Bekijk het origineel

KRANKHEID TOT HEERLIJKHEID GODS (2)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

KRANKHEID TOT HEERLIJKHEID GODS (2)

9 minuten leestijd

„Zijn zusters dan zonden tot Hem, zeggende: Heere, zie, dien Gij liefhebt is krank. En Jezus, dat horende, zeide: Deze krankheid is niet tot den dood, maar ter heerlijkheid Gods, opdat de Zoon Gods door dezelve verheerlijkt worde." Joh. 11 : 3-4.

De verpleging van de zusters aan hun broeder bewezen, is goed geweest. Er waren natuurlijke en geestelijke banden. En ik denk dat ze menig zalig uurtje aan zijn ziekbed hebben doorgebracht, want aan het ziekbed horen we soms dingen die we in gezonde dagen niet horen als de Heere het in Zijn hand neemt. Ze hebben Lazarus verteld dat er een boodschap naar de Heere Jezus is gezonden. O, als Hij het maar weet. Hier hebben we weer een stukje praktijk uit het leven van Gods kinderen. Het was deze zusters niet onbekend waar de Heere Jezus was, al vertoefde Hij dan ook zelfs in het overjordaanse. Wat een groot voorrecht dat ze wisten waar Hij was, anders hadden ze geen boodschap naar de Heere Jezus kunnen zenden.

Wat ligt hi^in begrepen.? Wel dit, dat ze met hun gedachten en overleggingen de Heere Jezus van stap tot stap volgden. Wat is het grote genade de voetstappen van die enige Middelaar te mogen drukken, om Hem te mogen volgen in onze overdenkingen, in onze meditaties. David zegt daarvan: „Mijn overdenkingen van Hem, die zijn zoet, word ik wakker zo ben ik nog bij U". Een onschatbaar voorrecht is het zulk een toevlucht te mogen kennen. Wat naamloos arm is het als we die toevlucht missen. De Heere mocht het u te verstaan geven wat een voorrecht het is zulk een toevlucht te leren kennen waar wij met al onze noden, met al onze zorgen, met alles wat drukt en kwelt, heen kunnen gaan. Asaf zegt: Ik ben gewoon. Is het ook onze gewoonte? Asaf zegt: 'k Ben gewoon in bange dagen mijn benauwdheid U te klagen.

De Heere Jezus heeft de boodschap ontvangen. En Jezus dit horende, zeide: Deze krankheid is niet ter dood, maar tot verheerlijking Gods, opdat de Zoon Gods daardoor verheerlijkt worde. Dit waren woorden van zeer diepe betekenis. De Heere antwoordt soms Zijn volk zo, dat ze nog meer redenen hebben Hem te vragen, want Hij is de eeuwige wijsheid. Dit antwoord is zo onverklaarbaar en heeft de zusters werk gegeven aan de troon van Gods genade. Hoe dikwijls geldt het toch voor Gods kinderen; wat Ik nu doe, weet gij niet, maar gij zult het na deze verstaan. En dan lezen wij, toen Hij de boodschap ontvangen had, bleef Hij nog twee dagen waar Hij was. En nu is Lazarus gestorven. Ja, God doet wonderen aan de doden. De Heere Jezus had vier dagen nodig om vanuit het overjordaanse naar Bethanië te gaan, dat is samen zes dagen. Hierin is stof ter overdenking. Dat verbergen, dat terughouden van de Heere, juist als wij Zijn 'hulp zo onmisbaar nodig hebben. Dit te moeten inleven waarvan Jes. 54 getuigt, dat er ogenblikken zijn in Zijn toorn, want Gods kerk kan het maar niet bezien dat de Heere van onze zijde altijd komt door onmogelijke en afgesneden wegen. Krankheid tot heerlijkheid Gods, waarin de Heere trouw zorgt voor Zijn eer.

