Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

DE ANTICHRIST GEOPENBAARD -2-

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

DE ANTICHRIST GEOPENBAARD -2-

28 minuten leestijd

Inleiding

Hoewel de Reformatoren en oudvaders algemeen op grond van de Schrift van mening waren dat het instituut van het pausdom de antichrist was, wordt dit thans door velen ontkend of op z'n minst in twijfel getrokken. En dat terwijl men vaak niet eens of slechts zeer oppervlakkig kennis genomen heeft van de argumenten die onze Gereformeerde vaderen hiervoor hadden. Mede daarom zijn we in het vorige nummer 0 begonnen met het opsommen en uitleggen van hun argumenten aan de hand van het door ds. Hermes Celosse geschreven werkje: Daemonium Meridianum, dat is, de antichrist geopenbaert soo klaer als de middagh. Waer in getoont wordt/ hoe de prophetien van den Antichrist hare vervullinge hebben en verkrijgen in den Paus van Romen (1662). We zijn toen tot aan het einde van hoofdstuk zes gekomen. Thans willen we trachten de resterende zeven hoofdstukken te bespreken. Maar vóóraf zullen we voor de duidelijkheid even in het kort ophalen wat we de vorige keer geschreven hebben.

De eerste zes hoofdstukken

Ds. Celosse begint ieder hoofdstuk van zijn boek met het noemen van een Bijbels kenmerk van de antichrist om vervolgens aan te tonen dat de paus van rome aan het betreffende kenmerk voldoet. In hoofdstuk 1 wijst hij erop dat - volgens Paulus' profetie in 2 Thessalonicenzen 2:3 - vóór en tezamen met de opkomst van de antichrist een algemene afval in de leer in de Christelijke kerk zou plaatsvinden. Dit is werkelijkheid geworden toen langzaam maar zeker steeds meer dwalingen de vroeg-Christelijke kerk en die van de vroege Middeleeuwen binnenslopen, waaronder: het aanroepen van de heiligen, de Mariaverering, de beeldendienst, de relikwieënhandel en relikwieënverering, het biechten, het monniken- en kloosterwezen, het celibaat, de misvorming van het Heilig Avondmaal en niet in het minst door het verheffen van de bisschop van Rome tot paus. Ten bewijze dat deze afval plaatsgevonden had, haalt ds. Celosse een reeks van belangrijke personen uit de Middeleeuwen aan die allen getuigd hebben dat de staat van de roomse kerk in hun dagen zowel in leer als in leven een zeer verdorven staat was. De apostel Paulus schrijft dat het begin van die afval al in zijn dagen in het verborgen gewrocht werd; het onkruid werd toen reeds gestrooid, maar een macht weerhield in zijn dagen de antichrist nog om tot volle openbaring te komen (2 Thess. 2:7). Die macht moest eerst weggenomen worden. Onder deze macht hebben we, aldus ds. Celosse in het tweede hoofdstuk van zijn boek, onmiskenbaar het Romeinse keizerrijk te verstaan dat toen vanuit Rome bestuurd werd. In de tijd van Constantijn de Grote werd echter de keizerlijke zetel van Rome naar Constantinopel (330) verplaatst en in de eeuwen daarna taande de macht van het keizerrijk door de vele aanvallen van de mohammedanen in het oosten en door die van de Vandalen en andere barbaarse volken in het westen steeds verder weg. Van dit machtsvacuüm hebben de opéénvolgende bisschoppen en pausen te Rome handig gebruik weten te maken om hun eigen macht te versterken en uit te breiden. Hun macht klom uiteindelijk tot zo'n hoogte dat alle keizers, koningen en andere overheden aan hen moesten gehoorzaam zijn.

Dat we de woonplaats van de antichrist in Rome moeten zoeken, blijkt uit Openbaring 17 waar de apostel

Johannes profeteert dat een vrouw zal zitten op de zeven hoofden van het beest ofwel de antichrist (vers 3). Die zeven hoofden betekenen, zo verklaart de apostel zelf, onder andere zeven bergen (vers 9) en die vrouw is de grote stad, die het koninkrijk heeft over de koningen der aarde (vers 18) en die ook het grote Babyion wordt genoemd (vers 5). Welnu, op welke stad anders dan op Rome zijn al deze gegevens van toepassing? Rome is immers zoals algemeen bekend, gebouwd op zeven heuvels en "vanouds af Caput mundi (hoofd van de wereld)" genaamd geweest. En juist hier heeft het pausdom zijn hoofdzetel, aldus ds. Celosse in zijn derde hoofdstuk.

