Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Van de bank naar het mbo

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Van de bank naar het mbo

6 minuten leestijd

Het mbo kent zij-instromers. Zij stappen bijvoorbeeld vanuit de zorg, de logistiek of het bankwezen over naar het middelbaar beroepsonderwijs. Wat is de drive en waar lopen zij-instromers tegenaan als het gaat om werkdruk, cultuurovergang en hun nieuwe takenpakket? Na twintig jaar zijn sporen als onder andere manager bij de Rabobank te hebben verdiend, wordt Henri Wijnmaalen docent op de opleiding tot junior accountmanager van het Hoornbeeck College te Gouda.

Hij ervoer zijn werk binnen het bankwezen als een fantastisch vak. Hij vertelt: ‘De Rabobank is een prima werkgever. Het gaat daar om zakendoen met een extra dimensie. Dat komt door het coöperatieve karakter van de bank. De bank is er niet alleen om geld te verdienen, maar wil ook graag iets teruggeven aan de gemeenschap. Ik ben geswitcht omdat ik in vier jaar vier reorganisaties heb geleid, tot en met het opheffen van mijn eigen afdeling aan toe. Toen ik werd gevraagd om een vijfde reorganisatie te leiden, met opnieuw een opheffing van een afdeling, merkte ik dat ik er onvoldoende drive voor had. Na een goed gesprek met mijn directeur waarin ik dit op tafel legde, kreeg ik volledig de ruimte om mij op iets anders te orienteren. Die ruimte heb ik benut door bij het UMC in Utrecht, de gemeente Barneveld en het Hoornbeeck College in Amersfoort en Apeldoorn te gaan kijken. Tijdens een meeloopdag op het Hoornbeeck werd ik direct voor de leeuwen gegooid: ik mocht daar geheel onverwacht en onvoorbereid een les verzorgen voor een docent die uitviel. ‘s Middags volgde nog een les. Het gaf me een positief gevoel. Na een volgende meeloopdag sloeg de vonk over. Ik heb gesolliciteerd en ik ben in Gouda aangenomen als docent commercieel en retail. Ik koos voor het mbo vanwege de verbinding met het bedrijfsleven en mijn eigen praktijkervaring. Ik wil de studenten graag van daaruit een toegevoegde waarde meegeven en met hen in gesprek gaan over het gestalte geven aan je identiteit binnen die sector en in de maatschappij. Bovendien heb ik gemerkt dat er een klik is met jongeren van deze leeftijd. Momenteel geef ik aan verschillende klassen les en loopt het met maar één klas wat moeizamer.’

Eigen verbinding met de praktijk is belangrijk

Vakinhoudelijk voldoen de vooropleidingen van Wijnmaalen aan alle eisen. Het enige papiertje dat hij nu nog moet halen, is het wettelijk verplichte Pedagogisch Didactisch Getuigschrift. Een goede, beetje losse sfeer in de klas vindt hij belangrijk. Evenals het aanspreken op de eigen verantwoordelijkheid van de jongeren. Wijnmaalen geniet ervan om in de klas de vertaalslag van de theorie naar de praktijk te maken. ‘Daarom vind ik stagebegeleiding zo leuk. Tijdens een stagebezoek komen theorie en praktijk bij elkaar. Het is geweldig om met ondernemers aan tafel te zitten. Zo blijft er een beetje verbinding bestaan tussen mijn vorige en huidige werk. De verbinding met de praktijk wordt ook gewaarborgd door mijn lidmaatschap van de de ledenraad van de Rabobank in de regio waar ik woon en doordat ik direct na de overstap schuldhulpmaatje ben geworden.’

Totaal andere cultuur

Wijnmaalen maakte de switch van het bedrijfsleven naar het onderwijs heel bewust. Hij heeft het in zijn eerste jaar goed naar zijn zin. Toch moet hij wennen aan de grote cultuurverschillen op de werkvloer. ‘Zoals eerder gezegd, mijn vorige werkgever had een extra dimensie. Op het Hoornbeeck ervaar ik ook duidelijk de extra dimensie, hoewel die daar natuurlijk op een ander vlak ligt. De wereld waarin ik me nu beweeg, is kleiner. Je hebt veel minder met de volle breedte van de samenleving te maken en dat is voor mij soms wennen. Verder was ik gewend om doortastend zaken te doen. Binnen het onderwijs wordt heel veel gepraat en besluiten belanden nogal eens op de ‘parkeerplaats.’ Dat geeft een soort besluiteloosheid, vind ik. Als collega’s tijdens een werkoverleg zeggen dat het goed is om bij elkaar te zijn, denk ik: mee eens, maar een werkoverleg plan je toch omdat je iets wilt doen! De onderwijswereld lijkt echt een softere sector. De collegialiteit ervaar ik als heel positief. Iedereen is direct bereid om je te helpen. De overstap naar het Hoornbeeck College wordt prima gefaciliteerd. Waar ik wel tegenaan loop, is de grote zoektocht naar het hoe, wat en wanneer van het takenpakket. Begeleiding krijg je, maar op aanvraag. Dat zorgt soms voor een onaangename verrassing. Zo vroeg een collega me na tien weken of ik de juiste stof voor het komend tentamen had behandeld. Dat bleek in orde te zijn. Volgende vraag ging over een werkstuk dat ook gemaakt zou moeten zijn. Nee dus. Niemand heeft me dat verteld, ook kon ik dat nergens vinden. En om de studenten een week voor het tentamen een werkstuk in de maag te splitsen, gaat me echt te ver. Verder heb je met verschillende toetsen te maken: kwalifcerende en ontwikkelingsgerichte toetsen. Wat heeft wel impact op kwalifcatie en wat niet?

Onregelmatig leven

Toen ik mijn eerste lesrooster onder ogen kreeg, dacht ik, met een totaal van 27 lesuren per week, tijd over te houden. In de praktijk bleek dat toch totaal anders te zijn met alles wat daarbij nog komt kijken. Als je niet weet wat precies de bedoeling is, je dingen mist die wel van belang zijn en je beperkt wordt in je tijdsindeling, geeft dat een gevoel van druk en vraag je je af of de dingen wel goed gaan. Bij de bank deelde ik zelf mijn tijd in en leidde ik een vrij onregelmatig leven dat voor een bepaalde vrijheid zorgde. Nu zit ik van half negen tot vier uur vast aan het lesrooster. Binnen het Hoornbeeck kun je dit soort zaken heel goed aangeven. Concreet heeft dat bij mij geleid tot meer stagebegeleiding, zodat lesgeven geen routineklus wordt en er afwisseling in mijn agenda zit. Mensen die overwegen zij-instromer te worden op het mbo, wil ik zeker over de streep halen. Mijn advies is om óf gefaseerd in te stappen door bijvoorbeeld parttime les te gaan geven óf te zorgen dat je vanaf het begin een gevarieerd programma hebt.’


Wie: Henri Wijnmaalen (40)
Woonplaats: Vianen
Is: docent Commercieel en Retail; o.a. lid ledenraad Rabobank, schuldhulpmaatje
Waar: Hoornbeeck College Gouda
Was: manager Rabobank
Drive: uit eigen werkervaring iets meegeven aan studenten
Krijgt energie van: jongeren, verbinding theorie en werkvloer, afwisseling
Vindt: ieders leven wordt door God geleid en op de plaats waar je werkt kom je door Zijn voorzienigheid.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 april 2018

De Reformatorische School | 48 Pagina's

Van de bank naar het mbo

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 april 2018

De Reformatorische School | 48 Pagina's

PDF Bekijken