Bekijk het origineel

De troost van de verkiezing

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

De troost van de verkiezing

7 minuten leestijd

BIJBELSTUDIES

Hand. 13:44-48.

(2)

Niet waardig gekeurd Wat was het een aangrijpende boodschap, die Paulus deed horen aan de Joden van Antiochië, toen hij sprak, dat zij zichzelf "het eeuwige leven niet waardig oordeelden" (vers 46). Wat bedoelde de apostel daar toch mee? We zouden zeggen, dat het nog niet zo slecht is als een mens zichzelf het eeuwige leven niet waardig acht, als een mens zegt dat hij het niet waardig is. We zouden zeggen, dat het dan juist goed gaat, als men zichzelf als een onwaardige heeft leren ken- nen. En zo is het ook. Wat is het een gezegende plaats, waar we met de Romeinse hoofdman beleven, dat we het niet waardig zijn, dat de Heere onder ons dak zou inkomen. Immers voor zulke onwaardige zondaren valt het bij de Heere zo mee!

Was dat de bedoeling van Paulus in zijn woorden tot de Joden in Antiochië? Nee, integendeel. Toen Paulus zei, dat zij zichzelf het eeuwige leven niet waardig oordeelden, bedoelde hij daarmee, dat zij het eeuwige leven verachtten, dat het voor hen helemaal geen waarde had. Paulus velde hier dus een vernietigend vonnis. Vreselijk als dat ook van ons moet gelden: Christus heeft voor u geen waarde; de prediking heeft voor u geen waarde; het eeuwige leven heeft voor u geen waarde; u veracht het Evangelie. Dat bedoelde Paulus. Waarom is dat zo vreselijk? Wel, dan komt er een tijd, dat het Evangelie van u wordt weggenomen. Paulus sprak het tot de Joden in het 46e vers: "Het was nodig, dat eerst tot u het Woord Gods gesproken zou worden; doch nademaal gij hetzelve verstoot, en uzelven des eeuwigen levens niet waardig oordeelt, ziet, wij keren ons tot de heidenen". Met andere woorden: als u het Evangelie verwerpt, dan wordt het van u weggenomen, dan gaat het naar de heidenen. Voelt u de ingrijpende betekenis van Paulus' woorden? Pas het maar op uzelf toe. Bent u altijd nog onbekeerd? Hoort u altijd nog bij de verachters van God en Zijn Woord? Hebt u nog nooit de waarde gezien van dat eeuwige leven? Bent u te groot en te hoog voor dat armzondaars-leven? Want die betekenis ligt ook in de woorden van Paulus: zij keurden het zichzelf niet waardig, ze waren er veel te groot en te hoog voor. Is het zo ook met u? Laat u toch waarschuwen door de woorden van de apostel Paulus, want dan komt er een ogenblik, dat het Evangelie van u wordt weggenomen. Dan is naar het oordeel Gods de maat vol! De Heere is groot van geduld en lankmoedigheid, maar er is een grens. Dan is de genadetijd voorbij. Dan is er niet meer de nodiging tot Christus. Dan is het te laat. Laat u toch waarschuwen, opdat dit oordeel niet over u komt.

Een breuk

Zo kwam het dus tot een breuk met de Joodse synagoge te Antiochië. Het Evangelie ging nu tot de heidenen. Naar het oude profetenwoord van Jesaja mochten Paulus en Bamabas nu zijn tot een licht der heidenen: "Ik heb u gesteld tot een licht der heidenen, opdat gij zoudt zijn tot zaligheid, tot aan het uiterste der aarde" (vers 47). Dat licht in Christus moest schijnen tot aan het einde der aarde. En dan lezen we, dat de heidenen met blijdschap het Woord hoorden en het prezen: "Als nu de heidenen dit hoorden, verblijdden zij zich, en prezen het Woord des Heeren" (vers 48). Het "prijzen van het Woord des Heeren" is een wat ongebruikelijke uitdrukking, die vermoedelijk betekent dat de heidenen God prezen, Die hun de apostelen had gestuurd met het Woord der zaligheid. Zo lezen we het ook in Hand. 11 : 18: "En toen zij dit hoorden waren zij tevreden, en verheerlijkten God, zeggende: Zo heeft dan God ook de heidenen de bekering gegeven ten leven!" Er was bij die heidenen sprake van blijdschap. Het ware geloof weet van droefheid, droefheid over de zonde, droefheid naar God. Maar het weet ook van blijdschap, van de hartelijke vreugde in God door Christus. Als we die droefheid niet kennen, weten we ook niet van die blijdschap. Het is een blijdschap, die uit de droefheid geboren wordt. De Heere immers geeft de treurigen Sions "sieraad voor as, vreugdeolie voor treurigheid, het gewaad des lofs voor een benauwde geest" (Jes. 61 : 3).

