Bekijk het origineel

ONDERWIJS: VERLEDEN EN HEDEN (3)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

ONDERWIJS: VERLEDEN EN HEDEN (3)

4 minuten leestijd

Op de Openbare school van vroeger kon het heus stichtelijk toegaan. Dat zagen we in ons vorig artikel. Aangename herinneringen aan de degelijkheid van hun meester worden nog door vele oudjes bewaard. Die schoolmeesters handelden dan geheel in overeenstemming met artikel 6 van de Algemene Schoolorde. Menig oudje is nog wel jaloers op het leven van hun vroegere meester van de openbare school.

Toch kunnen we niet jaloers zijn op de openbare school van thans. Als we het bovenstaande memoreren is het niet de bedoeling om een lans te breken voor de openbare school. Uiteraard niet. In geen enkel opzicht zelfs. We mogen wel jaloers zijn op de godsvrucht van meesters die er toentertijd gevonden werd, ondanks het feit dat de Bijbel van de school geweerd was.

Hoeveel te meer moesten wij nu dankbaar zijn voor onze christelijke scholen met de Bijbel. Het is ons aller plicht onze kinderen daarheen te zenden. Ik weet heus wel, dat alle christelijke scholen niet naar onze wens zijn. Dat neemt echter niet weg, dat onze kinderen er meer en beter thuis horen dan op een openbare school. Als we te klagen hebben over het christelijk onderwijs, dan kunnen velen wel beginnen in eigen gezin. Waar is de godsvrucht te vinden?

Waar is ons gebed voor de school? Hoe staat het met het meeleven met de noden van de school? Dragen we die ook op in ons openbaar gebed. Als we het vorenstaande nalaten, welke vruchten willen we dan verwachten? Gods Woord is er en het wordt de kinderen verteld. Dit kan de Heere zegenen.

Van de openbare school uit onze dagen las ik, dat het een oase is voor die mensen, welke hun kinderen niet naar een bestaande bijzondere school willen zenden. Laat het dan voor ons een oase zijn om ze er wel heen te zenden, Toch zijn er ook nu nog openbare scholen, waar het gebed èn de Bijbel in ere komen. Soms wordt dit gebruikt als „reclame" tot afbreuk van de christelijke school. Onze bijzondere scholen dienen dan ook de wacht te betrekken voor de zuiverheid van de gezonde leer naar Gods Woord.

Want u gevoelt wel met mij, dat alleen een gebedje en een stukje bijbelse geschiedenis de school niet christelijk maakt. Dat aapt de open­bare school desnoods nog wel na. Het gaat om de geest van het gehele onderwijs.

De openbare school uit de dagen van de Republiek droeg alras een gematigd Rooms karakter. In Brabant bijvoorbeeld was tweederde van het onderwijzerscorps Rooms. De schoolopzieners daar waren uitsluitend rooms-kathoüek. In andere landsdelen waren vele hervormde predikanten schoolopzieners.

Kort na 1806 heerste er dan ook tevredenheid bij de bevolking over de wijze waarop het onderwijs werd geregeld. De wet. van 1806 bleef na het herstel van onze onafhankelijkheid in 1813, bijna ongewijzigd van kracht. Het Koninklijk Besluit van 20 maart 1814 continueer­ de de wet van Van den Ende. Eerst omstreeks 1840 kwam er oppositie. Geen wonder. Deze wet toch was verre van volledig. De opleiding van de onderwijzers was onvoldoende geregeld en van een kweekschool was zelfs nog geen sprake. Bekwame onderwijzers leidden jongelui op te hunnen huize tot het gewichtige schoolmeestersvak. Ook voor de verbetering van de maatschappelijke positie van de schoolmeesters was niets gedaan. Door allerhande bijbaantjes moesten ze menigmaal in hun onderhoud trachten te voorzien. Zo waren de meeste dorpsschoolmeesters tevens dorpsrentmeester, koster, schrijver voor de polder, schoonhouder van de kerk, steller van het uurwerk... Bij de boekhandel hadden ze een korting. Voorts waren velen nog ontvanger van de directe belastingen. Wel een verschil met het huidige schoolmeester-zijn. Zo waren de opleiding en de bezoldiging van het onderwijzerscorps de zwakke punten in de wet van 1806.

Afgezien van de vele onvolledigheden van de wetten van 1801, 1803 en 1806, mogen we toch niet ontkennen, dat de volksontwikkeling door deze wetten is gebaat geweest. Hoe stond het er immers op het einde van de achttiende eeuw ervoor? Door genoemde wetten nam het schoolbezoek toe en werd het analfabetisme verdrongen. Door het betere onderwijs was er voor velen een „menswaardiger" bestaan.

Over de schoolwetgeving van vroeger dagen zou nog heel wat te schrijven zijn. Toch kunnen we uit de geschiedenis van deze eerste schoolwetten veel leren. De geschiedenis immers herhaalt zich. Na 150 jaar is er heus nog niet zoveel veranderd, laat staan verbeterd. Dit willen we gaarne staven door in een slotartikel het woord te geven aan de onder ons bekende Isaac da Costa. Deze bekeerde Jood en leerling van de eveneens bekende Bilderdijk schreef juist zijn bezwaarschrift tegen de geest der eeuw. Da Costa was een gedegen bestrijder van de geest der Verlichting, die toen zo'n geweldige invloed had. In dat opzicht zijn er wel parallellen te trekken met onze droeve dagen van verval.

Dordrecht

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 januari 1976

De Saambinder | 8 Pagina's

ONDERWIJS: VERLEDEN EN HEDEN (3)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 januari 1976

De Saambinder | 8 Pagina's

PDF Bekijken