Bekijk het origineel

Vijf maal verbannen om een “i”-tje (2)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Vijf maal verbannen om een “i”-tje (2)

6 minuten leestijd

Hij zwierf in de onherbergzame woestijnen van Arabië, woonde in de donkere wouden van Duitsland en vluchtte naar de eenzame wildernis in Egypte. Hij was een man van grote geleerdheid, maar ook een bewogen pastor die op handen werd gedragen door zijn gemeente. Toch moest hij twintig jaar van zijn leven doorbrengen in ballingschap, omdat hij vogelvrij was verklaard door de kerkelijke autoriteiten en door de keizer van Rome zelf.

Wat was zijn misdaad? Had hij geld gestolen van de armen of had hij door middel van steekpenningen zich een weg gebaand naar de top? Had hij tegenstanders vermoord of overspel bedreven? Niets van dat alles. Hoewel hij van al deze zaken werd beschuldigd, was er geen natte vinger op hem te leggen. Wat was dan wél de reden dat bisschop Athanasius niet minder dan vijf keer werd verbannen tijdens zijn leven?
Uiteindelijk had het te maken met de kleinste letter van het alfabet, de letter ‘i’. Daar gaat het over in dit stukje. Het is een fascinerend verhaal met veel onderwijs, ook voor vandaag!

De brandende kwestie
Als de duivel de kerk niet kan verwoesten door vervolgingen, dan zal hij het van binnen uit proberen door valse leringen. Het eindresultaat is net eender. Een huis kan met de grond gelijk gemaakt worden door een orkaan, of het gebinte ervan kan door ongedierte langzaam worden aangetast totdat het instort. Zo is het ook met de kerk.
De vroege christenen waren wreed vervolgd. In de vierde eeuw luwde de storm toen Constantijn de Grote de troon van het Romeinse rijk besteeg.
Op hetzelfde moment kwamen allerlei dwalingen op. In het Egyptische Alexandrië leerde een presbyter dat Christus niet echt goddelijk was. Deze man - Arius was zijn naam - zei dat de Zaligmaker wel het hoogste schepsel was maar niet de eeuwige Zoon van God. Arius kwam in botsing met zijn eigen bisschop, Alexander, en met diens opvolger, Athanasius.
Waarom verzetten deze beide mannen zich zo krachtig tegen Arius? Omdat de eer van Christus en de zaligheid van zondaren op het spel stond.
Als Christus niet God is, dan is er geen almachtige Zaligmaker en is de zaligheid niet langer een Godswerk. Dan staat het er hopeloos met ons voor!

Synode in Nicea
Het conflict dat door Arius was ontketend, moest worden opgelost. Niet alleen kerkleiders vonden dat, ook de keizer was die mening toegedaan.
Constantijn vreesde dat verdeeldheid in de kerk de eenheid van zijn rijk zou ondermijnen. Om die reden riep hij in 325 na Christus een vergadering bijeen in Nicea, een stadje in Klein Azië , het huidige Turkije, niet ver bij Constantinopel vandaan (het huidige Istanbul).
Deze vergadering was in feite een synode of kerkelijk concilie, hoewel - en dat was ongebruikelijk - de keizer zelf er deel aan nam. Het concilie gaf Arius geen gelijk. Ze stelde een geloofsbelijdenis op die alle nadruk legde op de goddelijke natuur van Christus.
Aangezien Arius weigerde zijn handtekening hieronder te zetten, werd hij veroordeeld en verbannen. Gelukkig kreeg dus de waarheid de overhand, en daarmee was de geloofsbelijdenis van Nicea een feit geworden!

Voortgaande strijd
Helaas was hiermee de strijd nog niet ten einde. Niet iedereen was blij met de nieuwe belijdenis. Arius werd na verloop van tijd weer in ere hersteld.
Op listige wijze wist hij zijn werkelijke bedoelingen te verbergen en de gunst van de keizer te winnen. Athanasius was meer rechtstreeks in zijn benadering. Daardoor bracht hij nogal wat beroering teweeg en haalde hij zich de toorn van de machthebbers op de hals.
Had Athanasius ooit belangstelling voor machtsposities? Soms was dat inderdaad het geval. Maar als de waarheid werd aangevallen, vocht hij als een leeuw. Hij gaf meer om de eer van God dan om de gunst van mensen. De zaak van dat ‘i’-tje was belangrijker voor hem dan zijn eigen gemak.
Wat bedoelen we met dat ‘i’-tje? De theologen op het Concilie van Nicea hadden gesteld dat de Zoon van God homo-ousios is, dat wil zeggen: ‘van hetzelfde wezen als de Vader’. De volgelingen van Arius zeiden dat Christus homoi-ousios is. Hij zou niet dezelfde natuur als de Vader, maar alleen iets dat erop lijkt. Het was een verschil van één letter, maar juist dat raakte het hart van de zaak. En omdat Athanasius niet ophield te strijden tegen dat onbijbelse ‘i’-tje, kwam hij in ballingschap terecht.

