Bekijk het origineel

Bevestiging en intrede kandidaat P.G. Heijkamp te Emmeloord

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Bevestiging en intrede kandidaat P.G. Heijkamp te Emmeloord

7 minuten leestijd

Op donderdagmiddag 22 mei jl. werd kandidaat P.G. Heijkamp bevestigd tot predikant van onze gemeente. Zijn broer, dominee G. Heijkamp uit Enkhuizen, ging in deze dienst voor. Hij wees op de zegen voor onze gemeente. De Heere heeft grote dingen gedaan. Na een vacante periode van ruim 21 jaar mochten we weer een eigen herder en leraar ontvangen.

De tekst voor de preek was 1 Korinthe 1, de verzen 23 en 24. Het thema: Christus de Gekruisigde, werd in drie punten overdacht. 1. De prediking van de Gekruisigde. 2. De verwerping van de Gekruisigde. 3. De redding in de Gekruisigde.
‘Doch wij prediken Christus, den Gekruisigde,’ mag Paulus zeggen. Hij predikt Hem in Korinthe, een zondige havenstad.
Maar wel een stad waarin de Heere Zijn kinderen heeft. In het 21e vers van 1 Korinthe 1 wordt gesproken over de ‘dwaasheid der prediking.’ Maar door deze prediking zullen zondaren zalig worden.
Het is het middel dat God zelf heeft aangewezen, waardoor Hij zondaren uit de duisternis wil trekken en Zijn volk wil onderwijzen.
Paulus heeft grote zorgen over de gemeente. Er is veel onderlinge verdeeldheid en wereldgelijkvormigheid. De prediking roept weerstand op. Voor de Joden is ze een ergernis en voor de Grieken een dwaasheid. En toch: ‘Doch wij prediken Christus de Gekruisigde.’ Paulus kan niet anders. Dit is de opdracht die de Heere hem geeft. En zo moet elke ware knecht deze boodschap verkondigen.
‘De Gekruisigde.’ Daar zit de ergernis voor de Jood. Een Messias die de vloekdood is gestorven? Nee, dat willen ze niet. Paulus predikt het volle raadsplan, verlossing door Christus. Zo moet het. Dat geldt ook voor de predikanten in onze tijd. Zou er één preek mogen worden gehouden waarin deze Gekruisigde Christus niet centraal staat? Een prediker moet aandringen achter de kudde, met bevel van bekering en geloof. Hij moet wijzen op de aangrijpende waarheid: we hebben gebogen voor de satan, de zonde en ons eigen ik, en wijzen op de Weg ter ontkoming.
De Joden begonnen niet bij Adam, maar bij Abraham. Ze beschouwden zichzelf als rechthebbende verbondskinderen.
Het werk van de Heere Jezus Christus op Golgotha was voor hen een steen des aanstoots. Ze vallen niet voor Hem neer, maar over Hem.
Laten we de Jood niet ver weg zoeken.
Een meelevend kerkmens kan zich immers ook ergeren aan vrije genade. We kunnen als een ‘rijke jongeling’ in de kerk zitten.
En dan de Griek. De Grieken waren de mensen van de wijsheid, van de filosofie. Denk aan de Areopagus, waar Paulus over de opstanding sprak. Voor hen was dat dwaasheid.
Een Griek denkt zelf tot God te kunnen opklimmen. Grieken zijn er ook in de kerk. Mensen die voortdurend redeneren. Dat kan op verschillende manieren.
Er zijn er die redenen: ik ben een zondaar.
Christus is voor zondaren gekomen, dus...
Dat ‘dus’ is zo gevaarlijk.
Aan de andere kant zijn er die heel rechtzinnig maar dodelijk gerust voortleven.
Wat zegt dit alles veel over onze doodstaat.
Maar daartegenover staan de woorden van Paulus: ‘Doch wij prediken.’
In de Gekruisigde is redding te vinden voor zondaren. ‘Maar hen die geroepen zijn, beide Joden en Grieken, prediken wij Christus.’
Dat is het Goddelijke welbehagen. Hij is het Die zondaren toebrengt en hen ook vasthoudt. Als deze verkiezing er niet was, zouden we de deuren van onze kerken wel kunnen sluiten. Maar nee, God zoekt zondaren op en blijft ze vasthouden. En dat wordt voor Gods kinderen een steeds groter wonder.
De prediking van het Woord is het middel. Het is een zwaard in de hand van de Heilige Geest. Het doet kracht. Dat is geen brute kracht maar liefdeskracht.
Hoogmoedige Joden en wereldwijze Grieken worden erdoor verbroken. Dan gaan ze zoeken. In onszelf is geen vrede te vinden. Maar er is een volkomen Zaligmaker: Christus de Gekruisigde.
Na het lezen van het formulier vond de handoplegging plaats waaraan, naast de bevestiger, de predikanten Zippro, Moerkerken, Van Aalst, L. Blok, P. Mulder en ouderling T. Schultink deelnamen.
Daarna spreekt ds. G. Heijkamp zijn broer en medebroeder, en ook de familie, kerkenraad en gemeente hartelijk toe.
De gemeente zingt haar predikant vervolgens staande het eerste vers van Psalm 20 toe.

