Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

EUROPESE EENWORDING - NATIONALE ZIELEMOORD

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

EUROPESE EENWORDING - NATIONALE ZIELEMOORD

15 minuten leestijd

Onduidelijkheid en verdeeldheid

De vraag of het in principieel opzicht verantwoord is aan de Europese verkiezingen deel te nemen, is van meet af aan beslist onvoldoende duidelijk beantwoord. Het Hoofdbestuur van de SGP slaagde er niet in al dan niet gegronde bezwaren weg te nemen, ook al omdat men niet beter wist te doen dan gemakshalve aan bepaalde bezwaren voorbij te gaan.

Toen dan ook werd besloten tot deelname aan deze verkiezingen, was het resultaat er naar. Er ontstond een zorgwekkende verdeeldheid in de SGP-gelederen.

Grondig onderzoek gevraagd

Voor de plaatselijke kiesvereniging te Vriezenveen was dit aanleiding het Hoofdbestuur herhaaldelijk voor te stellen een studiecommissie in te stellen, die, na grondig onderzoek, zou moeten komen tot een evenwichtige beoordeling van de argumentatie pro en contra deelname aan de Europese verkiezingen.

Tot drie keer toe deed het Hoofdbestuur ook duidelijke toezeggingen in die richting.

Inmiddels heeft het SGP-studiecentrum de studie 'Nationale soevereiniteit' laten verschijnen. Aan de argumenten contra deelname aan de Europese verkiezingen is hierin beslist onvoldoende recht gedaan, zodat ook deze studie geen bevredigend antwoord kan bieden op de gestelde vraag.

De conclusie die overblijft

Tegen deze achtergrond valt het niet moeilijk om in te zien, dat het Hoofdbestuur kennelijk de vooropgezette mening was toegedaan, dat, hoe dan ook, moest worden deelgenomen aan de Europese verkiezingen. Tegelijkertijd kan worden vastgesteld dat het Hoofdbestuur onvoldoende in staat is gebleken de bestaande bezwaren op overtuigende wijze weg te nemen. De conclusie die overblijft, ligt evenzeer voor de hand. Deelname aan de Europese verkiezingen kan onmogelijk verantwoord worden genoemd zolang er geen sprake is geweest van een grondige doordenking en behandeling van de principiële bezwaren die hierover zijn aangedragen en ingebracht.

Overeenstemming en verschil van inzicht

Als ik hier nader op inga, is het goed om eerst vast te stellen, dat er beslist geen verschil van inzicht be-

staat over de voortgaande éénwording van Europa.

Niet alleen de SGP in haar geheel, maar ook het GPV en de RPF stemmen hierin overeen, dat de vorming van een supra-nationaal Europa, een zogenaamde Europese superstaat principieel wordt afgewezen. Overigens zijn er aanwijzingen dat die principiële afwijzing bij de RPF minder diepgaand verankerd ligt en in GPV-kring aan slijtage onderhevig is. Een meer praktische benadering lijkt ingang te vinden, waarbij men de ogen niet wil sluiten voor ontwikkelingen die zich onmiskenbaar aandienen. Het zou ook niet voor het eerst zijn dat een principieel uitgangspunt wordt geofferd op het altaar van het praktisch realisme, de waan van alledag.

In SGP-gelederen gaat het verschil van inzicht daarentegen over de vraag of de principiële afwijzing van een supra-nationaal Europa niet van dien aard is, dat ook het bestaan en het functioneren van een Europees parlement op zich al in principieel opzicht verwerpelijk is. En als dat het geval is, is ook de deelname aan de verkiezingen voor afgevaardigden naar dat Europese parlement in principieel opzicht onmogelijk te verantwoorden. Alvorens op die problematiek in te gaan, wil ik eerst nog in vogelvlucht proberen aan te geven wat nu in principieel en historisch opzicht de kern is van de aangevoerde bezwaren tegen een supra-nationaal Europa.

Principiële kerngegevens

In strijd met het Goddelijk gebod om het aardrijk te vervullen, zocht het mensdom om zich na de zondvloed te organiseren tot een hechte gemeenschap om zich in zichzelf krachtig te handhaven als een menselijke machtseenheid. Door de Babylonische spraakverwarring werden zij alsnog door de Heere Zelf over cle ganse aarde verstrooid.

