Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

VERONTRUSTENDE ONTWIKKELINGEN

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

VERONTRUSTENDE ONTWIKKELINGEN

12 minuten leestijd

Inleiding

Recent zijn er nieuwe ontwikkelingen rondom het lidmaatschap van vrouwen van de SGP. Uit piëteit voor de SGP heeft 'In het Spoor' zich de laatste jaren terughoudend opgesteld over deze kwestie. Nu deze aangelegenheid maar niet tot een oplossing wordt gebracht en er op korte termijn een vergadering zal worden belegd om één en ander te bespreken, is het niet langer verantwoord om te zwijgen over tal van ontwikkelingen die meer en meer in de openbaarheid komen. Vooral recente ontwikkelingen maken het noodzakelijk om deze materie aan de orde te stellen. Hierbij zal ook de nodige aandacht worden geschonken aan de in het oog springende houding van het Hoofdbestuur ten aanzien van de vrouwelijke leden.

Hieraan voorafgaand zal een overzicht worden gegeven van enkele momenten uit de geschiedenis van de SGP die van belang zijn in verband met de recente ontwikkelingen.

Het beginsel

* 'Haar man is bekend in de poorten, ...' (Spreuken 31:23)

* 'Doch ik wil dat gij weet, dat Christus het Hoofd is eens iegelijken mans, en de man het hoofd der vrouw, en God het Hoofd van Christus.' (1 Korinthe 11:3)

* 'Doch ik laat de vrouw niet toe, dat zij lere, noch over den man heerse, maar wil, dat zij in stilheid zij' (1 Tim. 2:12)

* Ir. C.N. van Dis schreef dan ook: 'Wie dan ook de gelijkstelling van man en vrouw in het openbare

leven in strijd acht met de eigenlijke taak der vrouw, met de ordeningen Gods, kan niet de toegang tot de kiesverenigingen voor vrouwen ontsluiten.' 1}

De verwording

* Volgens een brief, ondertekend door het hoofdbestuurslid de heer Pijl, heeft het Hoofdbestuur op 30 september 1983 besloten, dat het bestuur van de kiesvereniging in Den Haag 'de vrijheid ontvangt' om vrouwen te accepteren als lid nu 'noch uit ons Program van beginselen, noch uit onze Statuten blijkt dat een vrouw geen lid mag zijn van de partij' 2) .

* Op 29 november 1984 besluit de kiesvereniging van Den Haag om haar huishoudelijk reglement dusdanig te wijzigen dat vrouwen lid kunnen worden. Het besluit wordt genomen met één stem tegen.

* Het Hoofdbestuur alsmede de statenkringvereniging Den Haag worden hiervan op 12 december in kennis gesteld.

* Er rijzen bezwaren vanuit de kiesvereniging te Scheveningen tegen het uitnodigen van vrouwen op de gemeentelijke kiesvereniging-vergaderingen en op de statenkring-vergaderingen.

* Op de partijdag in 1989 stellen de kiesverenigingen van Loenen aan de Vecht en IJsselmuiden voor om de statuten dusdanig aan de passen dat vrouwen geen lid kunnen zijn van de SGP. Het Hoofdbestuur ontraadt dit voorstel; eerst wil zij het Program van Beginselen aanpassen 3) . Ondanks de indringende betogen van de partijvoorzitter, ds. Slagboom, en de partijsecretaris, de heer Boender, om toch vooral dit voorstel niet te steunen, krijgt het voorstel 'slechts bijna 58%' voorstemmers van de afgevaardigden 4) . Een dergelijke wijze van notuleren geeft wel erg de visie van de secretaris weer en hierop is terecht kritiek geleverd.

* Tijdens de eerste huishoudelijke vergadering te Putten op 15 april 1989 om te komen tot een ander Program van Beginselen, komt een voorstel van de kiesvereniging van Veenendaal in stemming.

Dit voorstel luidt: 'Vrouwenkiesrecht, vrouwlidmaatschap van politieke partijen alsmede het zitting nemen van de vrouw in politieke organen, zowel bestuurlijke als vertegenwoordigende, strijden met de roeping van de vrouw'.

