Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Waarde Redacteur van ‘t Stichtsche Wekkertje!

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Waarde Redacteur van ‘t Stichtsche Wekkertje!

6 minuten leestijd

Blijkbaar is mijne bedoeling niet recht gevat door uwe redactie; ik kan namelijk met mijn schrijven in uw blad niet geregeld voortgaan, doch zal slechts nu en dan eens ‘t een en ander kunnen mêedeelen. Zoo ook nu. —
Hebt Ge ‘t stuk van Ds. Engelberts, hoofdredacteur van de Roeper, in n°. 8 van 21 Febr. j.l . gelezen? Hartelijk hoop ik, dat Ge dat artikel in Uw a.s. nr. overneemt, daar het dan door duizenden gelezen wordt. O, ‘t is zoo jammer en getuigd zoo van de blindheid, waarmede men om der zonde wil geslagen is, dat niet meer ingezien wordt, dat de concept-acte (een gewrocht der doleerende deputaten) «zóó is ingericht, dat de Christelijke Gereformeerde Kerk moet ophouden te bestaan en moet ondergaan in de Doleerende Gemeenten, die niet gemeenten maar kerken heeten. Al wat de Christelijke Gereformeerde Kerk is, wat zij heeft en wat haar lief en dierbaar is, moet zij prijsgeven: hare staatsrechterlijke plaats, hare kerkelijke indeeling, hare Theologische School, hare inrichting en benaming! En wat geven de Doleerenden? Niemendal. Geene enkele zaak zelfs, hoe min het ook is, geen woord.» — «Niemendal!» zegt onze waarde Engelberts, maar dat is een beetje te kras gesproken, want . . . onze dominé’s mogen soms wel eens in eene doleerende «hulpkerk» preeken (Hulpkerk noemden de doleerenden aanvankelijk hunne kerken; — thans, nu de Ned. Herv. Kerkeraden hen voor de rechtbank wat beters hebben geleerd, hoort men dat woord niet meer). Zoo nu en dan hoor ik uit grootere plaatsen des lands, dat de Doleerende Kerkeraden voorstellen aan de Christelijke Gereformeerde Kerkeraden doen, om «over en weer» in de kerken te preeken. Als dat gelukt, zijn de Doleerenden een heel eind op weg, om door een achterdeurtje binnen te komen. Zie, zóó voorzichtig is men wel, dat men niet zoo maar met de deur in ‘t huis valt; neen, het is: «trek maar aan het touwtje, dan zal de deur wel open gaan!» Ik vrees echter, dat wanneer aan die verzoeken wordt gehoor gegeven, voordat de Doleerenden zonder conceptacte of eenig reglement tot de Christ. Ger. Kerk overkwamen met de belijdenis, dat zij daarmede te lang gewacht hebben, de Christ. Ger. Kerk een prooi van de vreeselijkste wanorde en verdeeldheid zal worden. En ik kan uwe redactie nu reeds de verzekering geven, dat wij van meer dan eene gemeente zullen kunnen getuigen, waarin de «paneelzagers » niet achterbleven. «Wij hebben Christ. Ger. predikanten beroepen en die bezoldigen wij! Willen Doleerende predikanten geregeld in onze kerken optreden, onder den schijn van éénheid, laten zij zich dan openlijk bij onze Christ. Ger. Kerk aansluiten. Onze geschiedenis ligt daar, om te bewijzen, dat de Heere onze Kerk bouwde. Dat durven de Doleerenden niet tegenspreken! Welnu, als onze eene planting Gods is, blijkens den zeer grooten, beschamenden zegen, dien de Heere schonk, waarom dan alles prijsgegeven, om toch maar de Doleerenden binnen te loodsen? Wanneer liet een Christ. Ger. Kerkeraad zich dermate verschalken, dat men, omdat men aan ledental belangrijk zou winnen, ook maar enkele grondslagen onzer Christ. Ger. Kerk losliet? Hebben wij niet altijd onze deuren opengesteld met de vriendelijke noodiging in ‘s Heeren Naam: «die wil, die kome?» Welke innerlijke aandrang des Heiligen Geestes om met ons één te zijn, is ooit van de zijde der Doleerenden onder het volk gebleken? Ja, men schrijft