+ Meer informatie

Het duel tussen ouders en kinderbescherming (3)

Leerling: „De rechtspositie van oud laat nogal wat te wensen over"

11 minuten leestijd

Begin vorig jaar wera door de Tweede Kamer een subcommissie Kinderbescherming ingesteld, onder voorzitterschap vanhetPvdA- kamerlid mevrouw A.M. Vliegenthart. Dit naar aanleiding van de klachtenstroom van ouders en grootouders over de jeugdhulpverlening en kinderbescherming. In het najaar presenteerde de subcommissie het rapport "Rechtzetten", met daarin de resultaten van haar onderzoek. Tot besluit van de artikelenserie over het duel tussen ouders en kinderbescherming het oordeel van RPF-fractievoorzitter M. Leerling, die namens de drie kleine christelijke partijen zitting had in de "commissie-Vliegenthart".<br />

Het initiatief voor een onderzoek naar het functioneren van kinderbescherming was afkomstig van de bijzondere commissie voor hetjeugdwelzijnsbeleid. In de loop der jaren is die overspoeld met klachten over de kinderbescherming. Door zijn lidmaatschap van deze commissie lag het voor de hand dat Leerling namens de kleine christelijke fracties aan het onderzoek zou deelnemen. Daar kwam nog bij dat hij in de Tweede Kamer meer dan eens aandacht voor deze problematiek heeft gevraagd, onder meer naar aanleiding van de "Bolderkar-affaire". „Toen ik aan het commissiewerk begon stond het voor mij vast dat er in de kinderbescherming het een en ander loos is. Zeker als je uitgaat van het principe dat ouders gezag horen uit te oefenen over minderjarige kinderen, zoals ook het burgeriijk wetboek voorschrijft. Dat moet natuurlijk met wijsheid gebeuren, maar aan de andere kant hebben ouders wel zeggenschap over het doen en laten van minderjarige kinderen. Toen ik nog bij de EO werkte heb ik een keer voor ouders bemiddeld bij het JAC in verband met een weggelopen kind. Dan ervaar je aan den lijve hoe zwak de rechtspositie van ouders in dergelijke crisissituaties is."

Zwakke rechtspositie
Wat kwam uit de inventarisatie van de klachten die de subcommissie heeft onderzocht naar voren? ,,Veel ouders hebben moeite met de bejegening door de maatschappelijk werkers van de Raden voor de Kinderbescherming. Ze werden nauwelijks gehoord en hadden sterk de indruk dat het rapport naar een bepaalde beslissing toe was geschreven, waarbij met hun wensen geen enkele rekening werd gehouden. Een vertegenwoordiger van de Raden voor de Kinderbescherming heeft op een vraag van mij ook heel nadrukkelijk gezegd: 'Wij kiezen voor het kind. Als de ouders het niet eens zijn met ons advies moeten ze maar een advocaat in de arm nemen.' Heeft het kind de jeugdhulpverlening achter zich staan, een raad voor de kinderbescherming en een kinderrechter die zwaar leunt op het advies van de maatschappelijk werker van de raad, dan sta je als ouders doorgaans met lege handen. In het verlengde hiervan ligt de gebrekkige vooriichting naar ouders. Het voorlichtingsmateriaal is nauwelijks te doorgronden, zeker voor mensen die nog nooit met de rechterlijke macht te maken hebben gehad en vaak sterk geëmotioneerd zijn. Ook het feit dat een voorlopige ondertoezichtstelling (OTS) niet aan een termijn is gebonden, wordt als zeer kwetsend ervaren Mede omdat je tegen een vooriopige OTS niet in beroep kunt gaan. Kort en goed: de rechtspositie van ouders laat nogal wat te wensen over. Dat gegeven vormt de rode draad in de aanbevelingen die we hebben gedaan."

