Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

HERDENKING VAN DE FRANSE REVOLUTIE (1789-1989) -1-

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

HERDENKING VAN DE FRANSE REVOLUTIE (1789-1989) -1-

11 minuten leestijd

De Franse Revolutie van 1789 zal dit jaar wereldwijd worden herdacht. Deze wereldhistorische gebeurtenis heeft diep ingrijpende gevolgen gehad voor kerk, staat en maatschappij, gevolgen die zich nog hedentendage doen gevoelen. Van deze politieke en sociale omwenteling heeft niet alleen ons land, maar ons gehele werelddeel de veelszins ontbindende invloeden ondergaan.

Deze constatering geldt inzonderheid Frankrijk, destijds ontegenzeggelijk het machtigste rijk van "Atlantisch Europa". Dit land telde omstreeks 1789 26 miljoen inwoners, meer dan Engeland en Spanje samen. Het aantal inwoners van de hoofdstad Parijs bedroeg het dubbele van de grootste middeneuropese stad Wenen, namelijk een half miljoen. Parijs werd het brandpunt van deze catastrofale omwenteling, waarbij de zogenaamde standenstaat (geestelijkheid, adel en burgerij) en het absolutistisch koningschap eerst door een constitutionele monarchie en vervolgens door een burgerlijke republiek werd vervangen.

De "verlichte" filosofen

Het traditionel beeld van de beginfase wordt onder meer bepaald door benden uitgehongerde en noodlijdende boeren, die tengevolge van de strenge winter van 1788/'89 te hoop liepen tegen de sterke kastelen van de bevoorrechte edelen. Vanwege de précaire financiële situatie zag de regering zich genoodzaakt de Staten-Generaal bijeen te roepen tot gemeenschappelijk overleg. Dit geschiedde op 5 mei 1789.

Deze bijeenroeping vormde het begin van een complex van innerlijke woelingen en conflicten, welke uiteindelijk hun bekroning vonden in de onthoofding van koning Lodewijk XIV en in het gruwelijk Schrikbewind tot aan de val van Robes- • pierre op 27 juli 1794 en die eindigden in de langdurige en vaak eveneens medogenloze dictatuur van Napoleon.

Het spoor van de revolutie werd, als overal ter wereld, getekend door bloed, zweet en tranen, en het liet ontredderingen en verwoesting achter.

De oorsprong van de revolutionaire beginselen moet niet in de eerste plaats worden gezocht bij het

onontwikkelde gewone volk, bij het onbeschaafde "gepeupel", maar in de deftige salons van de Franse en Engelse filosofen. De Engelse wijsgeer John Locke (1621-1704) verkondigde in de zeventiende eeuw reeds bepaalde opvattingen over het "maatschappelijk verdrag" (contrat social) waarbij het "soevereine volk" de overheid beschouwde als haar mandataris, als haar zaakgelastigde, en waarbij haar goddelijk recht werd geloochend.

Locke's ideeën waren in de achttiende eeuw van grote invloed op Franse vrijdenkers als Voltaire en Rousseau, die mede als de wegbereiders van de Franse Revolutie kunnen worden beschouwd. De hier genoemde filosofen en letterkundigen, die door hun talrijke geschriften een onberekenbare invloed uitoefenden in heel ons werelddeel, waren typische vertegenwoordigers van de "verlichte" burgerstand. Het waren (nog) geen openlijke godloochenaars maar deïsten, die vanuit aristocratische hoogmoed verachtelijk neerzagen op het gewone volk.

In de tijd van de Verlichting, die aan de Franse Revolutie voorafging, sprak men bij voorkeur van een Opperwezen, omdat men het geloof aan een levende God, Die Zich in Zijn Woord geopenbaard heeft, had verloren. De soevereiniteit van de menselijke rede had beslag gelegd op de geesten. Men zwoer bij idealen van vooruitgang en verdraagzaamheid. De leer van de volkssoevereiniteit kwam voor de soevereiniteit Gods in de plaats, de rechten des Heeren werden door "de rechten van de mens en de burger" vervangen.

