Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Niet meer treurig zijn

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Niet meer treurig zijn

„En zij zullen voortaan niet meer treuirig zijn". Jer. 31 : 12 slot

5 minuten leestijd

<br />

„Zalig zijn zij die treuren, want zij zullen vertroost worden''. Dat is één van de overbekende (?) zaligsprekingen van de Heere Jezus. Welnu: in de tekst voor deze meditatie lezen we wezenlijk eigenlijk hetzelfde. U kent waarschijnlijk wel het verband van die tekst, die uiteraard allereerst ziet op het oude Bondsvolk Israël, zoals dat (ten diepste alleen maar dank zij Gods verkiezende liefde en onwankelbare trouw ook ondanks alle éigen zonde en óntrouw) toch ook weer terug zal komen uit de ballingschap.

Zij zúllen komen. Komen ten diepste alléén, maar ook zéker omdat de HEERE ze zelfs al heeft liefgehad met een eeuwige liefde en daarom dus ook getrokken heeft (en ook nú weer trekken zal!) met goedertierenheid. Komen van verschillende kanten en daarom ook langs verschillende wegen, maar zij zúllen komen.

Komen uiteindelijk zelfs weer op de hoogte van Sion, waar zij dan uiteindelijk ook weer zó rijk zullen toevloeien tót en delen ín „des HEEREN goed" (d.w.z. tot en in dát goed, dat de HEERE hen daar dank zij Zijn weergaloze liefde en onbezweken trouw weer zo rijkelijk zal schenken en doen genieten), dat hun ziel daar zelfs zal zijn als een gewaterde hof en dat zij daar dan voortaan zelfs ook niet meer treurig zullen zijn. „Want de HEERE heeft Jacob vrijgekocht en Hij heeft hem verlost uit de hand desgenen, die sterker was dan hij".

Nliet meer treurig zijn. Let wel: niet méér! Dat waren ze eerst dus wel. En hoe zou het ook anders kunnen? „Want Ik zal hunlieder róuw in vrolijkheid veranderen en zal hen troosten en zal hen verblijden naar hun dróefenis", lezen we in vers 13. En hoe staat het in vers 9 ook al weer? „Zij zullen komen met gewéén en met smékingen zal Ik hen voeren. Voelt u: zó komen ze dus. Met geween en met smekingen.

Met geween namelijk van droefheid en smart over hun zonden en daarom ook met smekingen om genade. En juist omdat die droefheid en smart zo diep is zal straks die blijdschap en vreugde ook zo gróót zijn. Want daar gaat het in die weg van gebed en tranen toch naar toe: ,,Dies zullen zij komen en op de hoogte van Sion juichen en toevloeien tot des HEEREN goed". Want op de Sion is ook de tempel en het altaar en het offer en de verzoening en de gemeenschap met God. O, wat een onuitsprekelijke blijdschap zal dat zijn: „En hun ziel zal zijn als een gewaterde hof en zij zullen voortaan niet meer treurig zijn''. En dat alles dus vanuit dat Goddelijke „Ik zál en zij zúllen"!

U zult al begrijpen waar ik heen wil. Immers, dat gold niet alleen het volk Israël toen bij die terugkeer uit de ballingschap. Neen, maar dat geldt ook al Gods kinderen, die door de HEERE Zelf getrokken worden met koorden van goedertierenheid uit de ballingschap der ellende naar het heil van Zijn genade in de Zoon van Zijn eeuwige liefde. Getrokken namelijk ten diepste omdat Hij hen reeds heeft liefgehad met een eeuwige liefde.

Immers, daarom alleen maar ook zeker geldt het toch ook van hen: „Zij zullen komen". Komen aan de waterbeken en in een rechte weg, waarin zij zich ook niet zullen stoten. Komen met geween en met smekingen. „Dies zal tot u een ieder van de vromen, In vindenstijd met ootmoed smekend komen". Komen in díe weg, ja, maar ook óp de Sion, tot des HEEREN goed, tot dat heil van Gods genade dat de HEERE daar Zelf in Christus Jezus (in de weg van het óffer en van de verzóening!) voor al die waarlijk treurenden heeft bereid.

Kómen, hier al in beginsel en ook telkens weer als zij dat heil des HEEREN in Christus Jezus mogen smaken en proeven en straks in de hemel ook eens voor eeuwig en volken. Ja, en dan mag hun ziel werkelijk ook zijn als een gewaterde hof en zullen zij voortaan ook niet meer treurig zijn!

Hebt u er kennis aan? Er is geen echte blijdschap in God zonder ware droefheid náár God. Maar alle ware droefheid náár God leidt ook naar de echte blijdschap ín God. Ook al kunnen ze dat zélf niet meteen en altijd bezien en al wordt hier de geniéting van die blijdschap telkens ook nog weer afgewisseld en overstemd door droefheid en smart. . . Zij zúllen (er) komen!

En als dan hier het beginsel van die vreugde bij tijden al zo onuitsprekelijk rijk en heerlijk is, wat moet het dan straks eeuwig volkomen wel niet zijn! „Die, na kortstondig ongeneugt, Mij eindeloos verheugt". „De vrijgekochten des HEEREN zullen wederkeren en tot Sion komen met gejuich en eeuwige blijdschap zal op hun hoofd wezen, vrolijkheid en blijdschap zullen zij verkrijgen, maar droefenis en zuchting zullen wegvlieden".

„Gij hebt mijn weeklacht en geschrei
Veranderd in een blijde rei;
Mijn zak ontbonden en mij weer
Met vreugd' omgord, opdat mijn eer
Niet zwijg'. Zo klimt Uw lof naar boven;
Mijn God, U zal ik eeuwig loven".

Dit artikel werd u aangeboden door: Terdege

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 januari 1984

Terdege | 48 Pagina's

Niet meer treurig zijn

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 januari 1984

Terdege | 48 Pagina's

PDF Bekijken