+ Meer informatie

"En als ik niet uitverkoren ben?

11 minuten leestijd

<br />

Het gaat eigenlijk een beetje te goed met de vragenrubriek. We krijgen veel reacties en bijna stuk voor stuk met zinvolle vragen. We gooien dan ook geen brieven weg, maar jullie weten nu in ieder geval datje geduld moet hebben. Sommige vragen komen meer dan één keer binnen, maar dan telkens in wat andere bewoordingen. Zo blijkt de uitverkiezing een moeilijk punt te zijn. Begrijpelijk. We hopen dat de antwoorden in deze aflevering jullie tot zegen mogen zijn.

Ik vind het een goed idee om een vragenbus te maken, want ik zat al een poosje met die vragen. Ik wil jullie twee vragen stellen en ik hoop dat jullie die goed kunnen beantwoorden. 1) Als je niet zeker weet of je bekeerd bent, de ene keer denk ik: „Nu ben ik bekeerd, de andere keer, ,Ik ben nog niet bekeerd", wat moetje dan doen om het zeker te weten? 2) In de Bijbel staat "Bekeert u", maar je kan toch niet meer doen dan bidden, Bijbellezen en de Tien Geboden proberen te onderhouden, of wel? Zo ja, wat kan ik dan nog meer doen?

Hartelijk dank voor je vraag! Het is een iieel belangrijke vraag, waarvan ik denk dat ze bij veel jonge mensen leeft. Het is niet zo makkelijk daar kort en goed een antwoord op te geven. Ook al omdat ik je niet persoonlijk ken! Als we nu eens onder vier ogen met elkaar konden praten, dan zou ik eerst jou iets willen vragen... 1. Soms denk je:, ,Nu ben ik bekeerd..." Wanneer denk je dat? Als je goed hebt kunnen luisteren in de kerk? Als de wereld niet zo trekt? Als je een kind van God uit zijn leven hoort vertellen en het warm wordt van binnen...? Als dat zo is, dan zeg ik toch maar: voorzichtig zijn! Het zou kunnen zijn dat de Heere een goed werk in je hart begonnen is, maar zeker is dat niet! Er zijn er zo veel geweest die voor een tijd geloofden, maar toch nooit de vruchten hebben gedragen waarin genade zich openbaart. Ze hebben zichzelf bekeerd of ze zijn door een ander bekeerd, maar de Heere weet er niet van. 2. Soms denk je: ,,Ik ben nog niet bekeerd..." Waarom denk je dat? Omdat je op zulke tijden zo ongevoelig bent? Je hart is er niet bij wanneer je bidt? De wereld trekt weer zo? Je schrikt van al die zonden in je hart? Want kijk, als dat zo is dan moet je niet vergeten dat ook Gods kinderen daarmee worden aangevallen. Zij komen er steeds meer achter wie ze zijn èn blijven. Dan fluistert de boze ze wel eens toe: Er is voor jou geen heil bij God. En dan is de verzoeking groot om alles te ontkennen wat God in hun leven gedaan heeft. Dan wordt het donker in hun ziel.

We willen wat zijn
Weetje wat het probleem is? Wij willen wat zijn voor de Heere. We zoeken bij onszelf om maar wat mee te kunnen brengen. Net als die rijke jongeling in Lucas 18. En we geven het nooit op, totdat de Heere ons te sterk wordt door Zijn Geest! Dan komt er liefde in ons hart tot een God Die we niet kennen, maar Die we ook niet kunnen missen. En dan? Dan zijn we bekeerd... Nee hoor! Dan gaan we pas echt zien dat er niets van ons deugt. Niets van ons leven en niets van onze zelfgemaakte godsdienst. En zeker, ook dan kunnen we nog zo bezig zijn de Heere te '' bewegen'' door onze tranen en gebeden en noem maar op. Hoe komt dat? Omdat we blind zijn voor Christus! Blind voor die weg van zalig worden! Het is maar gelukkig dat de Heere er Zelf voor zorgt in het leven van Zijn kinderen, dat ze sterven aan al hun "proberen". Er blijft een zondaar over, uitgewerkt en uitgebeden. Dan is de Heere rechtvaardig als Hij nooit meer naar ons omziet. Maar dan gaat ook het licht op over die volkomen Zaligmaker, Jezus Christus! Dan mag het geheim geleerd worden, dat vijanden met God verzoend worden door het bloed van het Lam. Dus geen vrienden (geen "bekeerde mensen"), maar vijanden! Vraag aan God je dit geheim te leren. Eerder kan er geen rust zijn en mag er geen rust zijn. Ga maar door met je kerkgang. Bid maar en zucht maar en lees maar in je Bijbel. Maar verwacht het van de Heere alleen.,,Zalig zijn die treuren, want zij zullen vertroost worden" (Mat. 5:4). Op Gods tijd! Alleen om Christus' wil.