Tegen deze achtergrond gewaagt het Lied van Mozes in Deuteronomium 32:8 dat de Heere, toen Hij Adams kinderen vaneen scheidde, de landpalen der volken heeft gesteld. In het bijzonder wordt dat in verband gebracht met het volk van Israël, waarin alle geslachten des aardrijks gezegend zouden worden. Johannes Calvijn merkte daarover op: "Met geheel de ordening der wereld heeft God zich dit doel voorgesteld, om voor Zijn uitverkoren volk zorg te dragen". Vervolgens kan naar Handelingen 17:26 verwezen worden, waar opgetekend staat hoe God het geslacht der mensen uit één bloede heeft gemaakt, "om op den gehelen aardbodem te wonen, bescheiden hebbende de tijden te voren geordineerd, en de bepalingen van hun woning; " De kanttekening bij de Statenvertaling merkt hierbij op dat "God door Zijne voorzienigheid alle menschen en volken op de aarde hun tijd en plaats heeft verordineerd, hoe lang en waar zij op de aarde zullen wonen." De Goddelijke bedoeling hiervan wordt in Handelingen 17:27 aangegeven: "Opdat zij den Heere zouden zoeken, of zij Hem immers tasten en vinden mochten; "

Onmiskenbaar ligt er dan het gegeven dat bepaalde volken daarbij meer bevoorrecht en rijker gezegend zijn dan de andere. In dit verband kan uit artikel 9 van het eerste hoofdstuk van de Dordtse Leerregels betreffende de verwerping der dwalingen worden afgeleid, dat dit onderscheid op niets anders berust dan op het welbehagen Gods.

Expansiedrift der volken

Voortdurend zien wij in de geschiedenis het streven naar expansie waarbij volken zich zoeken te handhaven door het vormen van steeds grotere machtsconcentraties in al groter wordende gebiedsdelen.

Denk slechts aan de machtige rijken in de Oudheid: het grote Babylonische rijk, het Perzische rijk, het Grieks-Macedonisch rijk en het Romeinse Keizerrijk.

Het Romeinse rijk en het heilige Roomse rijk

Tijdens de regering van keizer Constantijn de Grote kreeg het christendom een centrale plaats in het Romeinse wereldrijk. Onder de regering van keizer Theodosius werd de christelijke religie zelfs tot staatsgodsdienst verheven. Het heeft de uiteindelijke politiek-staatkundige, militaire en maatschappelijke ondergang van het Romeinse imperium niet kunnen verhinderen.

Toen het Romeinse rijk tijdens de grote volksverhuizingen was ten ondergegaan, ontbrak in het begin van de Middeleeuwen een politiek-staatkundige macht. De kerk van Rome overleefde evenwel de ondergang van de oude wereld en legde de grondslagen van waaruit de Middeleeuwse samenleving en maatschappij opleefden en zich organiseerden. Het streven was er toen in de Middeleeuwen op gericht

om die door de kerk van Rome geordende samenleving en maatschappij te vormen tot een politiekstaatkundige en militaire machtseenheid als voortzetting van het heilige Roomse rijk. Karei de Grote bijvoorbeeld beoogde nadrukkelijk de continuïteit van dit heilige Roomse rijk. Keizer Karei V en zijn zoon Filips II, om niet méér te noemen, zochten in datzelfde kader een groot en machtig rijk te realiseren op basis van de geestelijke eenheid van de kerk van Rome. En om te voorkomen dat die staatkundige machtseenheid werd ondergraven door kerkelijke verdeeldheid moest de kerk der Reformatie te vuur en te zwaard worden vervolgd.

De kerk der Hervorming en het ontstaan van onze natie

Steeds meer was de kerkleer van Rome afgeweken van het in de Heilige Schrift geopenbaarde Woord Gods, maar aan het einde der Middeleeuwen wies het Woord Gods en het verkreeg de overhand. Groot was het verval der kerk tot op de tijd der Reformatie toen de Heere Zelf het Licht van onder de korenmaat weer op de kandelaar plaatste.