De vraag kan gesteld worden, waarom die heidenen het Evangelie aannamen. Het antwoord vinden we in het tweede gedeelte van het 48e vers: "En er geloofden zovelen, als er geordineerd waren tot het eeuwige leven". Dat brengt ons dan bij de diepten der Goddelijke verkiezing.

De verkiezing een heilgeheim

Hier komen we dus bij het geheim van de verkiezing. Niet allen kwamen tot het ware geloof. Verschillende verklaarders veronderstellen, dat het er uiteindelijk maar weinigen zijn geweest in vergelijking met de massa, dat er dus sprake was van een kleine kring van ware discipelen. Heel het verband wijst daar ook op, want later werden Paulus en Bamabas de stad uitgeworpen. Dat had nooit gekund als er grote scharen tot geloof gekomen waren. Dus sommigen kwamen tot geloof, velen echter niet. Hoe komt dat toch? Als het Woord gepredikt wordt, dan komt de één tot het geloof en de ander niet. Dat is vandaag nog zo. Hoe komt dat? Is de één beter dan de ander, meer ontvankelijk dan de ander? O nee, we zijn allen van dezelfde Adamslap gescheurd. Er is niemand, die naar God zoekt of naar God vraagt. Allen zijn we afgeweken. Wij allen zijn zo peilloos diep gevallen, dat we nooit meer naar God zullen zoeken of vragen. Hoe komt het dan, dat er toch zijn die tot het ware geloof komen? De oorzaak daarvan ligt niet in de mens, maar ligt alleen in God.

Waarom gelooft de één wel en de ander niet? De diepe oorzaak van dat geheim ligt in God. In de verkiezende God. "Er geloofden zovelen, als er geordineerd waren tot het eeuwige leven". Geordineerd, dat wil eigenlijk zeggen bestemd, bepaald. Zij waren bestemd voor het eeuwige leven. Door wie? Door de Heere Zelf. De Heere heeft al in de eeuwigheid besloten, bepaald, wie er geloven zal en wie niet. We komen hier bij het geheim van het eeuwig raadsbesluit Gods. Het geloof komt niet uit de mens voort, maar het komt uit God voort. De beslissing ligt niet in de handen van de mens, maar in de handen van God.

Door God geteld

Alleen zij, die door God Zelf geordineerd waren ten eeuwigen leven, geloofden. Het Woord geordineerd is afgeleid van een werkwoord, dat letterlijk betekent "schatten, tellen, rekenen". In het Grieks werd het woord gebruikt voor het tellen, nummeren van soldaten. Denkt u zich dat eens in: De Heere heeft van eeuwigheid 'genummerd' wie er zalig zullen worden, wie er zullen geloven. Hij heeft de Zijnen, die leren buigen onder Zijn krijgsbanier, van eeuwigheid gekend.

Hij heeft ze in de eeuwigheid één voor één geteld, één voor één genummerd. Het ligt vast in Gods eeuwig besluit, in Zijn eeuwige liefde, waarin Hij ze één voor één heeft liefgehad. Zij alleen en zij allen zullen zalig worden, niet één minder, niet één meer. Er geloofden er zovelen als er geteld, genummerd waren ten eeuwigen leven. Daar hebt u het heilgeheim van de Goddelijke verkiezing. Hoe moeten wij toch met die leer omgaan? Is het niet zo, dat ons kerkgaan en bijbellezen geen enkele zin hebben, als we niet behoren bij die uitverkorenen? De volgende maal meer daarover.

(Wordt vervolgd)

Zeist,

ds. J.J. van Eckeveld.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 juli 1999

De Saambinder | 12 Pagina's

De troost van de verkiezing

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 juli 1999

De Saambinder | 12 Pagina's

PDF Bekijken