Bekijk het origineel

Een biddende profeet

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Een biddende profeet

6 minuten leestijd

(4)

1 Koningen 18 : 41-46.

De Heere geeft overvloedig

De Heere geeft overvloedig Elia heeft van zijn jongen gehoord van dat wolkje als eens mans hand, opkomende uit de zee. Hij heeft daarin het teken gezien van de beloofde regen, die God zenden zal. Zijn geloof in het Woord der belofte is niet beschaamd. "En het geschiedde ondertussen, dat de hemel van wolken en wind zwart werd; en er kwam een grote regen; en Achab reed weg, en toog naar Jizreël (vers 45)." Zo gutst de regen nu neer na een periode van drieëneenhalf jaar zonder één druppel regen. En de Heere is geen karig God. Hij geeft overvloedig. Er is sprake van een grote regen. Is dat niet de ervaring van allen, die de Heere vrezen, dat Hij overvloedig geeft? Is er in alles, wat de Heere geeft geen volheid? In welke stand van het geestelijk leven ook, maar als er iets geschonken wordt van de hemel, dan is het van binnen vol. Zo vol, dat er niets meer bij kan en bij hoeft. Daarvan weten ook de kleinen in de genade. De Heere maakt het waar, wat die bekende Psalm zingt: Al wat u ontbreekt, schenk Ik, zo gij 't smeekt, mild en overvloedig. Er zijn bij Hem milde handen. Het ontbreekt Gods kinderen echter zoveel aan geloof.

Verbondszegen

De lange droogte in Israël was een prediking van Gods verbondswraak. Het volk des verbonds is door de Heere bezocht, omdat het andere mannen, de Baals, is nagevolgd. De overvloedige regen, die de Heere nu zendt is een teken van de verbondszegen. De God des verbonds ontfermt Zich weer over Zijn volk, ook al heeft dat volk alles verzondigd. Hij gedenkt aan Zijn verbond. Hij laat Zich verbidden. Hij is groot van lankmoedigheid. Hij verrijkt het dorre land met de regen van Zijn goedertierenheid. Het hart kan na ontvangen genade zo menigmaal zijn als een dor land, zonder water. Dan is er een en al geestelijke onvruchtbaarheid. Maar eeuwig wonder, dat de God des verbonds de Getrouwe is. Hij laat nooit varen het werk Zijner handen. Hij kan van Zijn verbond en daarom van Zijn volk nooit meer af Wat een wonder als Hij dan het dorre land van binnen weer verkwikt door de regen van boven, door de bediening van Zijn Geest als waterstromen op een dorstig land. Dan ervaren Gods kinderen wel, dat als het van hen afhing het eeuwig dor zou blijven. Maar de Heere is de God des verbonds. Vanuit het verbond Gods houdt Hij het leven in stand, verkwikt en versterkt Hij het. Nee, dan blijft in de mens geen roem over, maar alleen in Hem.

De Heere brengt het leven mee

Bent u altijd nog een vreemde gebleven van het werk der genade? Zou u dan niet met Elia op uw knieën terecht moeten komen? Zou u Hem dan niet smeken om de regen des Geestes? Regen betekent leven. Zonder regen is alles ten dode opgeschreven. Van nature liggen wij midden in de dood. Dan is er geen spoor van geestelijk leven te vinden. Maar waar de Heere komt met Zijn Geest, daar brengt Hij het leven mee. Hoe hard, hoe dood en dor het hart ook zijn mag, het staat hem niet in de weg. Tot Wie zouden wij dan anders heengaan met de dorheid en doodsheid van ons verloren leven, dan tot Hem?

