Bekijk het origineel

De psalmberijmingen 1

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

De psalmberijmingen 1

4 minuten leestijd

De oudste psalmbundel in ons land is het „Psalter" of „Souter". Al aan het eind van de 13e eeuw was men aan een berijming der psalmen begonnen. Het „Psalter" telde 170 psalmen, doordat Psalm 119 verdeeld was in stukken. De eerste berijming van dit Psalter is van 1540. De zangwijzen waren veelal ontleend aan volksliederen. Over het doel, wat men daarmee beoogde, is niet iedereen het eens. Sommigen menen, dat het was om het volk van het zingen van onreine en ijdele liederen af te brengen. Het meest verbreid is de mening, dat men de hervormden wilde beschermen tegen de roomsen; die zouden door de wijzen, die ze hoorden, op een dwaalspoor gebracht worden. Anderen menen, dat dit absoluut onjuist is, omdat de Souter-liedekens tot 1564 door de roomse kerk zijn goedgekeurd. Luther, die als brokkenjager met zingen de kost moest verdienen, heeft zich voor de gemeentezang sterk geïnteresseerd. In een brief aan Spalatinus, de hofprediker van Frederik de Wijze, keurvorst van Saksen, schreef hij: „Ik ben voornemens de psalmen voor het volk te maken naar het voorbeeld van de profeten en de oude kerkvaders, n.l. geestelijke liederen, opdat het Woord Gods zich ook door het gezang onder de mensen verbreide". Zelf heeft hij veel gedichten gecomponeerd. Hij adviseerde het geven van zangonderwijs op de scholen. Zwingli daarentegen richtte de eredienst in zonder zang.

Calvijn ijverde sterk voor gemeentezang. Een maand nadat hij in Straatsburg predikant geworden was, werden de psalmen Davids al gezongen, die waarschijnlijk door vluchtelingen meegebracht waren uit Parijs, waar Clement Marot ze vervaardigde. Hoewel hij geen dichter was, zijn toch van Calvijn 7 psalmen verschenen. In de loop der tijden zijn er tientallen berijmingen in het Nederlands verschenen. We willen ons echter beperken tot de berijmingen van Datheen en die van 1773, omdat die voor ons het meest van belang zijn.

De psalmberijming van Datheen dateert van 1566, en werd uitgegeven in Heidelberg. Petrus Dathenus, die Karmelieter monnik was geweest, werd op 19-jarige leeftijd prediker der Hervorming. Door de roomsen fel gehaat, moest hij jaren rondzwerven o.a. in Engeland en Duitsland, tot hij tenslotte in Nederland kwam.

Als hageprediker was hij zeer geliefd en duizenden kwamen onder zijn gehoor. Zijn psalmen, die vertalingen zijn van die van Marot en Beza, werden overal gezongen. Het was de bedoeling van Datheen niet het werk van anderen te miskennen, maar om de band met de Franse gemeenten te versterken.

Op dè Synode van de Nederduitse Kerken onder het Kruis, die in 1568 te Wezel gehouden werd, is zün berijming aanbevolen. De Synode van Dordt voerde deze berijming in voor kerkelijk gebruik. In 1618-1619 werd over dit punt in het geheel niet gesproken, hoewel andere berijmingen reeds het licht gezien hadden.

Sinds 1754 was de vervanging van de Datheense psalmen door die van een ander het onderwerp van bespreking op classes en synoden. Tot handelen kwam het echter niet, en om aan de bestaande tóestand een einde te maken, werd in 1772 in de vergadering der algemene staten besloten een keus te doen uit verschillende bestaande berijmingen.

Door de gewestelijke staten werden 9 predikanten benoemd, aan welke commissie 2 leden der staten, elk met een amanuensis, werden toegevoegd. Deze commissie had tot doel de verbetering van de Nederduitse rijmpsalmen. Spel- en schrijf regels werden vastgesteld, en in de gekozen psalmen mocht de commissie desgewenst} veranderingen aanbrengen. Zie hiervoor de „Verklaring, gevoegd bij het authentiek afschrift der Psalmen", zoals dat in ieder psalmboekje is afgedrukt. In 121 zittingen werd dit werk volbracht. De commissie had toen een keus gedaan uit de berijmingen van Johannes Eusebius Voet, uit die van het genootschap Laus Deo, Salus Populo en uit die van Hendrik Ghijsen. Johannes Eusebius Voet is geneesheer in 's-Gravenhage geweest; Bilderdijk heeft van hem gezegd, dat hij hem kende als een godvruchtig man, wiens poëzie stichtelijk was. Uit zijn berljming is het grootste aantal psalmen overgenomen.

Het genootschap Laus Deo, Salus Populo had zich enkel ten doel gesteld het vervaardigen van een nieuwe bundel ter vervanging van die van Datheen. Deze berijming was al eerder in gebruik genomen bij de doopsgezinden en remonstranten. Een groot aantal psalmen van dit genootschap wordt onder ons nooit gezongen. Het werk van Ghijsen was niet origineel. Zijn bundel heeft hij samengesteld uit niet minder dan 17 andere. Soms voegde hij bij een deel van een vers het andere deel van het overeenkomstige vers van een geheel andere berijming. De commissie bracht in verschillende verzen grote wijzigingen aan, zodat van het origineel dikwijls niets over bleef.

Gouda

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 juli 1963

De Saambinder | 4 Pagina's

De psalmberijmingen 1

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 juli 1963

De Saambinder | 4 Pagina's

PDF Bekijken