In het vierde hoofdstuk wijst hij erop dat de antichrist in den tempel Gods als een God zal zitten, zichzelven vertonende dat hij God is (2 Thess. 2:4), wat onder andere inhoudt dat de antichrist als met een Goddelijke oppermacht zal heersen en gebieden in Gods kerk. Het is overduidelijk dat de paus van rome zulk een heerschappij voert in de voorheen Christelijke kerk. Zijn wil is wet in de roomse kerk; allen hebben naar zijn pijpen te dansen. Temeer daar hij beschouwd wordt als de plaatsvervanger van Christus op aarde, met als gevolg dat aan hem Goddelijke eer en Goddelijke macht wordt toegeschreven. Hij wordt als een God vereerd en hij laat zich als een God vereren. Wordt in de Schrift van de antichrist niet gezegd dat hij zich tegenstelt en verheft boven al wat God genaamd of als God geëerd wordt (...), zichzelven vertonende dat hij God is (2 Thess. 2:4)? Deze voorspelde hovaardij vinden we dan ook ten volle in de paus van rome vervuld, zo stelt ds. Celosse vast in het vijfde hoofdstuk.

De paus en zijn navolgers doen bovendien met hun dwaalleer aangaande de mis, de aflaten, het vagevuur enz. grotelijks afbreuk aan het verzoenend lijden en sterven van Christus, eenmaal aan het kruis volbracht, en daarmee stelt het pausdom zich ook uitdrukkelijk tegen Christus op.

In het zesde hoofdstuk toont ds. Celosse aan dat de antichrist met valse tekenen en wonderen zal proberen om degenen die op de aarde wonen te verleiden (Openb. 13:13-14). Dat rome zich mede door tekenen en wonderen tracht staande te houden alsof zij de ware kerk is, is algemeen bekend. Allerlei wonderbare verschijningen van onder anderen Maria aan diverse roomse personen zouden hebben plaatsgevonden. Daarnaast worden bedevaarten georganiseerd naar verscheidene 'heilige' plaatsen, waar wonderbare genezingen van zieken zouden plaatsvinden. Deze zogenaamde wonderen leveren ons een overtuigend bewijs op dat rome niet de Christelijke, maar de antichristelijke kerk is, en dat de paus van rome de rechte antichrist is.

In totaal zes bewijzen heeft ds. Celosse ons nu geleverd; hij zal er nog zeven aan toevoegen in respectievelijk de hoofdstukken 7 tot en met 13, die we nu gaan bespreken.

7) Het merkteken en het getal van de antichrist

In hoofdstuk 7 vestigt ds. Celosse de aandacht van de lezer op de verzen 11, 12 en 16-18 van Openbaring 13, waar aangaande de antichrist gezegd wordt: En ik zag een ander beest uit de aarde opkomen, en het had twee hoornen, des Lams hoornen gelijk, en het sprak als de draak. En het oefent al de macht van het eerste beest in tegenwoordigheid van hetzelve (...). En het maakt dat het aan allen, kleinen en groten, en rijken en armen, en vrijen en dienstknechten, een merkteken geeft aan hun rechterhand of aan hun voorhoofden, en dat niemand mag kopen of verkopen dan die dat merkteken heeft, of den naam van het beest, of het getal zijns naams. Hier is de wijsheid: die het verstand heeft, rekene het getal van het beest; want het is een getal eens mensen, en zijn getal is zeshonderd zes en zestig. Tot zover de apostel Johannes.

Die twee hoornen, des Lams hoornen gelijk, die dit andere of tweede beest 2) zal hebben, duiden er enerzijds op dat de antichrist zich zal voordoen alsof hij aan Christus gelijk is, en anderzijds dat de antichrist wereldlijke en geestelijke macht zal hebben. Zijn macht zal groot zijn. Hij zal zelfs voorgeven alle macht op aarde te hebben die Christus als het ware Lam Gods van de Vader ontvangen heeft (Matth. 28:18). Zien we hierin niet wederom de paus als de zogenaamde stadhouder van Christus op aarde als ten voeten uit getekend?

De antichrist zal ook maken dat aan allen, kleinen en groten, en rijken en armen, en vrijen en dienstknechten, een merkteken zal gegeven worden aan hun rechterhand of aan hun voorhoofden, en dat niemand zal mogen kopen of verkopen dan die dat merkteken heeft, of den naam van het beest, of het getal zijns naams. Onder dit merkteken hebben we volgens de kanttekenaren bekwamelijk het roomse sacrament van confirmatie of vormsel te verstaan, dat eenieder in de roomse kerk vaak reeds op jeugdige leeftijd ontvangt, waarbij de bisschop onder handoplegging en met zalving van het voorhoofd met de door hem gewijde olie uitspreekt: 'Ik teken u met het teken des kruises en vorm u met de zalf des heils in de naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes'. Ook de soortgelijke zalving van de geestelijken die zij aan hun hoofd, handen en vingers ontvangen bij de ordening tot hun ambt, zonder welke merktekenen zij geen geestelijk koopmanschap mogen bedrijven, kan bekwamelijk tot dit merkteken gerekend worden.

