Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

WEER EEN BRIEF VAN HET HOOFDBESTUUR

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

WEER EEN BRIEF VAN HET HOOFDBESTUUR

14 minuten leestijd

Inleiding

Precies twee maanden voor de huishoudelijke vergadering die D.V. gehouden zal worden op 25 september, hebben de kiesverenigingen de voorstellen ontvangen die daar moeten worden besproken. Het verdient aanbeveling om deze voorstellen nauwkeurig te bestuderen, alvorens de vergadering van de kiesvereniging te bezoeken waar deze zullen worden besproken. In deze bijdrage zullen enkele punten naar voren worden gebracht die van belang kunnen zijn voor de bespreking van de betreffende voorstellen op de kiesvereniging en de huishoudelijke vergadering.

Terecht opgemerkt

Het Hoofdbestuur begint in de brief met op te merken dat

"Gezien de uitslag van de gehouden peiling in Putten, waarvan het Hoofdbestuur nogmaals wil benadrukken dat deze niet besluitvormend maar opiniërend van karakter was, zou men van het HB een voorstel kunnen verwachten in de lijn van het daar voorgelegde model I, waarbij de statuten in lid a van artikel 5 als volgt worden gewijzigd: 'Door een plaatselijke kiesvereniging kunnen als lid worden toegelaten mannen van achttien jaar en ouder'...enz."

Hier wordt door het Hoofdbestuur terecht opgemerkt dat een voorstel in de lijn van het model I had mogen worden verwacht. Er had bovendien een definitief voorstel mogen worden verwacht. In Putten is door het Hoofdbestuur een duidelijke toezegging gedaan en tijdens de partijdag met vermelding van datum herhaald, inhoudende dat er "rond de positie van de vrouw in onze partij een afrondende bespreking" zal worden gehouden op "zaterdag 25 september dit jaar" 1} .

Uiteraard kunnen er zich omstandigheden voordoen waardoor van een duidelijke toezegging mag of zelfs moet worden afgeweken, maar hiervoor moeten wel deugdelijke argumenten worden aangedragen en dient er sprake te zijn van nieuwe, belangrijke omstandigheden die ten tijde van de toezegging nog niet bekend waren.

Tekort

De reden om in dit geval van de duidelijke toezegging af te wijken, wordt als volgt omschreven:

"Dit voorstel (zoals hiervoor weergegeven, M.v.M.) heeft echter het gevaar in zich dat tekort gedaan wordt aan cle betrokkenheid van de vrouw, zoals daarover wordt gesproken in de brief van het HB d.cl. augustus 1991 en zoals eveneens naar voren kwam op de Huishoudelijke Vergadering van 16 januari j.l."

Vervolgens wijst het Hoofdbestuur in de voorliggende brief op verschillende passages uit reeds eerder rondgezonden brieven. Met het herhaaldelijk verwijzen naar reeds verzonden brieven geeft het Hoofdbestuur met even zoveel keren te kennen dat er slechts sprake is van

feiten en omstandigheden die al bekend waren op de huishoudelijke vergadering van 16 januari 1993. Aan dit belangrijke gegeven kan niet zomaar voorbij worden gegaan. Juist mede op grond van al hetgeen het Hoofdbestuur destijds reeds heeft geboden, heeft de partij in grote meerderheid bewust gekozen voor model I, inhoudende dat vrouwen geen lid behoren te zijn.

Betrokkenheid

Het Hoofdbestuur heeft ook de betrokkenheid van de vrouw zoals die op de vergadering van 16 januari jl. naar voren kwam in de herinnering geroepen. Het Hoofdbestuur gebruikt bij deze herinnering de bewoordingen "en zoals eveneens naar voren kwam". Hiermee geeft het zelf al aan dat reeds tijdens de januarivergadering geen andere betrokkenheid van de vrouw naar voren kwam dan in de daaraan voorafgaande brieven. Ook in dit opzicht kan derhalve niet worden gesproken van nieuwe feiten en omstandigheden.