s Avonds deed ds. P.G. Heijkamp intrede in onze gemeente. Hij bediende Gods Woord uit 1 Korinthe 3, de eerste negen verzen, waarin hij met name stilstond bij vers 7.
Het thema van de preek was: ‘Gods akker.’ De drie gedachten die werden uitgewerkt: 1. Het werk op die akker. 2. De arbeiders op die akker. 3. De wasdom op die akker.
In de gemeente van Korinthe heerste verdeeldheid, ook onder Gods kinderen. De een zei: ik ben van Paulus; en een ander: ik ben van Apollos. Paulus is bezorgd en tracht hun het verkeerde van hun gedrag te laten zien. Verdeeldheid is geen vrucht van de Heilige Geest, maar van de oude natuur. Waar liefde woont gebiedt de Heere den Zegen. Voor zijn onderwijs gebruikt de apostel een beeld uit de natuur.
Hij stelt de gemeente voor als een akker.
En dan is dat niet de akker van Paulus of van Apollos. O, nee: het is Gods akker.
De planter kan nog zo ijverig zijn, en degene die mag natmaken nog zo getrouw, maar ze kunnen niet voor vruchten zorgen. Zoals in de natuur een landbouwer niet één plantje zelf kan laten groeien, zo is het ook in het Koninkrijk van God. En daarom lezen we in vers zes: ‘maar God heeft de wasdom gegeven.’
Onze predikant spreekt de hartelijke wens uit om in onze gemeente te mogen werken. Niet als een dienaar van mensen, maar als een dienaar van de hemelse Landman. Net als Paulus is hij een gezant. Hij mag de boodschap brengen dat er doen aan is voor wetsovertreders. Aan mensen die uit zichzelf alleen maar stinkende vruchten voortbrengen. Maar Christus is niet gekomen om te roepen rechtvaardigen, maar zondaren tot bekering. Dat jongeren en ouderen tot Hem gebracht mochten worden.
Als het Zaad wordt gestrooid gebeuren er twee dingen. Of het mag vallen in een wel toebereide aarde, of het werkt ergernis. De boodschap van zonde en genade is niet naar het hart van een natuurlijk mens. Als we horen dat we verloren liggen en gered moeten worden, kan de vijandschap oplaaien.
Maar toch is het zo goed om te buigen voor dit Woord, omdat het Gods Woord is. Het wordt gebracht door arbeiders die het helemaal niet waard zijn om op de akker te werken. Predikanten mogen niet op een voetstuk worden geplaatst. In zichzelf zijn ze niets.
Als dat beleefd wordt, raken ze hun hoogmoed kwijt. Maar de Heere wil wel mensen gebruiken in Zijn dienst. Ds. Heijkamp wenst af te wijzen van hemzelf en te wijzen naar de hemelse Landman. Opdat Hij verheerlijkt zal worden.
Ds. Heijkamp werd achtereenvolgens toegesproken door ds. A. Schot namens de classis Kampen en de Particuliere Synode Oost, ds. M. Karens, namens het curatorium, Student Brons, namens de studenten van de Theologische School, burgemeester Van der Werff, namens de burgerlijke overheid en ouderling T. Schultink, namens de kerkenraad en de gemeente.
Vervolgens werd hij nog staande toegezongen uit Psalm 119 vers 9.
Aan het einde van de dienst legde ds. P.G. Heijkamp na het zingen van de slotpsalm 69 vers 14, voor de eerste maal als eigen herder en leraar de zegen op de gemeente.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 juni 2014

De Saambinder | 20 Pagina's

Bevestiging en intrede kandidaat P.G. Heijkamp te Emmeloord

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 juni 2014

De Saambinder | 20 Pagina's

PDF Bekijken