Het is bekend dat zij die in de Middeleeuwen niet openbaar beleden en onder ede bevestigden dat zij rome toebehoorden, door de toenmalige grote en verregaande wereldlijke en geestelijke macht van rome vrijwel niet konden kopen of verkopen; zij konden vrijwel niet aan het maatschappelijke leven deelnemen. Bovendien maakte men eenieder toen wijs en gold het als een vaststaande waarheid dat niemand kon zalig worden dan die een lidmaat van de roomse kerk en gehoorzaam en onderdanig aan de paus was, wie hij ook zij, bedelaar of koning.

Dat we onder het genoemde merkteken inderdaad het lidmaatschap van de roomse antichristelijke kerk te verstaan hebben, wordt nog eens extra bevestigd door het getal zijns naams, te weten 666. De apostel zegt: die dat merkteken heeft, of den naam van het beest, of het getal zijns naams. Hier geeft de apostel in wezen drie namen voor dezelfde zaak, aldus ds. Celosse, hetgeen ds. Celosse onder andere afleidt uit het feit dat dit merkteken in Openbaring 14:11 het merkteken zijns naams en in Openbaring 19:20 het merkteken van het beest genoemd wordt. Zo wordt dan "van de apostel het merkteken verklaard door den naam van het beest en den naam van het beest door het getal zijns naams". Welnu, van iedere lidmaat van de roomse of latijnse kerk - Latijn is de voertaal van de roomse kerk! - wordt gezegd dat hij 'rooms' of 'latijns' is. De letters van het woord 'rooms' in de Hebreeuwse taal maken tezamen het getal 666 uit en de letters van het woord 'lateinos' in de Griekse taal maken eveneens tezamen het getal 666 uit. Dit getal verklaart dus de naam van het beest en de naam van het beest, het merkteken.

erloops zij hierbij opgemerkt dat deze verklaring beslist geen spitsvondigheid van ds. Celosse is; ook de anttekenaren en vele oude leraren, onder wie de veraarde kerkvader Irenaeus (178-202 na Chr.), hebben dit zo uitgelegd. De kerkvader Irenaeus, die een leerling van Polycarpus van Smyrna was welke op zijn eurt nog met de apostel Johannes omgang gehad

heeft, schrijft bijvoorbeeld dat degenen die de apostel Johannes over het getal van het beest ondervraagd hebben, getuigd hebben dat "het getal van de naam van het beest naar de rekening van de Grieken, door de letteren die daarin zijn, zal hebben zeshonderd zes en zestig". Kortom, hoe we het ook wenden of keren, ook het merkteken, zijn naam en het getal van het beest wijzen ons allen "zo klaar als de middag" naar rome als de reeds lang geopenbaarde antichrist heen. (p. 153-172)