We zijn twee vriendinnen van 14 jaar. We vinden het fijn dat er een vragenbus is gekomen en wilden er daarom op reageren. Wij weten dat de ene mens wel uitverkoren is en de ander niet. Toch voelen we wel aan, dat het een zondige gedachte is. De Heere heeft het recht wel de één te bekeren en de ander niet, omdat we elke keer weer zondigen. Maar die ander die wel uitverkoren is, zondigt toch ook?!? Erzijn mensen diezeggen: ,,Als ik uitverkoren ben, zoekt God me vanzelf wel op en als ik niet uitverkoren ben kan ik er toch niets aan doen!" Eigenlijk is dat toch waar? Het is een onderwerp waar je niet makkelijk over praat met anderen. Kunt u ons helpen dit probleem op te lossen?

Als je uitverkoren bent, zoekt de Heere je Zelf wel op. Dus je hoeft niets te doen om bekeerd te worden. Je hoeft ook niet naar de kerk. En bijbellezen heeft ook geen zin. En waarom zou je nog bidden om een nieuw hart te ontvangen? Je kunt evengoed de wereld en de zonde dienen (zou je dat willen...?) En alsje aan het einde van je leven dan zonder God sterft en verloren gaat, is dat de schuld van God... God heeft geboden dat we niet zondigen, maar het is ten diepste Zijn schuld als we het wel doen, en daarom doen we het maar... Jullie voelen wel aan dat er aan deze redenering iets hapert. Wat hapert er dan? Dit: we gaan aan het redeneren en we vergeten de Bijbel te lezen. Weetje wie er lacht als we zeggen dat we onszelf niet kunnen bekeren en daarom rustig toegeven aan de zonde? Dat is de duivel. Hij vindt niets mooier dan dat jongens en meisjes één zin uit de Schrift nemen en de rest vergeten en zo de Heere vergeten. Hij heeft het gewonnen als hij ons met behulp van Gods Woord (!) van God af kan trekken.

Uitverkiezing
Maar hoe zit het dan toch met die uitverkiezing, zul je zeggen. Dat staat toch echt in de Bijbel. Gelukkig wel! Onze zondige conclusie staat echter niet in Gods Woord: Alsje uitverkoren bent, kom je er toch wel. En er staan andere dingen wei in Gods Woord. Wat bedoel ik nu? Bij voorbeeld Ez. 33:11. Daar spreekt de God van de uitverkiezing:,,Daarin heb Ik lust, dat de goddeloze zich bekere van zijn weg en leve." Of Jes. 45:22: „Wendtu naar Mij toe, wordt behouden, alle gij einden der aarde!" En denk ook aan Luk. 13:24: ,,Strijdt om in te gaan door de enge poort." Iedereen wordt door de Heere geroepen! Dat meent Hij hartelijk! Een vraag: zijn jullie al strijders? Zo zie je hoe we de hele Bijbel moeten lezen en niet enkele stukjes daaruit moeten halen. Anders spreken we halve waarheden en dat zijn hele leugens... En we vergissen ons jammeriijk! Niet doen!

Waarom?
Maar hoe kan de Heere nu de ene jongen wel uitverkiezen en dat andere meisje voorbijgaan? We zijn toch allemaal zondaren. We zijn allemaal even slecht. En het gebeurt wel dat iemand die nog veel wereldser geleefd heeft dan een ander wel een nieuw hart krijgt en iemand die al 20 jaar naar de kerk gaat nog steedsniet... Steljevoordatje buurjongen die altijd op zondag naar het voetbalveld gaat, tot bekering komt!... Wat is de Heere dan toch gemeen! Hij houdt helemaal geen rekening met mijn ernst en met mijn zoeken. Ik wil eigenlijk best God dienen en in de hemel komen, maar de Heere wil niet. Als de Heere nu zo gewillig was als ik, zou het best wel goed komen. Daar zit de hapering. Schrik je van deze gedachte? Ik hoop het! Want het is wantrouwen van de Heere!... Heimelijk steken we de beschuldigende vinger uit naar onze Schepper, Die zo goed en zo machtig is.

