Bekijk het origineel

Als schapen der slachting

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Als schapen der slachting

6 minuten leestijd

(1) Eerst een opmerking over de titel boven dit artikel. Die is ontleend aan Romeinen 8:36. Zelf meende ik altijd dat er stond: 'schapen ter slachting'. Misschien dacht menige lezer dat ook en in sommige bijbels staat het inderdaad ook zo. De titel is echter goed: het woordje 'der' ziet op een tweede naamval en wil de hoedanigheid van de schapen aanwijzen: zij zijn slachtschapen, bestemd voor de slacht. In Jesaja 53:7 moet het woordje 'ter' wél staan: '... als een lam werd Hij ter slachting geleid...'. Maar dit terzijde. In een tweetal artikelen willen we herinneren aan een aangrijpend stukje kerkgeschiedenis: de eerste christenvervolging in het jaar 64 onder keizer Nero. Weliswaar brak reeds veel eerder, na de dood van Stefanus, een grote vervolging uit tegen de discipelen van Christus (Hand. 8:1), maar toen betrof het alleen gelovigen uit de Joden. Onder keizer Nero ging het vooral om christenen uit de heidenen. We weten overigens dat de discipelen pas in Antiochië voor het eerst christenen werden genoemd (Hand. 11:26). Het is goed in deze tijd, waarin we nogal eens willen klagen over de vijandschap die zich allerwegen tegen het christelijk geloof openbaart, ons eens te herinneren hoe het de kerk des Heeren in die bewogen jaren van de eerste eeuw is vergaan.

Een keizer van 17 jaar

Hij was zeventien jaar oud toen hij keizer werd: Lucius Domitius Ahenobarbus (Roodbaard). Een wat pafferige jongen, achterdochtig en lichtgeraakt van karakter. De omstandigheden waaronder hij tot het hoogste ambt in de toenmalige wereld kwam, waren ellendig. Zijn moeder, de sluwe Agrippina, was de vierde vrouw van keizer Claudius. Uit haar eerste huwelijk had zij haar zoon meegebracht en zij had niet gerust voordat stiefvader Claudius haar zoon (die toen 13 jaar oud was) als zijn eigen kind had geadopteerd. Vanaf dat moment schafte men de naam Roodbaard voor haar zoon af. Voortaan heette de jongen Nero Claudius Caesar Drusus Germanicus - kortweg; Nero. Onder die naam is hij een van de meest beruchte personen in de wereldgeschiedenis geworden. Zijn moeder had in feite maar één doel: haar zoon moest keizer worden. Agrippina was de zus van de krankzinnige keizer Caligula (37-41) en - zoals gezegd - de vierde vrouw van keizer Claudius, die regeerde van 41 tot 54. Zo was dus zij de zus van een keizer en de vrouw van een keizer; nu wilde zij nog de moeder van een keizer worden...

Om dat doel te bereiken, schuwde zij geen enkel middel. In feite minachtte zij haar man Claudius, die nogal hakkelde en een besluiteloze indruk maakte, maar wel door velen onderschat werd. In oktober 54 slaagde Agrippina erin, haar man te vergiftigen. Claudius' eigen zoon, de jonge Britannicus, die de voornaamste gegadigde voor de keizerstroon was, werd door Agrippina opgesloten. Na een paar maanden heeft Nero - die de kunst van het vergiftigen van zijn moeder had afgekeken - de arme Britannicus vermoord. Zelf beweerde Nero dat Britannicus was gestorven aan een aanval van epilepsie. Om elk bewijs van de moord weg te nemen, liet hij het lijk van zijn jonge concurrent verbranden...

En zo werd Nero dan keizer van het toen nog zo machtige Romeinse imperium. Hij was nog maar 17 jaar oud! De eerste vijf jaren van zijn keizerschap (54-59) verliepen vrij rustig. Dat was vooral te danken aan de matigende invloed van Nero's leermeester, de kundige filosoof Seneca. Het is bekend dat het eerste boek van Johannes Calvijn een commentaar is op een boek van deze Seneca, De cle- mentia (Over de zachtmoedigheid). Wel een bewijs van het respect dat Calvijn voor deze geleerde heiden gevoelde!

