Bekijk het origineel

Reyer van Dijk, handelaar in noodslachtvee

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Reyer van Dijk, handelaar in noodslachtvee

"Je moet menselijk blijven, ook voor je dieren"

11 minuten leestijd

Dag in, dag uit trekt Reyer van Dijk over de Veluwe en door de Betuwe om ziek, zwak en misselijk vee van boer naar slachter te transporteren. Een ruw bestaan, maar Reyer ligt er niet van wakker. Tenzij hij uit zijn bed wordt gebeld, want hij dient zeven dagen per week 24 uur paraat te zijn. Terdege reed mee naar het slachthuis met achterin twee armetierige varkentjes, een koe die nog net op z'n benen kon staan, een big met een navelbreuk, een kalf dat niet wilde drinken, een zeug met een onduidelijke kwaal en een opengeritst varken. <br />

Tot zeven jaar geleden zat Reyer van Dijk in het varkensbedrijf van zijn vader. Familieomstandigheden brachten hem ertoe voor zichzelf te beginnen. Gedachtig aan het spreekwoord "de een z'n dood is de ander z' n brood" begon hij te handelen in noodslachtvee. In de buurtschap'' De Meent'', een stuk onland tussen Veenendaal en Bennekom waar zijn boerenbedoeninkje staat, is Reyer een begrip. Maar om een belegde boterham te verdienen moest hij ook daarbuiten bekendheid zien te krijgen. ,, Ik ben in het zadel geholpen door een vriend. De eerste week verhandelde ik één varken. Had ik gekocht voor zestig gulden en toen werd het nog afgekeurd ook. Maar al snel begon het uitte groeien. Nu heb ik een duizend klanten. Bij de een kom ik zowat elke maand. Anderen zie ik hooguit één keer per jaar. Dat is afhankelijk van de grootte van het bedrijf. Ik heb er boeren bij met vijf koetjes. Maar ook bedrijven met vierduizend varkens."

Vrachtwagentje
Voor we vertrekken raadpleegt Reyer zijn agenda. Er staan vijf klanten genoteerd. ,,'t Varieert enorm. De afgelopen dagen had ik er steeds een twintig. Nu nog maar vijf, maar dat zegt niks. Pas aan het eind van de dag kun je de balans opmaken. Het is goed mogelijk dat er de hele morgen niks bij komt en dat het vanmiddag begint te stromen. Dan ben je zo tot 's avonds tien uur bezig.'' Als Reyer op pad is wordt de telefoondienst waargenomen door echtgenote Trijntje of één van de kinderen. Die waarschuwen hem via een pieper als er handel bijgekomen is. Vanaf het eerstvolgende adres neemt hij dan contact op met huis en noteert naam en adres van de klant. Zonder de volledige inzet van zijn gezin zou de Bennekomse handelaar het wel kunnen vergeten. ,,Gaat m' n vrouw boodschappen doen, dan moet een van de kinderen thuis zijn voor de telefoon. Je kunt niet urenlang het antwoordapparaat aan hebben staan. Wat telefoon aangaat doet Geura het nog beter dan m' n twee zoons. Je maakt ze niks wijs. Ze regelde 't al toen ze nog maar acht jaar was. Ja, Geura is goed link."

De sigaar
Iets na negenen beklimmen we het Mercedes-vrachtwagentje dat Reyer onlangs heeft aangeschaft. Aangepast aan zijn handel, met een hydraulische laadbak waarmee het vee zonder al te veel moeite in de wagen kan worden geholpen. Een ideaal systeem, want het komt veelvuldig voor dat de dieren niet meer in staat zijn om op eigen poten te staan. Het is de handelaar nu een raadsel hoe hij de eerste jaren is doorgekomen. Met een kleine aanhanger achter een personenwagen. Sjouwend en sjorrend met doodzieke koeien die in het karretje gewrongen moesten worden. Soms klem naast of bovenop andere dieren. ,,Alsze me toen hadden aangehouden was ik goed de sigaar geweest", geeft hij ruiterlijk toe. ,,Kijk, dat kan natuurlijk niet. Maar ja, ik moest toch wat. Geld voor zo'n wagen als deze had ik niet. Nu wel en dan moetje dieren niet onnodig laten lijden. Dan moetje vooruit denken. Je kunt niet blijven tobben. En je moet menselijk blijven, ook voor je dieren. In '88 heb ik m'n eerste Mercedes aangeschaft. Een tweedehands. Zo'n wagen als deze, met een hydraulische laadklep, is helemaal ideaal. Milieuvriendelijk, om het zo eens te zeggen. Tegenwoordig is het toch allemaal milieu, of niet soms?''