Overwinning in Constantinopel
De zaak kwam tot een beslissing in het jaar 381. Opnieuw werd een concilie gehouden, maar ditmaal was er geen vaagheid in de bewoordingen die werden gebruikt. De Geloofsbelijdenis van Nicea werd bekrachtigd, maar ook verduidelijkt en uitgebreid.
In het jaar 325 had de kerk reeds beleden dat Jezus Christus ‘de eniggeboren Zoon van God’ is, ‘geboren uit de Vader vóór alle eeuwen’, en ook dat Hij ‘van hetzelfde wezen met de Vader’ is. Het Concilie van Constantinopel maakte duidelijk wat dit inhoudt en voegde eraan toe dat de Heilige Geest van datzelfde wezen is. Acht jaar eerder was Athanasius gestorven, maar zijn volgelingen moeten heel dankbaar geweest zijn na deze vergadering. Uiteindelijk had de waarheid toch gezegevierd.
Inmiddels begrijpen dat we dat de Geloofsbelijdenis van Nicea wel in Nicea geboren is maar pas tot een afronding is gekomen in Constantinopel.
Daarom is de officiële naam van deze geloofsbelijdenis ”Nicaeno-Constantinopolitanum”. Omdat we over zo’n lange naam onze tong breken, spreken we doorgaans van “de Geloofsbelijdenis van Nicea”.

Nicea vandaag
De belijdenis van Nicea is aanvaard door alle kerken in het Oosten en Westen. Het is dan ook een oecumenische belijdenis, een belijdenis die over heel de wereld ingang heeft gevonden.
De kerken in West-Europa hebben naderhand het woordje filioque toegevoegd. Zij wilden daarmee uitspreken dat de Heilige Geest niet alleen uitgaat van de Vader, maar ook van de Zoon. Zij benadrukten eens te meer dat Gods Zoon op geen enkele manier minder is dan de Vader. Het is verdrietig dat de kerken in het oostelijk deel van Europa - we noemen die kerken ‘Oosters Orthodox ‘ - deze toevoeging afwezen en hun eigen weg gingen.

Grote ‘i’ of kleine ‘i’
De geschiedenis van Athanasius en de Geloofsbelijdenis van Nicea laten zien dat de Heere zorg draagt voor Zijn Kerk. Telkens opnieuw heeft Hij mannen verwekt die de waarheid verdedigden met een heilige ijver en zelfverloochening. Athanasius wilde tot vijfmaal toe verbannen worden om dat kleine ‘i’-tje dat hij niet kon en mocht aanvaarden.
Is dat niet beschamend voor ons? Wij zijn dikwijls zo lauw als het om de waarheid gaat, zelfs als we niet bang hoeven te zijn voor lichamelijke vervolging of verbanning. Waar komt die valse schaamte toch vandaan?
Toen ik eens daarover sprak met jongeren in Canada, zei een van hen: ‘Het heeft met die grote ‘i’ te maken’ (‘that big I’). De hoofdletter ‘I’ in het Engels is ons woordje ‘ik’. Wij Nederlanders schrijven dat woord netjes met een kleine letter, maar wat is dat ‘ik’ toch groot en sterk! Dat eigen ik moet gebroken worden. Zei Johannes de Doper niet: ‘Hij moet wassen, en ik minder worden’?
Athanasius kende datzelfde verlangen. Het was het geheim van zijn leven. Daarom heeft hij levenslang gestreden zonder te schipperen, niet alleen tegen die grote ‘i’, maar ook tegen dat kleine ‘i’-tje. Moge de Heere onze harten aanraken, opdat we die goede strijd ook leren kennen en daarin mogen volharden. Tot het einde toe!

(wordt vervolgd)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 juni 2013

De Saambinder | 20 Pagina's

Vijf maal verbannen om een “i”-tje (2)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 juni 2013

De Saambinder | 20 Pagina's

PDF Bekijken