Op een wonderlijke wijze plantte de Heere zo in onze lage landen bij de zee Zijn kerk, waarop een tijd van bloedige geloofsvervolgingen en langdurige strijd aanbrak. En vanuit de vestiging van de kerk der Hervorming hier ten lande vormde zich in die tijd van vervolging en strijd de Nederlandse natie ter verdediging en bescherming van de kerk der Reformatie. Groen van Prinsterer werd niet moe om steeds weer te beklemtonen: "Elders is de Kerk opgenomen door den Staat; hier is de Republiek niet slechts met de Kerk vereenigd, zij is geboren uit de belijdenis der Kerk."

Menigmaal zag het er in de Tachtigjarige Oorlog naar uit, dat staat en kerk der Reformatie met de ondergang werden bedreigd. Na de val van Haarlem in 1573 beantwoordde prins Willem van Oranje een brief van geuzenadmiraal Sonoy als volgt: "Gij schrijft ons, dat men u soude laten weten, of wij oock met eenigen groten, machtigen Potentaet in vasten verbonde staen. Waerop wij niet laten willen ulieden voor antwoorde te geven, dat aleer wij oit dese sake ende beschermenisse der Christenen en andere verdrukten en desen lande aengevangen hebben, wij metten alderoppersten Potentaet der Potentaeten alsulken vasten verbondt hebben gemaekt, dat wij geheel verzekert sijn, dat wij en alle degene die vastelijk daerop betrouwen, door sijne geweldige en machtige hand ten lesten noch ontset sullen worden, spijt alle sijne en onse vijanden; ."

Meer dan opmerkelijk is in dit verband de opmerking die Groen van Prinsterer maakte: "De Heere

heeft hier Zijne kerk geplant; voor haar instandhouding tegen aanval van buiten en afval van binnen gezorgd; den met haar vereenigden Staat, om harentwil, met de keur en den overvloed zijner weldaden begunstigd; zodat onze geschiedenis, meer welligt dan die van eenig christelijk Volk, het verhaal der leidingen en wonderen Gods is."

Israël van het westen

Laten wij het nog eens even op ons inwerken. De kerk der Hervorming in onze lage landen is een planting des Heeren. Met de kerk der Reformatie als oorsprong ontstond onze Republiek ter bescherming en verdediging van die kerk. Een vast verbond van Oranje met de Heere der heirscharen ligt daaraan ten grondslag. Menig keer is in dit verband gewezen op de trits "God, Nederland en Oranje", die als een drievoudig snoer niet haast wordt verbroken. Zo is onze nationaliteit gegeven op een wijze die vanouds wel is vergeleken met het volk van Israël. Groen van Prinsterer schreef in dit verband: "Nederland een tweede Israël? niet bij gelijkstelling, maar bij vergelijking. De zegeningen van het Evangelie, niet bij uitsluiting, bij uitnemendheid aan Nederland verleend. Geen hoogmoed dit te beweren; grove ondankbaarheid dit te miskennen."

Met name het Bijbelse gegeven dat Israël alleen zal wonen, is altijd voor Nederland als protestantse Natie van toepassing geacht.

Nieuwe levenskracht of het levensrecht verbeurd?

In het Reformatorisch Dagblad van 2 juni 1984 werd door de heer G.Roos opgemerkt, dat de trits "God, Nederland en Oranje" als historisch gegeven moeilijk uitgangspunt kan zijn voor de praktijk van alledag.

In dat opzicht zou het functioneren van een Europees parlement wel acceptabel zijn. Meer dan van een historisch gegeven is hier evenwel sprake van een principiële werkelijkheid. Wij zullen ons daar nooit van af kunnen maken, want juist dat gegeven brengt met zich mee, dat het Tyrus en Sidon verdragelijker zal zijn in de dag des oordeels, gezien de krachten die onder ons geschied zijn zonder tot bekering te komen.

