Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Nederland tweede champignonexporteur van de wereld

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Nederland tweede champignonexporteur van de wereld

Paddenstoelteelt neemt hoge vlucht.

9 minuten leestijd

In 1975 aten de Nederlanders per hoofd van de bevolking nog geen halve kilo champignons, in 1985 was dat gestegen tot bijna twee kilo. Toch zijn we op dat gebied geen grote eters, bijna driekwart van alles wat we aan deze paddestoeltjes produceren gaat naar het buitenland. We zijn daarmee na China de grootste champignonexporteur van de wereld! In december 1985 werd de honderd miljoenste kilo geveild, geteeld op eigen bodem. Dertig jaar geleden produceerden we nog maar driehonderd duizend kilo. Portret van een bedrijfstak die als het eigen produkt uit de grond schiet.

Met geroutineerde bewegingen pakken de twee in witte schorten gehulde meisjes de glazen potjes van de lopende band. De per twaalf in plastic verpakte potjes met champignons worden op pallets gestapeld. Pakken - opstapelen — pakken —opstapelen, tot de pallet vol is. De volgende staat al te wachten, want de stroom potjes gaat door, onophoudelijk. 70.000 ton (een ton is duizend kilo) champignonconserven ging in 1985 vanuit Nederland de grens over. Al in de vorige eeuw werden in Nederland champignons geteeld. In de mergelgroeven van de Sint Pietersberg in Maastricht en de Fluwelengrot in Valkenburg leken de gelijkmatige temperatuur en vochtigheid goede voorwaarden te bieden voor de champignoncultuur. Door gebrek aan hygiëne en vakkennis is deze vorm van telen nooit goed van de grond gekomen. Pas na 1950 werd de teelt van grote betekenis. In het zuiden des lands verrezen de eerste moderne bedrijven. Ook nu nog liggen de meeste kwekerijen beneden de grote rivieren. Een uitzondering daarop vormt de champignonkwekerij op de Flevohof. Dit tegelijk met de Flevohof (in 1971) gestarte bedrijf werd na vier jaar gehuurd door de heer G. Groenenboom, die het zelfstandig beheert. Ook nu de Flevohof nagenoeg stilligt gaat op de kwekerij alles door.

Versmarkt
„Nederland is een van de eerste landen die op grote schaal met de champignonteeltzijn begonnen," vertelt Groenenboom.,,De champignon is een typisch exportprodukt. In Nederland is het het tuinbouwprodukt met de hoogste exportwaarde: zo'n 80% van de produktie is bestemd voor de export.'' Op de Flevohofkwekerij ligt dat even anders. Groenenbooms paddestoelen zijn bijna allemaal voor de versmarkt. Dat wil zeggen dat ze in blauwe bakjes van 250 gram naar particulieren, voornamelijk in het noorden des lands, gaan. ,, Wat ik doe is heel arbeidsintensief: champignons voor de versmarkt worden een voor een met de hand geplukt. Je plukt 10 tot 12 kilo per uur; gemiddeld 2000 kilo per week.'' Voor het plukken, dat vijf dagen per week wordt gedaan, heeft Groenenboom zes part-time krachten in dienst, die soms vier a vijf uur, maar ook wel een hele dag werken. Voor de teelt heeft hij twee vaste medewerkers. ,, Ik probeer kleine champignons te telen," deelt de kweker mee.,,Die worden het meest gebruikt voor de versmarkt. De machinaal geoogste champignons zijn voor de conservenindustrie."

Computer
Hoewel zijn verbondenheid met de champignon wel blijkt uit het bakje marsepeinen paddestoelen op zijn bureau, zegt Groenenboom toch een vreemde eend in de bijt van champignonkwekers te zijn. ,,Met techniek hou ik me namelijk ook bezig. Ik ben fabrikant van champignoncomputers voor tien landen in de wereld. Deze computers regelen de temperatuur en het vochtigheidsgehalte per cel via een door mij ontworpen programma." De witte paddestoelen worden gekweekt in cellen, die op de Flevohof elk 190 vierkante meter groot zijn. Een teelt duurt twaalf weken, zodat op de Flevohofkwekerij, waar zes cellen zijn, elke veertien dagen een nieuwe oogst kan worden opgezet.

Duidelijkheid
In de cellen staan stellingen met houten bakken in vijf lagen boven elkaar. In die bakken zit compost, waarover later dekaarde gestrooid wordt. Als de laatste vlucht paddestoeltjes is geoogst worden de bakken opnieuw gevuld. De Flevohofkwekerij heeft tegenover de cellen een diapresentatie over kweek, verwerking en consumptie van champignons. De beelden zijn gevat in champignonpassepartout. „Deze show is vooral opgezet om duidelijkheid te scheppen," verklaart Groenenboom, ,,dat de champignon niet iets angstigs is. Vaak heeft men er een vreemd idee over; schimmel, vocht, donker. . ." Bij de cellen wordt op bordjes uitgelegd welk kweekstadium in deze cel aan de gang is.,,' t Is een heel werk geweest om in weinig woorden voor een leek duidelijk te maken wat er gebeurt. Het moet voor iedereen te begrijpen zijn," vindt Groenenboom. Met welgevallen laat hij zijn ogen gaan over de champignons in de koelcel. ,,Dit is eerste kwaliteit," constateert hij met gepaste trots.