8) De bloedige vervolgingen door de antichrist

In het zevende vers van Openbaring 13 voorzegt de apostel Johannes dat het beest, dat is: de antichrist, macht gegeven zal worden om den heiligen krijg aan te doen, en om die te overwinnen (namelijk alleen wat het lichamelijke betreft, want naar de geest zullen de gelovigen door Gods kracht de draak en het beest altijd overwinnen). En in het vijftiende vers van datzelfde hoofdstuk lezen we dat allen die het beeld van het beest niet zouden aanbidden, gedood zouden worden. Deze en andere plaatsen meer "geven te kennen dat de antichrist een schrikkelijke vervolger zal zijn van de heiligen en getuigen van Jezus, en dat hij allen die hun knie voor hem niet zullen willen buigen noch zijn valse godsdienst en superstitiën aannemen, als een rode en bloedige draak zal zoeken te doden en om te brengen". Het is niet moeilijk in te zien dat deze profetie in het pausdom zijn vervulling heeft gekregen. Ds. Celosse somt een lange reeks aan schrikkelijke wandaden en bloedige vervolgingen op die door de pausen of in naam van de pausen uitgevoerd zijn en die aan duizenden en duizenden mensen het leven hebben gekost. Daarbij beperkt hij zich nog tot hen die om der waarheid wil zijn omgekomen en gaat hij voorbij aan de vele honderdduizenden die in de door pausen verwekte oorlogen zijn omgekomen, die het leven hebben gelaten bij het innemen van het Heilig Land (kruistochten) en die onder romes heerschappij in Amerika zijn vermoord (Indianen). Er is dan ook geen kerk die zozeer met onschuldig bloed bevlekt is als rome 3) . Door romes bloedige en consciëntie dwingende inquisitie werden, zoals we weten, allen moorddadig omgebracht die maar een Bijbel, een Psalmboek of een ander 'ketters' boek in huis bleken te hebben of die ter predikatie waren geweest en "zich enigszins tot de waarheid van het Evangelie toonden genegen te zijn". Hierdoor is haast ontelbaar geworden de schare aan martelaren die in de Nederlanden en in landen als Engeland, Schotland, Ierland, Frankrijk, Duitsland, Italië en Spanje de waarheid van het Evangelie met hun bloed hebben betuigd en bevestigd. Het Martelarenboek is daarvan getuige. Dit boek, zo groot en dik als de Bijbel, is bijna geheel gevuld met voorbeelden van door rome omgebrachte 'belijders van het Evangelie', waarbij we nog moeten bedenken dat vele duizenden gevallen waarvan men "geen recht bescheid" heeft kunnen krijgen, er niet in opgenomen zijn. "Wel lezer, wat vereist gij meer om de purperen hoer", om de antichrist "die dronken is van het bloed van de heiligen en van de getuigen van Jezus te leren kennen? " (p. 172-184)

9) De zonden, verderfelijke zeden en goddeloosheden van de antichrist

De apostel Paulus duidt in 2 Thessalonicenzen 2 vers 3 de antichrist aan als de mens der zonde, de zoon des verderfs, en in vers 8 als de ongerechtige. Uit deze titels leidt ds. Celosse af dat de antichrist goddeloos zal zijn, uitmuntend in zonden en verderfelijke zeden. "Want een mens der zonde is niet anders te zeggen als een zeer groot zondaar die alle gruwelen gierig [gretig; AV] bedrijft en anderen daardoor zal doen zondigen, gelijk Jerobeam Israël zondigen deed", zodat de antichrist terecht van de apostel Johannes in Openbaring 17:5 genaamd wordt: de moeder der hoererijen en der gruwelen der aarde.

Om aan te tonen dat deze titels ten volle op het pausdom van toepassing zijn, geeft ds. Celosse een uitvoerige beschouwing van hoe in het algemeen het leven van de pausen is geweest. Eerst stelt hij aan de orde de wijze waarop veel pausen paus zijn geworden. Verscheidene pausen zijn door geweld van wapenen en door veel bloedvergieten tot de pauselijke stoel gekomen. Anderen hebben deze stoel door simonie of koophandel veroverd. Weer anderen hebben carrière kunnen maken door het plegen van toverijen en duivelskunsten. Ook zijn er die nota bene door een openbare hoer - die toen een vooraanstaande positie binnen de stad Rome bekleedde - tot paus bevorderd zijn. En sommigen hebben door list en bedrog zichzelf paus gemaakt. Bij elk van deze misstanden geeft ds. Celosse een aantal concrete praktijkvoorbeelden.

Wanneer men eenmaal op zo'n verwerpelijke wijze tot de pauselijke stoel gekomen was, kunnen we wel raden wat vervolgens de levenspraktijk van zulke pausen is geweest. Zij misbruiken veelal hun hoge positie om hun eigen geslacht en vrienden groot te maken en leefden zelf zeer weelderig en hoogmoedig, in pracht en praal. Om dit te kunnen bekostigen strikten zij de leken tot het betalen van hoge belastingen aan hen en schreven zij aflaatbrieven uit die zij vervolgens voor geld lieten verkopen. Alzo dreven zij koophandel met de lichamen en zielen der mensen (Openb. 18:13). Ook tierde de zonde van simonie met betrekking tot het verkrijgen van allerlei ambten welig op en rond de pauselijke stoel. Geheel terecht heeft dan ook een zekere Mantuanus deze praktijken bestraft en bespot door te dichten:

Kerken, Priesters en altaren Zijn te Rome koopmans waren, Kronen, wierook, vuur en mis En al wat er heilig is. Ja, gij kunt uw geld besteden Voor den hemel, voor gebeden En voor onze God en Heer. Zegt mij, wat begeer je meer?

