Bekijk het origineel

Toelichting op de Nederlandse Geloofsbelijdenis III

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Toelichting op de Nederlandse Geloofsbelijdenis III

Van het geschreven Woord Gods

6 minuten leestijd

Wij belijden, dat dit Woord Gods niet is gezonden noch voortgebracht door mensehjke wil, maar de heilige mannen Gods hebben gesproken, gedreven zijnde door de Heilige Geest, gelijk de apostel Petrus zegt. De Heilige Schrift is het tweede middel, waardoor God Zich heeft geopenbaard en wel op meer heldere en volkomener wijze. Zoveel als ons nodig is te weten wat tot Zijn eer dient en wat nuttig is tot de zaligheid der Zijnen. Geen boek is er, dat in de geschiedenis der eeuwen van groter betekenis is geweest, maar ook geen boek is er dat meer miskend, geloochend, bestreden is geworden. Op welke wijzen en met welke middelen men het ook van de aarde trachtte te doen verdwijnen, toch heeft God Zijn Woord doen bewaren en zal Hij het doen bewaren. En waar de Heere Zijn Woord nog laat verbreiden zal Hij door Zijn Geest in de harten van zondaren de ware kennis der Waarheid doen zegevieren.

In dit artikel 3 van onze belijdenis wordt de goddelijke oorsprong der Heilige Schrift aangewezen. Dit artikel spreekt er van dat het Woord Gods niet is gezonden noch voortgebracht door de wil des mensen, maar dat de heilige mannen Gods gedreven zijn geworden door de Heilige Geest om te spreken en hun woorden ter schrift te stellen of ter schrift te doen laten stellen. Want de profetie is voortijds niet voortgebracht door de wil eens mensen, maar de heilige mensen Gods, van de Heilige Geest gedreven zijnde, hebben ze gesproken (2 Petr. 1 : 21). Ja, al de Schrift is van God ingegeven (2 Tim. 3 : 16) en daarom ook feilloos. Het Woord Gods wordt de Bijbel genoemd en dit woord bijbel komt van een Grieks woord biblos, dat de naam is van de bast of merg van de papyrusplant, alsmede het daaruit vervaardigde papier en dus geschrift of boek betekent. Daarom is de Bijbel het Boek der boeken., n.l. de Heilige Schrift. De belijdenis maakt in dit artikel reeds dadelijk onderscheid tussen het Woord Gods, zoals het door de heilige mensen Gods, door de Heilige Geest gedreven zijnde gesproken is en het daarna op schrift gestelde Woord Gods, want zo luidt het artikel verder: „Daarna heeft God door een bijzondere zorg, die Hij voor ons en onze zaligheid draagt. Zijne knechten, de profeten en apostelen geboden. Zijn geopenbaarde Woord bij geschrift te stellen; en Hij Zelf heeft met Zijn vinger de twee tafelen der Wet geschreven. Hierom noemen wij zulke schriften: heilige en goddelijke Schriften."