Het Hoofdbestuur laat dus simpelweg na om ook maar enig feit of omstandigheid naar voren te brengen die het afwijken van de toegezegde gedragslijn rechtvaardigt. Door deze opstelling wordt als het ware gesuggereerd: "Partij, we vinden nog steeds dat u de rondgezonden brieven niet goed genoeg hebt gelezen en dat u daaraan de juiste consequenties nog niet hebt verbonden. Doe daarom uw huiswerk nog maar eens over."

Een partij die weet de brieven wèl goed te hebben gelezen, behoort met dat overdoen natuurlijk niet akkoord te gaan, maar dient daartegen op waardige wijze te protesteren.

Onzeker

Wat met de uitkomsten van de aanstaande vergadering wordt gedaan, blijft onduidelijk. Acceptatie van voorstel 1 betekent dat de partij het Hoofdbestuur vraagt om met voorstellen te komen en voorstel 3 houdt wederom eenzelfde verzoek aan het adres van het Hoofdbestuur in. Deze formuleringen zijn wel erg vrijblijvend, zeker nu er nog niet eens een globaal tijdpad is aangegeven.

Op 16 januari jl. heeft de partij reeds een wens uitgesproken en het Hoofdbestuur heeft toen toezeggingen gedaan om met een definitief voorstel te komen in de lijn van die wens. Voorstellen zijn er nu weliswaar genoeg, maar geen voorstellen als toen werden bedoeld en zijn toegezegd.

Gedragslijn

Tijdens de op 16 januari jl. gehouden huishoudelijke vergadering in Putten heeft de overgrote meerderheid van de vergadering uitgesproken dat zij het lidmaatschap van de partij afwijst. Zowel het model I als het model III wezen het lidmaatschap immers af 2) .

De uitspraak die de partij in Putten deed, is echter niet verwerkt in de huidige voorstellen. Voorstel 2 van de brief spreekt weliswaar uit dat "het lidmaatschap zoals in onze Statuten verwoord, vrouwen niet toekomt", maar vervolgens wordt het uitsluiten van vrouwlidmaatschap in de daarop volgende stellingen niet uitgesproken.

In stelling 5 wordt wel uitgesproken dat "zolang de huidige Statuten van kracht zijn" kiesverenigingen vrouwen niet als lid kunnen toelaten, maar deze bewoordingen laten de mogelijkheid open dat bij gewijzigde Statuten het vrouwlidmaatschap niet is uitgesloten. Voorstel 2 gezien in het licht van de daarop volgende stellingen betekent derhalve dat "het lidmaatschap zoals op dit moment in onze Statuten verwoord, vrouwen niet toekomt."

Met andere woorden: Deze voorstellen laten de mogelijkheid open om de betrokkenheid van vrouwen bij de SGP via een vorm van lidmaatschap vast te leggen. De vrouw kan bij acceptatie van de voorstellen door de partij alle rechten van een volwaardig lid krijgen, met uitzondering van de in voorstel 2 genoemde beperkingen.

Stellingen

Hierbij dient in het oog te worden gehouden dat de stellingen bij voorstel 2 geen stellingen zijn die zouden kunnen worden gewijzigd. Het tweede lid van voorstel 3 spreekt immers van een toekomstig voorstel "binnen de

begrenzing van al het onder voorstel 2 genoemde". Hieraan is niet toegevoegd: "en zoals dit genoemde op of ingevolge de vergadering van 26 september a.s. zal worden gewijzigd". Met het oog hierop kan niet worden gesproken van vrijblijvende stellingen, maar dienen deze te worden gezien als reeds vaststaande grenzen. Instemming met het pakket voorstellen geeft dus het Hoofdbestuur zonder meer de vrijheid om de betrokkenheid van vrouwen via het lidmaatschap te regelen.

De vrouw naast de man

Daarbij komt dat voorstel 1 stelt dat de regering in politieke zin volgens de Heilige Schrift is toebetrouwd aan de man. Door het ontbreken van de woorden "bij uitstek" of "met uitsluiting van de vrouw" wordt niet duidelijk dat de vrouw op grond van de Bijbel van die roeping is uitgesloten behalve in het geval dat de Heere Zelf een uitzondering maakt.