Voor Groen van Prinsterer lag deze aangelegenheid ook principieel anders dan door het R.D. kenbaar werd gemaakt. Zo vroeg Groen zich af: "Hoedanig zal het lot van Nederland zijn? Is het bestemd om in grootere Rijken opgenomen, en met het verlies zijner Nationaliteit, opgelost te worden, of wel is de hoop gegrond dat hetgeen verstorven schijnt door hetgeen nog leeft met nieuwe levenskracht zal worden bezield? "

Groen van Prinsterer had daar uitgesproken gedachten over. Zo stelde hij elders onomwonden: "Neen, de ergste volksramp is het niet wanneer onder de strenge tuchtroe van de vreemdeling door de verdrukking zelve een nationale wedergeboorte voorbereid wordt.

Dit is het ergste (en moge door Gods ontferming Nederland er voor behoed worden!), wanneer een natie, die, in de wereldgeschiedenis, een toonbeeld der zegeningen Gods op de belijdenis van het Evangelie geweest is, door eigen ontzenuwing verbastert; wanneer ze, in de ondankbaarheid van haar afval, een nationale zielemoord pleegt, en, eer ze het doodvonnis ondergaat, het levensrecht verbeurt."

Nationale zielemoord

Wij sluiten onze ogen niet voor de praktijk van alledag, waaruit steeds indringender blijkt, dat wij in een post-christelijk tijdperk leven. Wij zijn niet blind voor de bittere realiteit, dat een proces van secularisatie, van ontkerstening en verwereldlijking voortdurend toeneemt in omvang en diepte. In de afval van God en de verwerping van Gods Woord zijn land en volk het heilspoor geheel en al bijster geraakt.

De kerk der Reformatie, eens de oorsprong en de grondslag van ons volksbestaan, is tot een randverschijnsel in de samenleving teruggedrongen. Maar met de uitholling van ons volksbestaan als protestantse natie is ook het levensrecht op een nationaal volks-

bestaan ondergraven. Het spreekt boekdelen dat juist in de tijd die wij thans beleven onze nationale soevereiniteit stukje bij beetje wordt prijsgegeven. Zeker, internationale ontwikkelingen op sociaal-economisch gebied en bijvoorbeeld ook de milieuproblematiek vragen om een integrale aanpak in Europees verband. Daar kan evenwel afdoende in worden voorzien door een goed functionerend Europees samenwerkingsverband met behoud van de nationale zelfstandigheid van elk der lid-staten. De kern van de zaak is gegeven met het feit dat onze identiteit als protestantse natie is prijsgegeven. Als gevolg daarvan is ons het levensrecht op een nationale volksbestaan ontvallen en vindt een uitholling plaats van onze nationale soevereiniteit. De overdracht van nationale bevoegdheden aan supra-nationale organen in het kader van de Europese éénwording moet in principieel opzicht dan ook zonder enig aarzelen worden beschouwd als een nationale zielemoord.

Tegen die achtergrond moet de principiële afwijzing van het Europese eenheidsstreven worden gezien.

Het Europese parlement

Een besliste, principiële afwijzing van het proces van Europese éénwording moet zonder meer ook een besliste afwijzing inhouden van het Europese parlement. In de eerste plaats staat het onomstotelijk vast, dat het functioneren van het Europese parlement naar doelstelling en geaardheid is gericht op voortdurende voortgang van het Europese integratieproces. Dat kan ook niet anders omdat het Europese parlement in wezen een supra-nationaal orgaan is.

De besluitvorming in de Europese Gemeenschap vindt plaats door de Raad van Ministers, waarbij de ministers van de lid-staten de nationale soevereiniteit inbrengen van het land dat zij vertegenwoordigen.

Het beleid dat zij daar voeren, staat ook ter beoordeling door de nationale parlementen. Als uitdrukking van de Europese eenheid is het Europese "volk" vertegenwoordigd in het Europese parlement, dat als supranationaal orgaan handelt over de zaken die in internationale kaders worden overeengekomen door de soevereine lid-staten. Of de macht en de invloedssfeer van het Europese parlement nu groot of klein is, het doet allemaal niets af van het feit, dat de werking van het Europese parlement op zich al een aantasting van de nationale soevereiniteit der lid-staten inhoudt.

