Bekijk het origineel

Een levende klacht

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Een levende klacht

7 minuten leestijd

MEDITATIE

"Zo zegt de HEERE: aar is een stem gehoord in Rama, een klage, een zeer bitter geween; Rachel weent over haar kinderen; zij weigert zich te laten troosten over haar kinderen, omdat zij niet zijn." Jeremia 31 : 15.

Wij klagen wat in ons door de zonde doelloze leven. Van dat klagen kan niet gezegd worden wat van bovenstaande klacht geldt: Een levende klacht!

Klagen over een ander, over onszelf en over de HEERE. Van al deze klachten moet gezegd worden dode klachten, waarin het leven wordt gemist. Maar hier mogen wij luisteren naar een levende klacht. Hoe weten wij dat? Omdat de HEERE dit Zelf zegt. "Zo zegt de HEERE." Hij is de Alomtegenwoordige en de Waarachtige, Die getuigenis geeft aan de waarheid en de leugen ontdekt.

Waar gaat deze klacht over? De kinderloosheid van het land en het volk van het tienstammenrijk. Efraim is van kinderen beroofd, zij zijn niet meer! Zijn zij dan door de onverbiddelijke dood haar ontroofd? Neen, zij leven nog, maar zij werden weggevoerd door eigen zonde en schuld. Hoevelen zullen op die verre reis inderdaad om, het leven gekomen zijn. Maar van degenen die nog in het land van ballingschap verkeren, geldt voor de profeet Jeremia dat zij als dood zijn. Daar houdt alle verwachting op. "Omdat zij niet zijn." Het volk van het tienstammenrijk weet het in de vrucht van het loon op de zonde, waarmee zij de Almachtige tot toorn verwekt hebben door de afgoden na te wandelen. Neen, dat oordeel is niet ongewaarschuwd gekomen. De mond van de getrouwe profeten heeft het hun zo menigmaal toegeroepen dat het kwaad uit het Noorden komen zou als zij zich niet bekeerden van hun boze wegen. Het is gekomen! De HEERE heeft Zijn rechtvaardige straf doen komen. Zij zijn van kinderen beroofd.

De profeet gaat veriicht door de Heilige Geest duizenden jaren terug en voert de stammoeder van het tienstammenrijk sprekende in. Rachel weent over haar kinderen; zij weigert zich te laten troosten over haar kinderen, omdat zij niet zijn. Rachel is al lang gestorven, haar lichaam was verteerd. Maar de profeet komt door deze wenende en met barensnood vervulde vrouw voor te stellen waar deze nood over gaat.

In deze persoonsverbeelding wordt als het ware de kracht van deze levende klacht nog te meer beklemtoond. Het land is leeg en verlaten en van inwoners en kinderen beroofd. Wat een boodschap voor de trouweloze zuster Juda, die van deze les geen profijt en nut heeft getrokken, maar op haar weg van haar Godsverlating en verzaking voortgaat.

Zo stelt de HEERE ons in de praktijk de verschrikkelijke gevolgen van het rechtvaardige oordeel Gods, voor ogen in de ondergang van het volk van Israël. Straks zal voor Juda en de andere inwoners van het land dat onherroepelijke oordeel Gods komen in de wegvoering naar Babel. Maar ook de verwoesting van Jeruzalem, als zij zich niet bekeren.

Maar, zo zegt de HEERE de grote hartenkenner en nierenproever: "Daar is een stem gehoord in Rama, een klage, een zeer bitter geween." Er zullen vele stemmen gehoord zijn, van velen die gekermd en gezucht hebben onder de uitvoering van het rechtvaardige oordeel Gods. Stemmen van ouderen en kinderen, die weenden over de gevolgen van de zonden. Daar is de wereld, dit aardse jammerdal, vol van waar geen hart is zonder smart en geen huis zonder kruis. Maar de HEERE zegt: Ik heb een andere stem gehoord, onder al die stemmen! Neen, die stem heeft zich niet in het openbaar doen horen met al die stemmen die misbaar bedreven over de verschrikkelijke gevolgen van de rechtvaardige straf. Maar in het verborgene. Zij is de vrucht van de zaligmakende inwoning van de Geest der wijsheid. In het verborgene maakt Gij mij wijsheid bekend. "Wat klaagt dan een levend mens? Een ieder klage vanwege zijn zonden." (Klaagliederen 3 : 39).