Veel pausen hebben vaak hun onderdanen tot de zware zonde van mijnedigheid en verbondsbrekingen aangezet en/of daaraan hun zegel van goedkeuring gehangen. Niet weinig pausen hebben zelf in hoererij geleefd en hebben het in hun kardinalen, bisschoppen en priesters niet afgekeurd. Algemeen bekend is dat te Rome de bordelen zelfs openlijk van de pausen toegelaten zijn, op voorwaarde dat ieder bordeel wekelijks tribuut of tol aan de paus zou betalen. Tevens zijn er pausen geweest die in bloedschande en sodomie geleefd hebben. Weer anderen waren openlijke apostaten, atheïsten of Godslasteraars of hebben onmenselijke wreedheden en doodslagen begaan. Ja, het leven van de pausen is in het algemeen zo schandelijk en goddeloos geweest dat men die pausen maar goed en Godzalig is gaan noemen die anderen in goddeloosheid en ongebondenheid niet te boven gingen.

Alzo is het helder en klaar dat titels als de ongerechtige, de mens der zonde, de zoon des verderfs, de moeder der hoererijen en der gruwelen der aarde ten volle van toepassing zijn op de paus en het pausdom, met welke de koningen der aarde gehoereerd hebben, en die de aarde bewonen zijn dronken geworden van den wijn harer hoererij (Openb. 17:2; 18:3). (p. 185-260)

10) De valse leer van de antichrist

In 1 Johannes 2:22-23 schrijft de apostel: Wie is de leugenaar, dan die loochent dat Jezus is de Christus? Deze is de antichrist, die den Vader en den Zoon loochent. Een iegelijk die den Zoon loochent, heeft ook den Vader niet. En wederom in 1 Johannes 4 vers 3 schrijft hij: En alle geest die niet belijdt dat Jezus Christus in het vlees gekomen is, die is uit God niet; maar dit is de geest van den antichrist, welken geest gij gehoord hebt dat komen zal, en is nu airede in de wereld.

Naar de mening van ds. Celosse wordt in deze teksten wel over een antichrist, maar eigenlijk niet over de antichrist gesproken. Want die moest namelijk in de tijd van de apostel nog komen, terwijl de apostel hier schrijft dat de antichrist die niet belijdt dat Jezus Christus in het vlees gekomen is, airede in de wereld gekomen was. Onder deze toen reeds gekomen antichrist - die wel door de geest van de grote antichrist gedreven werd, maar niet de grote antichrist zelf was - hebben we dan te verstaan elke en een iegelijke ketter die een vijand van Christus en van Zijn Evangelie is. Gelijk dit ook zo van de apostel nader verklaard wordt in 1 Johannes 2 vers 18, waar hij zegt: Kinderkens, het is de laatste ure; en gelijk gij gehoord hebt dat de antichrist komt, zo zijn ook nu vele antichristen geworden; waaruit wij kennen dat het de laatste ure is.

e papisten willen echter dat we onder de antichrist in e genoemde teksten wel de grote antichrist hebben te erstaan, want zij denken dat zij zo hun paus van het ntichristendom kunnen vrijpleiten, omdat hij zich niet ou schuldig maken aan het verloochenen van de Vader n de Zoon noch aan het verloochenen van Christus'

komst in het vlees. Hun hoop of uitvlucht is echter geheel ij del. Want de enige Heiland en Zaligmaker Jezus wordt wel degelijk door de paus en zijn aanhangers verloochend, ofschoon zij met de mond in Hem roemen. Zij houden er immers vele middelaars en middelaressen naast Christus op na, ja, de paus noemt zichzelf nota bene de plaatsvervanger van Christus op aarde! Ook leren zij dat Christus nog dagelijks in de mis voor hen door de mispriesters moet geofferd worden en dat Christus telkens daarbij lichamelijk onder de gestalte van brood en wijn aanwezig is. Is dit dan geen ernstige verzaking en verloochening van het feit dat Christus éénmaal in het vlees gekomen is om met één offerande volkomen voor de zonden van Zijn Kerk te voldoen?

Daarnaast tasten zij door het dagelijks opnieuw offeren van Christus' lichaam in de mis Christus' ware menselijke natuur aan, want als Christus' lichaam overal is waar de mis bediend wordt, dan is Zijn lichaam niet meer plaatselijk gelijk een waar menselijk lichaam. Ook neemt Christus' lichaam in de mis kennelijk de eigenschappen van brood aan - de hostie blijft immers als brood smaken!-, hetgeen eveneens in strijd is met Paulus' uitspraak dat Hij de broederen in alle dingen gelijk geworden is, uitgenomen de zonden (Hebr. 2:17; 4:15).

Verder kan gewezen worden op hun leer aangaande het vagevuur of louteringsvuur. Dat leerstuk gaat immers ook rechtstreeks in tegen de volmaakte offerande van Christus die éénmaal aan het kruis geschied is, daar Christus' bloed reinigt van alle zonde (1 Joh. 1:7b).

