke werelden. Aan de ene kant ‘onveranderlijke waarheden’ en aan de andere kant onderwijs dat om aanpassing vraag aan de zich steeds wijzigende omstandigheden. Maar ook: Dekker is ‘zijn’ debat over een nieuw curriculum gestart vanuit de visie dat leerlingen moeten worden opgeleid voor de kenniseconomie van morgen. Dat dat noodzakelijk is, zal niemand ontkennen, maar de voorgestelde aanpak komt erg technisch en instrumenteel over. Zo wordt bijvoorbeeld de arbeidsmarkt wel erg dominant gepositioneerd. Er zijn toch immers nog wel meer belangrijke onderwerpen die in het onderwijs de aandacht vragen. De Duitsers hebben daarvoor die onvertaalbare duiding van een bepaald soort onderwijs dat veel meer omvattend is dan waar wij met elkaar in het Nederland van 2015 op aansturen: ‘Bildung’. Dat is veel breder, daarin gaat het dan bijvoorbeeld ook om cultuuroverdracht.

Ziel
En dan is er daarboven voor het reformatorische onderwijs nog meer, dat is nog omvattender dan Bildung. Dat meerdere betreft dan niet alleen de zaken van dit leven, maar dat gaat ook over het opvoeden van kinderen met een ziel en die daarom ook mede opgevoed moeten worden in het licht van de eeuwigheid. Ook dat zijn noties die belangrijk zijn (en dat is dan nog maar een understatement) voor het onderwijs in de 21e eeuw. In de intro gaf ik al aan dat er inmiddels al veel aan het papier is toevertrouwd. Scholen hebben bovendien dat wat hen beweegt vaak ook nog eens vastgelegd in een missie, een kernachtig geformuleerd statement dat aangeeft waar men voor gaat, en in een visie. Ook is er vaak nog een woud aan protocollen. Maar hoe worden en blijven al die ‘dode letters’ nu ‘levend’ en daarmee dan ook relevant?

Praktijk
Het moge duidelijk zijn dat de man of vrouw voor de klas daarin wel een heel belangrijke, of (liever nog sterker uitgedrukt) zelfs een cruciale rol speelt. In het Identiteitsprofiel van de VGS worden zij medeopvoeders, gezagsdragers en identificatiefiguren genoemd.
De identiteit kan optimaal verwoord zijn, bestuur en raad van toezicht kunnen nog zulke goede besluiten nemen en dito lijnen uitzetten, maar als dat alles niet wordt gedragen en wordt uitgedragen door het personeel, dan heeft het in de praktijk weinig waarde.
In de schoolsetting is het immers vrijwel alleen het personeel van de werkvloer dat direct contact met de leerlingen heeft. In de klas vindt de ontmoeting plaats, daar wordt uit de Bijbel verteld, daar gaat de Bijbel open en wordt gebeden, gedankt en gezongen. Daar worden vragen gesteld en wordt de identiteit én met lesstof verbonden én ook voorgeleefd. Dat alles stempelt ook de leerlingen bij de voorbereiding op hun staan in de maatschappij.

Levende letters
De belangrijke rol van met het onderwijzend personeel onderstreept overigens nog weer eens het belang van een adequaat benoemingsbeleid. Een school kan, ook als maar heel weinig christelijke kinderen die school bezoeken, heel goed een christelijke school zijn. Maar een school kan nooit een christelijke school zijn zonder dat alle personeelsleden zich hartelijk verbonden weten met de grondslag daarvan. Maar het voorgaande betekent dus ook dat het aan het personeel is om die papieren grondslag in de praktijk van alledag handen en voeten te geven. Het is met name hun taak om van die papieren letters van de documenten in de klas levende letters te maken. Voor kleutertjes, voor kinderen in groep 2, voor brugklassers, maar ook voor jongens die in de bouw gaan werken en voor meiden die filosofie gaan studeren. Bestuurders en toezichthouders dienen daarvoor alleen maar ruimte te bieden.