Versplintering
kinderbescherming, of is er structureel iets mis? ,,Ouders zeggen dat de klachten die we hebben onderzocht het topje van de ijsberg vormen. Dat is denk ik een wat emotionele uitspraak. Wel hebben wij de indruk gekregen dat het niet om incidentele ontsporingen gaat. Daarvoor hebben te veel gezinnen problemen met de kinderbescherming. Wat dat betreft is het een goede zaak dat ouders de krachten hebben gebundeld. Jammer is wel dat er zo veel verschillende organisaties zijn. Die versplintering verzwakt hun positie, ook naar de overheid toe." Waar ligt volgens u de hoofdoorzaak van de problematiek: bij de jeugdhulpverlening, de Raden voor de Kinderbescherming, de gezinsvoogdijinstellingen of bij alle drie? ,, Om het probleem te begrijpen moeten we naar de wortel toe. In de hulpverieningaan minderjarigen is de situatie gegroeid dat het accent vrijwel uitsluitend wordt gelegd op de rechten van minderjarigen. Ten koste van de rechtspositie van ouders. Een rechtspositie die naar mijn overtuiging een duidelijke meerwaarde heeft, vanwege het gezag dat ouders van God hebben gekregen over hun kinderen. Daaraan dienen die kinderen zich te onderwerpen, tenzij zij bedreigd worden met de zedelijke of lichamelijke ondergang, zoals de wet zegt."

Opgerekt criterium
Dan moet ertoch heel wat aan de hand zijn? ,,Inderdaad. Maar in de loop der jaren is dat criterium enorm opgerekt. Mede als gevolg van de opvatting die met name via sociale academies is verspreid, dat de rechten van minderjarigen gelijkwaardig zijn aan die van ouders. Dat betekent dat ouders het op een akkoordje moeten gooien als hun kinderen andere opvattingen hebben. Doen ze dit niet, dan kunnen hun kinderen zich bij het JAC vervoegen. Men zegt wel dat ook in de jeugdhulpveriening wordt gepoogd de relatie tussen > ouders en kind te herstellen, maar ik ben ervan overtuigd dat dat veel te weinig gebeurt. Menige maatschappelijk werker in dienst van de Raden voor de Kinderbescherming is opgeleid aan dezelfde sociale academies, die beschouwd werden als trainingskampen vanwaaruit de maatschappij moest worden vernieuwd. Daar komt nog bij dat in de opleiding weinig aandacht wordt besteed aan jeugdhulpveriening en kinderbescherming. Deels als gevolg van de werkdruk worden maatschappelijk werkers van de kinderbescherming soms zonder enige ervaring het veld in gestuurd."

Harmonieus
„Blijkt dan ook nog een keer dat zo'n maatschappelij k werker z' n bezoek heeft gebruikt voor het opstellen van een rapport met belastend materiaal, op grond waarvan de kinderrechter besluit het kind uit huis te plaatsen, dan is de relatie tussen ouders en kinderbescherming natuurlijk volledig verknoeid. Mijn overtuiging is dat zo'n maatschappelijk werker in eerste instantie al het mogelijke zal moeten doen om de relatie tussen ouders en kind te herstellen." Ik kan me voorstellen dat een commissielid als Lankhorst van Groen Links daar anders over dacht. , , Juist Peter Lankhorst was het daarin vo'ledig met me eens. Niet dat hij direct een promotor van het traditionele gezin is geworden, maar hij ziet wel de grote waarde van een harmonieus gezinsleven. Men ziet inmiddels wel in dat veel wegloopjongeren in drugs en prostitutie terechtkomen en dat het opgroeien in een hecht gezin veel brokken voorkomt. Daarover waren alle commissieleden het in grote lijnen eens."