Wanneer we dus de genoemde Bijbelteksten opvatten zoals de papisten dat zo graag willen, dan blijken deze toch geheel op de paus van rome van toepassing en in hem vervuld te zijn. (p. 261-270)

11) Het door de antichrist ingestelde huwelijksverbod en verbod van spijze.

In 1 Timotheüs 4 vers 1 profeteert de apostel Paulus dat er in de laatste tijden zullen afvallen van het geloof zich begevende tot verleidende geesten en leringen der duivelen, om vervolgens in het derde vers twee van die leringen der duivelen te noemen, te weten: Verbiedende te huwen en gebiedende van spijzen te onthouden, die God geschapen heeft tot nuttiging. Naast andere kenmerken zal daarom volgens ds. Celosse de echte antichrist ook aan deze twee dwalingen te herkennen zijn.

Het is algemeen bekend dat het pausdom deze beide kenmerken bezit. De paus verbiedt immers door zijn macht het huwelijk aan al de geestelijken in zijn kerk, wat het celibaat wordt genoemd. Bijslapen van vrouwen keurt hij niet of niet zonder meer af, maar het trouwen wel.

Onder het mom van rein en heilig te blijven keert hij dus hovaardig Gods gebod om, waarvan de uitkomst niet is reinheid en heiligheid, maar onreinheid en onheiligheid. Hebben bijvoorbeeld niet veel nonnen om reinheid te kunnen blijven voorwenden, hun eigen pasgeboren kind in het geheim vermoord...

Daarnaast gebiedt volgens ds. Celosse de paus dat al zijn onderdanen zich op vastendagen en - tijden hebben te onthouden van vlees, eieren en boter - hetgeen in de ogen van de paus een verdienstelijk werk is - , terwijl hij het gebruik van bijvoorbeeld vis, vijgen en bier op die dagen en tijden wel toelaat.

Het pausdom maakt hier dus onderscheid in spijze, waar geen onderscheid is. Het voldoet daarmee ook aan het door Paulus als tweede genoemde kenmerk, (p. 271-302)

12) De naam 'Verborgenheid' op het voorhoofd van de antichrist

De apostel Johannes getuigt in Openbaring 17 vers 5 dat op het voorhoofd van de vrouw die op het beest zat (deze vrouw is de grote hoer onder wie we de stad Rome en geestelijkerwijs de afvallige roomse kerk en haar heerschappij hebben te verstaan), een naam geschreven was, namelijk de naam: Verborgenheid, of in het Grieks: Mysterion. Dit vinden we zowel letterlijk als naar de innerlijke zin in het pausdom vervuld.

Wat de letterlijke zin betreft, velen getuigen dat vroeger op de pauselijke hoed met de drie kronen letterlijk het woord Mysterion vermeld was, maar als sommige kardinalen de paus vermaanden om de 'ketters' geen oorzaak te geven hem te lasteren en hem uit te roepen voor de rechte Babylonische hoer, de moeder der hoererijen en der gruwelen der aarde, zo is die naam daar weggelaten. "Maar of de hoer zich wat bedenkt, zo is ze toch genoeg bekend aan haar gewaad en hoerige zeden", aldus ds. Celosse.

Naar de innerlijke zin genomen zou het betekenen dat de antichristelijke kerk vol zal zijn van allerlei verborgenheden. Welnu, de verborgenheden in het pausdom zijn zo menigvuldig dat men nog eerder de regendruppels in de regen kan tellen dan het gekriel van al die verborgenheden, zo stelt ds. Celosse vast. Want ten eerste hebben ze aan de twee sacramenten van het Nieuwe Testament, die soms ook in de Heilige Schrift verborgenheden worden genoemd, nog vijf andere, valsgenaamde sacramenten of verborgenheden toegevoegd. Ten tweede hebben zij de Heilige Doop en het Heilig Avondmaal bevuild en bezoedeld met allerlei verborgen gebruiken en instellingen. Ten aanzien van het Heilig Avondmaal is dit zelfs zo sterk dat hun mis en het door Christus ingestelde Heilig Avondmaal bijna in niets meer op elkaar gelijken. En in de derde plaats hebben zij ceremoniën (die de bisschoppen gebruiken bij het inwijden van de kerken), waskaarsen, schilderijen, altaarbloemen en zo vele andere zaken in hun kerken meer die naar zij zeggen alle een verborgen betekenis hebben en waarmee ze aan al deze zaken een schijn van heiligheid gegeven. Als Augustinus in zijn tijd al moest klagen dat de kerk toen al meer met ceremoniën en verborgenheden was belast dan de Joodse synagoge, wat zou hij dan nu wel zeggen als hij nu de paapse kerken zou aanschouwen?