In de eerste plaats is het een beproeving geweest voor de discipelen. De Heere zegt: We gaan wederom terug naar Judea. De discipelen zeggen: Meester dat moet Ge niet doen, want zij hebben U onlangs nog zoeken te stenigen. Ach, de discipelen, ze wilden als beschermers optreden voor de Heere Jezus doch als de Heere hen niet beschermd had, was er niets van hen terechtgekomen. Weet u waar de discipelen bang voor waren? Ze waren bang voor hun eigen leven. En daar hebt ge nu de mens, zelfs na ontvangen genade. Waren er dan geen banden gevallen tussen Lazarus en de discipelen? Zeker, eeuwigheidsbanden, die nooit meer verbroken zouden worden. Hielden zij dan niet van hem. Zeer zeker, maar op dit ogenblik hielden ze meer van zichzelf. Dit kwam daardoor omdat zij vreesden en die vreest heeft pijn en is niet volmaakt in de liefde. De Heere Jezus zegt: Lazarus onze vriend slaapt. Eigenlijk staat er: hij is ingeslapen. Dat kan zowel zien op de natuurlijke slaap als op de slaap des doods, maar de discipelen zagen het ten opzichte van de natuurlijke slaap. Doch Jezus had gesproken van zijn dood, maar zij meenden dat Hij sprak van de rust des slaaps.

O, die meningen van ons. Paulus zegt: ik meende waarlijk Gode een dienst te doen in het vervolgen van de slachtschapen van Christus. Ook de Joden hadden hun meningen; zij meenden Abrams zaad te zijn. Ook Gods kind is niet vrij van meningen. Van Maria en Jozef lezen wij, dat ze meenden dat de Heere Jezus in het gezelschap op de weg was en Maria Magdalena meende dat Hij de hovenier was. Hier lezen wij: ze meenden dat Hij sprak van de rust des slaaps. en als Lazarus slaapt, dan zal hij weer wel opstaan, dan behoeven wij niet naar Judea te gaan. Maar nu gaat de Heere Jezus die sluier wegnemen, en Hij zegt vrijuit: Lazarus onze vriend is gestorven. Wat een beschamende les is dit voor de jongeren. En als wij lessen mogen leren op de school van Christus, worden wij onze dwaasheid gewaar. Doch wat een eeuwig wonder, God gaat met Zijn werk door. Maar er kwam er ook een van de discipelen naar voren; ik dacht zo dat zal Petrus wel geweest zijn, die was altijd nogal één van de eersten; maar neen, het was Thomas. Hij zegt: Laten wij maar met Hem gaan, en met Hem sterven. Zou dit mogelijk geweest zijn? De Heere Jezus moest toch nog voor hem sterven en opstaan, voordat hij tot het getuigenis gebracht zou worden: Mijn Heere en mijn God. Ja, het had gekund, in de liefde, afgezien van de bewustheid der zaken, hoewel Gods kind daar naar staan zal, maar in de liefde kan Gods kind sterven. We hebben ze wel meegemaakt in onze bediening, die door al hun leven de dienstbaarheid en vreze des doods onderworpen waren, maar dat de Heere bij het naderen van de dood volkomen uitkomst gaf, dat Hij de eeuwigheidsgordijnen wegnam en dat ze gezongen hebben:

Ontsluit, ontsluit voor mijne schreden.
De poorten der gerechtigheid.
Door deze zal ik binnentreden
En loven 's Heeren majesteit.

Het was ook een beproeving voor Martha en Maria. De bode is teruggekomen en heeft een boodschap van de Heere Jezus meegekregen, maar wat was er gebeurd? Lazarus was al gestorven en begraven, ze hadden hem reeds bijgezet in de graf spelonk. En nu de boodschap: Deze^ ziekte is niet ter dood maar tot heerlijkheid Gods. Hebben ze het wel goed verstaan, heeft de bode het wel goed overgebracht? Wat een vurige pijlen zal de satan afgeschoten hebben in het hart van Martha en Maria? Wat zal het gestormd hebben in hun harten: Daar uw golven, daar uw baren, mijn benauwde ziel vervaren. Misschien zijn er wel van de lezers tot wie de Heere gesproken heeft in de weg der belofte, gelijk hier bij Martha en Maria. Weet ge waaraan ge het kunt weten dat God in de weg der belofte tot u gesproken heeft, in welke betrekking van zaken ook? Wel de beloften die brengen werk mee, die brengen strijd mee aan de troon van Gods genade.

