Bekijk het origineel

Geen rust

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Geen rust

5 minuten leestijd

MEDITATIE

Mijn oog vliet en kan niet ophouden, omdat er geen rust is Klaagliederen 3:49

Geen rust. We zouden er toch niet aan moeten denken? Dat er nooit eens een ogenblik van rust in ons leven is. Dat we nooit eens een paar weken kunnen rusten van onze dagelijkse arbeid. Dat we dus altijd maar voortgejaagd worden. Dat we dus altijd maar moeten werken. De gedachte daaraan alleen al kan ons nog onrustiger maken dan we al zijn.

Want hoe we het ook wenden of keren, de mens kent geen rust. Althans geen ware rust. Wat hij wel kent is de rust van het graf. Een dodelijke rust. Een valse rust. Een rust waarin we maar uitroepen: des Heeren tempel, des Heeren tempel zijn deze. Vrede, vrede, geen gevaar. Hoe dat komt? Omdat we ons in Adam van God hebben losgescheurd. O, voor de val was er de ware rust in God. De ware rust in het onderhouden van Zijn liefdesgebod.

Maar ach, we hebben de rust van het Paradijs vrijwillig en moedwillig verwisseld voor de onrust van het leven buiten en zonder de Heere. O, hoe geldt het ons allen van nature: rust noch vrede wordt gevonden. De ware rust wordt in ons niet gevonden. Nu reist de mens aan op de eeuwige onrust. Ja, we zijn op weg en reis naar dood, graf en eeuvdgheid.

En o, mijn ziele, doorziet gij uw lot? Hoe zult gij rechtvaardig verschijnen voor God? Is dat dan mogelijk? Ja, voor de grootste der zondaren! Omdat God Drie-enig in de stilte der nooit begonnen eeuwigheid een weg heeft uitgedacht waarlangs gevallen Adamskinderen weer zalig kunnen worden. In de Rustaanbrenger Christus, Die daartoe de onrust van dit leven is ingegaan. Die de eeuwige onrust op Golgotha's vloekhout voor Zijn Kerk geleden heeft. Hij heeft het volbracht dat er nu een rust overblijft voor het volk van God. Wat dat voor een volk is? Een volk dat in de tijd van het welbehagen door Woord en Geest zaligmakend wordt bearbeid. Een volk dat door de Heere uit de valse rust, uit de lijdelijke rust wordt gehaald. Een volk dat iets leert van de ware onrust. O, welk een liefde wordt er in het hart uitgestort. Wat komen we er dan achter: God kwnjt en dat door eigen schuld. Wat wordt dan de valse rust opgezegd en er iets van ingeleefd: rust noch vrede wordt gevonden, om mijn zonden, in mijn beend'ren dag en nacht. Die worden immers ordentelijk voor ogen gesteld. Het schuldregister wordt uitgerold. De schuldbrief wordt uitgereikt. In de dadelijkheid word ik zondaar voor God. Welk een droefheid wordt er dan in de ziel geboren.

De tranen vloeien onder het klagen. Een levende klacht omwille van de zonden. Het oog vliet. Job zegt: Mijn oog druipt tot God. God te moeten missen en Hem niet te kunnen missen. Dat wordt de grootste smart der Kerk. Uw smart ook? Waar dat volk aan te kennen is? Die kunnen niet vertroost worden met een valse rust. Mijn oog vliet en kan niet ophouden, zegt Jeremia. Hoe zou dat ook kunnen? Mensen kunnen dat volk niet troosten. Dat is een ziel die niet kan ophouden hand en oog op te heffen naar omhoog voordat de Heere overkomt.

Dan zijn mensen maar moeilijke vertroosters. Dat volk kan zich geen valse rust laten aanpraten. Dat is de rust van het graf. Nee, zegt de dichter: Ik vind geen rust, ook vind ik geen ontfermen, in mijn verdriet. O, wat schreeuwt de ziel tot God? Ach wanneer! Heere, help mij eer dat ik sterf. En welk een wonder als dan de Heere het oog gaat africhten van de oorzaak van mijn heilige onrust, en gaat richten op Hem Die de Rustaanbrenger is. Opdat er in Hem iets van de rust mag worden ontvangen die er overblijft voor het volk van God.

En dat zal nu juist het grootste wonder zijn. Ik, Heere? Voor zo één? Voor zo'n albederver? Ach, waarom was het op mij gemunt. O, welk een zoete rust en vrede daalt er dan bij ogenblikken afin de ziel. Een rust die uit God is. Omdat ze door Christus verworven is. En door de Heilige Geest in de vermoeide ziel toegepast. Verstaan we er iets van? Hunkeren we ernaar? Of gaan we op in de valse rust. Drukken we de natuurlijke onrust van het onverzoend aanreizen op de eeuwigheid weg? Dan roepen we elkaar in bewogenheid toe: als dat niet anders wordt, wacht ons een eeuwige onrust. Er blijft immers alleen een rust over voor het volk van God. Maar een eeuwige onrust voor al Zijn vijanden. O, dat we ons dan leerden haasten om ons levens wil. Maar hoe gelukkig als we in heilige onrust leerden verlangen naar de rust in God. Wat zal dat voor Sion eeuwig meevallen. Want er blijft een rust over voor het volk Vcm God. Dan ware rust. Eeuwige rust. Geen onrust meer omwille van de overgebleven zonden en zwakheden die nog tegen onze wil in ons zijn overgebleven. Maar een eeuwige rust, verworven door de Rustaanbrenger Christus. Hij zal er dan ook eeuwig de eer van ontvangen. Dan zal het eeuwig waar worden:

Keer mijne zie tot uwe ruste weder Gij zijt verlost, God heeft u welgedaan.

’s-Gravenpolder, ds. E. Hakvoort

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 juni 2008

De Saambinder | 16 Pagina's

Geen rust

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 juni 2008

De Saambinder | 16 Pagina's

PDF Bekijken