Bekijk het origineel

VERSLAG van de afscheidsdienst van ds. C. Harinck van de gemeente Terneuzen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

VERSLAG van de afscheidsdienst van ds. C. Harinck van de gemeente Terneuzen

8 minuten leestijd

Op 8 oktober j.l. nam ds. C. Harinck afscheid van de gemeente van Temeuzen in verband met zijn emeritering. Bij deze gelegenheid bediende hij het Woord naar aanleiding van 1 Cor. 3:7: „Zo is dan noch hij die plant iets, noch hij die nat maakt, maar God Die de wasdom geeft." Deze tekst bepaalt bij Paulus' terugblik op zijn werk in Corinthe: 1. Het planten en nat maken door de dienaren. 2. De wasdom van God. 3. De optelsom van ons werk.

1. Het planten en nat maken door de dienaren. Paulus spreekt in dit hoofdsmk over de dienaar en zijn werk. De aanleiding daartoe was de situatie in de gemeente Corinthe. Er waren partijschappen. De een zei: ik ben van Paulus, en de ander zei: ik ben van Apollos. Weer een ander zei: Ik ben van Cefas. Het is uit het leven gegrepen, helaas. Paulus stelt dan ook een vraag aan die mensen: Wie is dan Paulus, en wie is dan Apollos, anders dan dienaars door welke gij geloofd hebt, en dat gelijk de Heere aan een iegelijk gegeven heeft?

Er staat door, niet in welke gij geloofd hebt. Dienstknechten van Christus zoeken zielen voor Christus te gewinnen, met de talenten die God aan ieder heeft gegeven. En dan zegt hij in vers 6: Ik heb geplant, Apollos heeft nat gemaakt, maar God heeft de wasdom gegeven. Nu spreekt de apostel over zijn werk en het werk van Apollos. Er moet gezaaid, geplant, bevloeid, gewerkt worden. God gebruikt hier mensen voor. Het heeft Gode behaagd door de dwaasheid van de prediking zalig te maken die geloven. Prediken is het wezenlijke en voornaamste werk van de dienaar van Christus. Hij is geroepen om te prediken Christus de Gekruisigde; om Christus omhoog te heffen zoals Mozes de slang verhoogde in de woestijn, opdat gebetenen op Hem zullen zien en behouden worden - zelf gegrepen zijnde door het wonder van Bethlehem, de verzoening van Golgotha, de overwinning van Pasen, het werk van Jezus in de hemel. Hij is geroepen om Jezus te prediken, in Zijn Ambten, in Zijn Namen, Zijn Naturen, Zijn Staten, en wat er in Hem te vinden is voor een arm, verloren zondaar. Waar dit kruis niet hoog wordt opgericht, wordt de mens niet vernederd en God niet verhoogd en zijn de kansels krachteloos. Dan ontbreekt de goede reuk van Christus erin. Hoe heeft Paulus in Corinthe geplant, gewerkt? Dat lezen we in Handelingen 18 in het 4e vers. Daar lezen we: Hij bewoog tot het geloof. Joden en Grieken. Verder lezen we: Betuigende dat Jezus is de Christus. Dat was de kern van Paulus' arbeid in Corinthe. Bewegen wilde hij de mens tot geloof in Christus, door te wijzen op hun gevaarlijke staat, door te spreken van Gods verschrikkelijke toorn over de zonde, door te wijzen op de schrik des Heeren. Door hen Christus voor te stellen als de van God gezonden Zaligmaker, als de Messias, de Beloofde, in Wie zaligheid te vinden is voor de grootste van de zondaren. Zo heeft Paulus geplant en heeft Apollos nat gemaakt.

Apollos kwam na Paulus in Corinthe. Die man wist alleen de doop van Johannes de Doper, dat is alleen diens leer. Hij wist nog niet dat het Goede Vrijdag, Pasen, Hemelvaart en Pinksteren geweest was, en dat Chirstus nu als Koning in de hemel was. Aquilla en Priscilla hebben hem de weg bescheidenlijker uitgelegd. Toen viel er licht over de Persoon en het werk van Jezus Christus. Vervuld van deze nieuwe kennis predikte Apollos in Corinthe. Vurig, welsprekend, machtig in de Schriften. In Handelingen 18 vs. 27 lezen we dat hij veel heeft toegebracht aan degenen die geloofden door genade. Paulus had geplant, Apollos maakte nat. Onder zijn bediening wies men op in de kennis en in de genade van Christus, vooral in de kennis van de heilsfeiten. Apollos was daar zelf achterge­ komen.

