Bekijk het origineel

Rondom het gehoorzame kind (10)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Rondom het gehoorzame kind (10)

5 minuten leestijd

In Deuteronomium 32 vers 7 lezen we: „vraag uw vader, die zal het u bekend maken, uw ouden, en zij zullen het u zeggen". Het verband van deze tekst voert ons terug naar het afscheid van Mozes. Mozes moest sterven. Hij zou spoedig verzameld worden tot zijn volken. Hij riep het volk samen en zij hoorden toen Mozes' laatste woorden. Die worden wel genoemd een „goddelijk lied". Ik meen dat ook wij nog wel eens naar dat lied zouden mogen luisteren. Juist nu, in deze tijd! Het klinkt velen al ouderwets in de oren. Aan vader vragen, luisteren naar de ouden .. . Wie doet het nog? Raad vragen aan je vader.'' Met je moeilijkheden naar je ouders gaan? Toch kunnen we niet anders zeggen dan dat dit een profijtelijke gang'is. Waarom. Omdat ze is naar het Woord van God. We denken in dit verband nu ook aan de school. We denken nu ook aan die „ouderwetse juffrouws en meesters". Kent u ze nog? Een overbodige vraag misschien ? We gaan toch immers met onze tijd mee en dan is er geen plaats meer voor die ouderwetse onderwijzer (es).

Alles, veranderd, ook op de school. En toch zijn ze er nog. Die ouderwetse juffrouws en meesters die gehoorzaamheid vragen, meer niet? Ja zeker, ze vragen niet alleen, maar ze eisen die ook. Ze kunnen niet anders, ze mogen niet anders. Ook zij moeten eenmaal verantwoording afleggen van hun gedrag ten opzichte van de opvoeding van onze kinderen. Die opvoeding is niet alleen gericht op het tegenwoordige, maar ook en vooral op de toekomende, op de eeuwige bestemming. De wereld gaat immers voorbij met al haar begeerlijkheden. Maar die de wil van God doet, die blijft. En wat is Gods wil! Eenvoudig: gehoorzamen. En bij dat gehoorzamen behoort opvoeding, tucht en straf.

We willen in dit verband ook even Spreuken 29 laten horen. In vers 15 lezen we: „De roede en de bestraffing geeft wijsheid; maar een kind, dat aan zichzelf gelaten is, beschaamt zijn moeder". U hoort het: roede en bestraffing, ze kunnen niet gemist worden. En laten we ons kind aan zichzelf over, het zal zijn tot beschaming. Vers 17 spreekt niet minder duidelijke taal: „Tuchtig uw zoon en hij zal u gerustheid aandoen, en hij zal uwer ziele vermakelijkheden geven". Is dit geen profijtelijke weg? Waren we toch meer werkzaam met dit Woord van God. Wat zoeken we het bij de mensen, wat verwachten we het van anderen. De school, de catechisatie, de kerkgang... allemaal goede middelen, maar wij — ouders — blijven de verantwoordelijke opvoeders. Op de school, op de catechisatie, in de kerk.. . daar moeten we merken dat de opvoeding in het gezin beslag heeft gelegd.

Vragen aan vader. Daar wil ik nog even op terugkomen. Daaromtrent las ik een treffend voorbeeld, voor onze jongens en meisjes nog van kracht. Dit voorbeeld stond in een kostelijk boekje, getiteld : „Ter nagedachtenis van den Weleerwaarden Heer David Janse, in leven predikant bij de Gereformeerde Gemeente te Middelburg, alwaar hij den 24sten mei 1902 zalig in Zijn Heere en Heiland is ontslapen". Wijlen Ds. L. Boone, onder de ouderen wel bekend, schreef er een voorrede in. Deze ontslapen leraar beschrijft dan ook de gang van zijn komen tot het huwelijk. Eerstens zijn werkzaamheden hiermee in de weg van het gebed, maar ook ten tweede in de weg van betamelijke gehoorzaamheid en erkenning van zijn ouders. Het zou te veel plaatsruimte vergen om alles weer te geven, maar hoe nuttig zou het zijn voor onze jonge mensen om ook in dit opzicht door zulke „ouden" onderwezen te worden. We willen hierbij wel enkele regels citeren: „Na twee jaren in dien weg met veel samensprekingen over des Heeren leidingen en ervaringen verkeerd te hebben, uitziende of de weg tot het huwelijk mocht geopend worden, verzocht ik zulks volgens mijn verplichting, waar dat behoorde, volgens Goddelijke autoriteit of gezag en afhankelijk als kind". Leest u het nog maar eens.

Hij was zich bewust van zijn verplichting, dat vader en moeder door God naet autoriteit waren bekleed, maar ook gevoelde hij zich afhankelijk. Dat is de rechte kindergestalte. Bij het lezen viel mij nog wat op. Wijlen Ds. Janse ging als „kind" niet overhaast te werk. Hij ontmoette zijn vrouw op een zondagavond voor de avondgodsdienst. Even de vraag: Waar ontmoeten onze jongens en meisjes elkaar? Maar terzake. Ik lees verder: „waar de band met één oogopslag zeer innig viel en dat zowel in de zielsbanden als in die van des Heeren instelling". Om jaloers op te worden: u merkt - het dat er een dubbele band viel. Dat zijn huwelijken die niet eindigen. De aardse band wordt hier verbroken, de zielsbanden verduren de eeuwigheid. Zo spreekt men dan ook wel eens van huwelijken „die in de hemel gesloten worden". Zouden we daar onze opgroeiende jongens en meisjes niet op wijzen. In de weg van gehoorzaamheid ligt immers zegen te verwachten voor tijd en eeuwigheid beide.

We lezen verder: „Zo verliepen acht of negen maanden, eer het verkeer een aanvang kreeg, door middel van een . brief aan haar geschreven, waarin ik mijn toestand meldde van jongs af, en ik gaf de zaak aan haar over tot de ernstige en biddende overweging voor de Heere". Zulke werkzaamheden wens ik uw en mijn kinderen toe in de weg van verkering en huwelijk. Wat een voorrecht als een kind echt afhankelijk en gehoorzaam mag blijven, zolang de ouders leven.

Dordrecht

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 januari 1974

De Saambinder | 4 Pagina's

Rondom het gehoorzame kind (10)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 januari 1974

De Saambinder | 4 Pagina's

PDF Bekijken