De kiesvereniging te Veenendaal acht dit noodzakelijk nu het Hoofdbestuur het zelf noodzakelijk acht dat er letterlijk in de statuten en/of het Program van Beginselen moet staan dat vrouwen geen lid mogen zijn van de SGP. Het advies van het Hoofdbestuur luidt echter: ontraden. Het voorstel wordt met 215 stemmen tegen en 185 stemmen voor verworpen.

* In augustus 1991 komt er een rondschrijven dat het Hoofdbestuur unaniem het vrouwlidmaatschap van de SGP afwijst. Hierbij moet worden bedacht dat verschillende leden van het Hoofdbestuur alsmede leden van het dagelijks bestuur van het Hoofdbestuur ook reeds in 1983 deel uitmaakten van dit Hoofdbestuur.

* Op 22 februari 1992 verschijnt er in het Reformatorisch Dagblad een bericht dat het Hoofdbestuur onder druk van de dreiging met een kort geding een vrouw die lid is van de SGP de toegang niet ontzegt tot de algemene vergadering van 29 februari 1992 te Utrecht.

* De partijdag van 29 februari 1992 wordt door verschillende vrouwen bezocht. Een verklaring van het Hoofdbestuur wordt voorgelezen. Hierin wordt niet de beginselmatige onjuistheid van het bezoeken van vrouwen van de partijdag aan de orde gesteld, maar hier wordt vooral gewaarschuwd om niet onwaardig op de aanwezigheid van vrouwen te reageren. Het Hoofdbestuur zegt toe op korte termijn, omtrent de lengte van deze termijn was overigens niets zinnigs te zeggen, zich te zullen beraden over de begrenzing van de betrokkenheid van vrouwen bij de SGP.

Verbanden

De opgesomde gebeurtenissen zijn enkele belangrijke momenten uit de treurige geschiedenis die de SGP aan het maken is. Uiteraard staat deze ontwikkeling niet op zichzelf. Uiteindelijk is het een logisch gevolg van het streven naar datgene dat haalbaar is en het loslaten van de beginselen. Voor vrouwen is de weg naar de stembus begaanbaar gemaakt, zelfs wel door het Hoofdbestuur en meer dan eens geschiedt dit met een beroep op een uitspraak van ds. Kersten. Ds. Kersten sprak namelijk:

'Dat zoovele vrouwen, soms tegen haar overtuiging in, stemden en rechts stemden, en aan de linkerzijde een nederlaag bezorgden, als niemand had durven denken is mijns inziens een bewijs, dat de oude godsdienstige geest nog in ons volk leeft, aan ons Nederlandsch volk eigen is, en het godsdienstig element niet van boven is opgelegd door een kleine groep geestelijken.' 5)

Zie maar, zegt men dan op verschillende SGP-vergaderingen, ds. Kersten was er niet tegen als vrouwen gingen stemmen. Voor het gemak maar vergetend dat ds. Kersten enkele jaren later als zijn standpunt en dat van het Hoofdbestuur, weergaf over het stemmen door vrouwen: 'Vrouwen blijft thuis!' en dit was steeds zijn standpunt en dat van het Hoofdbestuur geweest 6) . Daarom kan de uitleg die aan de hiervoor vermelde uitspraak van ds. Kersten wordt gegeven, slechts worden beschouwd als louter inlegkunde. Van het ene is nu het andere gekomen. De bereidheid tot stemmen op de SGP blijkt in bepaalde gevallen af te hangen van de mogelijkheid tot het lidmaatschap van deze partij, met alle gevolgen van dien.

Beginselmatige bezwaren?

Het Hoofdbestuur zal de partij en ook de vrouwelijke leden nog het nodige moeten uitleggen als thans wordt gesteld dat er beginselmatige bezwaren bestaan tegen het lidmaatschap van vrouwen van de SGP. Een zaak die des te meer gaat klemmen nu er reeds is gedreigd met een rechterlijke procedure met betrekking tot de aan dit lidmaatschap verbonden rechten.

De huidige anti-discriminatie wetgeving vereist dat duidelijk wordt gemaakt dat er fundamentele bezwaren bestaan tegen het vrouwlidmaatschap van een politieke partij, indien deze vrouwen niet accepteert als lid 7) . Een zaak die ook de vrouwelijke leden duidelijk zal moeten worden gemaakt.

