Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Databank voor allergiepatiënten

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Databank voor allergiepatiënten

Voedsel veilig of niet?

6 minuten leestijd

<br />

Stel: je bent allergisch voor de stof pindameel. Je weet welke voedingsmiddelen toegestaan zijn en welke in dat geval op de „zwarte lijst" staan. In een onbewaakt ogenblik echter bijt je in een reep chocola van een ander merk dan je gewend bent. Op zich hoeft dat niet bezwaarlijk te zijn, maar omdat in deze chocola nu net wél pindameel verwerkt is, word je ziek.

Bovenstaand voorbeeld is niet zo denkbeeldig. Voor allergiepatiënten is het niet altijd even eenvoudig een dieet samen te stellen. Je hebt namelijk niet alleen te maken met vele honderden voedingsmiddelen en hulpstoffen, ook de samenstelling kan van merk tot merk aanzienlijk verschillen. De vakgroep Huishoudkunde van de Landbouwhogeschool in Wageningen gaat allergiepatiënten nu een handje helpen bij het kiezen van veilig voedsel.

Twee jaar geleden is men begonnen met het systematisch vergaren van voedselallergieën, die werden opgeslagen in een databank (computer). Op dit moment zijn de gegevens verzameld van ruim 3000 voedingsmiddelen, 180 hulpstoffen en van 450 fabrikanten. De databank (genaamd Combally) kan sinds kort, na schriftelijk verzoek, worden geraadpleegd door artsen, specialisten en diëtisten, die op hun beurt de patiënt kunnen vertellen welke produkten hij zonder gevaar kan nuttigen.

Eiwitten
Van alle allergieën wordt ruim 85 procent veroorzaakt door eiwitten uit vis, melk en ei. De achtergronden kunnen velerlei zijn: een bepaalde ziekte, een operatie, stress, het gebruik van medicijnen, werken in een bepaalde omgeving enz. Eén ding hebben allergiepatiënten wel gemeen: met een dieetlijst van stoffen die absoluut niet geconsumeerd mogen worden kun je betrekkelijk slecht uit de voeten.

De heer J. Kamsteeg, betrokken bij het levensmiddelenonderzoek ten behoeve van de databank: „We werken bewust met lijsten waarop staat welke voedingsmiddelen vrij zijn van bepaalde stoffen en dus wél mogen. De computer vertelt derhalve niet alleen het produkt zelf maar ook het merk. Het is de bedoeling dat de databank van de produkten die worden opgenomen drie hoofdbestanddelen zal vermelden: natuuriijke bestanddelen, hulpstoffen en verontreinigingen.

Van de natuurlijke bestanddelen wordt alleen aangegeven of het voedingsmiddel deze bevat dan wel er geheel vrij van is. Van de hulpstoffen wordt vermeld hoe groot de hoeveelheid is per 100 gram voedingsmiddel, de maximaal toelaatbare hoeveelheid en gegevens over onderzoek naar het desbetreffende middel. Hetzelfde geldt voor de verontreinigingen.

Etiketten
De databank krijgt steun van de overheid en zal de komende drie jaar worden uitgebreid aan de hand van etiketten. Eind '82 werden de fabrikanten verplicht gesteld op het etiket uiteen te zetten welke ingrediënten in het produkt zijn verwerkt. Helemaal waterdicht is die informatie niet, ingrediënten die minder dan vijf procent van het produkt uitmaken hoeven niet te worden vermeld.

Bij hulpstoffen geldt die verplichting wel, waarbij het overigens alleen gaat om de categorienaam (bijvoorbeeld verdikkingsmiddel). Tientallen huisvrouwen hebben de verpakking van gebruikte voedingsmiddelen ingeleverd en aan de hand daarvan is de vakgroep begonnen met een uitgebreid etiketten-onderzoek. Getracht wordt uit te zoeken of er bepaalde stoffen onvermeld zijn gebleven; in dat geval wordt er contact opgenomen met de fabrikant. De medewerking is op dat punt niet altijd om over naar huis te schrijven.

Kamsteeg: „Als we de fabrikant vragen naar de complete samenstelling van zijn produkt stuit dat soms op bezwaren omdat men bang is dat door het vrijgeven van die informatie anderen het produkt zouden gaan namaken. Onzin natuuriijk, want wij doen met die informatie verder niets."

