Bekijk het origineel

Een eenzijdig volbracht werk I

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Een eenzijdig volbracht werk I

Jezus zeide tot hen: Mijn spijze is, dat Ik doe de wil Desgenen, Die Mij gezonden heeft, en Zijn werk volbrenge. Johannes 4 : 34

7 minuten leestijd

De wegen van Gods genade zijn onnaspeurlijk. Dit blijkt ons ook in het zielzaligend onderwijs, dat de Heere Jezus gaf aan de Samaritaanse vrouw. Ze kwam om water te putten uit de Jakobsbron, en keerde terug naar Sichar, haar ledige vat achterlatende, maar vervuld met het levende water en getuigende van de Zaligmaker van jood en heiden. Het was alles eenzijdig, niets van die vrouw was er bij. Wat zal het een wonder en een blijdsdbap voor die vrouw geweest zijn, die het er in haar leven voor God zo slecht had afgebracht.

De discipelen keerden terug uit de stad, waar ze eten hadden gekocht. En nu spijze was gereedgemaakt, zeiden ze tot hun 'Meester: „Rabbi, eet!" En hierop antwoordde Jezus: „Ik heb een spijze, die gij niet weet". Wat mocht dat zijn? Had iemand Hem soms te eten gegeven? Hij - was immers vermoeid aan de Jakobsbron gekomen, en had nu een ander reeds de tafel toegericht? En hierop volgde de heerlijke uitspraak, waarin wij de Heere Jezus in Zijn middelaarswerk leren kennen: „Mijn spijze is, dat Ik doe de wil Desgenen, Die Mij gezonden heeft, en Zijn werk volbrenge".

De begeerte des Heeren strekte zich uit naar het doen van Gods wil en het volbrengen van Zijn werk. We moeten bij de wil Gods denken aan het eeuwig voornemen Gods, Die alle dingen werkt naar de raad van Zijn wil. Hoe menigmaal getuigt de apostel Paulus van het eeuwig voornemen Gods, hetwelk Hij had in Zichzelf van vóór'de grondlegging der wereld. Er is een wil, een raad des Heeren, en een plan om in de volheid des tijds alle dingen te openbaren en te verklaren. Met het oog op die wil des Heeren, op dat besluit, getuigde de Zoon in het bittere lijden in de hof van Gethsémané, toen de zee zo hoog stond en geweldig door de stormen Gods t^eroerd werd: „Vader, niet Mijn wil, maar Uw vwl geschiede". Zo betuigt ook de apostel Paulus in de zendbrief aan Timotheüs, sprekende van de weg des Heeren met en voor de mensen: „Welke vdl, dat alle (allerlei) mensen zalig worden en tot kennis der waarheid komen". En met het oog op die wil des Heeren getuigt ook Christus in Joh.6 over het Brood des levens: „Want Ik ben uit de hemel nedergedaald om te doen de wil Desgenen, Die Mij gezonden heeft. En dit is de wil des Vaders, Die Mij gezonden heeft, dat al wat Hij Mij gegeven heeft. Ik daaruit niet verlieze, maar hetzelve opwekke ten uitersten dage".

Er is een wil Gods. Zo is het de wil van Gods eeuwig en genadig besluit om mensen zalig te maken en te trekken uit deze tegenwoordige wereld. Niet alleen Joden, maar ook heidenen. Ook de Samaritaanse vrouw en ook nog heden uit Sichar, opdat Simeons profetie zou vervuld worden: „Een licht tot verlichting der heidenen, en tot heerlijkheid van Uw volk Israël".

Egypte zal met Morenland Tot God verheffen hart en hand, De God van onze vaad'ren.

Toen het voor Jezus heel bang werd in het volbrengen van de wil Zijns Vaders, het schier was om onder de last te bezwijken, en d(e beker zo bitter was en de oven zo heet gestookt werd — en dat voor Hem, Die zonder zonde was, maar tot zonde werd gemaakt — heeft Hij uitgeroepen „Niet Mijn wil, maar Uw wil geschiede". Ja, want het is de spijze van Jezus, de zielsbegeerte en het enige verlangen, om te doen de wil Desgenen, Die Hem gezonden heeft, en om Zijn werk te volbrengen. Ja, om Zijn werk te volbrengen. Ook hiernaar strekt de begeerte van Christus zich uit. Hij is bezig in het werk Zijns Vaders. 'Is Hij niet de Gezondene des Vaders, de gehoorzame, de lijdende Knecht des Heeren? Later, in de ure der verantwoording zullen we uit Zijn mond vernemen: „ik heb U verheerlijkt op de aarde; Ik heb voleindigd het werk, dat Gij Mij gegeven hebt om te doen".