De hiervoor geschetste geschiedenis wijst niet overtuigend in die richting ondanks het rondschrijven van augustus verleden jaar. Immers, verschillende hoofdbestuursleden waren ook reeds in 1983 lid van dit Hoofdbestuur. Het spreekt voor zich dat zij de thans te berde gebrachte bezwaren toen reeds hadden moeten delen indien deze voor hen werkelijk van fundamentele aard zouden zijn. Nog in 1989 waren er geheel andere signalen waarneembaar vanuit het Hoofdbestuur. De heer Pijl zei in een interview in juni 1989: 'Ik vraag me nog steeds af waarom vrouwen wel lid mogen zijn van een kerk en niet van een politieke partij. Dat ontgaat mij.' 8) .

De discussies rond lijstverbindingen en wethoudersverkiezingen bevorderen niet de geloofwaardigheid van de beginselmatige bezwaren tegen vrouwlidmaatschap van politieke partijen met de daaraan verbonden consequenties. Er worden tijdens de bespreking van deze onderwerpen van die ogenschijnlijk Staatkundig Gereformeerde uitspraken gehoord als: 'Liever een GPV-vrouw als raadslid, dan een P.v.d.A.man' en 'liever een C.D.A.-vrouw als wethouder dan een ....'; vult u zelf maar in. Als er echter werkelijk fundamenteel beginselmatige bezwaren zijn tegen het regeren door vrouwen in het politieke leven, zou dan zo worden geredeneerd?

Hierbij komt dat de houding van het Hoofdbestuur rond het toelaten van het vrouwelijk partijlid dat toegang tot de afgelopen partijdag eiste niet primair en overwegend lijkt te zijn bepaald door beginselmatige bezwaren. Volgens de berichtgeving in de pers deed het Hoofdbestuur een schriftelijk appèl op het vrouwelijk SGP-lid om van haar voornemen af te zien. Dit niet zozeer omwille van het in gedrang komen van de beginselen, maar 'terwille van die partijleden die tegen haar presentie principiële bezwaren hebben' 9) . Ook op de partijdag klonk geen droefheid over de verwatering van de beginselen op dit punt, maar slechts angst voor mogelijke onrust en voor ontoelaatbare reacties. Zo wordt de indruk gewekt dat de bezwaren tegen het lidmaatschap van vrouwen met name ingegeven zijn door de angst voor bezwaarden.

Als laatste punt is van belang dat één der vrouwelijke leden zich op het standpunt kan stellen, door het Hoofdbestuur en de plaatselijke kiesvereniging aangemoedigd te zijn om lid te worden 10) . Verschillende brieven gezonden namens het Hoofdbestuur en door het bestuur van de plaatselijke kiesvereniging zijn op dit punt helaas maar al te duidelijk. Overigens is het nauwelijks voorstelbaar dat het hele Hoofdbestuur van deze gang van zaken op de hoogte is geweest, laat staan hiermee heeft ingestemd.

Vrouw en SGP

Niet alleen de houding van het Hoofdbestuur in deze is verontrustend, maar ook die van de vrouwen die menen met hun lidmaatschap de SGP te moeten steunen. Een rechtgeaarde Staatkundig Gereformeerde vrouw streeft er niet naar om lid te worden van de SGP, ook niet als dit door de plaatselijke kiesvereniging gemakkelijk is gemaakt onder aanvankelijke goedkeuring van het Hoofdbestuur.

Gods Woord is in deze duidelijk. Weliswaar wordt hierin geen letterlijk verbod gegeven aan vrouwen waarin staat dat ze geen lid mogen zijn van de partij, maar de Bijbel is toch geen wetboek waarin allerlei zaken exact moeten zijn ge- of verboden? Als zelfs in de christelijke gemeente, daar waar geldt dat in Christus noch man noch vrouw is (Galaten 3:28), de vrouw in het openbaar toch dient te zwijgen ondanks deze geestelijke gelijkheid, hoeveel te meer geldt dit dan in het politieke leven, daar waar deze gelijkheid komt te ontbreken! Wees niet wijzer dan Salomo door 'in de poort' te gaan zitten, maar laat u leiden door Gods Woord.