Oornummer
Kroesbergen, de eerste klant, woont in de buurtschap " De Kraats''. Er moeten twee biggen worden opgehaald. Ze zien er geen van beide florissant uit. Wat ze precies mankeren is Kroesbergen senior, die de zaak afhandelt, onbekend. ,,Maarm'nzoon zit al vijfjaar in' t vak. Dan zie je echt wel of een varken wat mankeert. Je kunt er wel een veearts bij halen, maar dat is vandaag de dag eigenlijk te duur. Vertrouw je het niet, dan is het: weg ermee." , ,Zo is dat'', bevestigt Reyer en voorziet de krijsende dieren met een tang van een oornummer. Het nummer correspondeert met het nummer op het bewijs dat de boer ontvangt. Worden de dieren goedgekeurd voor de slacht, dan komt Reyer binnen veertien dagen langs om vrachtprijs en commissie te innen. Voor een varken rekent hij twintig gulden. Een kalf levert hem vijftig gulden op. Een koe honderd gulden. Worden de dieren om de één of andere reden afgekeurd, dan is de schade voor de handelaar. Daar staat tegenover dat hij soms leuk verdient aan vee dat hij voor eigen risico opkoopt en bij de slachter een goede prijs blijkt op te brengen.

Protestant
Van Kroesbergen voert de tocht naar hoeve "Metzenkamp" van Dirk Versteeg, de ongekroonde "burgemeestervan Achterberg''. Gemeenteraadslid voor het CDA in Rhenen en actief in alleriei verenigingen. Aan zijn boerderij besteedt hij wat minder aandacht. Het modderige erf staat vol plassen. Aan de schuren zou enig onderhoud wel besteed zijn. Maar ondanks of misschien juist dank zij dat alles heeft'' Metzenkamp" een charme die de bio-industrie verloren heeft. Op het erf scharrelen kippen vrij rond. Voor de wagen huppelt een poesje met drie en een halve poot. ,,'t Was een nest van zes'', vertelt Marie, de wederhelft van Dirk. ,,Ze zaten allemaal met de poten aan elkaar. Een paar hebben het niet gehaald, een paar zijn helemaal goed en deze heeft een stukje poot in moeten leveren." Dirk zelf is niet thuis. Hij is in Brussel protesteren tegen de verlaging van de EG-landbouwsübsidies. ,,Protesteren?", reageert Reyer met geveinsde verbijstering. ,,Hij is toch lid van de CBTB?" „Klopt", zegt Marie, ,,maar hij is nu protestant geworden.''

Computer
Onder bulderend gelach loopt de handelaar de machineschuur binnen, waar de wind vrij spel heeft. Achterin staat de koe waar het om gaat. Ziek en schonkig. ,, D' r zit toch geen antibiotica in'', informeert Reyer. ,,Wantje weet 't, dan krijg je' t met me aan de stok.'' , .Absoluut niet", verzekert Marie. ,,Dan zou ik 't eerlijk zeggen. We hebben er nog wel de veearts bij gehad, maar die wist er ook niet goed raad mee. Heb je duur vee, dan kijkje 't nog eens aan. Maar met een gewone koe kun je niet te veel kosten gaan maken.'' ,,'t Wordt ook niks meer", ziet de veehandelaar met kennersblik. Het dier, dat niet beseft wat haar te wachten staat, loopt gehoorzaam mee naar de wagen en ondergaat lijdelijk het aanbrengen van een oornummer. ,,A1 m'n klanten hebben een nummer", zegt Reyer.,,Dit was het nummer van Marie. ,, Voor je computer zeker'', glimlacht de boerin. ,,Zois dat", buldert de handelaar. „Wij zijn erg computergericht, waar of niet Marie?''

Goeie boterham
,, Er zit een goeie boterham in", vertrouwt hij me toe als we het erf af rijden. ,,Maar je moet geen uren gaan tellen. Het is de hele morgen jakken om het vee op te halen, 's Middags naar de slachterij. Meestal ben ik rond vijven thuis. Maar dan gebeurt het vaak zat datje er weer opuit kunt. In dit werk gaat het zeven dagen per week, dag en nacht, door. Zit een boer op zondagmorgen met een noodslachting, en ik zit in de kerk, dan kan ik niet zeggen: Bel morgen maar terug. Dan hoeven ze je doordeweeks ook niet meer. Een van m'n kinderen blijft altijd thuis om de telefoon aan te pakken. Belt een klant, dan kunnen ze me in de kerk oppiepen en ga ik er direct vandoor. Dat is denk ik m'n sterke punt. Ik ben altijd beschikbaar. Of het nu avond is of nacht, woensdag of zondag, als het nodig is kom ik. Er zijn er die zeggen: Hoe hou je het vol? Maar weet je wat het is? Ze zijn gewoon te verwend. Bij 't minste of geringste laten ze het afweten. Ik heb twee jaar in 't begrafeniswezen meegeholpen. Dat zou eigenlijk iedereen eens een tijdje moeten doen. Daar wordt je mentaliteit een stuk sterker van."