De revolutie-beginselen

Vooral de (gegoede) burgerij stond bijzonder open voor de denkbeelden van de Verlichting. De moderne emancipatiegeest kreeg een bijzondere afkeer van een koningschap bij de "gratie Gods" - men noemde dit absolutistisch - en van de bevoorrechting van adel en geestelijkheid. Wij zullen hier geen pleidooi gaan voeren voor bepaalde politieke en sociale misstanden in deze tijd. Hiertoe kunnen wij bij de meeste historici wel terecht. De misbruiken van het toenmalige staatkundige en maatschappelijke bestel, Groen van Prinsterer heeft daar met nadruk op gewezen, zijn slechts ondergeschikte oorzaken van de Revolutie geweest. "Door hervorming, zonder revolutie, hadden de misbruiken kunnen worden afgeschaft."

Vooral de hedendaagse historici willen ons bij de voortduur doen geloven in de onontkoombaarheid en noodzakelijkheid van een revolutionaire omwenteling, die een nieuwe heilsorde zou moeten onderscheppen. Ook latere revolutionairen, zowel ter linkerzijde bij de socialisten en communisten, als ter rechterzijde bij nationaal-socialisten en fascisten, hebben zich op bepaalde opvattingen van hun filosofische leermeesters Voltaire en Rousseau beroepen.

De Revolutie is inzonderheid het resultaat geweest van onschriftuurlijke en verderfelijke theorieën, van revolutie-beginselen\ Deze beginselen vonden in Frankrijk een weltoebereide bodem. "Bijkans geheel Europa was bij het uitbreken der Franse Revolutie voor omwenteling rijp", schrijft Groen. "Met het versterven van den levensboom, door de Hervorming weder in den Europesen akker geplant, was de grond ter opneming van het dodelijk zaad bereid."

De majesteit van het volk

Niet alleen de Franse burgerij, ook adel en geestelijkheid waren in Frankrijk ten dele voor de nieuwe ideeën*gewonnen. Zelfs koning Lodewijk XVI ging in dit opzicht, dat leert ons de historie, niet vrijuit. Bewogen de verlichte en bewierookte filosofen als Voltaire zich niet aan de vorstelijke hoven, tot in de paleizen van Pruisen en Rusland toe?

Tengevolge van de economische stagnatie - ook in verband met de Amerikaanse Vrijheidsoorlog - ten gevolge van misoogst in 1788 en prijsstijgingen die de boeren ernstig benadeelden, ontstonden er onlusten, die in deze jaren - let wel - geleid werden door adel en parlementen! Bepaalde hervormingspogingen werden hierdoor echter verhinderd, zodat minister Necker zich genoodzaakt zag de Staten-Generaal bijeen te roepen, hetgeen sinds 1614 niet meer het geval was geweest.

Op de vergadering van deze Staten-Generaal telde de derde stand, die van de burgerij - overwegend representanten van de verlichte tijdgeest - dubbel zoveel afgevaardigden als de beide andere standen: adel en clerus. De derde stand nu eiste nadrukkelijk hoofdelijke stemming - dus niet stemming per stand - hetgeen het overwicht in de vergadering zou betekenen. Nadat deze eis was verworpen, riep de derde stand zich uit tot Nationale Vergadering en

legde een plechtige eed af niet uiteen te gaan alvorens zij Frankrijk een nieuwe grondwet zou hebben gegeven (De Eed in de Kaatsbaan, 20 juni).

Het herhaalde koninklijk bevel om uiteen te gaan werd door de welsprekende woordvoerder van de burgerij, Mirabeau, beantwoord met de gevleugelde woorden: "Zeg tegen uw meester dat wij hier zijn door de wil van het volk en dat wij slechts zullen wijken voor de (over)macht der bajonetten!" De besluiteloze koning Lodewijk XVI maakte echter van zijn macht en recht geen doeltreffend gebruik, mede vanwege de onbetrouwbaarheid van de troepen en de betogingen van het muitzieke volk. Hij gaf zich uiteindelijk gewonnen door de beide, vroeger bevoorrecht standen, de adel en de geestelijkheid, te bevelen zich aan te sluiten bij de Nationale Vergadering. Het was het begin van de capitulatie van de koninklijke majesteit van het volk!