Staatkundig Gereformeerde voormannen als Ir. van Dis, ds. Barth en ds. Kersten, hebben toch overduidelijk aangetoond op grond van Gods Woord, dat de Heere in beginsel een andere taak heeft weggelegd voor vrouwen dan om te regeren.

'Sterk is de vrouw, die vrouw blijft. Late men toch af van het karakterloos boeleren met alle dwaling. (...) Gij vrouwen, wier lust het is in eenen stillen en zachtmoedigen geest in het onverderfelijk versiersel, waarin de Godzalige vrouwen u van ouds zijn voorgegaan, begeeft u niet op het glibberig pad van staatkundige medezeggenschap, maar zoekt uwe eer in die plaats die God u in de schepping heeft toebedeeld.' zo schreef reeds ds. Barth U) .

Het ware te wensen dat deze woorden door de vrouwelijke leden der SGP ter harte werden genomen. Niet omdat het de woorden van deze of gene SGP-er zijn, maar omdat ze gegrond zijn op Gods onfeilbaar Woord.

De zeggingskracht van Gods Woord kan in deze niet dan op ongeloofwaardige wijze tot het kerkelijke leven worden beperkt. Men onderzoeke toch Gods Woord en de lezenswaardige geschriften van onze voorvaderen.

Ten besluite

De SGP krijgt meer en meer te maken met de gevolgen van een nu zo langzamerhand onaanvaardbaar lang slepende kwestie rond de vrouwen die lid zijn van de partij.

Helaas blijkt dat er binnen de partij en het Hoofdbestuur, als het er in de praktijk op aan komt, nogal verschillend wordt gedacht over de positie van de vrouw in het politieke leven. Hierdoor wordt een bijbels juiste oplossing zeer bemoeilijkt en wordt de verwarring alleen maar groter gemaakt.

Ds. Kersten stelde duidelijk dat met de beginselen de SGP staat of valt en ds. Zandt was geen andere mening toegedaan. Juist daarom ten besluite het ootmoedige verzoek dat nu alweer verschillende jaren geleden ds. Du Marchie van Voorthuysen het Hoofdbestuur voorlegde, hoewel inmiddels de SGP alweer de nodige stations is gepasseerd:

'Geacht Hoofdbestuur, Oude calvinistischeprincipia zijn in het geding. Wilt u alstublieft alles op alles zetten opdat die zuivere beginselen, zoals de godvrezende voormannen onzer partij die op grond van Gods onveranderlijk Woord hebben opgesteld en uitgedragen, niet zullen worden gewijzigd? Om wille van Gods Woord, en omdat de SGP ons vanwege haar beginselen nog lief is. Wijziging van die beginselen zou mede wel een zeer ernstige verloochening zijn van het principiële standpunt van die leidslieden onzer partij, van wie we vastelijk geloven dat God Zijn zaligmakende genade in Christus in hun harten verheerlijkt heeft.' 12)

Noten:

1) De Banier, 22 april 1926

2) Zie ook: 'Interview met de heer J. Pijl' in: Rondom de Haagse toren., 5e jaargang nummer 1/2, juni 1989, p. 23

3) De Banier, 26 januari 1989

4) De Banier, 6 april 1989

5) Kersten, G.H. Drie parlementaire redevoeringen, geciteerd uit: Vooroorlogse SGP-geschriften, dl. 1, 1986, p. 41

6) Kersten, G.H. Is er geen oorzaak? IV, geciteerd uit: a.w., p. 137

7) Manen, M. van, 'Vrouwlidmaatschap van de S.G.P.' in: In het Spoor, 13e jaargang nummer 3, juni 1989, p. 38 e.v. 8) 'Interview met de heer J. Pijl', a.a.

9) Reformatorisch Dagblad, 22 februari 1992 10) Trouw, 28 februari 1992

11) Barth, J.D. Het Calvinistisch beginsel in deszelfs wording door Calvijn, z.j. p. 70 e.v.

12) Marchie van Voorthuysen, E. du, 'Een Calvinistisch beginsel' in: De Staatkundig Gereformeerde Plaats van de vrouw, 1985, p. 16

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 april 1992

In het spoor | 28 Pagina's

VERONTRUSTENDE ONTWIKKELINGEN

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 april 1992

In het spoor | 28 Pagina's

PDF Bekijken