Vakken
Een van de dingen die bij het gids-zijn hoort, is dat het een functie van vierentwintig uur per dag en zeven dagen per week is. Vandaar dat reformatorische scholen ook vinden dat hun docenten mensen uit één stuk moeten zijn. Wat zij met de mond uitdragen moet worden ondersteund door hun handelen. En een volgend punt is ook dat dat van de docent verwacht wordt dat hij de identiteit naar voren weet te brengen bij alle vakken, zoals dr. Ewald Mackay dat ook in zijn bijdrage verwoordt. De identiteit moet er niet bij gesleept worden omdat dat nu eenmaal moet of hoort, maar op het juiste moment, als het ertoe doet, als er de gelegenheid voor is. En leerkrachten moeten dat ook kunnen als er voor een vak of voor onderdelen daarvan geen ‘eigen’ methode voorhanden is.

Gids of wegwijzer
Bij die opdracht voor leerkrachten past dan ook meer het beeld van de gids dan dat van de wegwijzer. Een wegwijzer is een dood ding, een paal met een bord eraan, met daarop ook weer letters. Een gids is daarentegen een levend wezen. Een gids weet niet alleen veel, maar hij weet dit ook over te brengen; een gids maakt enthousiast. Een gids is alleen dan een goede gids als hij ook zelf de weg weet. Niet slechts uit een boekje of alleen maar door te turen op een kaart. Eigenlijk kun je alleen maar gids zijn als je zelf ergens regelmatig bent geweest of als je er een tijdje hebt gewoond.
En dat betekent dus ook dat je eigenlijk alleen maar leerkracht kunt zijn als je zelf werkelijk weet waar je het over hebt.

Kerndoelen
Niet alleen op identitair terrein is alles beschreven. Er zijn natuurlijk ook de wettelijke voorschriften die bij het geven van onderwijs in acht genomen moeten worden, zoals de kerndoelen. Kerndoelen zijn een aantal door het ministerie van Onderwijs vastgestelde streefdoelen. De kerndoelen geven richtlijnen en minimumeisen voor het onderwijsaanbod en het niveau van kennis en vaardigheden dat leerlingen op moeten doen. In het kiezen van bijvoorbeeld de methode om die kerndoelen te halen zijn scholen vrij. De kerndoelen die sinds 2009 gelden zijn overigens vrij globaal geformuleerd, en zij vormen dus een belangrijk onderdeel van het debat over onderwijs in 2032.

Het reformatorisch onderwijs heeft altijd een zekere spanning gezien tussen de vrijheid van onderwijs en het van overheidswege vaststellen van kerndoelen. Het is in die zienswijze dan ook logisch dat er voor het vak godsdienst op nationaal niveau geen kerndoelen zijn vastgesteld: over dat vak gaat een overheid in 2015 immers niet!

Lestijd
Maar daarmee is het wel de vraag of het binnen het reformatorisch onderwijs wel zo helder is wat met het ‘belangrijkste vak’ wordt beoogd. Is dat ‘alleen’ kennis bijbrengen, of is dat ook meer? Is er nog een hoger doel? Hebben onderwijsgevenden, directeuren, bestuurders, toezichthouders een visie op het uiteindelijke doel van het godsdienstonderwijs?
Op die vragen moeten we toch een antwoord kunnen geven? Niet alleen vanwege het belang van het vak, maar ook omdat in het vak godsdienst toch dagelijks behoorlijk wat (les) tijd wordt geïnvesteerd (en dan gaat het natuurlijk om uren die gewoon uit de ‘normbekostiging’ betaald worden). Bovendien moet het toch ook duidelijk zijn wat het verschil is tussen bijvoorbeeld catechisatie en godsdienstonderwijs.

Bekering
In workshops die besturenorganisatie VGS onlangs voor besturen, directeuren en kerkenraadsleden uit zijn achterban heeft georganiseerd, is gesproken over de vraag of het al dan niet raadzaam is eigen kerndoelen voor het godsdienstonderwijs op te stellen. Op die manier kan immers in ieder geval gekomen worden tot een antwoord op de hiervoor gestelde vragen. In die bijeenkomsten is in positieve zin op die vraag geantwoord. Als diepste drijfveer om godsdienstonderwijs te geven is onder andere naar voren gekomen: ‘Kinderen bij Jezus brengen’, ‘kennis bijbrengen’ en ‘wijzen op het belangrijkste in het leven’. Ook ‘eerbied’ werd genoemd.
Wellicht zijn dit nu juist de onderwerpen die het mogelijk maken de al bestaande documenten en formulieren tot iets levends te maken. Want dat gebeurt toch als jongeren niet door een wegwijzer maar juist door een gids op de noodzaak en de mogelijkheid van bekering tot God worden gewezen.. Dat gebeurt als kinderen die op de basisschool de catechismusvraag over het met lichaam en ziel het eigendom te zijn van Jezus Christus uit het hoofd hebben geleerd, later, als ze op het mbo zitten het antwoord op die vraag ook in hun hart hebben leren spellen. Onder andere door wat ze dan inmiddels thuis en in de kerk en op school allemaal hebben gehoord en gezien, maar bovenal door de werking van de Heilige Geest.

