Bekijk het origineel

De vrijmetselarij 3

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

De vrijmetselarij 3

4 minuten leestijd

Wij zouden deze keer nog iets schrijven over de wijze, waarop de beweging der Vrijmetselaars georganiseerd is.

Wat in de kerk een plaatselijke gemeente is, dat is bij de Vrijmetselarij een loge. Dit woord is afgeleid van het woord lodge, dat bouwhut betekent.

De verschillende loges in een land vormen samen een grootloge. Aan het hoofd van iedere landelijke grootloge staat een grootmeester, die in zijn arbeid wordt bijgestaan door een kollege van tien grootofficieren.

De grootmeester en de grootofficieren vormen samen het hoofdbestuur van de landelijke grootloge.

Verder spreekt men nog van het grootoosten, dat is de vergadering van afgevaardigden der plaatselijke loges, die jaarlijks bijeenkomt en waarbij eigenlijk het oppergezag berust. In ons land hebben de vrijmetselaars meer dan 70 loges, met een totaal aantal leden van ruim 4000.

De eerste loge werd in ons land gesticht in het jaar 1743. Men heeft onder de leden van iedere plaatselijke loge drie graden. Bij de inwijding als lid der loge krijgt men de eerste graad van leerling. Later kan men dan bevorderd worden tot gezel, en later weer tot meester. Om tot een loge als lid te worden toegelaten, moet men tenminste de leeftijd van 21 jaar hebben bereikt en door een meester-vrijmetselaar worden voorgedragen als lid.

Over de vraag, of ook vrouwen mogen worden toegelaten als lid, heeft men verschil van mening. Jarenlang konden alleen mannen lid worden, maar thans zijn er reeds enkele gemengde orden, waarbij mannen en vrouwen op dezelfde voorwaarde en gelijkelijk worden toegelaten. Andere loges doen het thans wat gematigder en laten de vrouw nog niet toe als lid, maar houden wel van tijd tot tijd samenkomsten, waarbij ook de vrouw toegang heeft,

ledere loge houdt gewone bijeenkomsten, waarop onderwerpen van etische, filosofische of sociale aard worden behandeld, of waar men zich bezig houdt met de symboliek en ritualistiek van de orde. Naast deze gewone bijeenkomsten houdt men ook rituele samenkomsten, die belangrijker zijn. De kerk, die de plaatselijke loge bezit, heet bij de vrijmetselaars de tempel.

Als we zo'n tempel van de vrijmetselaars binnentreden, zien wij, dat de binnenruimte langwerpig vierkant is. Tussen twee zuilen door treedt men naar binnen, met de blik naar het oosten gericht. Daar verheft zich het altaar en daarachter de zetel van de meester. In het midden van de tempel staan drie luchters; daar tussenin staat de zogenaamde arbeidstafel met de symbolen der vrijmetselaars. Op het altaar liggen de drie grote lichten der Vrijmetselarij, namelijk de Bijbel, de winkelhaak en de passer.

De Bijbel is het symbool van het licht boven ons. Hij ligt dan ook altijd opengeslagen b het Evangelie van Johannes, waar gesproken wordt van het licht, dat in de duisternis schijnt. De Bijbel wordt niet aanvaard als Woord van God, maar drukt alleen uit, dat men gelooft in een zedelijke wereldorde.

De winkelhaak is het symbool van het licht in ons. Men drukt er door uit de begrippen van recht en plicht.

De passer is het symbool van het licht rondom ons. Hierdoor wordt uitgedrukt de broederschap en de toewijding aan het welzijn der gemeenschap.

In de tempel ligt dus wel de Bijbel opengeslagen, maar boven de Bijbel uit flonkert ons, als we de tempel binnentreden, een stralen uitzendend Alziend Oog tegen. De vrijmetselaar plaatst immers het christendom op één lijn met alle andere godsdiensten. Zij worden alle beschenen door het Alziend Oog. Daarom mogen in de plaats van de Bijbel ook gerust andere boeken gebruikt worden, als ze de gedachte van het licht maar duidelijk vertolken.

De Zweedse Orde der Vrijmetselaars maakt hier een uitzondering. Zij wil zich stellen op christelijk-godsdienstige grondslag. Alleen christenen kunnen in Zweden lid worden van een loge, en zij, die tot een andere godsdienst behoren, mogen geen Zweedse loge bezoeken. In het licht van de grondslag van de Vrijmetselarij zal het duidelijk zijn, dat dit christelijk geloof van die Zweedse vrijmetselaars dan toch wel een heel eigenaardig karakter moet dragen en het eigenlijke christelijke er v^el geheel ontbreekt.

Ieder werktuig, ieder gereedschap in de tem­pel heeft zijn zinnebeeldige betekems. De vrijmetselaar zelf draagt een symbolisch schootsvel.

De bijeenkomsten in de tempel worden geopend en gesloten „in Naam van de Opperbouwmeester van het Heelal". In ons laatste artikel over de Vrijmetselarij hopen wij D.V. enige slotbeschouwingen te geven.

Gouda

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 maart 1961

De Saambinder | 4 Pagina's

De vrijmetselarij 3

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 maart 1961

De Saambinder | 4 Pagina's

PDF Bekijken