2. De wasdom van God. Paulus geeft alle 11e roem voor de vrucht aan God. Wij kunnen len niet één zondaar bekeren. Wij kunnen het iet Evangelie geen vrucht laten dragen. Het Iet hangt allemaal af van Goddelijke genade. Ie. Wat gebeurt er als God de wasdom geeft? ft? Dan wordt het door de dienaar gezaaide de zaad door de Heilige Geest in ons hart art geplant. Dan zien we de werkelijkheid aan­ ingaande God, de eeuwigheid, de ziel, de noodzaak van de bekering en de noodzaak lak van Christus. Dan worden we wakker ; er geschud, de heilige onrust geboren. We krij­ ijgen behoefte aan de binnenkamer om God od te zoeken met smeking en geween. Het Iet begint met een verslagen hart, met belijde­ Ienis van schuld. Met betreuren van het iet kwaad, met vragen is er nog een weg, en is er nog een middel. En met, soms zo van an verre, te zien op de Gekruisigde Jezus en te zeggen: tot Wien zal ik anders heengaan, in, Gij hebt de woorden des eeuwigen levens. ns. Wasdom geeft God als we diepere kermis tiis ontvangen hoe boos en verdorven ons hart art is. Dat leert ons heilig wanhopen om ooit oit door iets van onszelf verlost te worden. ; n. Wasdom komt als we steeds duidelijker eer zien hoe schuldig we staan voor God, dat Jat we in Zijn gericht moeten verstommen. : n. Wasdom komt er als de weg Gods beschei­ eidenlijker wordt uitgelegd. Dat betekende ide voor Apollos geloofskennis van de heilsfei­ eiten. Bethlehem: Christus arm geworden om )m door Zijn armoede ons rijk te maken. ; n. Goede Vrijdag: Hij is om onze overtredin­ ingen verwond, om onze ongerechtigheden lis is Hij verbrijzeld. Pasen: Hij die overgeleverd ; rd is om onze zonden is opgewekt tot onze Lze rechtvaardigmaking. Hemelvaart: Jezus : us heeft de hemel voor ons in bezit genomen en Hij bidt en waakt en zorgt voor de strijdende ide kerk. Pinksteren: Dat de Geest gekomen is, dat Hij Zich uitgestort heeft op alle vlees, dat iat de volheid van Christus door Hem geopend nd is. Hij getuigt met onze geest dat wij kinde­ Ieren Gods zijn. Hij zegt het voor en leert het iet ons nazeggen: Abba, Vader. Hij leert ons dat Jat we door Christus toegang tot de Vader heb­ ; bben. Wasdom ontstaat er als we met alles een len arme zondaar blijven, als we zien dat de oude mens nog zo'n kracht bezit, dat we God od nooit zo kunnen liefhebben als we verplicht : ht zijn en Christus nooit zo kunnen verheffen ~en als Hij waardig is.

3. De optelsom van ons werk. In deze slot­ otsom worden Paulus en Apollos helemaal aal aan de kant gezet. Ik ben niets, zegt de apostel. Zo heeft die man dus zijn werk gedaan en zo moeten wij de kansel beklimmen. Zo zijn we zomaar niet. Wij vertonen dikwijls een schijn van ootmoed en zijn in werkelijkheid toch zo gericht op onszelf, op ons succes, op onze naam, op onze positie, Maar God heeft Zijn middelen om Zijn dienaren te verootmoedigen en nederig te houden, in de weg van Godskennis en zelfkennis, in de weg van kruis, lijden en smaad, ook van lijden aan de kerk, aan de oppervlakkigheid, aan de kille, koude rechtzinnigheid, van lijden aan de onoprechtheid en de partijschappen. Maar God houdt zijn dienaren vooral nederig door hen op Christus te laten zien, Christus zo diep te zien buigen om jou, zondaar, te redden, dat vernedert het meest en dat doet het ons als een eer beschouwen: een dienstknecht is niet meerder dan zijn Heer, God leert Zijn dienaren: Zo is dan noch hij die plant iets, noch hij die nat maakt, maar God die de wasdom geeft. Het gaat dus niet om ons, het gaat om God en Zijn koninkrijk,

In vers 8 lezen we: En die plant en die nat maakt zijn één, maar een iegelijk zal zijn loon ontvangen naar zijn arbeid. Paulus en Apollos zijn dus geen concurrenten, ze zijn beide dienaren van Christus, ze bewerken dezelfde akker. En zij zullen loon ontvangen naar hun arbeid. Niet overeenkomstig hun succes of de waardering van mensen, maar overeenkomstig de oprechtheid en de getrouwheid van hun werk. Daar kijkt God naar. God zal de arbeid van de oprechte dienaar belonen. Zien we op het leven van Paulus (zie bijvoorbeeld Corinthe 11:24- 27) dan zeggen we: Wat een ellendig leven. Maar Paulus zegt: wat een gezegend leven. Wat men er ook van denken mag - te mogen planten en nat maken, in Gods Koninkrijk een medearbeider Gods genaamd te worden, een middel te mogen zijn tot redding van mensen, tot de bijeenvergadering van de bruid van Christus tot verheerlijking van God, dat doet Paulus toch zeggen: Ik dank God dat Hij mij bekrachtigd heeft, mij in de bediening gesteld hebbende. Na de preek sprak ds. Harinck een hartelijk afscheidswoord tot de gemeente. Vervolgens werd hij achtereenvolgens toegesproken door wethouder P. Hamelink namens de burgerlijke gemeente, ds. A.B. van der Heiden namens de classis en PS en tenslotte ouderling M. Simons namens de gemeente en kerkenraad.

Terneuzen, P.P. Eikelboom.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 december 2003

De Saambinder | 16 Pagina's

VERSLAG van de afscheidsdienst van ds. C. Harinck van de gemeente Terneuzen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 december 2003

De Saambinder | 16 Pagina's

PDF Bekijken