Wie zich daar principieel tegen kant, ontkomt er niet aan ook het bestaan van een Europees parlement als supra-nationaal orgaan principieel af te wijzen.

De kernvraag gesteld

In het eerder aangegeven artikel stelde G.Roos zich tenslotte de vraag of ons Nederlandse parlement nu in diepste wezen zo heel veel verschilt met het Europese parlement. Wanneer in Nederland in het kader van de - in feite afgewezen - parlementaire democratie SGP-ers kunnen functioneren, waarom zouden zij dat niet kunnen in een Europees parlement? Na het voorgaande kan de beantwoording van die vragen betrekkelijk kort zijn.

Het Nederlandse parlement

Ons nationale volksbestaan, voortgekomen uit de planting van de kerk der Reformatie hier ten lande en onder de wonderlijke leiding Gods ontstaan in de strijd ter verdediging en bescherming van de kerk, kent een staatsbestel, waarbij regering en parlement ieder hun eigen plaats, taak en verantwoordelijkheid hebben. Nu heeft de parlementaire democratie in ons staatsbestel een centrale plaats gekregen op basis van volkssoevereiniteit en dat wijzen wij principieel af. Het belet ons evenwel niet om op verantwoorde wijze in ons nationale parlement zitting te nemen, zolang wij principieel stelling kunnen nemen tegen de ontaarding van de parlementaire democratie zonder ons daarbij te compromitteren. Van een principiële afwijzing van het Nederlandse parlement als zodanig behoeft dan immers geen sprake te zijn.

Het Europese parlement

Geheel anders ligt dat voor het Europese parlement. Als supra-nationaal orgaan functioneert het onder aantasting van onze nationale soevereiniteit, waarbij de banden met ons verleden als protestantse natie meer en meer worden doorgesneden. Alleen al op grond daarvan hebben wij het Europese parlement principieel af te wijzen. Als supra-nationaal orgaan moet het ook gezien worden als onderdeel van een Europees staatsbestel in wording, dat naar vermogen bijdraagt aan een Verenigd Europa. In het verleden is ons volk uitgeleid uit, thans keren wij terug tot het diensthuis van Rome. En waar de kerk van Rome in een Verenigd Europa geen centrale plaats weet in te nemen, zullen het de grondslagen van het humanisme en de beginselen der revolutie zijn die in die leemte voorzien.

De stem van Dordt

Is het dan zo bezwaarlijk om juist in het Europese parlement getuigenis te geven van Gods Woord, Gods inzettingen en rechten, zo wordt vaak in laatste instantie opgemerkt. De stem van Dordt en de stem van Genève mag toch, ja moet toch ook de stem van Straatsburg zijn?

Wij hebben het Europese parlement principieel af te wijzen als supra-nationaal orgaan, omdat het een wezenlijke aantasting van onze nationale soeverei-

niteit bewerkstelligt en als onderdeel van een nieuw staatsbestel in wording meewerkt aan de opbouw van een Verenigd Europa. Die principiële afwijzing van het Europese parlement betekent tegelijkertijd, dat het onmogelijk is hierin zitting te nemen, of zich, door deel te nemen aan de verkiezingen, hierin te laten vertegenwoordigen. Het doel heiligt de middelen immers niet. Opmerkelijk is in dit verband de uitlating van prof. dr. C.A.Tukker: "Wij Nederlanders zijn in staat om zelfs in de poort van de hel nog een preekstoel op te richten onder het motto dat de poorten der hel Christus' gemeente niet zullen overweldigen en met als argument dat zo op het terrein van de vijand Gods zaak wordt gediend." Laten wij toch dit vooral niet vergeten dat het mogelijk is om het profetisch getuigenis van Gods Woord te misbruiken als duivelsbezwering. Net als de zonen van Sceva zou de SGP een onthullende vraag voorgelegd kunnen krijgen: "Genève ken ik en Dordt weet ik, maar gijlieden, wie zijt gij? "

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 april 1992

In het spoor | 28 Pagina's

EUROPESE EENWORDING - NATIONALE ZIELEMOORD

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 april 1992

In het spoor | 28 Pagina's

PDF Bekijken