De Heere heeft eerst door aanspraken en gezichten, ook door middel en dienst van mensen. Zijn Woord aan de vaderen bekend gemaakt. Maar daarna heeft God Zijn Woord doen laten beschrijven, van letter tot letter. Zo hebben wij dus te onderscheiden van elkaar de gegeven openbaringen, die tot schrijven niet hebben geïnspireerd, als wel die werkingen Gods, waarbij de schrijvers door de gans bovennatuurlijke werking van de Hei­lige Geest de openbaring Gods feilloos beschreven hebben. Deze laatste werking noemen wij de inspiratie der Heilige Schrift. De inspiratie is ook te onderscheiden van de wedergeboorte en waarachtige bekering der uitverkorenen. Door deze goddelijke inspiratie is de Bijbel geen gewoon boek, maar van goddelijke oorsprong. Daarom is zij ook bron en fundament van alle wijsheid. Alle wereldwijsheid kan voor de vierschaar der Heilige Schrift niet bestaan. Het Boek der Boeken getuigt van Christus, want de rol des boeks is met Zijn Naam vervuld. Voor dit Boek der Boeken behoort alles het hoofd te buigen. Het is voor de geneesheer het boek dat aanwijst de oorsprong van alle leven, dat de dood niet kan overwonnen worden, maar dat God in Christus de grote Medicijnmeester is, van wie alle zegen over ziekte en gezondheid moet worden afgesmeekt. Voor dit Boek der Boeken hebben ook de rechters der aarde te bukken, opdat er geen recht gesproken zal worden dat strijdt met Gods Woord. Vorsten en overheden en alle wetgevende organen moeten vragen naar Gods wet, die in de Heilige Schrift is gegeven. Ursinus, een der beide opstellers van onze Heidelbergse Catechismus, zegt o.a.: de Bijbel is beschreven door mensen, die rechtstreeks door God onderwezen, gezonden en zo bestuurd zijn, dat zij niets spreken noch schrijven konden dan wat de Heilige Geest hun voorzei. Zij werden onmiddellijk door God zo geïnspireerd en zo door de Heilige Geest bestuurd, dat zij in woorden noch in geschriften iets ook maar aan de kerk hebben medegedeeld, wat hun niet door de Geest gedicteerd was. De Bijbel is niet ergens door een engel uit de hemel op aarde gebracht, gelijk Mohammed van zijn Koran beweert. Neen, het Woord is beschreven door mensen. We hebben echter bij die  beschrijving van dat Woord te maken met een goddelijke en een menselijke factor. Zij die dat Woord beschreven hebben, zijn geen louter mechanische organen geweest, geen automaten of typmachines, die geen kennis droegen van wat ze schreven (mechanische inspiratie). Zij waren geen onbewuste werktuigen in des Heeren hand. Integendeel, zij hebben zelf geleefd, in hetgeen God hen openbaarde. Hoewel wij vasthouden dat Gods Woord van letter tot letter is geïnspireerd, heeft iedere schrijver toch geschreven elk naar eigen aanleg, karakter en stijl, die ieder persoonlijk kenmerkte. God de Heilige Geest bewoog de wil tot schrijven, deed in het bewustzijn gedachten en woorden opkomen en behoedde hen bij het schrijven tegen elke dwaling (organische inspiratie). Vergelijk eens met elkaar de verheven stijl van Jesaja, die van koninklijke bloede was met de taal van een Amos, die een koeienherder was geweest. Hoe spreekt het vurige, beproefde geloof van Petrus in al zijn brieven, maar hoe oprecht ook het tere geloofsleven van Johannes, de apostel der liefde.

In het algemeen was men tot in de dagen der Reformatie het eens over de inspiratie zelf van Gods Woord; zowel Protestants als Rooms, al was er verschil over de omvang der Bijbelboeken en over de goddelijke overlevering. Enkele malen moest tegenover bepaalde sekten, die de inspiratie tot bepaalde boeken wilden beperken, uitgesproken worden, dat God de auteur van de ganse Schrift was. Zo waren het de Doperse richtingen die de dode letter verwierpen en met de Geest en het inwendige Woord dweepten. Tegen de Libertijnen of de vrijgeesten, die ook spraken dat het geschreven Woord slechts symbolische betekenis had, trok men het harnas aan. Hiertegen hebben de Reformatoren scherp positie gekozen. Zo schrijft Guido de Brés in zijn werk „De Wortel, de Oorspronck ende het Fundament der Wederdoperen" o.a.: Wie is soo slecht, die niet en weet, dat de letteren met inct geschreven oft gedruct door eenichs menschen hantwerck ende door de luydende stemme des monts, niet in zijn het Woort Gods, soovele het schrijven ende het drucken aengaet: Om welcker oorsaken wille wij segghen vrijelijck en houden staende, dat sulx het waerachtighe Gods Woort is, het welcke in der H. Bijbelschen Schrift begrepen is en uytgedruckt staet" enz.

Lisse

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 maart 1950

De Saambinder | 4 Pagina's

Toelichting op de Nederlandse Geloofsbelijdenis III

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 maart 1950

De Saambinder | 4 Pagina's

PDF Bekijken