Bekijk het origineel

PASEN

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

PASEN

Hij is hier niet, want Hij is opgestaan, gelijk Hij gezegd heeft." Matth. 28 : 6a.

7 minuten leestijd

Wederom mag de kerk des Heeren gedenken dat Jezus van Nazareth opgestaan is uit de doden. Hij Die aan het kruishout heeft gehangen als een veroordeelde en uitgebannene, is op de Paasmorgen overwinnaar geworden over dood en graf. Het offer der verzoening was volbracht en nu is ook de dood overwonnen: Welke God opgewekt heeft, de smarten des doods ontbonden hebbende, alzo het niet mogelijk was, dat Hij van deze dood zou gehouden worden (Hand. 2 : 24).. Onder het recht des Vaders moest Christus de dood in, maar nu de geëiste betaling volbracht is, heeft de Vader Hem opgewekt.

Christus Zelf heeft voor Zijn sterven gesproken: Ik heb macht Mijn leven af te leggen en heb macht om dit leven leven weder op te nemen. Op Zijn bevel moesten de poorten van de dood zich openen om Hem uit te laten. Hij is opgestaan. De opstanding van Christus uit de doden is nu het bewijs, dat de dood niet meer over Hem heerst. Christus is sterker dan de dood. Door Zijn opstanding heeft Hij teniet gedaan die het geweld des doods had. Daarom kan de kerk Gods nu uitroepen: Hij is waarlijk opgestaan. De Gekruisigde is gestorven en begraven, maar ook opgestaan en is nu de Levensvorst, de Koning over graf en dood.

Binnen in het graf in de hof van Jozef van Arimathea heeft deze opstanding plaatsgevonden. Wat binnen in het graf geschied is is door geen mensenoog gezien. Buiten het graf waren er wel de tekenen van Zijn opstanding waar te nemen. Er geschiedde een grote aardbeving, en een engel daalde uit de hemel neer om de steen van de grafdeur af te wentelen. Bij het sterven van Christus beefde de aarde en scheurden de steenrotsen. Maar nu de aarde het lichaam van Christus terug moet geven, is er wederom een grote aardbeving. Een beving van ontroering ging door de aarde heen, nu in Christus de vloek veranderd is in een zegen, nu de smarten des doods ontbonden zijn. Nu kan de prediking doorgaan: . Er zal eenmaal zijn een nieuwe hemel en een nieuwe aarde waarop gerechtigheid woont. De engel des Heeren, de hemelse gezant, heeft de steen van het graf gewenteld. Aardse zegels en keizerlijke decreten hebben geen betekenis, hebben geen macht om de uitgang van de grote Levensvorst tegen te houden. God de Heere vernietigt de raad der goddelozen.

De afgewentelde steen wordt nu een preekstoel voor de engel om de vrouwen te verkondigen: Vreest gijlieden niet, want ik weet dat gij zoekt Jezus, Die gekruisigd is. Hij is hier niet, want Hij is opgewekt, gelijk Hij gezegd heeft: Komt herwaarts, ziet de plaats, waar de Heere gelegen heeft.

Wie hebben er dan op de Paasmorgen te vrezen? Niet de zwakke vrouwen, maar wel de sterke wachters. De wachters werden als doden en zeer verschrikt bij het gezicht van de engel, wiens gedaante was gelijk een bliksem en zijn kleding wit gelijk sneeuw. Machteloos, verstijfd stonden ze. Verstijfd van schrik en machteloos zelfs om te vluchten. Ja, wat is de mens in alle eigen kracht en sterkte tegenover hemelse heerlijkheid en majesteit. De mens die een toren van Babel wil bouwen die reikt tot aan de hemel. Maar Hij, Die in de hemel woont lacht. Hoe klein en nietig is de mens, en hoe dwaas zijn al zijn menselijke plannen en berekeningen als de opgestane Levensvorst Zijn macht en majesteit openbaart. Geen haat van farizeeën en geen macht van de mens wint het ooit van Jezus Christus, de Paaskoning, Die levend is tot in aller eeuwen eeuwigheid.

