Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Meditatie

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Meditatie

8 minuten leestijd

Efraïm, wat heb Ik meer met de afgoden te doen ? Ik heb hem verhoord en zal op hem zien, Ik zal hem zijn als een groenende dennenboom; uw vrucht is uit Mij gevonden. Hoséa 14:9.

GODS TROUW AAN EEN ONTROUW VOLK

Efraïm was de tweede zoon van Jozef. Zijn naam betekent: 'de vruchtbare'. Maar zijn leven openbaarde dat het doods vruchten waren. Zo komt openbaar het leven uit de diepte van de val. De gevallen mens leeft zijn val uit. Hij is dood in de zonde en de misdaden. Bij de geboorte van Efraïm heeft Jozef uitgeroepen: "Ik zal wassen in mijn ellende". Het is de getuigenis van de levende gemeente des Heeren. Zij moeten de belijdenis van Jozef smartelijk inleven. Ook zij leerden dat de wasdom gaat door de inleving van de diepte van de val. De belijdenis van de ouden moet ervaren worden: "Hoe groot mijn zonden en ellenden zijn".

In de tekstwoorden wordt met de naam van Efraïm het Tienstammenrijk bedoeld. De handelingen met dit volk zijn in de profetie van Hoséa op verschillende wijze beschreven. Zo lezen wij in Hoséa 11:3: Ik nochtans leerde Efraïm gaan; Hij nam hen op Zijn armen, maar zij bekenden niet, dat Ik hen genas. In het achtste vers lezen wij: Hoe zou Ik u overgeven, o Efraïm, u overleveren, o Israël?

Als Hoséa in het veertiende hoofdstuk Efraïm aanspreekt, is het volk vanwege de zonden onderworpen aan het naderende oordeel Gods. De Heere roept het ze toe: Neemt deze woorden met u, en bekeert u tot den HEERE; zegt tot Hem: Neem weg alle ongerechtigheid, en geef het goede, zo zullen wij betalen de varren onzer lippen (Hoséa 14:3).

Toch zal Efraïm delen in de bijzondere genade Gods. Efraïm is immers een dierbare zoon, een troetelkind. Gods ingewand rommelt over hem met barmhartigheid. Tegen de ontrouw van Efraïm staat Gods wonderlijke trouw. Efraïm heeft de band met God doorgesneden. Zij hebben het verbond verbroken. Het volk heeft met sprekende daden de Heere de rug en de nek toegekeerd. De aanspraak door de Heere is beschamend. 'Efraïm!' Vruchtbare? Daarmee betoont de Heere Efraïm te kennen. Hij roept Efraïm. De aanspraak is in gunst. Het is een oproep tot bezinning en het leidt tot waarachtige bekering. Hoe vaak heeft de Heere ons al aangesproken door Zijn Woord? Hoe vaak is beschamend gewezen op uw vruchten? Hoe menigmaal heeft de vinger Gods u gewezen op de zonde en zondeplaatsen. Hoe vaak hebben wij de oren gestopt voor de zonde-afmanende boodschap? Zo leeft de mens onder de waarschuwende prediking rustig voort in zijn vijandschap en opstand tegen de Heere. Hij verwerpt de boodschap en spot met de boodschapper. Hoelang zal de Heere dat nog verdragen, gij onwijs volk? Dacht u dat er geen wetenschap is bij de Allerhoogste? Zijn oordeel kan niet dan vreselijk wezen. De hel is vervuld met de verachters van Zijn Woord en bediening. Ook nu laat de Heere ons nog aanspreken. Verlaat de zonden en leef, buigt u voor de hoge God, eer uw voeten zich zullen stoten aan de schemerende bergen!

Efraïm, wat heb Ik meer met de afgoden te doen? Efraïm is een vrijbuiter, hij neemt het niet zo nauw met Gods ordeningen en dag. De Godsnegering is onbeschaamd en brutaal. Wij lezen in het begin van het dertiende hoofdstuk: Als Efraïm sprak, zo beefde men, hij heeft zich verheven in Israël; maar hij is schuldig geworden aan den Baal en is gestorven. En nu zijn zij voortgevaren te zondigen, en hebben zich van hun zilver een gegoten beeld gemaakt, afgoden naar hun verstand, die altemaal smedenwerk zijn; waarvan zij nochtans zeggen: De mensen die offeren, zullen de kalveren kussen. Efraïm zoekt overal steun en levensbehoud. Zij maken hun afgoden en dienen deze slaafs en getrouw. Zij zoeken de ontspanning van het leven in levensvermaak op de zonde- en wereldplaatsen en voelen niet meer hoever zij van God afleven. Zij voelen ook niet de spranken van het helse vuur dat hen straks zal verteren. Zo leeft Efraïm en zo leven wij. Zo maken wij trektochten zonder God en ontspannen ons in een ij dele vakantievreugde waarin velen zelfs de uitwendige schaamtegevoelens schijnen verloren te hebben. Laat het ons toch eens aanspreken: Efraïm, wat heb Ik meer met de afgoden te doen ?

De afgodendienst is door de Heere een tijdlang geduld. Velen hebben gedacht dat de Heere het daarmee goedkeurde. Een zwijgend God in de zondetijd is echter een groter oordeel dan een sprekend God. Als de Heere ons door laat gaan in ons zondeleven, moeten wij vrezen!

