Bekijk het origineel

Leviticus

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Leviticus

6 minuten leestijd

(19)

5. Daarna zal de gezalfde priester van het bloed des vars nemen, en hij zal dat tot de deur der samenkomst brengen.

Het slachten van de var in het vorige vers en het bloed van de var in dit vers tekent ons, dat het offerdier moest sterven. In de handoplegging, als beeld van de eenwording met het offerdier, belijdt de offeraar dat hij de dood verdiend heeft door zijn zonden. De bezoldiging der zonde is de dood. De dood die het dier ondergaat ziet hij voor ogen. Hij aanvaardt door het onderwijs van Gods Geest het vonnis van de drievoudige dood, en dat hij door erfschuld en dadelijke zonde een kind des tooms is, ja tegen al de geboden van Gods wet overtreden heeft. En die in één gebod struikelt, is schuldig aan al de geboden. Hier is weer de belijdenis, dat niet de zonden noch zijn werk de zonden kan verzoenen of wegnemen, maar dat hij des Heeren wet geschonden heeft, en ook dat hij onder de wet is en deze niet kan volbrengen.

Zonder dat offer kan de zondaar de Heere niet ontmoeten. Die de schuldige, als Rechter, geenszins onschuldig zal houden. Tussen de Heere en de zondaar wordt nu het offer geslacht. Het offer staat voorop en zondaar komt achter het offer. Daarom wordt de handeling met het offerdier dan ook door de Heere tot in de kleinste bijzonderheden voorgeschreven.

Door de toepassing van de weldaad uit het offer voortvloeiend, door de Heilige Geest, in de handoplegging getekend, staat de offeraar bij het geslachte dier, dat op de grond neergestort is. Alleen in dit gedode en geslachte dier is er verzoening te vinden. Door het sterven van dit offerdier wordt de zonde verzoend, als zinnebeeld van het Lam, geslacht, dat de zonden der wereld wegneemt. Wie God recht en gerechtigheid toeschreef in het aanvaarden van zijn straf buigend onder het recht, des/ doodswaardig, werd niet gedood. Maar door de tussentreding van het offer ontving hij het leven.

En gelijk het de mensen gezet is eenmaal te sterven, en daarna het oordeel, alzo is ook Christus éénmaal geofferd zijnde, om veler zonden weg te nemen, en zal ten andere male zonder zonde gezien worden van diegenen die Hem verwachten tot zaligheid. Hebr. 9 : 27. 6. En de priester zal zijn vinger in dat bloed dopen; en van dat bloed zal hij zevenmaal sprengen voor het aangezicht des HEEREN, voor de voorhang van het heilige.

Het slachten van het dier bracht de bloedstorting en het sterven mede. Zonder bloedstorting is geen vergeving. Jezus moest sterven een geweldadige dood en is als een lam ter slachting geleid. Hij heeft Zijn ziel uitgestort in de dood Jes. 53.

Het bloed werd opgevangen in de daarvoor voorgeschreven bekkens. De handeling met het bloed was aan de gewijde priesters toebedeeld. Hij mocht er niet meehandelen naar eigen inzicht, maar naar de reinheid van het heiligdom, door God Zelf voorgeschreven.

Eerst was er de handeling met het bloed, en daarna de handeling met het geslachte dier. Dit wijst ons op de grote plaats die het bloed had in de offeranden. Met dit bloed moest nu de priester het heilige binnentreden. Hierin stonden het gouden reukaltaar, de kandelaar en de tafel der troonbroden. De priester komt nu met dat bloed, het heilige doorgaande, om te staan voor het heilige der Heiligen, het Allerheiligste. Hij mag het Heilige der Heilige, waar Jehovah woont in Zijn bijzondere tegenwoordigheid, boven het gouden verzoendeksel afgesloten door het voorhangsel, niet betreden. Dit gebeurde alleen eenmaal per jaar door de hogepriester op de Verzoendag.

Hebr. 8 : 9 wijst daarop: Waarmede de Heilige Geest dit beduidde, dat de weg des heiligdoms nog niet openbaar gemaakt was, zolang de eerste tabernakel nog stand had.

Dat wil zeggen dat in oude bedeling alles nog niet zo volmaakt bekend was gemaakt, gelijk daarna is geschied, toen Christus alle schaduwen van het Oude Testament heefl volbracht. De priester moest het bloed zevenmaal sprengen voor het Aangezicht des HEEREN, voor de voorhang van het heilige (der heiligen) Vóór, en sommigen denken dat dit niet alleen gebeurde op de vloer vlak voor het voorhangsel, maar ook óp het voorhangsel. Zevenmaal. Dat is een teken van een volmaakte handeling, het wijst naar de volkomene offerande van Christus. Hij heeft aan het kruis uitgeroepen: het is volbracht! De vloer voor het voorhangsel was rood gekleurd door het bloed. Vlak voor Jehovah Die tussen de cherubim woonde en Die het zag, maar ook hoorde uit dit bloed de roep van de zondendelging. Er werd als het ware een dorpel van bloed gemaakt, waarover de hogepriester eenmaal per jaar, na het voorhangsel geopend te hebben, het Allerheiligste binnenging. In dat verse bloed werd de weg geopend tot de tegenwoordigheid des Heeren. In en door het bloed alleen was er de volmaakte toegang tot God, omdat Hij er door bevredigd was. Telkens wanneer een zondoffer door een gezalfde priester werd gebracht gebeurde dit. Daarin werd telkens gewezen naar Hem van Wie we lezen in Hebr. 10 : 20 op een verse en levende weg, welke Hij ons ingewijd heeft door het voorhangsel, dat is door Zijn vlees.

Een toegang door een bloedende en stervende Jezus. Welk een genade is het om uit Zijn wonden allerlei vertroosting te ontvangen. De handeling met het bloed geschiedde niet door de offeraar, maar door de priester, als middelaar tussen de zondaar en God. Elk onderdeel van de ceremoniën wijst naar de Christus, die beloofd was en ook gekomen is. Zo als de priester handelde met het bloed, zo is de eeuwige priester Christus gedurig pleitend met Zijn bloed voor het Aangezicht Zijns Vaders tot verzoening van de Zijnen. Voor de Vader, die de zonden vergeeft en vrijspreekt op grond van het bloed der verzoening, volkomen aangebracht. Daar ziet de ontdekte en overtuigde zondaar naar uit om te mogen horen: Al waren uw zonden als scharlaken, zij zullen wit worden als sneeuw, al waren zij rood als karmo­

zijn, zij zullen worden als witte wol. Ontzondig mij met hysop, en mijn ziel, 5 Nu gans melaats, zal rein zijn en genezen. Was mij geheel, zo zal ik witter wezen, Dan sneeuw, die vers op 't aardrijk nederviel.

Ps.51

W.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 februari 1984

De Saambinder | 8 Pagina's

Leviticus

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 februari 1984

De Saambinder | 8 Pagina's

PDF Bekijken