Arbeidsmarkt
Natuurlijk heeft een school meer te doen. Natuurlijk hebben de kinderen en jongeren ook van alles nodig van wat Dekker op termijn vanuit het veld gepresenteerd zal worden. Natuurlijk moeten ze worden klaargestoomd voor de arbeidsmarkt. Maar het zijn toch met name die levende letters die ertoe doen. Die stempelen toch hun leven en ook hun staan op de arbeidsmarkt: kwalitatief en kwantitatief goed werk verrichten, daarbij oog hebbend voor hun collega’s. Die levende letters maken alles wat ze op school geleerd hebben pas echt toekomstsbestendig, omdat ze zo niet alleen worden voorbereid op het leven in deze tijd, maar ook op dat in de eeuwigheid.
Aan de ene kant is het natuurlijk in het kader van de vrijheid van onderwijs van belang dat de overheid voor de inhoud van het onderwijs zo ver mogelijk op afstand blijft. Dit neemt echter niet weg dat het in het debat over #Onderwijs2032 van groot belang is om bepaalde elementen van de meerwaarde van ons onderwijs naar voren te brengen. Ik ben er namelijk van overtuigd dat onze traditie schatten in zich heeft die voor iedere leerling in Nederland van (levens)belang zijn. Die gunnen we toch ook aan de rest van Nederland? Dat zou toch op iedere school te horen en te zien moeten zijn? En zo lang dat nog niet zo is, in ieder geval op onze scholen.
Als het reformatorisch onderwijs eigen kerndoelen voor het godsdienstonderwijs gaat opstellen, zal dat in eerste instantie het aantal letters nog wel weer iets doen toenemen. Daar mag (en zal) het natuurlijk niet bij blijven. Verwacht mag worden dat het met elkaar beantwoorden van de vraag ‘Is het raadzaam voor het reformatorisch onderwijs om voor het vak godsdienst eigen kerndoelen vast te stellen?’ in ieder geval als winstpunt heeft dat zo’n traject bijdraagt aan de bezinning op dit vak. Ook kan er de gezamenlijkheid mee bevorderd worden (interne werking). Ten slotte kan er naar buiten toe mee getoond worden wat er op de scholen gebeurt (externe werking) en kunnen de uitkomsten ervan ook ingebracht worden in de discussie over het onderwijs naar 2032.


Samenvatting
Identiteit van school moet uitgedragen worden door leerkracht

Volgens Jan Macdaniel zijn de papieren documenten waarin de reformatorische school haar identiteit vastlegt heel belangrijk, maar de vertaalslag naar de praktijk is nog belangrijker. De ‘dode letters’ moeten levend worden. De leerkracht speelt daarin een cruciale rol. De identiteit van de school zoals die is vastgelegd moet gedragen en uitgedragen worden door de leerkracht. Macdaniel wijst daarbij op de gidsfunctie van de leerkracht: hij moet de kinderen de weg wijzen en moet daarom ook wel zelf de weg weten.
Daarnaast vindt Macdaniel het belangrijk dat het reformatorisch onderwijs zelf gaat nadenken over kerndoelen voor godsdienstonderwijs. We moeten namelijk helder zijn over wat we met dit belangrijkste vak willen bereiken. Ook kan het opstellen van kerndoelen voor godsdienst de overheid op afstand houden, omdat we zelf formuleren wat ons onderwijs belangrijk vindt.


Auteur
Mr. Jan Macdaniel MA
Jan Macdaniel is jurist en theoloog. Hij is werkzaam bij de besturenorganisatie VGS als teamleider.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 mei 2015

De Reformatorische School | 52 Pagina's

Levende letters

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 mei 2015

De Reformatorische School | 52 Pagina's

PDF Bekijken