Denkt nu niet dat het zondeleven alleen bestaat in de uitleving van het vlees op de zondeplaatsen! De ijdele godsdienst in Efraïm wekte het ongenoegen Gods meer op. Hoevelen leven alzo? Ook zij hebben een vermeende Godsdienst waar het werk van de Heilige Geest niet in wordt aangetroffen? De vleselijke mens zoekt immers een vleselijke godsdienst, waar zijn verstand in gestreeld wordt, en hij strijdt daarvoor en schrijft er vele boeken over. Maar deze zelfhandhaving en zelfrechtvaardiging zal als stro en kaf blijken als de Heere zal gaan richten. Ook tot dezen klinkt het Woord des Heeren: Efraïm, wat heb Ik meer met de afgoden te doen ?

Zullen wij de afgoden gaan aanwijzen in de tijd waarin wij leven? Zie de afgod van de eigengerechtigheid en zelfverheffende godsdienst. Deze verheft zich boven de ambtelijke bediening en zoekt zijn steun in de kringen waar de Heere Zijn oordelen al vaak deed treffen. Toch gaat de mens door en eindigt buiten God. Het koesteren van de boezemzonden in plaats van de strijd tegen deze, maakt ons afgodendienaars.

Hoe komt ook de ontrouw aan de belijdenis in de uitleving openbaar! Hoevelen belijden een nieuw leven en willen dat bevestigd zien door de avondmaalsgang. Maar zie het leven in werelds kleed en gedrag! Zondags tot tranen bewogen in Gods huis, maar door de week zingen en lachen en spotten zij mee met de wereld. Zij worden gevonden voor de moderne nieuwsmedia en vinden het alles prachtig zonder dat de consciëntie nog spreekt. Efraïm, wat heb Ik meer met de afgoden te doen ?

Laat ons maar verder zwijgen van de afgod van de sport, de mode en de vrijbuiterij tussen jongens en meisjes! Waar de normen van het Woord van God worden verworpen en slechts worden aanvaard zover ons vlees niet geraakt wordt, kan niet anders gesproken worden dan van 'afgodendienst'.

Bij al dit vermaan komt de boodschap van vrije genade ons tegen. De Heere wil de tuchtigende aanspraak ook gebruiken tot bekering. Wat heb Ik meer met de afgoden te doen ? Dat is: 'Zij bestaan niet voor Mij'. Het kan ook aldus verklaard worden: 'Ik zal van de afgodendienst u verlossen. Ik zal u deze dwaasheden afnemen en afleren' . Hoe doet de Heere dat dan? Dat kan zijn in algemene zin. Dan komt er een algemene reformatie. Zoals bij Ninevé. Door de prediking van Jona kwam er een buigen voor het Woord van God.

Ook geeft de tekst ons te denken aan de zaligmakende arbeid van de Heilige Geest. Door de persoonlijke genade maakt de Heere de banden los. Dan laat Hij zien en gevoelen de afgodendienst waarin wij leven. Dan gaan de banden knellen en komt er een verlangen om van deze verlost te worden. De Heere opent dan de ogen en bij het licht van Gods Woord ontdekken wij het Godemishagende leven. Dan ontdekt de Heere de ij delheid van de afgodendienst, al zijn de vormen verschillend, de ontdekking van deze doet uitroepen: 'Wee mijner dat ik zo gezondigd heb, de kroon is van mijn hoofd gevallen'. Dan komt er een vlieden van het vorige leven en een zoeken van het leven uit God en met God. Daar wijst de profeet op in de woorden van de tekst: Ik heb hem verhoord en zal op hem zien.

Wij horen de belijdenis van Efraïm, zijn gebed staat in de verzen drie en vier. Het is een gebed dat smeekt om wegneming van de ongerechtigheid en een vragen om wat de Heere behaagt. Het is een afzien van ij dele hulp buiten de Heere en een belijdenis van de keus van het hart. Hoor het gebed: "Gij zijt onze God". Zie nu Efraïm buigen voor de Heere! Hij is beschaamd, verootmoedigd, schuldig en rechteloos. Als een dwaas heeft hij zich leren kennen. Nu zegt de Heere: Ik heb hem verhoord en zal op hem zien.

Het ziet op een wonder Gods. Hij vindt in gunst en niet in wraak Zijn lust. Het is een zien in Christus. Daardoor kan de Heere doen ervaren: Milde handen, vriend'lijk' ogen, zijn bij U van eeuwigheid (Ps. 25:3 berijmd).

Voor dezulken wil de Heere zijn een groenende dennenboom. Dat is een boom die altijd groen blijft. Zo wijst de Heere dat er bij Hem schuiling is te vinden. Dat bij Hem de ware rust wordt genoten.

Nu spreekt de Heere tot zulke Efraïms: Komt herwaarts tot Mij. Vanzelf wordt dit aan de vruchten openbaar:

Uw vrucht is uit Mij gevonden! Dat wil zeggen, gij zult vruchtbaar zijn. Uit de ware wijnstok zullen zij worden bediend. Zij zullen Gode vruchten dragen. Dan kan zulk een leven niet verborgen blijven. Niet onze schone rechtzinnige woorden, maar onze levensvruchten zullen bewijzen deel te hebben aan de vernieuwende genade. Niet onze bekeringsgeschiedenis, maar de genadegeschiedenis, geschreven door de Heilige Geest in onze levensvruchten zullen van de genade getuigen. Zulk een leven is in Christus verborgen bij God.

Van geslachte tot geslacht Wordt, naar onzen duren plicht, Bij het volk Uw gunst herdacht, Wijl Gij Zelf, o HEER', hen richt, En aan hen, schoon diep in schuld, Met berouw gedenken zult. (Ps. 135:8, berijmd)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 juli 2000

In het spoor | 40 Pagina's

Meditatie

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 juli 2000

In het spoor | 40 Pagina's

PDF Bekijken