Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

WAAR LIGGEN DE WORTELS VAN DE SGP? - 10-

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

WAAR LIGGEN DE WORTELS VAN DE SGP? - 10-

12 minuten leestijd

"De vijandschap door God in het Paradijs gesteld tusschen het zaad der slange en dat der vrouwe openbaart zich door alle tijden overal waar het leven, dat uit God is, gepredikt wordt en begint te ontkiemen", schreef dr. H.F. Kohlbrugge, toen hem de toelating tot de door hem beminde vaderlandse gereformeerde kerk willekeurig werd belet r) . "De haat tegen iemand, die CRISTUS en Zijne gerechtigheid predikt, is daarom zo hevig, omdat hij de werken des Duivels verstoort en deszelfs plannen verijdelt. De Duivel heeft alles wat van de wereld is tot vriend of slaaf, dies kunnen zijne aanhangers zich altoos beroepen op de meerderheid, vooral onder de aanzienlijken eener Gemeente." En dan komt Kohlbrugge tot de aangrijpende conclusie: " Wordt gij miskend en vervolgd, houdt u aan CHRISTUS, en bouw op niemand en op niets; houdt gij u aan CHRISTUS, gij zult wel zien, dat gij genoeg hebt, hoe meer u, buiten Hem, alles ontvalt." 2)

De "zaak van Kohlbrugge"

De zo zwaar beproefde prediker werd niet alleen de weg tot de kansel verhinderd, maar ook de weg tot de katheder toen later de kans op een professoraat voor oosterse talen aan de universiteit van Leiden in 1844 hem door verzet van moderne zijde ontging. Hij werd echter niet alleen diep teleurgesteld in het dubbelhartige gedrag van zijn godsdienstige vijanden,

maar ook in de twijfelachtige en van weinig beslistheid getuigende houding van zijn godsdienstige vrienden. De kerkelijke leidslieden van de Hersteld Evangelisch-Lutherse Kerk, waartoe hij aanvankelijk met zijn gezin behoorde, sloten hem uit, die van de toenmalige Hervormde Kerk weigerden onder de schijn van vrede en broederlijke liefde hem als predikant en zelfs als lid te accepteren. Het behoeft ons waarlijk niet te bevreemden dat Kohlbrugge, na een driejarige lijdensweg te hebben afgelegd, nu een krachtige en solidaire houding verwachtte van zijn geestelijke vrienden.

" Vooral door de uitgave van zijn boek in het begin van 1833 won hij zich de harten van vele oprechte kinderen Gods", schrijft dr. J. van Lonkhuijzen in zijn academisch proefschrift 3) . "In eenvoud, zonder opschik geschreven, verwekte het, juist omdat het niet veel meer dan de officiële bescheiden gaf, bij een elk, wie niet alle rechtsbesef ontbrak, een voor de Kerkelijke Besturen en hun handelwijze, allerongunstigst oordeel." Men sprak van de "vervolging van Kohlbrugge" en "de zaak van Kohlbrugge" was op aller lippen. Met talrijke gelovigen uit alle delen van ons land raakte Kohlbrugge in levendige briefwisseling en door velen werd hij als een toekomstige kerkelijke leidsman gezien. Ook binnen de kring van het zogenaamde Réveil nam Kohlbrugge als professioneel gereformeerd theoloog een belangrijke plaats in. In ons vorige artikel werd vermeld, hoe hij ook met de "Vader van het Réveil" 4), Willem Bilderdijk, tijdens diens levensavond nauwe omgang heeft gehad. Volgens Van Lonkhuijzen heeft Kohlbrugge "veel van Bilderdijk overgenomen, zoowel van diens contrarevolutionaire beginselen als van diens wijze van optreden" 5) . De grijze dichter stierf echter eer de afwijzing van Kohlbrugge door de kerkelijke besturen bekend was geworden.

De verhouding tot Da Costa

Bilderdijks profetenmantel scheen op de schouders van zijn meest beroemde leerling, de dichterrechtsgeleerde mr. Isaac da Costa, te zijn gevallen. Ook met hem had Kohlbrugge aanvankelijk een nauwe relatie. Reeds toen Kohlbrugge in 's lands hoofdstad als hulpprediker voorging, kwamen de zogenaamde "Da Costianen" in groten getale onder zijn gehoor. Geruime tijd volgde Kohlbrugge zelfs Da Costa's lessen over de vaderlandse geschiedenis. Mede door Da Costa kwam Kohlbrugge ook met andere discipelen uit de "school van Bilderdijk" als Abraham Capadose en de gebroeders Willem en Dirk van Hogendorp, in aanraking.