De bestorming van de Bastille

Reeds de volgende dag zag de Nationale Vergadering (de "Constituante") zich in haar parlementaire revolutie gesteund door wat met de naam van straatrevolutie kan worden betiteld. Mede onder invloed van de hofkliek ontving de bij het volk geachte en vertrouwde minister Necker zijn ontslag. Het bericht hiervan verwekte hevige beroering onder de arme en hongerige bewoners van de volksbuurten. De Nationale Vergadering protesteerde tevergeefs. Troepenbewegingen zaaiden onrust.

Door de opruiende toespraken van bepaalde volksmenners, onder andere de populaire advocaat Camille Desmoulins, werd het volk te wapen geroepen. Spoedig was Parijs in volslagen oproer. Wapen winkels werden geplunderd, duizenden geweren en enkele kannonnen werden buitgemaakt. En toen de bevelhebber van Parijs een weifelende houding aannam, werden de burgers door middel van klokgelui opgeroepen om zich eendrachtig te weer te stellen tegen het beweerde verraad van het koninklijk hof, dat een "Bartholomeüsnacht voor de volksvrienden" had beraamd.

In de nacht van 13 op 14 april 1789 klonk plotseling door Parijs de kreet "A la Bastille!". Deze roep werd onmiddelijk door het oproerige grauw uit de achterbuurten overgenomen en een grote volksmenigte, aangevuld met gedeserteerde Franse gardisten, begon de bestorming van de Bastille, de oude staatsgevangenis en het symbool van het gehate "Ancien Régime". Na een bloedige strijd van vier uur, waarbij het volk 83 doden en 90 gewonden telde, liet de gouverneur de valbruggen zakken en gaf het uitgeputte garnizoen zich over. De Bastille werd uitgeplunderd, de Zwitserse bewakers werden vermoord. Het aantal bevrijde slachtoffers van de veronderstelde vorstelijke en ministriële wraakzucht bedroeg .... zeven personen. Folterwerktuigen, hoe naarstig ook gezocht, kwamen niet te voorschijn. De val van de Bastille, symbool van de vorstelijke willekeur, betekende tevens de val van het koningschap en de geboorte van de republiek.

De Franse historicus Ancillon schrijft in dit verband: "De revolutie werd, wat de beginselen betreft, voltrokken op de dag, dat de derde stand zichzelf tot Nationale Vergadering uitriep; de revolutie werd, wat de middelen betreft, voltrokken op de dag, dat het volk de Bastille innam. Op de eerste dag werd de soevereiniteit van het volk gedecreteerd, op de tweede dag de kracht van het gepeupel aangewend."

De onderdrukking van de reformatie

De inneming van de Bastille was voldoende om de koning volgzaam te maken. Ook de oprichting van een revolutionaire gemeenteraad en een Nationale Garde keurde hij goed. Het oproer sloeg spoedig over naar andere steden en naar het platteland. De Constituante besloot vervolgens tot afschaffing van de standenvoorrechten en op 27 augustus werden de "Rechten van de mens en de burger" afgekondigd. Het constitutionele koningschap betekende een nieuwe fase in de revolutionaire ontwikkeling en de geboorte van een nieuwe dageraad, een dageraad die echter spoedig bloedrood zou worden gekleurd.

Beklagenswaardig is het volk dat zich overgeeft aan zinsbegoocheling, aan ij dele en verheven dromen van vrijheid, gelijkheid en broederschap en dat tot ontwaken komt tijdens een medogenloze terreur en zijn zonen aanstonds ziet doodbloeden op de slagvelden van Europa. "Was het absolutisme van koning Lodewijk XVI minder absoluut dan dat van keizer Napoleon? ", vraagt Groen van Prinsterer.