"Wij besluiten dan", zo schrijft ds. Celosse ter afronding van het twaalfde hoofdstuk, dat de naam Verborgenheid als "merkteken van de antichrist wel degelijk op het voorhoofd van dat roomse Babel, de moeder der hoererijen en der gruwelen cler aarde, staat geschreven" en dat dit "ons met de rest aanwijst dat de paus van rome is de rechte antichrist", (p. 302-309)

13) De val en vernietiging van de antichrist

In 2 Thessalonicenzen 2 vers 8 getuigt de apostel Paulus dat de Heere de antichrist verdoen zal door den Geest Zijns monds, en tenietmaken door de verschijning Zijner toekomst. Met deze woorden voorzegt de apostel volgens ds. Celosse "twee bijzondere vallen van de antichrist" die in tijd na elkaar geschieden zullen, de eerste door de Geest Zijns monds en de tweede door de verschijning Zijner toekomst.

Met het verdoen door den Geest Zijns monds wordt bedoeld dat de Heere het rijk van de antichrist zal "verbreken of verminderen door de verkondiging van Zijn Evangelie". Deze eerste val, die nog geen volledige verwoesting inhoudt, heeft al plaatsgevonden, want het pausdom is ten tijde van de Reformatie door de openlijke verkondiging van het zuivere Evangelie grotelijks beginnen te vallen. In landen als Duitsland, Bohemen, de Palts, Hessen, Hongarije, Zwitserland, Engeland, Schotland, in de Nederlanden enz. is zijn rijk uitermate verduisterd geworden en is hij voor een groot deel van zijn heerschappij beroofd.

Op deze eerste val doelt volgens ds. Celosse 4) ook de apostel Johannes in Openbaring 14 vers 8, als hij schrijft: En er is een andere engel gevolgd, zeggende: Zij is gevallen, zij is gevallen, Babyion, die grote stad, omdat zij uit den wijn des toorns harer hoererij alle volken heeft gedrenkt. De apostel kan immers met deze woorden niet de laatste definitieve val van de antichrist op het oog hebben daar we in Openbaring 16:13-14 lezen dat na deze eerste val het beest nog te hulp gekomen en ondersteund zal worden door drie onreine geesten (...), den vorsen gelijk, terwijl we na de, in Openbaring 18:2 beschreven laatste val lezen: En een sterke engel hief een steen op als een groten molensteen, en wierp dien in de zee, zeggende: Aldus zal de grote stad Babyion met geweld geworpen worden, en zal niet meer gevonden worden (Openb. 18:21), want het beest en de valse profeet zullen dan levend geworpen zijn in den poel des vuurs, die met sulfer brandt (Openb. 19:20).

Van deze tweede of laatste val - die een totale vernietiging van het pausdom in zal houden - gelooft ds. Celosse dat deze pas zal plaatsvinden als het einde van de wereld er haast zal zijn, want de apostel zegt dat deze geschieden zal door de verschijning Zijner toekomst, dat is volgens de kanttekenaren: door Christus' verschijning in Zijn laatste toekomst. "Want alsdan zal het beest en de valse profeet gedood en in den poel des vuurs geworpen worden (Openb. 19:20)". Ds. Celosse leidt hieruit af dat het antichristendom zal blijven bestaan, "hoewel verduisterd en van zijn uiterlijke glans verminderd", tot bijna aan het einde van de wereld. Hoe ds. Celosse dan het opkomen van den Gog en den Magog ziet, waarvan in Openbaring 20:8-9 (na de definitieve val van het grote Babyion!) gesproken wordt, vermeldt hij niet 5) . Wel vermeldt hij nog dat hij die laatste val van het pausdom en de dag van Christus' heerlijke verschijning op de wolken lijdzaam met uitgestrekten hals is verwachtende, omdat hij dan eeuwig bij Christus zal zijn. (p. 309-318)

Ten besluite

Na het lezen van het eerste en dit tweede artikel over het boek van ds. Celosse is mogelijk bij u de vraag gerezen of onze Belijdenisgeschriften ook iets zeggen

over rome als de antichrist. Dit is inderdaad het geval. In de voorrede op de Dordtse Leerregels wordt gesproken over "de tirannie van den roomsen antichrist". En wanneer het in artikel 36 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis gaat over het "weren" en "uitroeien" van "alle afgoderij en valsen godsdienst, om het rijk van den antichrist te gronde te werpen", dan heeft Guido dè Bres hier met het woord 'antichrist' onmiskenbaar het pausdom op het oog 6) .

