Bekijk het origineel

Christus, het rijsje uit Isaï’s tronk.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Christus, het rijsje uit Isaï’s tronk.

8 minuten leestijd

Want er zal een rijsje voortkomen uit den afgehouwen tronie van Isaï; en een scheut uit zijne wrortelen zal vrucht voortbrengen. Jes. 11:1.

Nog enkele weken en wij hopen weder de komst des Heeren in ons vleesch te herdenken, die door den Apostel genaamd is de verborgenheid der godzaligheid. In de weken welke den Kersttijd koii; elings voorafgaan bepalen wij onze aandacht bij de voorzeggingen van des Heeren geboorte. Der gewoonte getrouw overdenken wij thans het woord van Jesaja 11 : 1:

„Want er zal een rijsje voortkomen uit den afgehouwen tronk van Isaï en een scheut uit zijne ivortelen zal vrucht voortbrengen".

Dit woord spreekt ons van

Christus, als het rijsje van Isaï's tronk

en bepaalt ons

I. bij Zijn bovennatuurlijke komst; II. bij Zijn diepe vernedering; III. bij Zijn vruchtdragende bediening.

Ja bovennatuurlijk is de komst van Christus, uit den afgehouwen tronk van Isaï; Zijn diepe vernedering ligt aangewezen in de benamingen: rijsje en scheut; terwijl Jesaja duidelijk van Zijn vruchtdragende bediening spreekt: Hij zal vrucht voortbrengen.

Ten eerste dan spreken wij van de

bovenno^tuurlijke komst van Christus.

Hij is voorzegd te komen uit den afgehouwen tronk van Isaï.

Jesaja heeft in het tiende kapittel het kwaad voorzegd, dat de Assyriër over Juda brengen zoude. Hij voorzag, wat in de dagen van Hiskia gekomen is. Toen heeft de Heere den Assyriër bevel gegeven tegen het volk Zijner verbolgenheid, opdat hij een roof roove, en plundere een plundering, en stelle het ter vertreding, gelijk het slijk der straten. Zoo zou Assyrië de roede van des Heeren toorn zijn, om het van Hem afhoereerend volk te tuchtigen. In zijn verwaten trots waande Sanherib zich echter sterk om des Heeren volk te verdelgen en het zich geheel te onderwerpen gelijk hij zoo menig Koninkrijk reeds gedaan had. Overmoedig door de bezetting van geheel Juda, snoefde Rabsaké. voor de poorten van Jeruzalem, dat zelfs Israels God niet verlossen kon. O, bange tijd voor 's Heeren volk. Het scheen met Davids huis afgedaan. De godvruchtige Hiskia ging met gescheurde kleederen, in zak en asch voor het aangezicht des Heeren. Doch toen nam de Heere het op voor Zijn bedrukte volk. Hij sloeg door een engel in en nacht honderd vijf en tachtig duizend Assyriërs. Hun macht was gebroken. Zijn Israël bevrijd. Van die bevrijding nu heeft Jesaja geprofeteerd in het laatst van kapittel 10: „Doch zie, de Heere Heere der heirscharen zal met geweld de takken afkappen, en die hoog van gestalte zijn, zullen nedergehouwen worden, en de verhevenen zullen vernederd worden (Dat "zijn de Assyriërs). En Hij zal met ijver de verwarde struiken des wouds ombouwen en de Libanon zal vallen door den Heerlijke". Dat is de profetie van de bloedige nederlaag van Sanherib. Hefinocht schijnen, dat het voor Davids huis was afgesneden, 't tegendeel zal openbaar worden: „Want (zoo gaat de profeet dan voort in onzen tekst) er zal een rijsje voortkomen uit den afgehouwen tronk van Isaï". Dat woord ziet dus op de verheffing van Davids huis; op de overwinning die God het heeft bereid. Maar in die bevrijding van Sanherib ziet Jesaja door den Geest der profetie de verlossing van Christus. Zijn oog wordt er voor geopend, dat Davids huis niet kan worden afgesneden, want dat Christus zijn zal uit de lendenen Davids, zooveel het vleesch aangaat. Hij zal Icomen als een rijsje uit den afgehouwen tronk. Het zal door het menschelijk onmogelijke heengaan; maar niettemin het zal geschieden.