Deze onduidelijkheid is van belang nu de zogeheten werkgroep "Principieel Samen Verder" de vrouw naast de man wil integreren in het openbare politieke leven 3) . Volgens deze werkgroep houdt "het primaat van de man niet in dat de vrouw buitengesloten moet worden" en: "Voor een vrouw kan het lidmaatschap van een politieke partij middel of mogelijkheid zijn haar maatschappelijke taken te vervullen. De man behoort in diverse verbanden, als 'primus inter pares', het eerste aanspreekpunt, de eindverantwoordelijke te zijn. Dit mag betekenen dat bestuursfuncties (ook in een politieke partij) open kunnen staan voor de vrouw."

Hoewel het Hoofdbestuur goede nota heeft genomen van deze opvatting 4), wordt hiervoor in de voorstellen toch een zekere ruimte gelaten.

Zorgvuldig

Aan het einde van de brief geeft het Hoofdbestuur aan dat het "na een proces van zorgvuldige overweging" tot de brief met de voorstellen is gekomen. Ook geeft het Hoofdbestuur aan dat het intern verdeeld is. Derhalve mag aangenomen worden dat er op verscheidene punten opzettelijk is gekozen voor open formuleringen.

Vragen

De opstelling van het Hoofdbestuur en de tekst van de brief roepen, gelet op het "proces van zorgvuldige overweging", de nodige vragen en twijfels op. Enkele zullen hier worden weergegeven.

1) Er worden geen wezenlijk nieuwe argumenten geboden in de verzonden brief. Waarom dan een extra-vergadering en geen definitief voorstel?

2) Het Hoofdbestuur geeft aan dat er "mogelijke juridische consequenties" op de achtergrond meespelen, maar deze worden niet nader toegelicht. Dit ondanks het feit dat aan het Hoofdbestuur de nodige juristen ten dienste staan en er toch vanuit mag worden gegaan dat de Staatkundig-Gereformeerde-parlementariërs de ontwikkelingen op dit gebied goed hebben bijgehouden. De vraag rijst wel: waarom zo terughoudend met deze informatie, nu dit element op de achtergrond een zo belangrijke, misschien zelfs doorslaggevende rol speelt?

3) Wordt gestreefd naar een lidmaatschap voor de vrouw met daaraan verbonden de in voorstel 2 genoemde voorwaarden?

4) Het Hoofdbestuur komt zonder enig wezenlijk argument aan te voeren een toezegging niet na en legt de wens van de partij op een essentieel punt naast zich neer. Kan dan van een SGP-er in redelijkheid worden verwacht dat hij aanstonds valt voor de bezwerende formules die het Hoofdbestuur aan het einde van de brief van 22 juli 1993 gebruikt?

5) Het Hoofdbestuur is van mening dat het huidige artikel 10 van het Program van Beginselen dient te worden aangescherpt. Juist het artikel waar al zoveel discussie over is geweest en waar al zo veel over is vergaderd, blijkt onvoldoende aangescherpt te zijn! Ligt echter een werkelijk aanscheipen nog in de lijn der verwachting, nu in de voorstellen van het Hoofdbestuur een (beperkt)

vrouwlidmaatschap van de SGP tot de mogelijkheden behoort?

6) Het Hoofdbestuur geeft aan dat intern over het vrouwlidmaatschap "verschillend" wordt gedacht. Het "verlangen de eenheid in de Partij te bevorderen en polarisatie in eigen kring tegen te gaan" is het kompas waarop het Hoofdbestuur in deze primair vaart. Is een dergelijk kompas echter wel voldoende om tot een Bijbels verantwoorde oplossing te komen voor de problemen waarin het Hoofdbestuur de partij heeft gebracht? In hoeverre mag trouwens het verlangen van de partij ondergeschikt worden gemaakt aan het "verschillend"denken binnen het Hoofdbestuur?