De beroemde improvisator Willem de Clercq koesterde aanvankelijk nogal enige vooroordelen tegen de strenge prediker, die hij voor het eerst ten huize van Capadose in een oefening hoorde voorgaan. Later kwam hij, evenals zijn broer Stephen, in toenemende mate onder zijn invloed 6) .

Ook anderen binnen deze vriendenkring, die zich hoofdzakelijk concentreerde in Amsterdam en in mindere mate in Den Haag en Rotterdam, ontmoetten de kerkelijk dakloze prediker. Hiertoe behoorden onder anderen de bekende hervormde Haagse predikant D. Molenaar, de uit de Lutherse kerk afkomstige ds. H.P. Scholte, de streng-gereformeerde baron C. van Zuylen van Nyevelt, die door ds. H. de Cock later als zijn geestelijke vader werd beschouwd, de evenals de De Clercqs van oorsprong doopsgezinde ds J. ter Borg, De Clercqs zwager Matthijs Westendorp en de onder invloed van het Zwitsers réveil tot bekering gekomen zijnde baron A.J. Twent van Roosenburg, die wel zeer nauw aan Kohlbrugge verbonden was.

" Veilig kan dus gezegd worden, dat Kohlbrugge met bijna al de corypheën van het Réveil in aanraking is geweest, zoowel Nederlanders als vreemdelingen, die hier vertoefden", vermeldt Van Lonkhuijzen 7) . In het laatste geval wordt gedoeld op getrouwe predikers uit Zwitserland (Genève), als César Malan en Merle d'Aubigné die hier wel voor Réveilkringen optraden. Spoedig werd Kohlbrugge in deze kringen als een geestelijke leidsman geaccepteerd en de omgang

met Da Costa, De Clercq en anderen werd gaandeweg hartelijker. Bovendien liet ook Kohlbrugges Zender zich niet onbetuigd, hetgeen zich hier en daar manifesteerde in opgewekt geestelijk leven.

Vrienden en geestverwanten

Op 22 februari schreef Kohlbrugge aan zijn vriend de Delftse onderwijzer H. van Heumen: "Te Amsterdam zoudt gij een aantal lieden van eerste kwaliteit rondom Da Costa zien. In de familie der grooten aldaar werkt de Heere door, door alle samenvoegselen en samenbindselen. Capadose te Scherpenzeel is het middenpunt geworden voor die omstreken van zeer 8) frequente bijeenkomsten."

Verder meldt hij van opwekkingen onder De Bilt, Doorn, te Elspeet "waar de predikant krachtdadig bekeerd is", te Elburg, Kockengen en Woerden. In dit verband worden ook nog Bunschoten, Putten en Utrecht vermeld.

Eén van de vrienden nam het zelfs openlijk en in geschrifte voor Kohlbrugge op, namelijk de bekende J.J.E.F. Schröter, een gepensioneerde commies der posterijen, die Kohlbrugge in een brochure tegen een naamloze schrijver, waarschijnlijk van één der Utrechtse predikanten, verdedigde onder het motto: "De Heere merkt er toch op en hoort en er is een gedenkboek voor Zijn aangezicht geschreven, Maleachi 3 : 16." 9)

Had de anonieme schrijver met een verwijzing naar Kohlbrugge als een " onbesonnen en hoogmoedige jongeling", wie het aan bescheidenheid, ootmoed en liefde ontbrak, de Utrechtse kerkeraad en het Provinciaal Kerkbestuur verdedigd, Schröter daarentegen beschuldigde deze kerkelijke instanties van "Turksch despotisme" tegen een persoon, die vervolgd werd om die waarheid, die eertijds in Kerk en Staat een aanbeveling was.

Hij rekende het zich tot een eer "door de innigste vriendschapsbanden" aan de verguisde prediker verbonden te zijn.

Schröter, droeg zijn opvattingen uit in het door hem geredigeerde tijdschrift "De Leer des Bijbels", dat van 1832 tot 1834 verscheen 10) . Zijn kerkelijk standpunt was naar de beoordeling van mr. H J. Koenen trouwens te eng. "Hij is niet op de hoogte van den tijd in het geestelijke. Wij leven niet meer in 1619. Niet maar alleen Remonstrantisme; vooral het ongeloof binnen en buiten de Kerk moet - zonder personaliteitbestreden worden", schreef deze aan Groen van Prinsterer 11} . Niet alle vrienden binnen het Réveil waren dus even rechtlijnig in hun opvattingen als Schröter. Maar men was er vrij algemeen toch wel van doordrongen dat, nu de volle waarheid in Kohlbrugges gedocumenteerde stukken aan het licht was gekomen, er handelend diende te worden opgetreden.

