Bekijk het origineel

De Plaats de vrouw in de kerk

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

De Plaats de vrouw in de kerk

4 minuten leestijd

In ons vorig artikel stonden we stil bij het getuigenis van de apostel in 1 Cor. 11 : 3: „Doch ik wil, dat gij weet, dat Christus het Hoofd is eens iegelijken mans en de man het hoofd der vrouw en God het Hoofd van Christus". We zagen toen, dat de apostel hier niet spreekt over de huwelijksverhouding, waarin de man het hoofd van zijn vrouw is, maar dat het hier gaat over het terrein van de herschepping, de verhouding in de gemeente. Ook in de gemeente is dus de man het hoofd van de vrouw, niet maar van zijn eigen vrouw, maar van de vrouw in het algemeen. De apostel vervolgt dan ia het 4e en 5e vers: „Een iegehjke man, die bidt of profeteert, hebbende iets op het hoofd, die onteert zijn eigen hoofd; maar een iegeHjke vrouw, die bidt of profeteert met ongedekten hoofde, onteert haar eigen hoofd, want het is een en hetzelfde, alsof haar het haar afgesneden ware".

Het gaat hier dus over bidden en profeteren. Zoals uit het verband heel duidelijk blijkt, wordt hier gehandeld over het bidden en profeteren in het openbaar.

Als hier over profeteren gesproken wordt dan houdt dat in het door de Geest van God openbaring geven in bepaalde zaken, die om een oplossing vroegen.

Dit profeteren in de. Nieuw-Testamentische kerk is er geweest zolang het Nieuwe Testament nog niet afgesloten en de kerk dus Gods Woord nog niet volkomen had tot lering en onderwijzing. In die tijd behaagde het de Heere om door bijzondere openbaringen door middel van de gave der profetie Zijn wil te kennen te geven in bepaalde omstandigheden. Het gaat hier dus over het openbare bidden en profeteren door mannen en vrouwen.

Nu hebben we echter de vraag te stellen: spreekt Paulus hier dan over het bidden en profeteren in samenkomsten der gemeente?

Als dit namelijk het geval is, dan zou de vrouw dus toch in het openbaar in de gemeente mogen optreden. Dat dit onmogelijk zo kan zijn, bhjkt heel duideUjk uit 1 Cor. 14 : 34, dus uit dezelfde brief, waar Paulus met zoveel woorden zegt dat de vrouw in de godsdienstoefeningen zal zwijgen. De apostel doelt hier echter op samenkomsten, die enigszins te vergelijken zouden zijn met huiselijke godsdienstoefeningen, dus niet ambtelijk. En dan wordt gezegd, dat wanneer een man met gedekt hoofd bidt of profeteert, hij zijn hoofd te schande maakt maar wanneer een vrouw met ongedekt hoofd bidt of profeteert, zij haar hoofd onteert.

Bij de Joden was het de gewoonte, dat de man bij de godsdienstoefeningen zijn hoofd gedekt had, terwijl de vrouw, die in het dagelijks leven gesluierd was, in de Synagoge haar sluier aflegde. Dit is dus juist het omgekeerde van wat de apostel hier beveelt.

Bij de heidenen evenwel bad de man met ongedekt hoofd, terwijl ook de vrouw haar sluier aflegde. Zo zou men de gedachte kimnen hebben, dat Paulus zich, wat het ongedekt bidden door de man betreft, bij de heidenen aansluit. Dit is echter geenszins het geval.

Maar Paulus wil het onderscheid doen uitkomen tussen man en vrouw. Het dragen van een hoofddeksel is een teken van onderworpenheid. Daarom moet de man dat hoofddeksel niet dragen, maar de vrouw daarentegen wel, als teken van haar onderworpenheid aan de man. Wanneer de vrouw haar hoofd ontbloot, spreekt ze daarmede uit, dat ze de gelijke van de man wil wezen en dat zij niet langer haar onderworpenheid erkent. Paulus bestrijdt hier dus krachtig de emancipatie van de vrouw, zoals wij die ook in onze tijd sterk waarnemen. De apostel vervolgt: als de vrouw ongedekt bidt of profeteert is het één en hetzelfde alsof haar het haar afgesneden ware. In Corinthe droegen ergerlijk levende vrouwen korte haren omdat zij in alles de man gelijk wilden wezen. Dus als de vrouw zónder hoofddeksel in de vergadering der gemeente komt, stelt zij zich geHjk met de ergerhjk levende vrouwen en ontkent zij haar onderworpenheid aan de man.

Ook uit deze verzen blijkt dus wel heel duidelijk, dat Gods Woord ons niet in het onzekere laat hoe de plaats van de vrouw is in Gods kerk en dat het dus geheel tegen Gods Woord indruist als de vronw hier de gelijke van de man wil zijn.

Tevens ligt hier een les in opgesloten, die ook in onze tijd wel eens ter harte mocht genomen worden. Immers ook in zich gereformeerd noemende kerkgenootschappen dringt het al meer en meer door, dat de vrouw blootshoofds naar Gods huis komt.

Hiermee verloochent de vrouw echter haar onderworpenheid aan de man en wat nog veel meer is, zij handelt geheel in strijd met het eeuwig blijvend, onveranderlijk Woord van God.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 september 1954

De Saambinder | 4 Pagina's

De Plaats de vrouw in de kerk

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 september 1954

De Saambinder | 4 Pagina's

PDF Bekijken