Deskundigen
maatschappelijk werker van de kinderbescherming per definitie subjectief is. Is dat te voorkomen? ,, In het gesprek met vertegenwoordigers van belangenorganisaties is gesteld dat zo' n rapport het karakter van een proces-verbaal zou moeten hebben. Een weergave van feiten, zonder enig commentaar. De kinderrechter moet op grond van de feiten dan een conclusie trekken. De commissie heeft dat niet overgenomen, maar is wel van mening dat meer eisen moeten worden gesteld aan de inhoud van het rapport. Ik had de lijnen graag nog wat scherper getrokken, maar het is best mogelijk dat uitvoering van het huidige voorstel in de praktijk al zulke verbeteringen geeft dat aanscherping ervan niet nodig is." De door staatssecretaris Kosto ingestelde commissie-Gijsbers heeft gepleit voor het aanstellen van ps\;chologen en orthopedagogen bij de Raden voor de Kinderbescherming. Zal dat de kwaliteit van het werk inderdaad ten goede komen? ,,Ik betwijfel dat. In heel bijzondere gevallen zal het nodig zijn om deskundigen te raadplegen. Maar in z'n algemeenheid ben ik er wat huiverig voor om alle mogelijke specialisten, zowel intern als extern, op een probleem los te laten. Dat kost niet alleen veel geld, maar ook veel tijd. De zaak komt daarmee op de lange baan en dat is weer een belasting voor veel ouders. Daar komt nog bij dat dan ook de ouders deskundigen in de arm moeten kunnen nemen, want de geleerden zijn het lang niet altijd met elkaar eens.''

Wegloopkinderen
Ook de wegloop-problematiek is in de subcommissie aan de orde gesteld. Veel ouders van wegloopkinderen voelen zich in zo'n situatie het slachtoffer van de machtswellust van jeugdhulpverleningen kinderbescherming. Terecht? ,,Zeker. Ouders zijn soms radeloos, omdat ze wekenlang niet weten waar hun kind uithangt. De jeugdhulpverlening is niet verplicht ouders te melden dat hun kind ergens is ondergebracht. Wel moet dat aan de Raad voor de Kinderbescherming worden doorgegeven, maar die doet er vaak niks mee. Ik heb heel nadrukkelijk gevraagd: ,, Waarom belt u die ouders dan niet op?" Dan krijg je het antwoord: ,, We zijn partij van het kind. Als de ouders weten waar hun kind zit doen ze misschien wel een poging om het te kidnappen." Ik voel wel aan dat daar een spanningsveld ligt, maar er zijn toch tussenoplossingen denkbaar. In ieder geval zou de politie ingeschakeld kunnen worden om ouders te laten weten dat hun kind niet is verdronken, maar op een onbekend adres ondergebracht. Dat is toch wel het minste! Het rapport van de subcommissie bevat dan ook de aanbeveling dat de onzekerheid bij ouders op zo kort mogelijke termijn moet worden weggenomen."

Kinderrechter
Zowel de commissie-Gijsbers als de commissie-Vliegenthart heeft ervoor gepleit de kinderrechter z'n toezichthoudende taak te ontnemen. Zal dat werkelijk een bijdrage leveren aan de verbetering van de hnderbescherming? „Ik heb er geen aanwijzingen voor dat de kinderrechters niet integer handelen. Maar in de huidige situatie, waarin recht en hulp worden vermengd, bestaat op z'n minst het gevaar dat de objectiviteit van de rechtspraak ongeloofwaardig wordt. Dat voorkom je als de verantwoordelijkheid voor de hulpverlening volledig bij de hulpverleningsinstanties wordt gelegd." Op basis van het door beide onderzoekscommissies verrichte werk heeft staatssecretaris Kosto de nota ' 'Justitiële Jeugdbescherming" opgesteld. Bent u tevreden met de inhoud? „Als ik zie wat in de nota is overgenomen van de aanbevelingen die wij hebben gedaan, dan ben ik zeker niet ontevreden. Ik denk aan de verbetering van de rechtspositie van ouders, betere voorlichting, een onafhankelijke inspectie, verbetering van de klachtenprocedure, een scheiding van de taken van de kinderrechter. Ik heb toch wel de hoop dat daardoor de problemen die nu spelen op z' n minst voor een deel worden weggenomen. Daarin sta ik niet alleen. Ook iemand als meneer Burgman van de Stichting Onderzoek naar de Nederlandse Rechtspleging in familiezaken reageerde erg enthousiast."

