Bekijk het origineel

De Pinkstergemeenten 2

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

De Pinkstergemeenten 2

5 minuten leestijd

In ons eerste artikd over de Pinkstergemeenten hebben wij een algemeen overzicht gegeven over het ontstaan en de bedodingen van deze beweging. Wij wiUen nu D.V. in de eerstvolgende artikden onze bezwaren tegen deze sekte naar voren brengen. Ik zou dan achtereenvolgens willen spreken over de Geestesgaven, over de gebedsgenezing, over hun verwerping vem de kinderdoop, over hun sterk doperse dwaling van scheiding van Woord en Geest, en over hun dwaling in de leer van de weg des heUs. Ik hoop, dat vooral zij, die onder de invloedssfeer van de Rnkstergemeenten gekomen zijn, deze artikden zullen lezen. Zij, die vanuit onze gemeenten of ook vanuit een andere kerk van gerdormeerde bdijdenis tot de Rnkstergemeenten zijn overgegaan, menen, dat zij een stap vooruit hebben gedaan en nu vanuit de gebondenheid in de vrijheid zijn gekomen. Het is mijn hartdijke wens, dat deze artikden mogen dienstbaar zijn óm hen te doen inzien, dat zij in plaats van een stap vooruit, een stap terug hebben gedaan en dat zij zich op een gevaarlijke dwaalweg bevinden. Zeker M^illen wij niet vergeten, dat een uitsluitend negatieve houding tegenover deze Pinkstergroepen nid voldoende is en dat de christdijk^ kerken zich wd terdege hebben af te vragen of er vanuit deze beweging niet een appèl op haar uitgaat.

Ook willen wij nid vergden, dat de Rnksterbeweging een bonte vedheid van groepen omvat en er ook gematigde pinkstermensen zijn, die zich willen hoeden voor excessen, en gezondere opvattingen voorstaan. Maar wij zullen toch ook tot de conclusie moeten komen, dat deze beweging als zodanig de kern van hd EVangdie aantast en haeir kracht niet zoekt in zelfverloochenende ootmoed, maar in ongeestelijke zelfbevrediging en dat zij voert tot een grenzdoze geestdijke hoogmoed.

Eerst willen wij dus iets zeggen over de Geestesgaven. Met deze Geestesgaven bedoden wij de bijzondere gaven. die gepaard gingen met de uitstorting van de Heilige Geest, namdijk de gave der tongen (glossolalie), de gave der profetie, de gave der gezondmaking en nog andere meer.

Die bijzondere Geestesgaven heten charismata. De Pinksterbeweging meent nu, dat deze charismata een blijvend geschenk aan de gemeente zijn geweest. Het is volgens haar een bewijs van de doodsheid en verstarring van de kerk, dat bij haar deze Geestesgaven niet meer gevonden worden. De Rnksterbeweging heeft echter naar zij meent, deze verloren schatten weer teruggevonden en zij meent de Geestesgaven weer ten volle te bezitten. De vraag, waar wij dus voor komen te staan, is of de bijzondere Geestesgaven, de charismata, inderdaad een blijvend geschenk aan de gemeente zijn geweest, of dat zij alleen waren bedoeld als een tijddijk geschenk, alleen voor het begin, toen de kerk nog in hd beginstadium stond.

Om hd antwoord op deze vraag te vinden, moeten wij ons een ogenblik bezinnen op de hoofdstukken 1 Corinthe 12-14. In de gemeente van Corinthe bezaten sommige gelovigen de gave van de tongentaai, de glossolalie. (Glossa is het Griekse woord voor tong en lalein is het Griekse werkwoord voor spreken) Deze glossoledie is een spreken in vreemde klanken, door de direkte inwerking van de Heilige Geest, buiten het verstand om. Nu valt het ons al dadelijk op, dat in Corinthe het spreken in tongen niet het ded is van allen. Het zijn maar enkde gelovigen, die deze gave bezitten. Wij zien hier dus, dat ook in deze begin^tijd van de kerk de tongentaai een uitzonderlijk gegeven is en niet gewoon voor iedere gelovige.

Er zijn Pinkstergroepen, die leren dat ieder gdovige de tongentaai moet kennen, want dit is pas een bewijs van het gedoopt zijn met de Heilige Geest. Zij worden door

de werkelijkheid in de gemeente van Corinthe hier echter al gelijk gelogenstraft. Er heerste nu in de gemeente van Corintiie onrust en verwarring over de glossolalie. Degenen, die die gave niet bezitten, zijn namelijk bevreesd, dat zij tot misbruik, zelfs tot vloeken zou kunnen leiden (1 Cor. 12 : 3). Men heeft er Paulus over geschreven en vragen over gesteld, en nu gaat Paulus in de hoofdstukken 12-14 van de eerste Corinthébrief een antwoord geven. Paulus schrijft dan, dat de tongentaai, wat de nuttigheid betïeft, achteraan staat bij aUe andere gaven vergeleken. Zij heeft slechts nut voor de spreker in tongen zelf. Immers de anderen kunnen hem niet verstaan. Daarom zegt Pavilus dat men niet in tongen moet gaan spreken, tóizij er een uitlegger is, die het voor de anderen kan vertalen. Ook dit wordt in deze Pinkstergroepen verwaarloosd. Paulus zegt verder: Het verstand van de spreker of bidder in tongen blijft onvruchtbaar (1 Cor. 14 : 14). En daarom slaat Paulus deze tongentaai niet hoog aan, omdat het verstand onvruchtbaar er bij blijft, immers het gaat buiten het verstand om (1 Cor. 14 : 15-20). En nu wijst Paulus deze tongentaai niet af (1 Cor. 14 : 39) omdat verschillende pas bekeerde heidenen in dit stadium van de heilsgeschiedenis dit nog nodig hadden tot versterking in het geloof, masir hij waarschuwt in deze hoofdstukken toch dringend tegen overschatting, en vermaant tot matiging. Men streefde in Corinthe te veel nasir het buitengewone dat voorbij zou gaan, en verloor het gewone en blijvende uit het oog. Want, schrijft Paulus, het hoogste en bhjvende is geloof, hoop en üefde. Wat de Pinkstergroepen als het hoogste ideaal nastreven, ziet de apostel als iets van lagere orde, als iets nietblijvends.

Gouda

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 december 1965

De Saambinder | 4 Pagina's

De Pinkstergemeenten 2

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 december 1965

De Saambinder | 4 Pagina's

PDF Bekijken