Bekijk het origineel

De brief van Judas 13

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De brief van Judas 13

5 minuten leestijd

En^ hoe is het gegaan met de inwoners van Sodom en Gomorra, Adama en Zeboün? Die daar woonden waren zó goddeloos en waren tot zon laag pijl gezonken, dat er ons door vertoond wordt, de ijseHjlke diepte van de val in Adam. Was de mens eens 'n pronkjuweel van Gods scheppende band, hij is gezonken ver beneden het redeloze dier.

In bovengenoemde steden bereikte de zonde een lioogtepunt. Hoo'gmoed, zatheid vaai brood, stiMe geinostheid, ongebondenheid, oimatuurHjke lusten deden hen \'ei-zinken in verderf en ondergang. Het had zo anders gekun'd. Deze steden lagen in een uitermate vruchtbare landstred< , de inwoners waren niet lang tevoren na een gevankelijke wegvoering wonderHjk verlost door middel van Abraham; er woonde in hun middten een rechtvaardige Lot, en Abraibam pleitte voor hun ibehoud, Gods laniknïoedi^eid had lanige tijd bun onreine, walgelijke zonden verdragen, zelfs werden engelen Gods tot ben gezonden, dodi alles tevergeefs, zodat God, hen tot as verbrandende, met omkering veroordeeld heeft en tot een voorbeeld gezet degenen, die goddelooslijk zouden leven, dragende de straf des eeuwigen vuurs.

Maar daarentegen heeft de Heere de rechtvaardige Lot, die vermioeid was van de ontudhtiige wandel deigrmvelijke mensen, daaruit verlost, want deze rechtvaardige man, wonende onder ben, beeft dag op dag zijn rechtvaardige ziel gekweld door het zien en horen van hun ongerechtige werken ( 2 Petras 2 : 7, 6).

Niet door middel van vijanden, doch door Gods hand zijn die omikeringen over die steden gekomen, en dat juist daarom, dat Hij ze wild© stellen tot een voorbeeld voor ben, die goddeloos willen leven. En gelijk Noaoh werd bewaard voor de verdrinJcingsdood in bet water van de zondvloed, zo werd Lot bewaard voor de vreselijke vuurdood bij die omkering. En beide, de zondvloed en de omkering van Sodom en Gomorra, Adama en Zaboim, waren afbeeldingen van het eens komende eindgeridlit. En gelijk Noach en Lot beiden genade vonden in de ogen des Heeren, .toen ds geriditen Gods met veibazing en ontzetting werden waargenomen, zo izuillen de goidzaligen ook bij bet eindgeriobt verschoning vinden bij de Heere bun God, want de Heere weet de godzaligen te verlossen uit de verzoeking en de onredhtvaardigen te bewaren- tot de dag des oordeels, om' gestraft te worden. .

De Heere is een wreker van de zonde en Hij kan spoedig bet vruchtbaarste land veranderen in een v/oestijn-. Niets kon het oordeel meer afwenden, van dat door en door verdorven volc, en God kon gebruik maken, van vuur zowel als van water.

De ergste zonden worden altijd het zwaarst gestraft, dus moeten 'giote zondaren voor het aangezidit des Heeren de gedudhtste iwraak Gods verwachten. Zo deed de Heere zwavel en vuur over Sodom en Gomorra regenen van de Heere uit de hemel (Genesis 19 : 24). Dus had deze brandende zwavel geen natuurlijke oorzaak, maar kwam onmiddellijk udt de hand des Heeren, Gods Zoon deed regenen van God de Vader, terwijl de inwoners dier Siteden nog sliepen. Eerst dachten zij bij het ontwaken welbdht aan een zware onweersbui, maar al spoedig bleek het, dat zich een verstikkende damp verspreidde en dat het was alsof hemel en aarde vol vuur waren. Weldra brandde alles als een fakkel, ook de .grond onder de voeten, want het vuur vond voedsel in de van pek en hars doórti-o'kken bodem van de Jordaanvlakte. Welke ontzettende tonelen zich daar ongetwijfeld hebben afgespeeld, laat zich niet beschrijven. En men zou ktumen denken: Was het - wel in overeenstemming met Gods baimhartigheid, dat veel 'kinderen, die nog geen onderscheid wisten tussen goed en kwaad, moesten o-mkomen vanwege de ongereohtiigbedd der ouders?

Daarop kan geant\yoord worden, dat het ganse mensdom in de val van Adam verdoemelijk ligt voor God, van de prilste jeugd af aan. Als God hen had laten opgroeien in zulk een gruwehjke sfeer van goddeloosheid, hoe zouden zij dan later geworden zijn? Wellidht nog erger ontaaid dan hun ouders!

Maar waren andere volken in de loop der eeuwen niet e\'"en goddeloos? Zeker, al waren zij wedlidit minder ontuchtig, waren er wel volken, die nog meer schuld op zich hebben geladen, vooral als het Woord Gods tot ben gekomen, van hen smadelijk verworpen werd, want wij lezen in Mattheüs 10 : 15; „Voorwaar zag Ik u, het zal den lanide van Sodom en Gomorra verdragelijker zijn in de dag des oordeeb dan dezelve stad". Bovendien volvoerde God Zijn vonnis aan Sodom en Gomorra niet zonder waarschuwing.

Judas wist, dat de zonde der steden Sodom en Gomorra overal bekend was, alsmede de katastrofe, die daarop gevolgd is vanwege de wraakoefenende gerechtigheid Gods. De verwoesting door vuur wilde 'hij in herinnering brengen, om te waarschuwen voor de poel, die brandt van vuur en sulfer. De zonde en de straf daarop volgende vermeldde Judas ter waarschuwing, om te vlieden van de vleseh|ke begeerlijkheden, die krijg voeren tegen de ziel (1 Petrus 2 : 11).

Judas wilde zeggen; Neemt u in acht, vo'lgt hun zonden niet na, opdat u niet dezelfde plagen overvallen. God is en blijft de heilige, irechtvaardiige God, Die Hij \\as in de reditvaardige vergelding der goddeloze men- .sen. Kunnen de goddeloze ijdelheden ook maar enigszins vengoeden de eeuwige verdoemenis, die er op volgen zal? Wee degene, die tegen God durft strijden!

Rotterdam-Z

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 april 1960

De Saambinder | 4 Pagina's

De brief van Judas 13

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 april 1960

De Saambinder | 4 Pagina's

PDF Bekijken