Kosteloos
Artsen, specialisten en diëtisten kunnen voorlopig vrijwel kosteloos gebruik maken van de service van Combally. Het is niet de bedoeling dat de lijsten voor „het publiek" vrij ter inzage zijn. Wel zo veilig.

„Als een fabrikant de samenstelling van zijn produkt verandert geeft hij dat, als het goed is, aan ons door. Als patiënt ben je daarvan niet op de hoogte en dat kan vervelende gevolgen hebben".

Voor verdere informatie over de databank kan men schrijven of bellen naar:
Voorlichting Landbouwhogeschool, Postbus 9101, 6700 HB, Wageningen, tel. 08370-82466.


Bacterie-virus
Wat is het verschil tussen een bacterie en een virus?
Een bacterie is een eencellig, plantaardig organisme ter grootte van ongeveer éénduizendste millimeter. Een virus is een organisme, dat een overgangsvorm is tussen dode en levende stof, en dat nog 10-100 maal zo klein is als een bacterie. Een bacterie is te zien onder een gewone microscoop, een virus is daar nog te klein voor. Een bacterie vermeerdert zich buiten de cellen van ons lichaam, terwijl een virus zich alleen kan vermenigvuldigen ten koste van levende lichaamscellen.

Het ziekmakende effect van een bacterie berust op de produktie van giftige stoffen; dat van een virus op beschadiging van de levende cel van binnenuit. In beide gevallen wordt de functie van de cel aangetast en ontstaan er ziekteverschijnselen. Een aantal ziekten zijn kenmerkend voor een virusinfectie, zoals verkoudheid, griep, mazelen, bof, rode hond, terwijl bacteriën weer andere typische ziektebeelden geven, zoals bronchitis en longontsteking.

Voor de arts is het van belang om te weten, of er sprake is van een virus- of bacterie-infectie, omdat tegen bacteriën zeer effectief opgetreden kan worden door het toedienen van antibiotica (penicillines), terwijl er voor de meeste virusinfecties nog geen afdoende behandeling gevonden is. Wanneer bepaalde kenmerkende symptomen afwezig zijn, kan door middel van laboratoriumonderzoek nagegaan worden, of er sprake is van een virus- of bacterieziekte. Dit is vooral belangrijk bij ernstige ziekte.

Winterhanden
Wat zijn winterhanden en -voeten?
Wat doe je eraan? Onder winterhanden en -voeten verstaat men het acuut ontstaan van rode, jeukende afwijkingen aan handen en voeten, meestal in het begin van de winter of in een koud voorjaar, wanneer onvoldoende kleding wordt gedragen. Erfelijke factoren spelen een rol in het ontstaan ervan. Door kou treden er bloedcirculatiestoornissen op, die de klachten veroorzaken.

De behandeling bestaat uit het langzaam warm laten worden bij kamertemperatuur. Door te snel verwarmen kunnen, door verdere verwijding van de bloedvaten, de klachten sterk toenemen. De aandoening geneest meestal binnen enkele weken. Het dragen van voldoende warme kleding is belangrijk ter voorkoming van winterhanden en -voeten. Het gebruik van huismiddeltjes is nutteloos.

Harden tegen kou
Kun je je harden tegen de kou door met (te) weinig kleding de kou te trotseren? Of is dit altijd slecht voor de gezondheid?
Kleding heeft onder meer als functie om het lichaam bij kou te beschermen tegen te grote afkoeling. De stofwisseling zorgt ervoor, dat er een bepaalde hoeveelheid warmte geproduceerd wordt. Deze warmte zal snel verloren gaan, als men onder koude weersomstandigheden te weinig kleding draagt, met als gevolg een daling van de lichaamstemperatuur, tenzij men er voor zorgt, dat het verlies aan warmte wordt gecompenseerd door een grotere produktie van warmte door verhoging van lichamelijke activiteit.

Een daling van de lichaamstemperatuur maakt de mens altijd meer vatbaar voor ziekte. Wanneer men gewend is om onder koudere omstandigheden te leven, zal de stofwisseling zich zeker hieraan aanpassen. Een zekere gewenning aan koude omstandigheden is dus zeker mogelijk, maar er zijn natuurlijk grenzen. Door het „zich harden tegen de kou" door te weinig kleding te dragen, loopt men duidelijk meer risico ziek te worden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 februari 1984

Terdege | 56 Pagina's

Databank voor allergiepatiënten

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 februari 1984

Terdege | 56 Pagina's

PDF Bekijken