Wat moet hier onder het volbrengen worden verstaan? Er is een wil Gods, dat mensen zullen zalig worden, verlost van de zonde.en hersteld de gemeenschap Gods, die verbroken ligt in de bondsbreuk van Adam; opdat de gedachten des vredes tot werkelijkheid zullen worden gebracht.

Maar hoe is het toch mogelijk, dat met behoud van Gods deugden en eer een doemschuldig Adamskind tot de zaligheid komt? Hoe is het toch mogelijk, dat ongehoorzamen en schuldigen weer voor zonen en dochteren en voor rechtvaardigen worden gehouden? Hoe is het mogelijk om doemwaardigen en doodschuldigen te verlossen van doem en dood en een recht ten eeuwigen leven te geven? Dit kan alleen door gehoorzaamheid te bewijzen, door voldoening aan het geschonden en eisende recht des Heeren, door lijdelijke en dadelijke gehoorzaamheid, om alzo door het doen van dit groot werk hen, die zulks niet kunnen volbrengen, ten leven te brengen. Wat is dit dan wel voor een werk?

Het is niet alleen het uitroepen van het aangename jaar van het welbehagen des Heeren, en dat het jubeljaar voor de armen is aangebroken. Neen, er is zo maar zonder meer'geen jubeljaar te wachten. De rechtvaardigmaking des zondaars ligt zo maar niet gereed. Neen, er moet eerst wat worden gedaan. De emmers des geloofs kan alleen dan met water worden gevuld, indien er een fontein tegen de zonde en tegen de onreinheid geopend is voor de inwoners van Jeruzalem. De rust is alleen te vinden in het volbrachte werk. En het is deze getrouwe ZaHgmaker, Die' als de Gezondene des Vaders Zijn sterke begeerte uitspreekt om dit werk te doen: „Mijn spijze is te volbrengen het werk des Heeren". Dat is niet alleen goeddoende het land door te gaan en allen, die kwalijk gesteld zijn, te genezen. Niet alleen duivelen uit te werpen en doden levend te maken, maar het volbrengen van een veel groter en heerlijker werk. Het wegnemen van de oorzaak van alle jammer en ellende, van alle nood en dood, van alle zonden en tranen. Het voldoen aan de eis en het recht der wet door één gehoorzaamheid, en alzo door deze weg de zahgheid om niet, de behoudenis uit genade mogelijk te maken. Zullen wij uit genade zalig worden, dan moet er eerst wat worden gedaan, er moet eerst worden volbracht en betaald. De Middelaar des Verbonds heeft door hjdelijke en dadelijke gehoorzaamheid de fontein geopend, waaruit de dorstigen mogen putten en het water des levens ontvangen om niet.

Wat moeten vwj verstaan onder lijdelijke gehoorzaam­ heid? Dit, dat Christus de gevolgen der zonde zou dragen. Dat Hij tot zonde zou worden gemaakt, hoewel Hij geen zonde gekend had, noch gedaan. Dat Hij gehoorzaam zou worden tot de dood, ja tot de dood des kruises, en alzo met Zijn lijden, als het enige zoenoffer, de Zijnen naar hchaam en ziel van de eeuwige verdoemenis zou verlossen, en Gods genade, gerechtigheid en het eeuwige leven zou verwerven en wedergeven. Want Hij is om onze overti^edingen verwond, om onze ongerechtigheden verbrijzeld; de straf, die ons de vrede brengt, was op Hem, en door Zijn striemen is ons genezing geworden. En het is met het oog op dit lijden, dit dragen van de straf, dit ondergaan van de toom Gods, dit drinken van de beker des Kjdens en des doods, hoe vreselijk en schier ondragelijk ook, dat Christus Zijn begeerte uitdrukt in het woord van onze tekst: „Mijn spijze is, dat ïk Zijn werk volbrenge". Maar hiermede is toch nog niet alles gezegd.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 januari 1957

De Saambinder | 4 Pagina's

Een eenzijdig volbracht werk I

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 januari 1957

De Saambinder | 4 Pagina's

PDF Bekijken