Nero's wandaden

Langzaam maar zeker echter brokkelde de invloed van Seneca op Nero af. Hij kreeg verkeerde raadslieden. Dat is al vaak een oorzaak van veel ellende geweest. We kunnen denken aan de bijbelse voorbeelden van Rehabeam en Ahasveros, die onder invloed van hun verkeerde adviseurs dwaze besluiten hebben genomen. Nero meende dat hij een bijzonder talent had voor kunstzinnige uitingen. Hij verwaarloosde steeds meer het bestuur van het rijk en gaf zich over aan zijn hartstochten: kunst, drank en ontucht... Hij wilde persé zijn talenten tonen voor de leden van de Senaat en voor het volk van Rome en trad soms in het openbaar urenlang op als dichter, zanger en toneelspeler. Vele 'vrienden' juichten hem dan toe, maar de meer eerlijken onder de Romeinen geneerden zich voor zulke belachelijke vertoningen. Dat te laten blijken was echter levensgevaarlijk.

Erger waren Nero's seksuele uitspattingen. Hij verlaagde zich tot perversiteiten die elke beschrijving tarten. We durven ze hier ook niet eens neer te schrijven. Het moet genoeg zijn te vermelden dat hij zijn eerste vrouw liet ombrengen, diverse buitenechtelijke avonturen heeft gekend en ook homoseksuele contacten niet schuwde. Hij liet zich zelfs officieel met een schandknaap in het huwelijk verbinden... Berucht is het liederlijke festijn dat hij op een avond in Rome voor belangrijke burgers van de stad liet aanrichten op een in een parkmeer drijvend vlot, waarbij hij de oevers van het meer had laten ombouwen tot één groot bordeel.

Ik beroep mij op de keizer...

We zullen maar niet meer vermelden over de schanddaden van deze man. Eén ding nog: wat moet het voor de apostel Paulus toch zijn geweest, zich op déze keizer te hebben beroepen! Nero's naam komt in het Nieuwe Testament niet voor. Maar wanneer Paulus tegen stadhouder Porcius Festus zegt: 'Ik beroep mij op de keizer' (Hand. 25:11), wordt met deze keizer Nero bedoeld. Het is dan omstreeks het jaar 60. Het gaat dan in Rome juist de verkeerde kant op met de jonge keizer: we zagen dat reeds. Paulus zal nog niet geweten hebben tot welke vreselijke uitspattingen Nero zou komen. Wat hij wél heeft geweten, is dat hij voor deze man zou moeten verschijnen. Tijdens de vliegende storm waarin het schip waarmee Paulus naar Rome werd vervoerd uiteindelijk zou vergaan, heeft een engel de apostel in de nacht bemoedigd met de woorden: 'Vrees niet, Paulus, gij moet voor de keizer gesteld worden!' Gij moet. Over dat woord mogen we niet heen lezen. In de oorspronkelijke taal duidt het een Goddelijk moeten aan. Het wordt wel meer zo gebruikt in de Schrift. De apostel wist dat het naar Gods raadsbesluit was dat hij levend in Rome zou aankomen en vervolgens voor de keizer zou verschijnen. Mede daardoor mocht hij tijdens die twee verschrikkelijke weken op de Middellandse Zee zo opvallend rustig zijn. Er zijn weinig dingen die Gods kind meer rust kunnen geven dan het stil berusten in de altoos wijze raad des Heeren. Dan gaat het altijd goed, hoe verkeerd het ook schijnt te gaan.

Terug naar ons onderwerp: keizer Nero en zijn vervolging van de jonge kerk in Rome in het jaar 64. De vraag dringt zich op: hoe heeft het - schijnbaar onverwacht - tot zo'n verschrikkelijke vervolging kunnen komen? Daarover hopen we in een tweede artikel iets te schrijven. (wordt vervolgd)

Capelle aan den IJssel

ds. A. Moerkerken

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 augustus 2005

De Saambinder | 12 Pagina's

Als schapen der slachting

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 augustus 2005

De Saambinder | 12 Pagina's

PDF Bekijken