Dan wordt het een hopen tegen hopen, en toch bij de uitkomst zullen we het straks wel beluisteren: Zou Ik het zeggen en niet doen, spreken en niet bestendig maken ? En dan lezen wij: Martha dan als zij hoorde (dus de Heere Jezus, Hij is op weg naar Bethanië, ja dicht bij Bethanië). Martha dan, als zij hoorde dat Jezus kwam, ging Hem tegemoet, doch Maria bleef in huis zitten. Zo zeide Martha tot Jezus: Heere waart Gij hier geweest, zo ware mijn broeder niet gestorven. Hoe moeten wij dat nu eigenlijk verklaren? Als het niet meer geweest was, dan dat ze hier zegt: indien Gij hier geweest was, zo ware mijn broeder niet gestorven, dan zouden wij dat noemen, ongeloof en onwetendheid, maar zij zegt er nog wat bij, en daar kwam haar geloof in openbaar: Maar nu weet ik, dat alles wat Gij van God begeert, God het U geven zal. Hierop zei Jezus tot haar: Uw broeder zal weder opstaan. Martha zeide tot Hem: Ik weet dat hij opstaan zal in de opstanding ten laatste dage. Maar Martha heeft de woorden van de Heere Jezus verkeerd begrepen. Dit is ook een euvel van de kerk des Heeren dat wij de handelingen Gods niet kunnen begrijpen die Hij met ons komt te houden. Martha zeide tot Hem: Ik weet dat hij opstaan zal in de opstanding ten laatste dage. Jezus zeide tot haar: Ik ben de opstanding en het leven, die in Mij gelooft zal leven, al ware hij ook gestorven; gelooft gij dat? Zij zeide: Ja Heere, ik heb geloofd dat Gij zijt de Christus, de Zoon Gods, die in de wereld komen zou. Martha, vlees en bloed heeft u dat niet geopenbaard, maar Mijn Vader die in de hemelen is.

Dan wordt Maria geroepen en ze viel aan de voeten van de Heere Jezus. Dit plaatsje had ze menigmaal mogen innemen en wat zegt Maria dan? Hetzelfde wat Martha zei: Indien Gij hier geweest waart, zo ware mijn broeder niet gestonken. Maar de Heere Jezus zegt: Ik ben blijde om uwentwil dat Ik daar niet geweest ben. En de zusters zeggen: indien Gij hier geweest ware zo was onze broeder niet gestorven. En nu was Maria hoewel zij veel aan de voeten van de Heere Jezus gezeten had, geen stap verder dan Martha, neen, ik zou eigenlijk willen zeggen, Martha was Maria voor, want Martha zegt (en dat horen wij niet van Maria): Maar nu weet ik dat alles wat Gij van God begeren zult, God U dat geeft. We zien hierin, dat, als de Heere met Zijn kerk nieuwe wegen van beproevingen ingaat, deze met de ontvangen genade niet staande kunnen blijven. Dan gebeurt het wel dat de eersten de laatsten worden en de laatsten de eersten. Daarna wandelen ze samen naar de grafspelonk en dan lezen wij: Jezus ontroerde Zichzelven. Ja, dat kon Hij doen omdat Hij God was. Hij kon Zijn hartstochten beheersen, maar ze ook opwekken.

(Wordt vervolgd)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 augustus 1972

De Saambinder | 4 Pagina's

KRANKHEID TOT HEERLIJKHEID GODS (2)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 augustus 1972

De Saambinder | 4 Pagina's

PDF Bekijken