en vergadert om gekunstelde en geknutselde reglementen en acten te smeden, maar…. waar is de openbaring van het: «zie hoe lief zij elkander hebben?» Het volk der Doleerenden en dat der Christelijke Gereformeerden staat op slechts enkele plaatsen naast, veelal tegenover elkander! Nog eens: de Heere behoede onze Kerk voor eene andere vereeniging met de Doleerenden, dan langs dezen gewonen weg: de Doleerenden, die zoo vaak en eenparig beleden, dat de Christ. Ger. Kerk hen 50 jaren vooruit is, moeten dit toonen door, zonder eenig beding, zich bij de Christ. Ger. gemeenten aan te sluiten!» —Zóó sprak dezer dagen een bekend strijder der Christ. Ger. Kerk. En dat er ook onder de Doleerenden zijn, die dit volmondig en van ganscher harte nazeggen, bewijst een schrijven in ‘t jongste nr. van de Bazuin; — de Doleerenden te Burum (Friesland) hebben zich, zonder eenige conditie, bij de Christ. Ger. gemeente aldaar gevoegd en zeggen openlijk in hun adres, dat zij zich geroepen achten, te gehoorzamen aan Koning Jezus, Wien de Christelijke Gereformeerden (toen «Afgescheidenen »; sedert 1834 als den eeuwigen Koning der Kerk gehoorzamen. —
Ik eindig met de waarschuwing, die ik in ‘t jongste Bazuin-nr. vond, en die ik beaam:
«Mag eene vereeniging tusschen de Christ. Gereformeerden en Doleerenden tot stand komen in ‘s Heeren gunst en naar Zijn Woord, welk een zegen kan ze dan niet.met zich brengen voor land en volk, maar . . . . wordt zij bewerkt of misschien doorgedreven met krenking van waarheid en beginselen, welk eene ellende, ja welk een vloek zou haar vergezellen!. 't ls Docent Wielinga, die dit zegt. En Z.Eerw. zal gulweg met ons erkennen, dat de concept-acte een sprekend bewijs is, dat de vereeniging bewerkt en doorgedreven wordt (tot dusver!) met krenking van het groote werk Gods, getoond in de bloeiende Christ. Ger. Kerk!
Ds. Gispen, de redacteur van de Bazuin, zegt: «Eene goede zijde van de kerkelijke troebelen onzer dagen is, dat er bij velen meerdere belangstelling werd gewekt voor kerkelijke aangelegenheden. Ook het bezoeken der openbare godsdienstoefening is, over het algemeen, verbeterd. De concurrentie op kerkelijke gebied dwingt tot ijver en inspanning. Zoo moet ieder het beste beentje vóór zetten, in den strijd om het kerkelijk bestaan.»
Dat is nu het goede, dat Ds. Gispen, predikant der Christ. Ger. Gemeente te Amsterdam, in «den strijd om het kerkelijk bestaan» ziet en waarbij ZEerw. z’n beste beentje voorzet!
«Anders niet?» vraagt ge misschien. Neen, Ds. Gispen zegt althans niet meer, maar ook . . . . ‘t is m.i. meer dan genoeg, om te weten, dat Ds. Gispen er geen been in ziet, om te zeggen welk beentje hij voorzet en hoe ‘t zijn streven is de Christ. Ger. Kerk op den been te brengen vóór de Doleantie om met lange beenen (zevenmijls-laarsen) op doleergebied over te stappen.
Geve de Koning der Kerk aan Uwe redactie, aan Uwe lezers (ook aan Ds. Gispen) den geest des gebeds in steeds milder mate, om in waarheid te zuchten:
«Heere! leer mij naar Uw wil te handelen!».

Uw JAN VAN 'T STICHT

De Redactie, dankbaar voor bovenstaande opmerkingen, neemt gaarne bedoeld schrijven van onzen geliefden Engelberts in het bijbehoorende bijvoegsel van dit nr. over, temeer daar Ds. Smitt er «ook een oordeel» over uitspraken eens neer kenmerkend uit den hoek kwam.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 maart 1889

Het Stichtsche Wekkertje | 6 Pagina's

Waarde Redacteur van ‘t Stichtsche Wekkertje!

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 maart 1889

Het Stichtsche Wekkertje | 6 Pagina's

PDF Bekijken