Het onfeilbaar Woord des Heeren leert ons dat de zonden der vaderen worden bezocht aan de kinderen. Welk beeld roept ons het Frankrijk uit de tijd van de Hervorming voor de geest? De onbarmhartige vervolging van de Waldenzen in de middeleeuwen werd gevolgd door die van de Hugenoten. We behoeven hier slechts te denken aan de beruchte Bartholomeüsnacht in 1572 te Parijs. De wrede dragonnades en de vogelvrijverklaring van de Hugenoten na de opheffing van het Edict van Nantes in 1685 was de oorzaak dat Frankrijk van een miljoen nijvere en gezagsgetrouwe burgers werd beroofd, mede tengevolge van terechtstelling, verbanning naar de galeien en massale vlucht naar het buitenland. De kerk der reformatie werd in Frankrijk grotendeels uitgeroeid.

De godonterende pauselijke macht duldde geen reformatie van de kerk! Zelfs een "reformatorische" opleving in eigen boezem moest het ontgelden. Het Jansenisme, dat een terugkeer beoogde tot de Augustinische leer van soevereine genade en waarvan het

klooster Port Royal met de geleerde Pascal het middelpunt vormde, werd door de Roomse clerus met geweld onderdrukt.

De heilige hostie vervangen door de vrijheidsboom

In de Franse stad Abbeville staat een monument uit 1907, dat herinnert aan een gebeurtenis die bijna een kwarteeuw voor de Franse Revolutie in deze stad heeft plaatsgehad.

Toen in het jaar 1765 een roomse processie door de straten van Abbeville trok, bevond zich onder het publiek een viertal jongeren, die hun hoed niet afnamen voor het passerende "Heilige Sacrament". Eén van hen, Jean-François Lefèbvre, Chevallier de la Barre, werd aangegeven bij de politie en voor de rechter gedaagd. In flagrante strijd met de modieuze principes van de Verlichting moest "zijn godschennende tong worden uitgerukt en de hand die weigerde naar de hoed te grijpen, worden afgehakt." Het hoger beroep dat De la Barre aantekende bij het Parlement van Parijs bekrachtigde echter het vonnis met onthoofding, waarna romp, tong, hand en hoofd aan de vlammen moesten worden prijsgegeven. Aldus geschiedde op het marktplein van Abbeville. Het was typerend voor de situatie dat de beul, terwijl de vlammen hoog oplaaiden, nog even gauw een exemplaar van Voltaires "Dictionnaire Philosophique" bovenop de smeulende resten van het slachtoffer wierp.

Het monumentje bij de brug van Abbeville is volgens het naamplaatje opgericht door het "Proletariaat voor de algehele Vrijmaking van de menselijke Geest." En dat monumentje dateert dus uit 1907, honderdachttien jaar na de Franse Revolutie. De hooggestemde revolutiebeginselen zijn onder het "scheermes van de revolutie", (de guillotine), zijn tijdens het gruwelijk Schrikbewind van Robespierre en tijdens de dictatuur van Napoleon niet uitgestorven, al werd dan ook de heilige hostie vervangen door de vrijheidsboom.

"Hoor toe, gij aarde. Zie, Ik zal een kwaad brengen over dit volk, de vrucht hunner gedachten; want zij merken niet op Mijn woorden en Mijn wet verwerpen zij." (Jeremia 6 : 19). De oordelen des Heeren houden verband met de vrucht onzer gedachten, zo constateert de profeet, en met de veronachtzaming van Zijn woorden en de verwerping van Zijn wet.

"Wat de mannen van 1789 ontbrak, was kennis van de historie", zegt Renan. Als wij geen lering willen trekken uit het verleden zullen wij gedoemd zijn haar opnieuw in alle verschrikkelijkheid te ondergaan! Opdat wij niet vergeten!

W. van der Zwaag.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 april 1989

In het spoor | 24 Pagina's

HERDENKING VAN DE FRANSE REVOLUTIE (1789-1989) -1-

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 april 1989

In het spoor | 24 Pagina's

PDF Bekijken