Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Martinus Jan Langeveld

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Martinus Jan Langeveld

5 minuten leestijd

Martinus Jan Langeveld (1905-1989) was aanvankelijk leraar Nederlands. Op voorspraak van prof. Ph. Kohnstamm, met wie hij bevriend was, werd Langeveld hoogleraar in de pedagogiek in Utrecht. Vooral na de Tweede Wereldoorlog kreeg Langeveld bekendheid, mede vanwege zijn deskundigheid op het gebied van de klinische pedagogiek. Onder zijn studenten was zijn klinische blik beroemd. Feilloos kon hij bij een eerste kennismaking met kinderen met opvoedingsproblemen de diagnose stellen.

Langeveld maakte school als fenomenoloog. Zonder uit te gaan van bepaalde vooronderstellingen probeerde hij het verschijnsel opvoeding te begrijpen. Hij stond, als aanhanger van de Utrechtse Fenomenologische School, sceptisch tegenover onderzoek dat gebaseerd is op de kwantificering van kwalitatieve gegevens. Zijn verzet hiertegen was uiteindelijk vruchteloos, want ook in de pedagogiek kreeg de empirische richting de overhand. Niet de kwalitatieve waarneming van de fenomenoloog, maar de data van de onderzoeker werden bepalend. Door deze ontwikkeling raakte het denken en de werken van Langeveld snel in de vergetelheid. Langeveld schreef over de kenmerken van opvoeding in een “pedagogisch gepreformeerd veld”. Opvoeding speelde zich af in een beschermde omgeving binnen gezagsverhoudingen, en van opvoeders mocht moreel gezag verwacht worden. Toch moest hij niets hebben van “beginselpedagogiek”. Zijn pedagogiek droeg niet het stempel van een bepaalde levensbeschouwing, maar bood ruimte aan verschillende denominaties. Ook in de volgende tekst komt dat duidelijk naar voren. Langeveld beschrijft een aspect van het leraar-zijn. Zijn waarneming is scherp en treffend, maar de duiding vanuit de levensbeschouwing ontbreekt. Als zodanig is het een typerende tekst voor de fenomenoloog Langeveld.

Tot nu toe hebben we de school alleen beschouwd als de ruimte, waarin het kind leeft en ‘zichzelf wordt, d.w.z. het wezen, dat het resultaat is van jaren van opvoeding en onderwijs in systematische, geïnstitutionaliseerde vormen. Het resultaat van het vormend vermogen van deze gemeenschap, van de leden hiervan en van hun methoden. Wij zijn vaak in de gelegenheid geweest, om te wijzen op de betekenis van de leraar, maar nu moeten wij er de nadruk op leggen, dat de school ook zijn levensgebied is. Ook zijn eigen levensgeschiedenis voltrekt zich voor een groot deel binnen de ruimte van de school. Zijn overgave aan het werk op school moge dan aanleiding geven tot de hoogste loftuitingen, maar wie zich lyrisch over hem uit, moet niet vergeten, dat men, om een goede leraar te kunnen zijn, een echte volwassene moet wezen. Maar wie een goede volwassene wil wezen, zal ook in het land van de volwassenheid thuis moeten zijn. En wie dit nu weer opgebracht heeft, vergeet meestal de kinderen volkomen. Daarom mogen we wel zeggen dat de leraar existentieel voor een tweespalt staat: volwassene in de volle betekenis van het woord…, maar in de wereld van het kind. Zoals de boer, de visser en de jager, zo heeft ook hij een aspect van het volledig menselijk leven als zijn lot te aanvaarden. Zoals zij de beveiliging van het voedsel, waaraan wij dagelijks behoefte hebben, als hun volle levenstaak op zich genomen hebben, zo hebben onze leraren het geven van onderwijs en opvoeding op zich genomen.

Zo is dus ook de leraar, de schoolmeester – een naam die mij veel eerbiedwaardiger voorkomt dan die van de enkel voortdurend lerarende – onderworpen aan natuurlijke onnatuurlijk-heid. En dat zelfs in dubbele zin. Want hij is niet alleen degene, die tot schoolmeester is gevormd, maar hij is ook de volwassene, die in het land van de kinderen leeft, de burger van twee werelden. Maar, als het hem gelukt, enkel en alleen burger van het land van de kinderen te worden, dan lukt het hem niet, om de kinderen tot volwassenheid op te voeden. En als het hem gelukt, enkel en alleen burger van de wereld der volwassenen te blijven, dan ontmoet hij de kinderen niet en dat staat hij – vaak maar al te verschrikkelijk – in de leegte te schreeuwen. Orde houdt hij zeker, maar het is een orde, die alleen van buiten komt. Hij voedt niet op, hij geeft geen onderwijs: hij doceert. Of hij kwijt zich op de school dagelijks enkel van zijn onvermijdelijke dwangtaak, tot hij weer ‘vrij’ is…. ‘Het leraarsberoep heeft toch zulke goede vakanties.’

En ook de leraar heeft zijn deel aan de vreugde en het leed van het leven der volwassenen. Hij kan vaak niet echt van zich afschudden als hij voor zijn klas komt te staan. Soms lost hij deze moeilijkheid op door te vluchten in de routine. Maar soms moet hij zijn persoonlijk leven juist niet van zich afschudden en heeft hij het recht om het met zijn klas te delen. Maar de grote brokken blijven voor hemzelf Hij moet zich de grootste bescheidenheid en zelfdiscipline opleggen. Alweer: hoezeer moet hij ‘zichzelf’ stijl geven, d.w.z. hoeveel vorm moet hij zich wel opleggen, hoezeer geldt het ook voor hem, dat hij de ‘natuur’ tot een kunstwerk moet maken, tot het kunstwerk van zijn eigen persoon – in alle eenvoud en dus in alle ongekunsteldheid. Hoe gemakkelijk kan men dit zeggen en dit van anderen eisen…!

Uit: Scholen maken mensen, Purmerend 1967, blz. 109-110.

Dit artikel werd u aangeboden door: De Reformatorische School

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 september 2018

De Reformatorische School | 48 Pagina's

Martinus Jan Langeveld

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 september 2018

De Reformatorische School | 48 Pagina's

PDF Bekijken