En steeds bij vernieuwing is het de ervaring van Gods kinderen, dat de Heere het leven meebrengt in het dorre hart. Als de Heere het Woord bevestigt aan de ziel, als het zaligmakend geloofde Borg mag aanschouwen in de uitnemendheid van Zijn liefde, als de ziel mag rusten onder die Appelboom onder de bomen des wouds, als wij Zijn middelaarshart horen kloppen vol zondaarsliefde, als wij als een verlorene in onszelf op Hem leren leunen en steunen, zijïf de blijken van de hemel dan niet als waterstromen op een dorstig land? Vloeit er dan niet een stroom van leven in het dorre hart?

Opnieuw Achab en Elia

De regenstromen hebben het dorre land van Israël weer verkwikt als een heerlijke prediking van de zegen van de God des verbonds. Die van Zijn volk niet af kan, hoezeer dat volk het ook verzondigd heeft. Wij lezen dan in vers 46: "En de hand des Heeren was over Elia, en hij gordde zijn lenden, en liep voor het aangezicht van Achab henen, tot daar men te Jizreël komt". Door de hand des Heeren loopt Elia voor Achab uit. Hij erkent, ondanks alles, Achab toch als koning. Allen, die over ons gesteld zijn hebben wij te erkennen als de­ genen, die door God Zelf met gezag over ons zijn bekleed. In een tijd van gezagsondermijning hebben wij dat met alle kracht vast te houden.

Toch is er hier nog meer. Als de Heere Elia doet gaan voor koning Achab uit, dan staat het profetisch ambt niet meer tegenover het koninklijk ambt. Wij hebben EHa eerst zien staan tegenover Achab, het profetisch ambt tegenover het koninklijk ambt. Die beide ambten, die één dienen te zijn, stonden toen tegenover elkaar. Maar dat is hier veranderd. Let wel, Achab is een goddeloze vorst, maar toch is hij de drager van het koninklijke ambt. En als Elia hier voor Achab uitgaat, dan gaat het koninklijk en het profetisch ambt weer samen. Wanneer die beide ambten samenwerken dan is dat tot heil van Israël. In Christus is er tussen die beide ambten een heilige en volmaakte harmonie. In hem worden het profetisch, het priesterlijk en het koninklijk ambt volmaakt aan elkaar verbonden tot eeuwige zegen van het volk, dat Hij gekocht heeft met Zijn bloed. Door de ambtelijke bediening van Christus wordt de kerk geleid naar het eeuwige Kanaan, waar de verlosten aan de drieënige Verbondsgod eeuwig genoeg zullen hebben.

Het woord gaat voorop

Als wij Elia hier voor Achab uit zien gaan, dan moeten wij daarbij bedenken, dat Elia openbaringsorgaan is, de drager van het levende Woord Gods. Het Woord gaat hier voorop en Achab volgt. Koning Achab heeft deze weg niet gewild, maar het Woord Gods is sterker dan hij is. Als het Woord kracht doet, moet de grootste vijand vallen. Dat weet ieder, die de kracht van dat Woord heeft ervaren.

Het Woord Gods baant hier voor Achab de weg. Daarin ligt voor Achab de prediking, dat hij alleen in de weg van het Woord Gods gunst ervaren zal. Dat is nog de weg, die ons gewezen wordt voor land en volk, maar niet minder voor ons persoonlijk leven. In de weg van het Woord alleen wordt Gods gunst ervaren; ja, dan wordt dat Woord als regenstromen op het dorstige land. Dan verstaan wij, dat het Woord genoemd wordt een licht op het pad en een lamp voor de voet. Die weg wordt Achab hier gewezen, als Elia, de drager van het Woord, voor hem uitgaat. Maar helaas, Achab heeft het niet verstaan, hij is doorgegaan op zijn eigen wegen. En wij? Is ook ons de weg niet gewezen? Dan mag het ons gebed wel zijn, voor het eerst en opnieuw: Maak in Uw Woord mijn gang en treden vast! (wordt vervolgd)

Zeist,

ds. J.J. van Eckeveld.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 augustus 1994

De Saambinder | 12 Pagina's

Een biddende profeet

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 augustus 1994

De Saambinder | 12 Pagina's

PDF Bekijken