De sterke wachters hebben te vrezen, maar niet de zwakke vrouwen. Zwakke vrouwen die echter Jezus niet konden missen. Treurende en bedroefde vrouwen, maar ook wat domme vrouwen die gekomen waren om het lichaam van Christus te balsemen. Toch vrouwen die het om Jezus te doen was en die door de genade van Christus geleerd hadden dat zij verdorven zondaressen waren, maar waar in de harten ook een liefde voor

Jezus geboren was, Hij Die hun hoop was geworden in al hun zielsverdriet. Zij die nu een droefheid in het hart hadden nu zij Jezus hun Hoop en Zaligmaker meenden kwijt te zijn.

Op de Paasmorgen was er stof tot blijdschap om te zingen: Jezus leeft, Hij is opgestaan van de doden. Maar de vrouwen misten deze blijdschap. Christus Zelf moest Zich openbaren en bekendmaken als de levende Verlosser en Zaligmaker. Ook moesten de vrouwen verlost en gezuiverd worden van de aardse betrekking tot Jezus van Nazareth, om te leren leven door geloof. De steen van het graf was wel afgewenteld, maar de steen van duisternis, die nog lag op het geloofsoog van de vrouwen moest nu afgewenteld worden. De vrouwen waren nog zo blind voor de opstanding van Christus uit de doden.

Om de ware vreugde van Pasen te kennen en te beleven moest Christus Zelf de geestelijke toepassing geven, moest Hij Zichzelf als de Levende Verlosser aan hen openbaren. Daarvoor begon Christus hen de blijde mare van Zijn opstanding te verkondigen door de boodschap van de engel: Hij is hier niet, want Hij is opgestaan, gelijk Hij gezegd heeft. Bij elke droefheid en smart om Jezus, om het missen van Hem waar hun ziel naar uitging, komt nu de paasboodschap van de vertroosting: Christus leeft. Neen, de rokende vlaswiek zal door Christus niet uitgedoofd worden, het gekrookte riet zal Hij niet verbreken. Nooddruftigen en ellendigen, hongerenden en dorstenden naar de gerechtigheid zullen in een levende Heere en Heiland een eeuwige vertroosting ontvangen en een volle bron van zaligheid.

Zo is de plaats van Pasen een plaats van goddelijke wonderen. Een gestorven Zaligmaker wordt levend, en een begravene verrijst uit graf en dood. Een veroordeelde is nu een vrijgesprokene. Sterke mannen worden als doden, bij zwakke en bedroefde vrouwen wordt de hoop verlevendigd en de krachten vernieuwd, de duisternis van de ongelovige gestalte wordt veranderd in de blijdschap en vreugde des geloofs.

Zo blijft het altijd weer. Ongeloof is nooit goed te praten, valt nooit te prijzen. En geloof blijft een geschonken genade Gods. Ook de gedurige bediening van een levende Zaligmaker blijft noodzakelijk en wordt steeds weer een wonder, maar geeft dan ook ware verwondering en aanbidding. Ook de vrouwen werden eraan herinnerd dat zij beter hadden kunnen weten: Gelijk Hij gezegd heeft. Zo blijven de ongelovige gestalten die zoveel smart en ellende meebrengen in de harten van Gods kinderen ook eigen schuld. Ongeloof, moedeloosheid en wantrouwen aan Gods Woord en belofte draagt de goedkeuring van Christus niet, maar Hij is wel de Trooster in nood. Die Zijn licht doet opgaan in de duisternis.

Pasen. De Paaskoning komt uit het graf des doods om te zijn een levende Heere over graf en dood. De Levensvorst Die gezegd heeft: Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde. Met de adem van Zijn mond zal Hij de hooghartigen en goddelozen verslaan, maar de nederigen geeft Hij genade. De vijanden van Zijn rijk zal Hij verpletteren, maar een ellendig en een. arm volk zal Hij leiden naar eeuwige wateren des heils. En wanneer Hij Zich zo openbaart in de harten als Eén, Die dood en graf heeft overwonnen, zal er ook gezongen worden:

Komt, heft verheugt de lofzang aan.
De rouw moet nu verdwijnen.
De Heere is waarlijk opgestaan.
De Zon blijft eeuwig schijnen.

's-Gravenhage

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 april 1974

De Saambinder | 4 Pagina's

PASEN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 april 1974

De Saambinder | 4 Pagina's

PDF Bekijken