Van hoevelen moet toch gezegd worden, dat zij zich van al deze dingen niets aantrekken. Zij zien de uitvoering van de rechtvaardige oordelen Gods, maar weigeren beschaamd en schaamrood te worden vanwege hun zonden.

De HEERE zegt ook waar deze stem gehoord is: in Rama. De verklaringen zijn velerlei, maar het is de plaats waar het volk de vervulling van de woorden Gods in het gekomen oordeel heeft gezien. Hier is de vrucht van de opening van de ogen der blinden, die zich met die rechtvaardige straf niet van God afkeerden, maar hun Rechter om genade smeekten! Zij worstelden als een barende vrouw in doodssmart aan de troon der genade, met de nood van hun eigen verloren leven en dat van hun nakomelingen. Zij weigeren zich te laten troosten, omdat zij niet zijn! Zij leven nog, maar liggen verloren in zonde en schuld.

Hoe bitter is toch de zonde. Zij heeft ons met onze kinderen beroofd van de zalige gemeenschap van de Drie-Enige en volzalige God. Dat is de dood! Wij gaan niet verloren, maar liggen verloren. Het is kwijt, tenzij dat de HEERE uit vrije gunst en ontferming op ons wil nederzien uit louter genade.

Daarom vervult de HEERE Zijn beloften: "Zij zullen komen met geween, en met smekingen zal Ik hen voeren" (vers 9a).

Rama betekent hoogte. Op de hoogte van de zelfVerheffmg tegen God en Zijn gezalfde brengt de Heere uit vrije goedheid in de diepte van de zelfvernedering voor Zijn aangezicht. Hoe bitter is de vrucht van al onze zonden in de doorleving van de goedheid Gods die onze dodelijke dag niet zoekt. Wij hebben ons leven verwoest en doorgebracht vanwege onze zonden, en die arme schapen liggen onder datzelfde oordeel door onze schuld.

Waar is die ware boetvaardigheid in mijn en uw leven? Hoe past het ons voor het vlekkeloze Aangezicht Gods ons te verootmoedigen. Maar wat is er in deze droevige tijden toch een klagen waarvan de HEERE niet zegt: Daar is een stem gehoord in Rama, een klage, een zeer bitter geween.

Hoeveel dode klachten worden er ook op het kerkelijke erf geklaagd. Geen klagen in het verborgene voor Gods aangezicht, maar in het

openbaar tegen elkaar in plaats van voor en met elkander. Het is geen vrucht van de genade van Hem, die gezegd heeft: zucht niet tegen elkander, broeders. Geen vrucht van de waarachtige vernedering door Hem voor Gods aangezicht, maar de vrucht van de vleselijke zelfverheffing waar onze geesteloze tijd zo vol van is.

Daar volgt ook de zaligmakende vertroosting niet op, die het Goddelijke antwoord is in het leven van die ontroostbaren. Die ware boetvaardigen worden vertroost met de zalige beloften van het Evangelie.

Wij worden door de algemene werking van de Heilige Geest genoeg overtuigd, waarom God Zijn straffen over ons laat komen. Om onze zonden! Waarom kwellen wij ons dan in onze dwaasheid met ons dode klagen om raad en middelen te zoeken die ons niet kunnen helpen?

Wij moeten van de gevolgen naar de oorzaak. Daar werkt de HEERE op aan in ons leven. Dan wordt dat ware bukken en buigen voor God geboren, dat Hem erkent in Zijn recht en hoopt op Zijn goedheid. Dan klagen wij onszelf bij de HEERE aan en buigen onder de slaande hand Gods. Dan worstelen zulke ellendigen aan de troon der genade om vergeving van de zonden en vernieuwing van ons leven. Een levende klacht; is die door mij al voor Gods aangezicht voortgebracht?

Dan is er of komt er dit Goddelijke antwoord. "Zo zegt de HEERE: bedwing u stem van geween en uw ogen van tranen; want daar is loon voor uwen arbeid, spreekt de HEERE; want zij zullen uit des vijands land wederkomen." (vers 16).

Amersfoort,

ds. J.W. Verweij.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 september 1991

De Saambinder | 12 Pagina's

Een levende klacht

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 september 1991

De Saambinder | 12 Pagina's

PDF Bekijken