Niet zo slecht?
Er zit nog meer achter. Wat dan? Je meent niet echt datje net zo slecht bent als een werelds meisje! Je denkt heimelijk datje iets beter bent. We zijn allemaal als kerkelijke mensen net zoals Paulus voor zijn bekering; we denken dat we een streepje voor hebben bij mensen die niet of nauwelijks in de kerk komen. We zien onze gebreken wel, we erkennen wel dat we zondaren zijn, maar we denken dat we minder zondigen dan anderen. We denken: als er iemand voor genade in aanmerking komt, ben ik het wel. De Heere kan het niet maken om zo' n serieus meisje als ik ben verloren te laten gaan. Daarom vinden we het zo gemeen als een onkerkelijk meisje de Heere leert kennen en dienen. Kijk eens in je hart. En stel je eens voor dat de Heere iets van ons mee zou laten wegen bij Zijn beslissing om ons zalig te maken. Stelje voor dat jullie aan bepaalde voorwaarden moesten voldoen. Stelje voor dat de Heere al die mensen uitverkoren zou hebben die ernstig genoeg waren... En die lang genoeg gezocht zouden hebben. .. En die genoeg droefheid over hun zonden zouden gevoelen...

Nooit genoeg
Zie je wat ik wil zeggen? Voel je datje nooit genoeg zondekennis hebt? Dat de zonde altijd veel erger is dan wij beseffen? Datje nooit ernstig genoeg bent in het zoeken van je zaligheid? Kijk, dan is het zo'n wonder dat dat niet hoeft. De Heere heeft niets van ons mee laten wegen bij Zijn eeuwige beslissingen. Daarom kun je met een heel oppervlakkig hart ook bekeerd worden! Als je altijd de dingen van Gods dienst van je afgeschoven hebt, staat dat de Heere niet in de weg. Als je moet erkennen datje in het diepst van je hart God helemaal niet zoekt, is de leer van de uitverkiezing zo vol troost. Buigje 14-jarige knieën dan voor de Heere en zeg tot Hem datje door middel van de uitverkiezing ziet hoe goed God is voor slechte mensen. Smeek Hem ernstig of jullie die goedheid van de Heere ook in je eigen hart en leven mogen zien. De Heere wacht om genadig te zijn! Alles wat jullie ontbreekt, schenkt Hij, zo je het smeekt, mild en overvloedig!...

Geen begin, maar einde
Wat we ook moeten bedenken bij de uitverkiezing is dat de Heere daarmee niet begint in ons leven. Als de Heere iemand een nieuw hart geeft, gaat Hij niet tegen zo iemand zeggen: Jij bent uitverkoren. Hij zegt wel: Jij bent een verloren zondaar. Hij laat ons zien hoe ongelukkig we zijn buiten de Heere. Hij doet ons gevoelen dat we de Heere al zoveel jaren verdriet gedaan hebben door Hem te vergeten. Zo werkt Hij ook het geloof in de Zaligmaker in ons hart. Achteraf zien we dan dat de Heere ons al eeuwig heeft liefgehad. We moeten dus niet met de uitverkiezing beginnen, maar ermee eindigen. Op de enge poort staat:,,Klopt, en u zal opengedaan worden." Gaan we door de enge poort, dan lezen we aan de binnenkant: "Uitverkoren". Als we de Heere Jezus leren kennen, zien we in Hem dat we uitverkoren zijn. Daarbuiten zien we dat nooit. Je kunt dat vergelijken met het volgende voorbeeld: Willen we in de binnenste kamers van het paleis van koningin Beatrix komen, dan kunnen we daar niet in onze vuile kleren komen. Zo is het geestelijk ook. We kunnen niet met onze bedelaarslompen blikken in de boeken van Gods besluiten. Eerst worden we gewassen en ontvangen we nieuwe kleren (dat is bekering) en zo mogen we in de boeken van het hemelhof blikken. Vraagje niet af of je uitverkoren bent, maar vraagje af of je een zondaar bent. Vraagjezelf af of je buiten wedergeboorte en geloof voor de Heere kunt verschijnen. Laat dit al je gedachten vervullen; hoe krijg ik vrede met God? De Heere zoekt zondaren en Hij eet met hen!...

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.