Eens was Isaï een machtige boom; de boom die in Davids Koningschap tot geweldige heerlijkheid kwam. Maar die boom wordt afgehouwen en met de aarde gelijk gemaakt. Een tronk, meer niet, blijft in de aarde staan. Diepere vernedering dan in Babels overheersching zal er komen. De Romeinsche wereldmacht zal ook Juda zich onderwerpen en Davids troon doen bezetten door 'n Edomiet, een eeuwigen vijand van Israël. Van Davids huis is niets meer te bespeuren. Zijn hcorlijkhaid is vergaan. Zijn heerschappij ten einde. En toch dat huis van Isaï is niet uitgeroeid. Er is een tronk van over. Wel is het verval zoo groot, dat niet alleen de bladerenkroon is weggenomen, maar zelfs de fiere stam is omgehouwen, en de profeet dan ook niet meer spreekt van David, doch teruggaat op Isaï, Davids vader; teruggaat tot de dagen, toen David de schapen nog hoedde en van zijn koningschap nog geen spoor te zien was. Hoezeer echter ook vervallen en van een geweldigen boom tot een tronk verlaagd, de wortelen staan nog in de aarde; een tronk is er over. In het hooge Noorden des lands leven nog een Jozef en Maria, beiden uit het geslacht Davids. Verre zijn zij van Jeruzalem, waar David zijn troon had; vreemd is beiden alle Koninklijke heerlijkheid; zij zijn arm en veracht. Maar deze tronk zal een rijsje en een scheut voortbrengen. Hoe onmogelijk het ook geacht moge worden naar menschelijke berekening, de Heere zal het doen. Het zal een bovennatuurlijk werk zijn. Ja, bovennatuurlijk, want: „Zie, een maagd zal zwanger worden en een zoon baren en gij zult zijn naam Immanuël heeten". De tronk van Isaï zal door de kracht des Heiligen Geestes den eeuwigen Koning Sions voortbrengen. Hij is God, boven al te prijzen in der eeuwigheid. Hij blijft. Die Hij is: God uit God; Licht uit Licht; waarachtig God uit waarachtig God. Maar Hij wordt Davids Zoon. Hij neemt onze menschelijke natuur aan. Nog enkele weken en wederom hopen wij in den geest te staan bij de kribbe te Bethlehem, waar de profetie van de bovennatuurlijke komst van Christus in vervulling is gegaan, en de Zone Gods geworden is uit een vrouw; geworden onder de wet. Niet door den wil des mans, maar door den Heiligen (ïeest heeft deze afgehouwen tronk van Isaï een scheut voortgebracht, zoodat de geboren Davidszoon is het ware vleesch en bloed van Maria; gedragen onder haar harte; voldragen tot hare dagen vervuld werden. Want Hij moest een spruit en een scheut uit den wortel Isaï zijn; Hij moest zijn waarachtig mensch met ziel en lichaam en behooren tot ons menschelijk geslacht Anders had Hij niet kunnen lijden en sterven, noch ook Zich plaatsen onder den last der zonde van het geslacht Adams. Bovennatuurlijk is de geboorte van Christus. De scheut uit de wortelen van Isaï is het wonder Gods, gewrocht tot de zaligheid van Gods uitverkorenen, die in Adam verdoemelijk lagen voor Hem. Dat bovennatuurlijke wonder heeft de engelen bewogen tot den hemelschen lofzang in Bethlehems velden, en het heeft de herders, wien het verkondigd is, met hemelsche blijdschap vervuld en hen doen wederkeeren verheerlijkende en prijzende God over alles, wpt zij "-ehoord en gezien hadden, gelijk tot hen gesproken vfas. En door alle eeuwen heen, zal dit wonder aller wonderen, God geopenbaard in het vleesch, Gods uitverkoren volk verheugen en den mond openen om Hem lof en aanbidding te geven. Die kwam in ons vleesch en bloed. In het wonder in de kribbe is de volvoering van het welbehagen des Vaders; daarom heeft Zich Gods eengeboren Zoon gegeven, het is gewrocht van den Heiligen Geest. God Drieëenig heeft den afgehouwen tronlt een spruit doen voortbrengen. O, dat wij in waarheid Kerstmis mochten houden; dat het Kerstwonder ons geopenbaard werd.

Van nature zien wij van dit wonder niets. De wereld viert Kerstfeest, zonder Christus. Kerstboomen en Kerstlicht en Kerstgeschenk nemen de plaats van Davids Heere in. Zoo kan zelfs in de herberg Kerstfeest gevierd worden. Waarlijk voor zulk een feest is de kerk niet noodig. Maar Gods volk is beter bereid. God wü aan Zijn ellendig en arm volk den geboren Sions Koning openbaren, aan Wien al wat aan Hem is gansch begeerlijk is. Hij draagt de Banier boven tienduizend. Voor al hun zonden is hier betaling; voor al hun ongerechtigheden is deze Spruit de Fontein. In Hem heeft God de Vader een welbehagen in de menschen. Eeuwige zaligheid is in Hem voor Adams zonen en dochteren. En dat bovennatuurlijk wonder is verheer-' lijkt, toen naar den mensch gesproken, het met Davids huis was afgedaan. O, zoo was en is het steeds met de wonderen Gods tot de zaligheid der Zijnen. God heeft Zijn volk gehouwen uit den rotssteen van den ouden Abraham en gegraven uit de bornput van een verstorven Sara. Uit het onmogelijke is Abrahams zaad voortgebracht. In Egypte is het graf aireede gegraven voor Jacobs zaad. De wreede tiranny van Farao moordt alle knechtskens der Hebreeën uit. Maar God behoudt het verloren volk door het bloed van 't Lam. Babels heerschappij stelt Jeruzalem tot puinhoopen, maar de getrouwe Jehovah opent de poorten des doods. En toen geheel de wereld riep: het is afgedaan met Davids huis; toen een Edomiet op Davids troon zat, toen heeft God een scheut verwekt uit den afgehouwen tronk van Isaï.

Verloren; ja eeuwig verloren is het met ons allen in Adam, maar hier is verlossing voor verlorenen. Dit is de troost voor Gods arme volk. Het leert zich verloren kennen voor God. De overtuiging van de zonde, de onkreukbare eisch van Gods rechtvaardigheid leggen de ziel in de banden des doods. O, er is geen uitkomst. Te laat! zoo wordt van alle zijden geroepen; uw

tijd is voorbij gegaan. En bekennen moeten deze zielen het, dat God eeuwig recht is, zoo Hij ze zou verdoemen. Maar o, wonder van genade, zie als het te laat is voor ons; als alles afgesneden schijnt, is er hulpe besteld bij een Held, Die verlossen kan. O komt en aanschouwt den Zone Davids uit den afgehouwen tronk van Isaï. In Hem is gerechtigheid en sterkte. Hij redt van den dood. Het worde bij ons gansch verloren; eeuwig te laat; afgesneden, opdat het bovennatuurlijk wonder van de komst van Christus in ons worde verheerlijkt. Een rijsje is voortgekomen uit den afgehouwen tronk van Isaï.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 november 1936

De Saambinder | 4 Pagina's

Christus, het rijsje uit Isaï’s tronk.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 november 1936

De Saambinder | 4 Pagina's

PDF Bekijken