Tegenonderzoek
name de Vereniging Ouders voor Kinderen is hierover furieus. Gaat het hier inderdaad om een essentieel punt? ,,Kosto heeft die aanbeveling inderdaad niet overgenomen. Dat is een punt dat zeker nog aan de orde zal worden gesteld. Ik ben niet overtuigd door de argumenten die hij aanvoert om deze wens van de ouders niette honoreren. Aan de andere kant heb ik de indruk dat de waarde van zo'n tegenonderzoek door de ouders wordt overschat. Duidelijk is wel dat hun rechtspositie erdoor versterkt zou worden." Nogzwakkerdan de rechtspositie van de ouders is die van grootouders. De kinderrechter houdt met de bloedband tussen grootouders en kleinkinderen geen rekening. Zou dat wel het geval moeten zijn? ,,Ik vind het volstrekt onjuist dat de grootouders volledig buiten spel worden gezet. Kunnen problemen in een gezin worden opgelost door een kind of meer kinderen bij grootouders onder te brengen, dan is dat de meest ideale vorm van hulpverlening. Ook in het feit dat dat niet schijnt te kunnen, proefje iets van: alles wat met familie en gezin te maken heeft moet uitgeschakeld worden.''

Familierelatie
Zowel kinderrechters als h ulpverleningsinstellingen zullen tegenwerpen dat het opgroeien bij bejaarde grootouders niet in het belang van het kind is. ,, Natuurlij k moet per geval worden bekeken of het kan. Ik pleit er niet voor om kinderen altijd bij de grootouders te plaatsen, als die zich aanbieden om het kind in huis te nemen. Maar ik zou de familierelatie een veel sterkere betekenis willen geven dan nu het geval is. Bekijk eerst of het kind bij familie kan worden ondergebracht, alvorens het naar derden toe gaat. In het verleden zijn veel weeskinderen opgevoed door hun grootouders en je kunt toch niet zeggen dat die allemaal slecht terecht zijn gekomen. Nu zie je dat grootouders die zich verantwoordelijk voelen voor hun kleinkinderen in de verdachtenbank worden gezet.'' Bij uithuisplaatsing van kinderen zou ookzo veel mogelijk rekening worden gehouden met hun geestelijke achtergrond. Deelt u die opvatting? ,,Ik besef dat het met name in acute situaties niet altijd mogelijk is om het kind in een gezin of tehuis te plaatsen dat qua geestelijke achtergrond volledig overeenkomt met het gezin waaruit het afkomstig is. Wel moet dan zo spoedig mogelijk aan herplaatsing worden gewerkt. Dat gebeurt nu niet. Ook daarin moet de rechtspositie van de ouders worden verbeterd. Hun wens moet worden gehonoreerd. Het kan niet zo zijn dat een minderjarig kind kan bepalen in wat voor milieu hij wil opgroeien.

Lange baan
Verwacht u dat er nu werkelijk iets gaat veranderen binnen de jeugdhulpverlening en kinderbescherming? „De intentie van Kosto waardeer ik. Het stelt me echter teleur dat hij zijn nota nu weer naar allerlei instanties heeft gestuurd om advies in te winnen, voor hij met een definitief standpunt komt. Dat is typisch het Haagse circuit. We hebben een commissie-Gijsbers gehad. We hebben een subcommissie kinderbescherming gehad. Nu zie je dat er opnieuw adviezen worden gevraagd. Die moeten dan weer verwerkt worden in een definitieve nota, eer de Kamer aan zet kan komen. Daarna kan pas tot wetgeving en regelgeving worden overgegaan. Zo wordt alles op de lange baan geschoven. Dat beoordeel ik zeer negatief. Er zouden nu eindelijk eens spijkers met koppen moeten worden geslagen.'

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.