Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Antwoord aan een Christelijk Gereformeerde (I)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Antwoord aan een Christelijk Gereformeerde (I)

5 minuten leestijd

In No. 26 vraagt een Chr. Ger. waarom zoozeer naar vereeniging verlangd wordt van de zijde der Doleerenden. Mij dunkt, mijn onbekende vriend, hiervoor bestaan verschillende redenen.
1°. De Vrije Universiteit, nu zij hare leeraars niet kwijt kan aan de Herv. Kerk, (op Dr. Knijpers aanvrage voor toelating is, zooals ge weet, een afwijzend antwoord gegeven) heeft een anderen weg moeten zoeken. De attesten-questie, verbonden met de zaak betreffende het beheer der kerkelijke goederen van de Amsterdamsche gemeente, deed de Doleantie ontstaan — en de aflevering van leeraars kon doorgaan. Maar... zoolang die Doleantie niet bestond, bezochten de thans Doleerenden, op een enkele uitzondering na, geen enkele kerk; ze hadden hunne plaatsen opgezegd en waren dus ook vrij van «plaatsengeld» te betalen. Nu kou er wel wat overschieten voor de Vrije Universiteit, en vele giften vloeiden dan ook toe. Nu echter zijn op vele plaatsen de bordjes verhangen. Vele noodkerken zijn gebouwd; dat bouwen kostte geld, en niettegenstaande er veel gegeven werd, moest ook veel geleend worden. Nu eischen de lokale toestanden zeer veel geld, zoodat menig min gegoede, die eene gift aan de V, U. gaf, thans zal moeten bedanken, of stellig zijne contributie zal moeten beperken.Kon nu Chr. Ger. en Doleerend één worden, dan vielen ± 400 gemeenten met 15000 zielen onder de zedelijke verplichting de V. U. te steunen, want «Kampen» zou dan uit den aard der zaak «opgeruimd» worden. Deze steun kan licht, naar matige berekening 20 a 25 duizend gld. per jaar bedragen. Een niet te versmaden sommetje! Begrepen, Amice?
2°. De eer. Konden toch de Chr. Ger. in de vergulde val loopen, door de Doleerenden in de beruchte Concept-acte opgezet, dan zou heel Nederland zien, dat het werk van ‘34 rad was, en dat eerst in ‘86 het ware licht was ontstoken. Dan konden immers de Doleerenden de loftrompet steken en zeggen: «Ziet ge wel, die menschen erkennen van zelf hunne dwaling; ze hebben zich bij ons gevoegd!» Vernederend voor ons, vereerend voor hen. Want, dat wij zouden moeten opgaan ia de Doleantie, blijkt daaruit, dat na de vereeniging bet «gaan doleeren» in zwang blijft. Dus, let wel! Chr. Ger. in Nederland, nog altijd blijven de Doleerenden bij die vereeniging hunne zienswijze houden, nl. «de Herv, Kerk is de Kerk van Christus.» Was dat zoo niet, en vormde de Chr. Ger. Kerk, vereenigd met de Doleerenden, de Kerk van Christus, dan zou er natuurlijk geen sprake meer kunnen zijn van «doleeren» of schooner nog van «het Synodale juk afwerpen.» Wierp iemand toch het juk af, dat zou alweer bewijs zijn, dat de Herv. Kerk weer de Kerk zou zijn. Neen, zoo iemand zou dan, volgens art. 28 onzer geloofsbelijdenis, zich bij de Kerk moeten voegen, nl. de Chr. Ger. en Doleerenden vereenigd. Ik las daar juist in de Heraut van verleden Zondag, dat Dr. Kuijper een schrijven beantwoordt van Ds. van den Boom. Nu had Ds. v. d. B. eens moeten vragen: Hoe nu na de vereeniging in Tiet, b.v.? Er is daar eene bloeiende Chr. Gereformeerde gemeente. Nu begint iemand daar den druk van het «Synodale juk» te gevoelen. Moet die man zich dan voegen bij die Chr. Ger. gemeente? — Neen, honderdmaal neen! Die man gaat weer te werk naar het ambt der geloovigen, werpt het juk voor de geheele gemeente af en vormt met een 12tal aanhangers een nieuwe gemeente. Dit zou niet gebeurd zijn als er een Doleerende gemeente geweest was, maar die Chr. Gereformeerden, nu ja, die zijn wel gecombineerd, maar hun werk deugt toch niet.
Prachtige combinatie! Heerlijke vereeniging ! Hoe zeer hebben we te verlangen dat de Chr. Ger. als één man de conceptacte aannemen! Moet het tot zulk eene vereeniging komen, dan nog eene smet op uwe nagedachtenis, grijze ontslapen leeraars en ouderlingen onzer Kerk! Gij hebt ons wijs gemaakt, dat de Chr. Gereformeerden de Kerk van Christus vormden en gij hebt ons.... misleid. Onze Kerk is de ware niet; ‘t is de Herv. Kerk. —
Thans voor den troon juichende vaders en moeder! ook gij hebt mij verkeerde ideën ingeprent; ze waren donker en verward!
Maar ik wil u, na uwen dood, geen verwijt doen. Gij mistet het schelle Jicht van ‘86 ; gij hebt het altijd moeten doen met hut nederige licht van ‘34; gij dwaaldet ter goeder trouw! Desniettemin ruste uw assche in vrede! —
Ik had nog een derde reden, maar.,., mijn epistel is reeds langer dan ik gedacht had, en wellicht dat ik in een der volgende nummers van dit blaadje die nog eens zal aangeven. Thans nog ééne vraag aan u, leden der Synode onzer Kerk, aan u leeraars, ouderlingen en diakenen, aan u, leden onzer Chr. Ger. Kerk in Nederland! De onwrikbare leuze der Doleerenden is: de Here. Kerk is de Kerk van Christus!
Stemt gij dat toe!? Zoo ja, vereenigt dan. Zoo neen, dan weg met alle combinatie en vereeniging! Dan is zelfs vereeniging of combinatie onmogelijk !

X.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 april 1889

Het Stichtsche Wekkertje | 4 Pagina's

Antwoord aan een Christelijk Gereformeerde (I)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 april 1889

Het Stichtsche Wekkertje | 4 Pagina's

PDF Bekijken