Bekijk het origineel

Eén keer maar...

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Eén keer maar...

5 minuten leestijd

jviErnTjvriE

''Want zij zeide: Indien ik maar Zijn klederen mag aanraken, ik zal gezond worden.' Markus 5 : 28.

Wat is het druk op straat. Zoveel mensen lopen achter de Heere Jezus aan, nieuwsgierig om weer wat te horen of te zien. De hele stoet trekt in de richting van het huis van Jaïrus, waar een twaalfjarig meisje doodziek ligt. De menigte verliest zelfs de nodige eerbied voor de Heere Jezus, want dan duwt die tegen Hem aan, dan raakt een ander Hem weer aan. Mensen die veel van Jezus zien, en veel van Hem horen, zelfs in Zijn nabijheid verkeren, maar toch Hem niet nodig hebben voor hun verzondigd leven; zoveel mensen die Hem niet begeren te kennen in hun verlorenheid. Maar temidden van die opdringende menigte kent en trekt Hij die ene, die bevende en vrezende vrouw, op wie niemand let. Zo werkt Hij nóg, zó gaat er nog kracht van Hem uit.

Steeds erger

Twaalf jaar al lijdt deze vrouw aan haar kwaal. Geteisterd door een ziekte die haar levenskracht doet wegvloeien. Verwezen naar die dokter en dan weer naar een ander. Alles geprobeerd, onnoemelijk veel gedokterd en betaald. In plaats van beter is het alleen maar erger geworden. Met een zwak lichaam, een lege portemonnee, zonder kracht en zonder moed loopt deze naamloze vrouw daar temidden van die mensenmassa, ten diepste ellendig en alleen. Ze is aan een eind gebracht met zichzelf en met anderen. Wonderlijk dat dit nu de weg is van de onwederstandelijke trekking van Gods genade in Christus Jezus. Want deze vrouw heeft in haar ellende gehoord van de Profeet vol va kracht, van de Ontfermer vol van genade. Het gerucht van Hem gaat door Galilea.

'Maar hoe kom ik bij Hem? ' Al die mensen, heel die opgewonden menigte. Daarbij komt nog dat ze door haar kwaal naar Leviticus 15 : 25 onrein was, eigenlijk een gebannene onder haar eigen volk. Ze probeert van achteren dichterbij de Heere te komen. Maar hoe zal ze ooit bij Hem komen, door al die mensen die in de stoet meelopen, duwen en dringen? Door de nood gedrongen worstelt ze zich door die mensenmenigte heen. Hij hoeft geen woord tegen haar te zeggen; Hij hoeft haar niet aan te zien; Hij hoeft niet stil te staan, Zich om te keren of tijd aan haar te besteden. Dat is ze niet waard. Maar één keer de zoom van Zijn kleed aanraken; het kwastje dat aan de hoek van Zijn kleed hangt, als ze dat maar één keer mag aanraken, dat is genoeg. Eén keer maar in Zijn gemeenschap, de kracht van de Allerhoogste te ervaren in haar doodsnood. Want Hij is de énige Die haar nog helpen en redden kan. Daarom kan ze het niet opgeven ondanks alle hindernissen van binnen en van buiten. Door niets en niemand laat ze zich weerhouden.

Eén met Hem

Zwijgend en ootmoedig doet ze een beroep op Hem als de overvloeiende Bron van leven en licht. Machteloos uitgedreven wordt deze zwakke vrouw door genade getrokken naar de Zaligmaker, van Wie ze nog zo weinig kennis heeft. Want zou het mogelijk zijn Hem aan te raken zonder dat Hij het merkt...? Echter dit weet ze zeker, zonder Hem is het kwijt! Maar ook 'als ik maar één keer Hem mag aanraken, dan zal ik gezond worden'. Daar gaat Jezus op weg naar het sterfhuis, in druk gesprek gewikkeld met Zijn discipelen, gehinderd door de schare. Wie let er nu op die ene ellendige, die van achteren probeert dichterbij te ko­ n men? In de tijd die achter ligt, werd ze al armer, al zwakker, al berooider en ellendiger. Eindelijk raakt ze met haar bloedloze vingers even, al bukkend, het onderste van Jezus' kleed aan. Wat is dat geweest: even bij Hem, bij Hem vol van kracht, vol van genade en waarheid. Dat heeft ze direct aan haar lichaam gevoeld, maar ook voor haar ziel. Eén met Hem Die door deze aanraking ook onrein is geworden naar de wet. Haar voornemen is om zo snel mogelijk naar huis te gaan, alleen met de weldaad en de verwondering. Dat mag echter niet.

Zo anders

Plotseling staat de Heere stil, met voor de discipelen wonderlijke vraag: 'Wie heeft Mijn klederen aangeraakt? ' Tenslotte duwt de één na de ander tegen de Heere aan. In het openbaar wordt Hij door Zijn discipelen van dwaasheid beschuldigd. Maar Zijn heilig en alziende ogen zoeken de ene temidden van de mensenmassa. Die ellendige voor wie het werkelijk was: Jezus of sterven. Deze hulpeloze, die Zijn kracht heeft mogen ervaren, zoekt Hij met Zijn ogen. Zijn ogen vol ontferming blijven zoeken, nu nog. Het gaat zo anders als zij zich voorgesteld had. Wat zal het stil geworden zijn in de menigte na Zijn vraag. Daar komt ze, bevreesd en verslagen, menende een veroordeling uit Zijn mond te horen. Maar aan Zijn voeten valt het zo mee. Hij kent haar en verwijt haar niets. Ze mag heel haar hart uitstorten: hoe ellendig ze was, hoe haar verwachting op Hem gericht was, hoe ze in haar betrouwen niet beschaamd is uitgekomen. Zijn ogen zien. Zijn oren horen haar levensgeheim. Hij laat haar niet gaan, maar roept haar terug om met de weldaden niet van hem af te gaan, maar bij de Bron, de Persoon van de Middelaar, onderwijs, goedkeuring en vrede te ervaren. Gods soevereine genadewerk mag niet verborgen blijven. Daarom roept Hij terug om al de waarheid daar te zeggen. Aan Zijn voeten alles zeggen. Uw zondekwaal is voor Hem niet te groot. Hoe hulpeloos en arm ook, aan Zijn voeten is nog plaats!

Ridderkerk,

ds. G.J. van Aalst.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 februari 1999

De Saambinder | 12 Pagina's

Eén keer maar...

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 februari 1999

De Saambinder | 12 Pagina's

PDF Bekijken