Bekijk het origineel

Meditatie

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Meditatie

11 minuten leestijd

En buiten allen twijfel, de verborgenheid der Godzaligheid is groot: God is geopenbaard in het vlees (1 Tim. 3:16a). En het einde aller dingen is nabij (1 Petr. 4:7a).

KERST EN OUDJAAR

Weer staan wij [bijna] aan de laatste week van het jaar met haar zo gewichtvolle betekenis. In die laatste week toch valt niet alleen de herdenking van het onbevattelijk Kerstwonder, maar wordt ook bij het heenvliegen van de tijd vernomen de stem des engels die zwoer bij Die Die leeft in alle eeuwigheid dat daar geen tijd meer zal zijn. Zou er één week in het jaar zijn die de consciëntie meer aangrijpt dan deze laatste week des jaars? (...) Weinigen echter is het gegeven de roepstem die daarin tot ons allen komt, te verstaan. (...)

Geheel de wereld houdt feest met de Kerstdagen. Doch wat zin heeft dat vreugdbedrijf? Men gaat in het uiterlijke op. Is voor velen Kerstfeest iets anders geworden dan een huiselijk gezellig feestje met kerstboom en kerstgeschenk, waarbij men zelfs niet weet van het ontzaglijke feit dat de Zone Gods in de wereld gekomen is? En zo men al daarvan hoorde, gaat het kerstbedrijf niet gepaard met de loochening van Immanuël: God met ons? Wat beduidt toch de kerstboom in de kroeg! Wat gemeenschap heeft Christus met de zonde?

Duizenden verklaren dat het Christendom fiasco geleden heeft, want zij bemerken niets van het: vrede op aarde! Oorlog op oorlog werd sinds die engelenzang in Bethlehems velden gevoerd. Volk na volk is ook nadien door het zwaard verwoest. Wie hecht nog waarde aan Kerstfeest? Wie gelooft nog iets van het Kerstwonder en de Kerstnacht? Wie? Het Christendom heeft, in veler ogen althans, afgedaan. In de ogen van hen die blind voor het heil van de geestelijke en eeuwige vrede, door Christus teweeggebracht, zich niets anders dan aards geluk voor ogen stellen. Hun Kerstfeest is een karikatuur; een spotbeeld. In de grond bittere vijandschap tegen en verwerping van de geboren Koning der Joden. Arme wereldlingen!

Niet minder echter is de miskenning van de Zone Gods bij hen die met zeker vroom-godsdienstig gevoel, Kerstfeest vieren als een feest der kinderen bij uitnemendheid, maar die blind zijn voor de ontzettende werkelijkheid dat de Geborene in Bethlehems stal gezet is tot een val en opstanding van velen in Israël. Hij kwam in de allerdiepste vernedering om Zijn volk zalig te maken. Hij, de Koning der koningen, nam ons vlees en bloed aan in een beestenstal om Zijn uitverkorenen zalig te maken. Maar dit juist wordt miskend. Het plaatsbekledend Borg werk voor de uitverkorenen Gods is velen een steen des aanstoots. Men bewondert een 'onschuldig' kindeke; men formeert zich een goede Jezus Die wij moeten navolgen, doch in dit alles verloochent men Hem Die Gods Zoon is; miskent men Zijn bediening die tot zaligheid van Zijn volk is; weigert men de knie te buigen voor de Koning Sions. Hoe vreselijk zal de ontwaking van dezulken zijn! Deze Jezus is hun ten val gezet. De Kersttijden zullen tegen hen getuigen ten eeuwigen oordeel. Och, dat onze ogen toch geopend werden voor het schrikkelijk misleidend kwaad in de zo algemeen geworden Kerstviering. Gelijk men de dood zoekt weg te dringen onder bloemkransen, bedekt men hier de geboren Zaligmaker onder uiterlijke schittering. Zal dan de Heere met Zich laten spotten? Ruk ii los van al dat uitwendige gedoe!

Het worde u en uw kinderen gegeven in de eenvoudige prediking van het Kerstwonder al uw vermaak te vinden. Ja, God heilige de verkondiging aan uw hart tot zaligheid. Dan toch alleen zal voor ons het Kerstfeest onvergankelijke waarde verkrijgen. Als Christus geboren wordt in onze harten! (...)

Zo menigeen werd in de voorbijtrekkende tijdkring opgeroepen. Mogelijk uit de kring van uw bekenden, zelfs uit uw geliefde bloedverwanten. Indien gij in hun plaats waart gesteld, zou het wel geweest zijn? Kunt gij God ontmoeten? O, schudt niet langer deze levensvraag van u af. Ge holdet zovele jaren reeds de weg des verderfs op. Kunt ge sterven? Jong en oud werden grafwaarts gedragen. Straks is het uw tijd. En dan? (...) Och, of de Heere die krachtige roepstemmen heiligde aan onze harten, opdat de ontvangen indrukken niet weer haastig worden uitgewist. Of heeft het woord van Simeon geen betekenis ook voor ons: Zie, Deze wordt gezet tot een val en opstanding van velen in Israëli Tot een val is de geboren Sionskoning gezet allen die niet door het geloof voor Hem leren buigen en in Hem hun Zaligmaker mogen vinden. Het zal voor ons Kerstfeest moeten worden in onze harten. Het Kerstwonder moet in ons verheerlijkt worden en kracht ter zaligheid verkrijgen.