7) Er wordt nergens aangegeven wanneer nu de werkelijk definitieve voorstellen tegemoet kunnen worden gezien. Zelfs wordt er geen globaal tijdpad aangegeven. Waarom is dit achterwege gelaten, nu juist de zaak al zo lang sleept?

8) Waarom wordt ten aanzien van de roeping van de vrouw naast de man geen duidelijkheid geboden? Wordt een oplossing gezocht in de lijn van de opvattingen van de werkgroep "Principieel Samen Verder"?

9) Het in de brief gebruikte woord "regering" wijkt af van het gangbare gebruik van dit woord, zodat hieruit ook weer de nodige misverstanden kunnen ontstaan. Waarom is op dit punt in het vage gebleven?

10) Als ingevolge stelling 4 van voorstel 2 een vrouw niet naar een bredere vergadering kan worden afgevaardigd, kan dit dan wel naar een naburige kiesvereniging?

11) Nu er geen ruimte is om wijzigingen in de voorstellen aan te brengen, wat voor een zin heeft dan het in brede vergadering bespreken van voorstellen? Werkt het niet veel efficiënter om in dit geval de kiesvereniging een briefje met "ja" of "nee" met een eventuele korte stemverklaring te laten insturen?

12) Als laatste; stelling 5 onder voorstel 2 geeft aan dat kiesverenigingen zolang de huidige Statuten van kracht zijn, geen vrouwen als lid kunnen toelaten. Betekent dit dat kiesverenigingen wel weer vrouwen als lid mogen toelaten als de Statuten worden gewijzigd voordat de betrokkenheid van vrouwen bij de SGP is vastgelegd?

Deugdelijkheid in de knel

Het zal duidelijk zijn dat op grond van het voorgaande niet alleen bij de deugdelijkheid van de argumenten op grond waarvan het Hoofdbestuur een definitieve beslissing uitstelt, grote vraagtekens kunnen worden geplaatst, maar dat dit ook het geval is bij de deugdelijkheid van de voorstellen in het licht van de uitspraak van de huishoudelijke vergadering in Putten van 16 januari jl. De deugdelijkheid komt te meer in de knel, nu een deel van het Hoofdbestuur er blijk van geeft (een deel van? ) de Bijbelse bezwaren tegen deelname van de vrouw aan het openbare politieke leven niet te onderschrijven.

Bij het verwachten van definitieve voorstellen dient ook in het achterhoofd te worden gehouden dat er D.V. volgend jaar drie keer verkiezingen zullen zijn. Onder deze omstandigheden ligt het niet in de lijn van de verwachting dat de partij en het Hoofdbestuur voldoende tijd en gelegenheid zullen hebben om zich over deze problematiek nogmaals te buigen. De toegezegde "afrondende" vergadering kan dus zo maar nog een jaar op zich laten wachten, en dit is optimistisch ingeschat als wordt gelet op de traagheid en het onvermogen van het Hoofdbestuur - zoals in het recente verleden ten toon gespreid! - om te komen tot Bijbels verantwoorde voorstellen inzake de "betrokkenheid van vrouwen bij de SGP".

Niet nodig

Behalve dat er grote vraagtekens kunnen worden geplaatst bij de argumenten om de definitieve beslissing uit te stellen, moet worden opgemerkt dat deze omweg niet nodig is. Als het Hoofdbestuur de betrokkenheid van de vrouw bij de SGP waar dan ook wil zien vastgelegd, waarom dan in september a.s. niet reeds vastgelegd in de Statuten dat vrouwen geen lid van de partij kunnen zijn, zoals deze wens in Putten door de overgrote meerderheid van de partij is uitgesproken, met een intentieverklaring - als blijkt dat de partij dit nodig of wenselijk acht! - dat het Hoofdbestuur voorstellen zal doen waarin de betrokkenheid van de vrouw bij de SGP op een Bijbels verantwoorde wijze wordt vastgelegd? Het Hoofdbestuur kan zich dan in alle rust na de verkiezingen nog eens buigen over deze "betrokkenheid van de vrouw" en het lidmaatschap is dan reeds geregeld.