Lage kostprijs
Ook de heer G. Bartels, verkoopleider van Lutèce Holland bv - groothandel in verse en conservenchampignons - is erg te spreken over de kwaliteitvan het Nederiandse witte padde stoeltje, vergeleken metz'n prijskaartje. ,,De sterkte van Nederland zit in de goed georganiseerde teelt en afzet. De teelt is nog vrij jong en ervindt een goede begeleiding plaats. Verder is er een proefstation voor de champignoncultuur en hebben we hier als enige ter wereld een vakschool, een dagopleiding voor kwekers. Dit alles komt de lage kostprijs van de champignon ten goede: zo min mogelijk kosten voor de kweker en zo veel mogelijk champignons." Door de verbeterde teeltomstandigheden, techniek en kwaliteit van de compost isin tien jaar tijd de hoeveelheid champignons per vlucht gestegen van 12 tot 30 kilo. De Coöperatieve Nederlandse Champignonkwekersvereniging (CNC) heefteen ,,compostfabriek" waarvan alle aangesloten kwekers de goede kwaliteit compost kunnen betrekken. ,,In het buitenland gebeurt alles op kleine schaal, daar heb je geen gegarandeerde kwaliteit. In ons land is de kostprijs van de champignon goed concurrerend met lage-lonenlanden," stelt Bartels.

Kwaliteit
China is de grootste exporteurvan champignonconserven, op de voet gevolgd door ons land. Zal Nederland ook eens aan de top staan? Even aarzelt Bartels, dan geeft hij zijn mening: ,,'t Zou mij niet verbazen als dat gebeurt. . .ja, dat zie ik wel gebeuren. De Nederlandse kwaliteit is vrij aardig. We zijn vooral sterk in machinaal geoogste champignons, dat kennen ze in het buitenland niet of nauwelijks. Je moet wel een kwaliteit brengen die de consument accepteert; bij een bepaalde prijs hoort een bepaalde kwaliteit. Die moet wel optimaal zijn, niet maximaal. Dat wordt te duur, dat koopt de consument niet. De kweker moet dus een kwaliteit leveren die de industrie kan gebruiken." Het klinkt wat tegenstrijdig, een land dat zo veel champignons exporteert en ze dan ook nog importeert. In 1984 was de Nederlandse uitvoer van verse champignons 8500 ton en de invoer 7500 ton. ,,Veel Belgen veilen hun champignons in Nederland," verduidelijkt de verkoopleider van Lutèce. ,,De Nederlandse industrie koopt ze om ze te conserveren en weer te exporteren. De Nederlandse conservenindustrie werkt veel efficiënter dan de buitenlandse." Van de Nederlandse champignonproduktie (in 1985 bedroeg die meer dan 100.000 ton) gaat zo'n 70%, dus 70.000 ton. in blik of glas de grens over.

Controlesysteem
Bartels is een voorstander van een integraal kwaliteitscontrolesysteem, dat via de overheid loopt. Daartoe is al een voorstel ingediend. ,, We hebben hier bij Lutèce een goed sluitend controlesysteem, controle op de grondstof en controle op het produktieproces. Dat moet er bij de andere bedrijven ook komen; dat komt de naam van het Hollandse produkt in het buitenland ten goede. Je krijgt dan een constante kwaliteit die aan officiële normen voldoet. Bovendien kan zo'n systeem je export vergemakkelijken. De importlanden hebben namelijk een controlesysteem op het importprodukt. Als ze weten dat het produkt hier al gecontroleerd wordt, geeft de import geen probleem, het wordt gezien als een betrouwbaar produkt.''

Open champignons
In de aanvoerhal van Lutèce worden de die morgen op de veiling gekochte champignons binnengebracht. In de produktieruimte hangt een weeïg zoete geur. Grote ketels kokend water worden er gevuld met champignons. Als de paddestoelen na tien minuten de ketels verlaten worden ze door drie mankrachten nagekeken op grof vuil. Vervolgens verdwijnen ze in de snijmachine, waar ze in plakjes uitkomen. De plakjes worden ingeblikt en met vloeistof (water met zout en citroenzuur) overgoten. De blikken krijgen een deksel en een etiket en worden op pallets gestapeld. Voor de blikken gebruikt men voornamelijk zogenaamde open champignons. Dit zijn de wat grotere exemplaren die er niet zo fraai uitzien. In de glazen potjes gaan eerste-kwaliteitschampignons: de kleine witte paddestoelen ogen beter.

In de opslagruimte is een heftruck bezig een vrachtwagen te laden met champignons-in-glas. Klaar voor de export. Wanneer zullen we exportland nummer één zijn?

====

Champignonteelt
Het champignonteeltproces in grote lijnen:
Vullen: de cel wordt gevuld met 24 ton compost (gefermenteerde paardemest).
Uitzweten: de compost wordt gedurende acht uur gepasteuriseerd op C (doden van schadelijke organismen die in de compost aanwezig zijn) en daarna gedurende acht dagen geconditioneerd op C (broeiproces waarbij bacteriën de compost geschikt maken als voedingsbodem voor de champignons).
Enten: het doormengen van het over de compost gestrooide broed (= de op graankorrel geënte champignonschimmel = mycelium). in 11 dagen - bij C - is de compost doorgroeid met mycelium.
Myceliumgroei: op de compost wordt een laag van 4 Va cm dekaarde aangebracht (een mengsel van veengrond en schuimaarde).
Ingroei: In 7 dagen - bij C - is het mycelium vanuit de compost in de dekaarde gegroeid.
Afkoelen: De composttemperatuur, 25C , wordt in 3 dagen teruggebracht naar 19C. Knopvorming: bij een hoge luchtvochtigheid, 90%, bundelen de myceliumdraden zich tot kleine knoppen.
Oogsten: In 7 dagen - bij C en een luchtvochtigheid van 85% - groeien de kleine knoppen uit tot oogstbare champignons, wat men vluchten noemt. Een teelt heeft ongeveer vijf vluchten.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 22 januari 1986

Terdege | 64 Pagina's

Nederland tweede champignonexporteur van de wereld

Bekijk de hele uitgave van woensdag 22 januari 1986

Terdege | 64 Pagina's

PDF Bekijken