Eenmaal is Christus geboren. Van dat wonder spreekt Paulus als van de grote verborgenheid der Godzaligheid: God is geopenbaard in het vlees. Wie zal dat wonder ooit vatten? Het is niet te begrijpen met ons menselijk verstand. Het is alleen door het geloof te verstaan, te bewonderen en te aanbidden, gelijk de herders uit de velden van Bethlehem - nadat zij met haast gekomen waren en Maria en Jozef vonden en het Kindeke, liggende in de kribbe - wederkeerden, verheerlijkende en prijzende God over alles wat zij gehoord en gezien hadden, gelijk tot hen gesproken was. Hoe menigeen viert echter Kerstfeest zonder dat het Woord ooit zijn

ziel raakte en zonder dat hij immer iets hoorde en zag van het grote wonder dat geschied is in Bethlehems stal. En toch, in dat wonder is de zaligheid gewrocht voor gevallen Adamskinderen naar het getal van Gods uitverkorenen; van die schare die niemand tellen kan.

God is geopenbaard in het vlees. Hij Die uit Maria ons vlees en bloed aannam, Die in de allerdiepste vernedering geboren werd in een stal en nedergelegd werd in de kribbe, Hij was en bleef de Zoon van God. Van eeuwigheid tot eeuwigheid is Hij God, de tweede Persoon in het aanbiddelijk, volzalig Opperwezen, eenswezens met de Vader en de Heilige Geest. In waarheid, gelijk de Geloofsbelijdenis van Nicéa schrijft: 'God uit God, Licht uit Licht, waarachtig God uit waarachtig God'. Hij is de Zoon Die gegeven is van de Vader tot verlossing van al Zijn doemwaardige en gans verdorven volk. De eeuwige God alleen vermocht een eeuwige gerechtigheid aan te brengen, de wet van haar vloek te ontwapenen, de zonde van haar heerschappij te beroven en satans kop te vertreden, opdat de machtige zijn vang zou ontnomen worden. Alleen door God kon de zondaar met God verzoend worden. Zo groot is de verlossing van gevallen Adamskinderen dat hemel en aarde met alle schepselen niet in staat waren deze teweeg te brengen. Die verlossing is gewrocht door de Zone Gods. Hij nam onze menselijke natuur aan uit Maria, door de ontvangenis des Heiligen Geestes. Hij bleef God, onveranderd en onverminderd in eeuwige heerlijkheid, zonder krenking van één van Zijn deugden. En Hij werd mens. Ja, Hij is waarachtig mens geworden, het eigen vlees en bloed van Maria, ontvangen van de Heilige Geest, mens met ziel en lichaam, mens uit de mensen, behorend tot het geslacht Adams, ons in alles gelijk, uitgenomen de zonde. O, wie zal dit wonder vatten? Het is de grote verborgenheid der Godzaligheid. Het wonder van des Vaders welbehagen, waarin de Zoon van God verkoren is tot Zaligmaker, vóór de grondlegging der wereld. Hier is het wonder van de diepte des rijkdoms van de wijsheid Gods, die de weg bestelde waardoor met behoud van Gods deugden de uitverkorenen zouden worden met God verzoend. Deze grote verborgenheid is het wonder van de eeuwige liefde des Zoons, Die met Zijn hart is Borg geworden voor de Zijnen. Ja, het wonder is in Bethlehems stal geopenbaard van de werking des Heiligen Geestes, Die scheppend in Maria wrocht, opdat de profetie vervuld werde: Zie, een maagd zal zwanger worden en een Zoon baren, en gij zult Zijn Naam Immanuël heten. Hier is Immanuël: God met ons!