Deze werkwijze heeft tevens tot voordeel dat geen oplossing zal worden gezocht in de richting van een vorm van lidmaatschap en dat recht wordt gedaan aan reeds geuite wensen van de partij.

LVSGS

Het zoeken van een oplossing richting een vorm van lidmaatschap heeft bovendien nog tot gevolg dat de vrouw verder zal worden geïntegreerd binnen de SGPjongerenorganisatie LVSGS. Binnen deze jongerenorganisatie wordt in artikel 7, lid 2, sub b. van de statuten de eis gesteld aan studieverenigingen dat bestuursleden lid zijn van de SGP. Door deze eis kunnen thans studieverenigingen die vrouwelijke bestuursleden hebben, geen lid zijn van het Landelijk Verband, hetgeen destijds doelbewust is besloten 5) . Dit zou echter nu op de tocht komen te staan.

Gevaar

Ook is het gevaar niet denkbeeldig dat indien de vrouw eenmaal een beperkt lidmaatschap heeft, het slechts een kwestie van tijd zal zijn om de ene na de andere beperking op te heffen. Het einde van de reeds jaren slepende en veel energie verslindende discussie zal in dat geval voorlopig niet in zicht zijn.

Nieuw argument

Geeft de brief geen wezenlijk nieuwe argumenten, de partijvoorzitter wel. Hij onthult dat indien het pakket voorstellen niet in zijn geheel wordt aangenomen, "vele leden van het Hoofdbestuur" zich "er ernstig op beraden" of dit voor hun "functioneren consequenties heeft" 6) . Dit lijkt mij echter een onvoldoende argument om af te wijken van de in Gods Woord gewortelde Staatkundig Gereformeerde beginselen. Bovendien komt dit argument merkwaardig over, daar het uit de mond komt van hen die er zelf toe overgegaan zijn om te bevorderen dat vrouwen lid werden en aldus doende mede de partij in de huidige moeilijkheden hebben gebracht.

Ten besluite

Het moge duidelijk zijn dat de brief met de voorstellen van het Hoofdbestuur teleurstellen. Ook uit deze brief blijkt weer dat niet alleen de vrouwen, maar met name ook de mannen zijn ontspoord. Dr. Tukker merkte terecht op:

"Wat voor mannen hebben wij eigenlijk, vandaag de dag? Ligt daar niet de wortel van deze grappenmakerij? " 7)

Intussen ligt er een grote verantwoordelijkheid bij de kiesverenigingen en de leden van de SGP. Het is te hopen dat zij getrouw op hun post mogen staan om, kon het zijn, niet in eigen kracht het Hoofdbestuur te wijzen op het onstandvastige en beginselloze van hun handelen. Dit niet om het Hoofdbestuur een steek in de rug te geven, maar om een principiële ruggesteun te zijn.

1) D. Nieuwenhuis, "Verslag van de Algemene Vergadering", in: De Banier, 8 april 1993, p. 8 2) Verslag van de Huishoudelijke Vergadering gehouden op zaterdag 16 januari 1993 in "De Aker te Putten", p. 12 3) Principieel Samen Verder. Bezinningsnota aangeboden aan de Staatkundig Gereformeerde Partij, 1993, p. 29 4) Van de politieke redactie, "SGP-bezinningsgroep wil samenbinden", in: Reformatorisch Dagblad, 27 juli 1993, p. 3 5) Notulen van de huishoudelijke vergadering van het LVSGS, 24 april 1987, p. 6, Notulen van de buitengewone huishoudelijke vergadering van het LVSGS, 8 april 1988, p. 7 6) Van de politieke redactie, "Zorg kleurt reacties op brief SGP", in: Reformatorisch Dagblad, 26 juli 1993, p. 3 7) Zie noot 6

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 augustus 1993

In het spoor | 54 Pagina's

WEER EEN BRIEF VAN HET HOOFDBESTUUR

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 augustus 1993

In het spoor | 54 Pagina's

PDF Bekijken