Het "Adres" van Molenaar

Een dergelijke onderneming scheen echter niet van gevaar ontbloot. De situatie in de Hervormde Kerk was geleidelijk gespannen geworden, aangezien vanwege onschriftuurlijke of zielloze prediking vele heilbegerigen hun toevlucht zochten in conventikel of oefening. Da Costa was in 1826 in Amsterdam begonnen met zijn zondagse Bijbellezingen, door dr. M.E. Kluit "het werkelijk begin en het hart van het Amsterdamse Réveil" genoemd 12) .

Capadose hield in deze tijd tijdens zijn verblijf in Scherpenzeel zijn oefeningen, weliswaar op maandagavond en dan onder de "kinderen Sions", maar ook Kohlbrugge ging hier, evenals in Utrecht, voor 13) . Soms leidde dit tot bepaalde verwikkelingen en zelfs tot opstootjes. En zo was het op tal van plaatsen. Een scheuring op kerkelijk gebied was niet denkbeeldig geworden. Er waren in dit opzicht al duidelijke signalen geweest!

In 1827 had het aanvankelijk anoniem gepubliceerde geschrift van de Haagse predikant D. Molenaar, "Adres aan alle mijne Hervormde geloofsgenooten", veel stof doen opwaaien, omdat dit de vinger had gelegd bij menige kerkelijke wondeplek 14) .

In de aanhef van zijn geschrift had de schrijver zich

openlijk gedistantieerd van Bilderdijks geestverwanten. Hoewel hij zich enerzijds verre hield van "die strenge en onbarmhartige en onchristelijke oordeelvellingen, welke over deze menschen geveld worden", niettemin verklaarde hij: "Ik sta in geenen delen met DA COSTA, CAPADOSE, THELWALL, VIJGEBOOM of dergelijken in verband. Ik kenne deze menschen niet, en weet niet dezelve ooit gezien te hebben. Ik keure zelfs zeer vele onberadene en onbewezen uitdrukkingen in hunne geschriften

Dit voorbehoud nam echter niet weg dat Molenaar duidelijk protest aantekende tegen de dubbelzinnige formulering van de proponentsformule en dat hij aandrong op handhaving van de belijdenisgeschriften, inclusief de Dordtse Leerregels.

De "woelingen van Mr.W.Bilderdijk"

Al distantieerde Molenaar zich destijds van Bilderdijks volgelingen, de officiële instanties, inzonderheid de kerkelijke bewindvoerders, brachten de dichter en zijn geestverwanten wèl in verband met de toenemende kerkelijke verdeeldheden en signaleerden in hem een ontwijfelbare voorbode van een dreigende Afscheiding. Nadat het Adres van Molenaar in kerkelijke kringen de nodige agitatie had verwekt, rapporteerde de minister van eredienst Van Pallandt van Keppel aan de koning omtrent de "woelingen van Mr. W. Bilderdijk en met denzelven meer of min overeenkomende drijvers." De overheid diende schrijvers als Bilderdijk en zijn aanhang ter verantwoording te roepen, welke "oud wantrouwen, twist en tweedragt tusschen de gemeenten en derzelver leeraars zaaijen en overal scheuring veroorzaken", hetgeen immers is toe te schrijven aan i6) de " uitzinnigste mystikerij" .

In dit kader dient ook het geheime rapport van de directeur van politie te Amsterdam, mr. S.Iz. Wiselius, met wie Bilderdijk nog wel in vriendschappelijke correspondentie had gestaan (maar wie hij ook wel eens onomwonden de waarheid had gezegd), aan de minister van justitie te worden geplaatst. " Onder alle twiststokende geschriften, welke op de aanhitsing en het voorbeeld van den Heer Bilderdijk sedert eenige jaren in de wereld zijn gestoten, is naauwelijks een dat, naar het algemeen gevoelen, voor de rust dei- Hervormde Kerk zo gevaarlijk is, en verderfelijk worden kan" als het bedoelde Adres, oordeelde Wiselius. Dit in de "zoogenaamde tale Kanaans" vervatte geschrift is immers het product van "een dweep- en twistzieke faktie", welke ongetwijfeld een scheuring in de Hervormde Kerk wil veroorzaken. Ook Da Costa en Capadose worden in dit rapport weer in één adem met hun verdachte leermeester genoemd 17) .