O, hoe blind zijn wij van nature, hoe gans vervreemd van God en onbekend van Christus. Wij spreken van Hem; wij vieren Kerstfeest, wij horen van stal en kribbe, doch onze harten zijn gesloten voor Immanuël, en er is zo min plaats voor Hem bij ons als er plaats voor Hem was in de herberg. O onbekeerden van hart, de Heere breke de vijandschap die u nog vervult tegen vrije genade. En Hij verwaardige u aan de voeten van de geboren Sionskoning neder te vallen om Hem te aanbidden. Wijzen kwamen uit het verre Oosten; sterrekijkers uit het heidendom. Zij brachten het slapend Jeruzalem waar God Zijn woning had, in beroering, toen zij vroegen naar de geboren Koning der Joden! Zullen die wijzen ook tegen u getuigen? Zullen vreemden u voorgaan in het Koninkrijk der hemelen? Hoe menigmaal vierdet gij reeds Kerstfeest zonder ook maar één keer het Kerstwonder te leren kennen. En toch zult gij het moeten kennen, zal het wel met u zijn op reis naar de eeuwigheid. Uw hart moge naar het heil in Christus leren dorsten! Niemand kan zonder Jezus zalig worden. Heden, zo gij Zijn stem hoort, verhardt u niet, maar laat u leiden! Er ligt een onuitsprekelijke blijdschap in het rechte kennen van de grote verborgenheid: God geopenbaard in het vlees. O, overtuigde zielen, de Heere verlichte uw ogen om Immanuël te zien, gekomen in Bethlehems stal. Alleen in Hem is God verzoend. In uw allerzoetste gestalten, waarin gij altijd wel zoudt willen verkeren, ligt geen rust. En met al uw werkzaamheden en bevindingen kunt gij Gods recht niet voldoen. Daarom blijft de schuld u zo drukken en wordt zalig worden u steeds onmogelijker. Maar o, dat gij Hem eens door het geloof mocht leren kennen Die zegt: Ik ben de Weg, en de Waarheid, en het Leven. Hij nodigt alle verwonden en beladenen, Hij predikt armen het Evangelie. De wereld viert Kerstfeest zonder Christus! O, smeekt de Heere dat Hij u een Kersfeest bereide in de openbaring van Zichzelf als de enige Zaligmaker. Welk een ommekeer zou toch in uw ziel plaatshebben! Zo onmogelijk zalig worden is aan onze zijde, zo ruim wordt het dan in Christus. Hij boog in de diepste armoede om uwer zonden wil, volk. Want gij weet de genade van onzen Heere Jezus Christus, dat Hij om uwentwil is arm geworden, daar Hij rijk was, opdat gij door Zijn armoede zoudt rijk worden. Wie is dan arm; arm vanwege zijn schuld, arm voor Gods recht dat voldoening eist tot de laatste penning toe? Wie is er arm vanwege het gemis van Christus, buiten Wie niet anders is dan een eeuwig zielsverderf? O komt en aanschouwt de arm geworden Zoon van God, Die u rijk maken zal. Doet niet de geringste aanschouwing van Hem u in het stof buigen van verwondering voor Zijn grootheid? Hij draagt de banier boven tienduizend. Welaan dan, dat uw ziel niet ruste vóór gij Hem tot uw eigendom moogt aannemen, een gegeven Jezus van de Vader. O, hoe zult gij toch huppelen van zielevreugd en uitroepen: de verborgenheid der Godzaligheid is groot: God is geopenbaard in het vlees!

Het moge Kerstfeest voor u worden, gebonden en vreesachtig volk, die wel niet ontkennen kunt dat God u eenmaal trok uit de staat des doods en dat Christus u dierbaar is geworden, maar die de toeëigening nog mist en voor wie de schuld in Gods recht nog openstaat, zodat de gerechtigheid Gods uw ziel persen kan tot bezwijkens toe. Dat volk moge eens Kerstfeest houden in de geestelijke verheuging over het Kerstwonder en in de omhelzing des geloofs van uw Immanuël: God met ons. In Hem is al uw heil en eer, in Hem de voldoening van uw schuld, de reiniging van uw zonden, de verlossing uit uw banden. Maakt toch uw God en Koning

groot, volk! Zingt van Hem en van Zijn onveranderlijke genade. Is Hij uw Zaligmaker, zoudt gij dan van Hem niet getuigen? Hoe langer hoe meer leert gij verstaan dat gij buiten Hem niet één ogenblik bestaan kunt. Hoe armer gij wordt in uzelf, hoe rijker gij wordt in Hem. Is Hij u niet beter dan tien zonen? En zou dan Gods volk het Kersfeest aan de wereld afstaan? Zou dat volk dan niet zingen van de onveranderlijke trouw des Heeren? Heft uw hoofden op, volk!

Verheft u uit uw strijd en druk, uit uw armoede en ellende, en ziet Hem arm geworden Die rijk was, opdat gij zoudt rijk worden in Hem. Vertroost het bedrukte volk en zingt de Naam des Heeren! Vliegt de tijd heen, welhaast zal geen tijd meer voor u zijn, en gij zult, waar God alle tranen van uw ogen afwissen en alle strijd en druk tenietdoen zal, met uw Immanuël in eeuwige heerlijkheid zijn om God te loven en te prijzen, zonder te scheiden meer. En alzo zullen wij altijd met de Heere zijn. Zo dan vertroost elkander met deze woorden! Amen.

Overgenomen uit De Banier van 22 en 29 december 1955

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 december 2002

In het spoor | 44 Pagina's

Meditatie

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 december 2002

In het spoor | 44 Pagina's

PDF Bekijken