Bekijk het origineel

In vrijheid gesteld

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

In vrijheid gesteld

5 minuten leestijd

MEDITATIE

En waar de Geest des Heeren is, aldaar is vrijheid. 2 Korinthe 3:17b

Met veel blijmoedigheid en vrijmoedigheid mag de apostel spreken tot hen van wie openbaar geworden is, dat ze een brief van Christus zijn.

Paulus mocht het middel, een instrument zijn, maar het is de Geest van de levende God Die deze brief schreef, niet in stenen tafelen, maar in vlesen tafelen des harten; zo schrijft hij aan de gemeente van Korinthe. En dan gaat Paulus spreken van de heerlijkheid van de bediening van de nieuwe bedeling, die zoveel voortreffelijker is, omdat zoveel w^at verborgen, wat omsluierd was, nu zo duidelijk aan hen geopenbaard is. Daarom spreekt de apostel met bewogenheid over het volk Israël, zijn volk, van wie de zinnen verhard zijn geworden, bij wie een deksel op het hart ligt, maar een deksel, dat eens zal worden weggenomen. De Joden meenden vrij te zijn, bevoorrecht, omdat ze Abrahams zaad waren. Zij zochten hun behoudenis in een weg van zelfhandhaving, in hun doen, in hun leven naar de inzettingen die hun van de vaderen overgeleverd waren. Ze zagen echter niet dat ze met dat alles gebondenen waren. En daarom begeerden ze Hem niet. Die gezalfd is om gevangenen vrijheid uit te roepen en gebondenen opening der gevangenis te geven. Zij meenden vrij te zijn en verlangden derhalve niet naar het jaar der vrijlating. Maar is dat ook niet ons beeld? Ook wij gevoelen de banden der zonde niet, kennen de banden niet, waarin we gekneld liggen en daarom is er ook bij ons van nature geen uitzien naar Hem, Die alleen de band verbreken kan.

Vrijheid is een begerenswaardige zaak. Wie wil er niet vrij zijn? Vooral in onze tijd schijnt het wel alsof velen begaan zijn met onderdrukten, met de armen en er zijn bevrijdingsbewegingen, die zich beijveren om zogenaamde geknechte bevolkingsgroepen de vrijheid te geven. Vrijheid moet er zijn voor allen. Voor kinderen, om zonder allerlei verhinderingen, hun opgelegd door hun ouders of andere gezagsdragers, zelf uit te maken wat zij zullen doen. Vrijheid voor de arbeiders in een onderneming om zelf ook te beslissen wat er gedaan moet worden. Vrijheid in een land moet er zijn, waarbij ieder moet doen wat goed is in zijn ogen. Vrijheid om lasterlijke programma's te vertonen voor de televisie, vrijheid moet er zijn, zoals de koningen der aarde die begeerden in Psalm 2: Laat ons hun banden verscheuren en hun touwen van ons werpen. Arme, verblinde mens, arm land dat meent dat daarin de zo fel begeerde vrijheid ligt, arme kerken en gezinnen waarin deze moderne opvattingen ingang vinden. Want dit is de vrijheid die de leugenaar, de vorst der duisternis, beloofde aan Adam en Eva: Gij zult als God zijn, een vrijheid die echter in werkelijkheid droeve slavernij is. En in zijn leven betoont die mens, dat hij de slavendienst van de zonde verkiest in plaats van de ware vrijheid in gebondenheid aan God en Zijn inzettingen. Die dwaze blinde mens bent u, ben jij, die ben ik. Zagen we dat reeds? Waar de Geest des Heeren gaat werken en Gods Woord gaat toepassen, gaat men zien dat men niet vrij is, maar een ongelukkige slaaf, een gevangene om eigen schuld. Dan gaan die banden knellen en wordt de bede gehoord: Voer mij uit mijn gevangenis, tot roem Uws Naams, Die heerlijk is. Zulken gaan de handen opheffen en smeken om ontferming, ja, gaan met jaloersheid zien op Gods kinderen. Die zijn in de ogen van die ongelukkige gevangenen zo gelukkig, want die zijn vrij, die kennen en dienen immers de Heere en daarin ligt, dat zien ze, meer vreugde dan in hetgeen de wereld biedt. Toch moeten Gods kinderen ook zo vaak en bij nadere ontdekking zelfs meer en meer, vragen of de Heere de gevangenis eens wil openen; moest zelfs Paulus klagen: Wie zal mij verlossen van het lichaam der zonde en des doods? Vaak zijn ook zij in banden gekneld en is het alsof de Heere hen verlaten heeft.

Het is alleen de Geest des Heeren, Die in de vrijheid stelt. Die Geest, Die zo duur verworven is door Hem, Die in onze schande, ons slavenbestaan afdaalde. Door Hem, Die Zich wilde laten binden, opdat Bar-Abbassen in vrijheid gesteld zouden worden. Die vrijheid is door de uitstorting van de Geest op de Pinksterdag ervaren.

Daar was geen verdoemenis meer voor Petrus, geen oordeel van de wet, geen heersen van de zondemacht, geen dood, geen gebondenheid en vrees. Maar staande in de vrijheid van de kinderen Gods, mag hij de heerlijkheid van zijn Vader en de dierbaarheid van zijn Koning verkondigen aan vijanden, die de dood verdiend hebben. Als de Heere die ongelukkige gebondenen aanvankelijk bemoedigt, als voor hen de weg ontsloten wordt, is er ruimte en wordt iets van die vrijheid gezien. Toch zal Gods Kerk niet kunnen rusten voor zij zich werkelijk in de vrijheid gesteld mag zien. Voordat degenen die om hun schuld in slavernij gekomen zijn, door de Losser vrijgekocht, hun erfbezittingen op rechtsgronden teruggekregen hebben. Voor zij mogen weten niet meer een slaaf, maar een kind te mogen zijn en dit verzegeld wordt door de Heilige Geest, Die hun gegeven is. Gelukkig volk dat mag zeggen: Gij hebt mijn banden losgemaakt, en dat de beker der verlossing mag opnemen en de Naam des Heeren aanroepen, omdat Hij het gedaan heeft.

Staphorst,

ds. C. Vogelaar

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 juni 2009

De Saambinder | 16 Pagina's

In vrijheid gesteld

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 juni 2009

De Saambinder | 16 Pagina's

PDF Bekijken