Bekijk het origineel

‘Ik ben een onwaardige, arme zondaar’

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

‘Ik ben een onwaardige, arme zondaar’

Luther, een man van het gebed

4 minuten leestijd

Het gebed hoort bij het nieuwe leven dat God werkt in het hart. Ook bij Maarten Luther heeft het een belangrijke plaats gehad. In dit artikel komen enkele zaken uit het gebedsleven van de reformator aan de orde.

Allereerst kent Luther zijn persoonlijke gebeden. Daarin heeft hij een leerschool doorlopen. Bidt hij eerst tot de heiligen, later mag hij door genade God Zelf aanroepen. Dan leert hij pas wat bidden is. We weten dat Luther als jong student in Eisenach iedere morgen zijn studie begint met gebed. Hoe drukker hij het heeft, hoe meer hij bidt. Het is een voorbeeld voor ons allen, ook voor onze jongeren. Hoe beginnen wij onze werkdag of studiedag?

Priester in het gezin
Daarnaast zijn er de gebeden van Luther als priester in zijn gezin. Al vroeg leert hij zijn kinderen om de Heere te danken voor Zijn bewaring en te bidden om Zijn genade en bescherming. Ook de tafelgebeden vinden plaats. Nemen wij in ons gezin voor deze gebeden werkelijk de tijd?
Heel belangrijk is het bidden voor de toekomst van de kinderen. Luther houdt ons voor dat we bijvoorbeeld moeten bidden om een goed huwelijk voor hen. Zijn wij als ouders zo bezig met onze kinderen als het gaat om de belangrijke beslissingen in hun leven?

Ambtelijke gebeden
Verder zijn er vele ambtelijke gebeden door de reformator opgezonden. Bijzonder op keerpunten in zijn ambtelijk leven heeft Luther gebeden. Krachtig is het gebed in de dagen van de Rijksdag te Worms (april 1521): ‘Ach God, ach God, o Gij mijn God, sta mij bij tegen het verstand en de wijsheid van de hele wereld. Doe Gij het, U moet het doen, U alleen. Het is toch niet mijn zaak, maar Uw zaak’.
Ook voor anderen smeekt de hervormer. Als zijn vriend Melanchthon in juni 1540 tot nabij de dood gekomen is, bidt Luther vurig tot God. De Heere geeft uitkomst. Op de hem eigen wijze zegt Luther: ‘Philip, je moet onze Heere God nog langer dienen’.
Zo bidt Luther altijd met het oog op het welzijn van Gods Kerk. Die zaak gaat hem ter harte!

Geschrift
Luther geeft in zijn geschrift ”Eine einfältige Weise zu beten” (1535) onderwijs op welke wijze er moet worden gebeden. Dit werkje is gericht aan zijn vriend Peter Beskendorf, kapper en arts te Wittenberg. Luther wijst erop dat het gebed ’s morgens het eerste en ’s avonds het laatste werk moet zijn. We moeten het gebed ook niet steeds uitstellen, want dan komt er vaak niets meer van.
Op tere wijze geeft Luther aan dat vanaf het begin van het gebed ootmoed de gestalte van het hart dient te zijn: ‘Ach, hemelse Vader, U lieve God, ik ben een onwaardige, arme zondaar, niet waard dat ik mijn ogen of handen tot U ophef of bid’. Is het niet een kenmerk van het ware gebed dat de bidder leert zo buigen voor God?
Tegelijkertijd wil de Geest der genade en der gebeden in het hart van de bidder de kinderlijke vrijmoedigheid werken: ‘Maar omdat U ons allen hebt geboden om te bidden en daarop ook verhoring hebt beloofd (…) zo kom ik op dit Uw gebod om U gehoorzaam te zijn en verlaat mij op Uw genadige belofte’.
Leert de Heere Zijn kinderen ook niet iets van die heilige vrijmoedigheid in de toenadering tot Zijn troon?

Orde
Heel praktisch is Luther als het gaat over de orde in het gebed. Hij geeft de raad om het ”Onze Vader” als leidraad te nemen. Iedere bede kan dan worden uitgebreid met eigen woorden. Bijvoorbeeld bij de eerste bede, ‘Uw Naam worde geheiligd’: ‘Lieve Heere God, bekeer hen die nog bekeerd moeten worden, zodat zij met ons en wij met hen Uw Naam heiligen en prijzen (…). Weer echter hen die zich niet willen bekeren, opdat ze ophouden Uw heilige Naam te misbruiken, te ontheiligen en te onteren en de arme mensen te verleiden’. Zo worden de gedachten geordend in het spreken tot de Heere.
Deze orde kan ook gevolgd worden met de Tien Geboden. De bidder moet de leer van ieder gebod overdenken en er vervolgens een dankzegging, een belijdenis en een gebed van maken. Dit kan ook zo met de Twaalf Artikelen en met de Psalmen gebeuren. Zo smeekt de bidder tot de Heere met woorden uit de Schrift.

We mogen zeggen dat Luther een man van het gebed was. Kan het ook van ons gezegd worden: ‘Want zie, hij of zij bidt’?

ds. S. Maljaars, Sommelsdijk

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 oktober 2015

De Saambinder | 20 Pagina's

‘Ik ben een onwaardige, arme zondaar’

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 oktober 2015

De Saambinder | 20 Pagina's

PDF Bekijken