Zo vinden we dan in onze Nederlandse Belijdenisgeschriften terug wat ds. Celosse in zijn boek met een keur aan Bijbelse argumenten bewezen heeft en wat de Westminster Confessie ons eveneens zo duidelijk leert, namelijk: "Er is geen ander Hoofd van de Kerk behalve de Heere Jezus Christus; de paus van Rome kan op generlei wijze het hoofd ervan zijn, maar hij is die antichrist, die mens der zonde, de zoon des verderfs, die zich verheft in de kerk tegen Christus en tegen al wat God genaamd wordt" 7) .

Overigens heeft ds. Abr. Hellenbroek het ons in zijn overbekend vragenboekje niet anders geleerd 8 ', want in zijn lesje over de kerk lezen we:

" Vraag 11: Wie is het hoofd van de kerk? Antwoord: Jezus Christus. Ef 5:23 Christus is 'het Hoofd der gemeente

Vraag 12: Is dat de paus van Rome niet? Antwoord: Neen; die is de antichrist. Vraag 13: Waarom? Antwoord: Omdat alles in hem vervuld is, wat van de antichrist voorzegd is ".

Na lezing van het boek van ds. Celosse kunnen we ten slotte niet anders dan in gemeenschap met de Reformatoren, de oudvaders en de Puriteinen concluderen dat het instituut van het pausdom toch echt de in Gods Woord voorzegde antichrist is en ook blijven zal, zodat er ook in onze dagen alle reden is om in kerkelijk en politiek opzicht geen banden met rome aan te knopen.

Noten:

1) Zie: In het Spoor, oktober 2005, p. 152-161 2) Ds. Celosse gaat er vrij uitvoerig op in wat we onder het eerste in onderscheiding van het tweede beest hebben te verstaan. Voor dit artikel voert het te ver om hierop in te gaan. Kortheidshalve verwijzen we de lezer daarom naar kanttekening 2 bij Openbaring 13:1. 3) Zie ook het artikel 'Rome en Europa', geplaatst in het vorige nummer van In het Spoor (juli 2005, p. 165-169). 4) In kanttekening 4 bij Openbaring 18:2 wijzen ook onze kanttekenaren erop dat de woorden van Openbaring 14:8 duiden op "het begin van den val van dit grote Baby Ion in de harten van velen in de wereld (...); hetwelk nu over langen tijd is begonnen te geschieden, en nog dagelijks geschiedt" (als begin van de val kan gedacht worden aan Johannes Wiclif in Engeland en Johannes Hus en Hiëronymus van Praag in Duitsland en Bohemen, die omtrent het jaar 1380 en 1400 met schrijven en leren veel afbreuk aan rome hebben gedaan). De woorden van Openbaring 18:2 daarentegen duiden op "de uiterste uitroeiing van den troon van dit beest, of van dit grote roomse Babyion". 5) Het feit dat er na de definitieve val van het grote Babyion nog gesproken wordt over den Gog en den Magog die door de ontbonden duivel tot de krijg vergaderd zullen worden (Openb. 20:8-9), geeft aanleiding om te denken dat de definitieve val van Baby Ion toch niet heel kort vóór de wederkomst van Christus zal plaatshebben, maar eerder. Behalve over den Gog en den Magog rept ds. Celosse overigens ook niet over de mogelijkheid dat de antichrist zich nog eenmaal voor het einde van de wereld in volle luister zal oprichten en met kracht Gods kerk zal verdrukken. Er zijn er namelijk die zulk een oprichting verwacht hebben, zoals bijvoorbeeld ds. G.H. Kersten: "in het eind der dagen zal rome nog eens in het woeden van den anti-Christ de macht ontplooien, vreeselijker dan ooit te voren, om Gods kerk te vuur en te zwaard te vervolgen" (G.H. Kersten, De Gereformeerde Dogmatiek, dl. 2, 1988, p. 318). Dit neemt niet weg dat ook zij die nog eenmaal zulk een oprichting verwachten, het erover eens zijn dat de antichrist zich reeds geopenbaard heeft in het instituut van het pausdom. 6) Zie ook: K. van der Zwaag, Onverkort of gekortwiekt? , 1999, p. 120-121 7) De Westminster Confessie, vertaald door J. de Jager, 2001, p. 35- 36 8) A. Hellenbroek, Voorbeeld der Goddelijke Waarheden voor eenvoudigen, die zich bereiden tot de belijdenis des geloofs, z.j., p. 59.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 december 2005

In het spoor | 48 Pagina's

DE ANTICHRIST GEOPENBAARD -2-

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 december 2005

In het spoor | 48 Pagina's

PDF Bekijken