Het baatte ds. Molenaar dus niet dat hij publiekelijk afstand trachtte te nemen van de Bilderdijkse factie. De minister van justitie situeerde in een rapport aan de koning de belaagde Haagse predikant nadrukkelijk in deze hoek. "Het geschrift van den predikant Molenaar moet veeleer worden gelijkgesteld met de menigvuldige geschriften sedert eenige jaren in dichtmaat en in proza uit de vruchtbare pen van Mr. Willem Bilderdijk en diens volgelingen Da Costa, Capadose en anderen voortgevloeid", geschriften welke voorzeker geen andere strekking hebben dan "ongerustheid, tweespalt, verdenking en scheuring" onder de kerkleden te verwekken 18) .

Noten:

1) Het Lidmaatschap bij de Hervormde Gemeente hier te lande mij willekeurig belet. Echte bescheiden van H.F. Kohlbrugge, pag. 31, Leiden 1989. 2) Het Lidmaatschap, pag. 34. 3) Lonkhuijzen, J. van, Hermann Friedrich Kohlbrugge en zijn prediking, in de lijst van zijn tijd, pag. 122, Wageningen 1905. 4) Zo genoemd door Allard Pierson op voorspraak van Willem de Clercq. Zie: "Dr. Kollewijns Bilderdijk" in: Uit de verspreide geschriften II, pag. 145. Idem: Oudere Tijdgenooten, pag. 148, 184, Amsterdam 1922. 5) Lonkhuijzen, J. van, a.w., pag. 123 6) Zie C.E. te Lintum, Willem de Clercq. De mensch en zijn strijd, pag. 167 e.v., Utrecht 1938. 7) Lonkhuijzen, J. van, a.w., pag. 124. 8) Kohlbrugge aan H. van Heumen op 22 febr. 1832. Zie Van Lonkhuijzen, a.w., pag. 133 - noot. 9) H.F. Kohlbrugge, Doctor in de godgeleerdheid, tegen een naamloozen briefschrijver verdedigd, Amsterdam 1833, gericht tegen: Brief van een lidmaat der Nederlandsche Hervormde kerk aan een Vriend, over het geschrift van den theol. doctor H.F. Kohlbrugge, Utrecht 1833. Zie verder Van Lonkhuijzen, a.w., pag. 120-121 - noot. 10) De volledige titel luidde: De Leer des Bijbels of: Bijdragen van en voor Gereformeerde Christenen. Dit tijdschrift gaf o.a. zeer uitgebreide informatie over de kerkelijke toestand in Zwitserland (Genève). Opmerkelijk is dat Schröter ten tijde van de verschijning van de "Bezwaren" van Da Costa in 1823 nog een tegenstander van diens opvattingen was. 11) Briefwisseling Groen van Prinsterer, deel I (1808-1833), bewerkt door Dr. C. Gerretson, pag. 549, 's-Gravenhage 1925. 12) Kluit, M. Elisabeth, Het Protestantse Réveil in Nederland en daarbuiten, 1815-1865, pag. 168, Amsterdam 1970. 13) Kalmijn, D., "Kohlbrugge en Capadose" in: Hermann Friedrich Kohlbrugge (1803-1875) Zijn leven, zijn prediking, zijn geschriften. Een bundel studies samengesteld door dr. W. Aalders en ds. D. van Heyst, pag. 142-150, Den Haag 1976. Eveneens: Kalmijn, D. Abraham Capadose, pag. 67, 's-Gravenhage 1957. 14) Dirk Molenaar (1786-1865) was predikant te Middelburg en sedert 1822 te 's-Gravenhage. Nog in het jaar van verschijning beleefde zijn "Adres" negen herdrukken. Koning Willem I gaf openlijk zijn misnoegen over het "Adres" te kennen. 15) Adres aan alle mijne Hervormde Geloofsgenooten, pag. 3, 4, Amsterdam 1827. De hiergenoemde J.W. Vijgeboom 1773-1845), een oefenaar te Axel, had zich reeds in 1823 van de Hervormde kerk afgescheiden en trok als reizend prediker het land door. 16) Rapport van den Minister van Eeredienst aan den Koning, 18 mei 1827, in: Archiefstukken betreffende cle Afscheiding van 1834, Eerste deel, Voorgeschiedenis (1822-1834) bewerkt door dr. F.L. Bos, pag. 70, Kampen 1939. 17) Rapport van den Directeur van Politie aan den Minister van Justitie, 12 juni 1827, in: Archiefstukken etc., dl. I, pag. 74, 75. 18) Rapport van den Minister van Justitie aan den Koning, 21 september 1827, in: Archiefstukken etc., dl. I, pag. 105.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 december 1991

In het spoor | 16 Pagina's

WAAR LIGGEN DE WORTELS VAN DE SGP? - 10-

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 december 1991

In het spoor | 16 Pagina's

PDF Bekijken