Rabo-werk
De eigenaar van een veebedrijf in Renswoude, waar een kalf moet worden opgehaald, is heel wat minder spraakzaam dan Marie. Op de vraag wat het dier mankeert, reageert hij met een nors: ,,Dan motje bij de veearts zijn. Hij het wat an z' n kop en hij wil niet drinken. Dat is wat ik ervan weet." ,,We zullen kijken of we er wat geld van kunnen maken" , oppert Reyer monter. ,,Anders heb ik ook niks." ,,'k Heb met jou geen medelijden", antwoordt de boer gramstorig, met een veelbeduidende blik naar de nieuwe Mercedes. ,,Dat zie jij verkeerd", weerlegt de eigenaar van het voertuig. ,,'t Is allemaal Rabowerk." Aan twistgesprekken heeft de handelaar in noodslachtvee een hekel. En aan ingewikkelde wetten. „Er moeten natuurlijk wat regels wezen. Anders komen we nergens. Maar in de agrarische wereld worden veel te veel wetten gemaakt. En ik zeg altijd: Is een wet er eenmaal, dan moetje je eraan houden. Tenminste, aan de grote lijnen. Anders heeft het geen zin om wetten te maken."

Navelbreuk
Bij de varkenswaag van De Greef in Woudenberg moet een dood varken worden opgehaald. Officieel houdt Reyerzich niet bezig met de afvoer van kadavers, maar er zijn uitzonderingen die de regel bevestigen. Het dier hangt afgespoten en opengeritst aan een stellage naast de loods., ,Zo net) es als hier vind j e het nergens'', glimt Reyer. ,, Moet je toch eens kijken, hoe keurig zo'n beest aan de haak hangt." Met een lier takelt hij de zeug de wagen in. De ingewanden gooit hij er met blote handen achteraan. Het kadaver is door een ijzeren schot afgescheiden van de levende have. Als het nog goedgekeurd wordt gaat het vlees naar de vrijbankwinkel. Die was er vroeger alleen voor de armen. Nu kan iedereen er kopen. In Kootwijkerbroek wordt het laatste slachtoffer opgehaald: een big met een navelbreuk. Terwijl de hele meute geduldig achter in de auto staat of ligt, nuttigen we bij Trijn aan de Meentweg de middagmaaltijd. Tussen twee boterhammen door noteert Reyer nog een klant. Een varkensmester die een zeug voor de noodslacht heeft.

Islamitische slachterij
Voor in de middag varen we met het pontje van Randwijk over naar de Betuwe. In de loop der jaren heeft de Bennekomse handelaar een hechte samenwerking opgebouwd met noodslachterij Diepeveen en de eraan verbonden islamitische slachterij in Herveld. De zoons van Diepeveen en de keurmeester taxeren de lading met koele blik. Het opengeritste varken wordt als eerste naar binnen getakeld. Daarna wordt het kalf uitgeladen. Het blijkt nog te goed voor de noodslacht en wordt onder een afdak gezet. ,,Die gaat naar de Turken", weet Reyer. ,,Daar moetje zo ook even gaan kijken.'' Onbewust van wat het te wachten staat sukkelt het dier naar de ingang van de islamitische slachterij. Als we daar een minuuut later aankomen ligt het al zieltogend op de grond. Het bloed gulpt uit de opengesneden hals en vormt een rode plas op de betonnen vloer. De slachters zijn verderop al weer bezig met het uitkleden van een koe.

Eind zoek
Van een Diepeveen junior krijgt de handelaar te horen dat een varken dat hij een week geleden heeft aangevoerd vol zat met antibiotica. Wat betekent dat het vlees ongeschikt is voor consumptie en hij naarz'n centen kan fluiten. Geïrriteerd grijpt Reyer de telefoon. ,,Daar heeft die kerel niks van gezegd." Hij krijgt niet de kans zijn frustratie af te reageren. De telefoon wordt niet opgenomen. ,, Hij hoort nog wel van me", belooft de gedupeerde. De wagen is inmiddels gelost. De handelaar kan huiswaarts. In de wetenschap dat hij wellicht nog voor de avond of in het holle van de nacht met één of meer dieren terugkeert. ,,Toch zul je mij nooit horen klagen. Ik leef in deze handel." Omstanders verbazen zich daar nogal eens over. Het laat Reyer koud. ,,Indit land willen ze alleen mooi werk doen. Ik zeg altijd: Als je hier wilt werken, dan is er werk. Ik weet echt wel dat niet iedereen geschikt is voor de handel. Maar straatveger is ook een beroep. Kijk, dat vergeten er veel. Die kijken op zo'n man neer. Er zijn er ook die op mijn beroep neerzien. Ze beschouwen je zo' n beetje als een oud-ijzerboer. Ik trek me daar niks van aan. Als je naar de mensen gaat luisteren is het eind zoek."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 10 april 1991

Terdege | 72 Pagina's

Reyer van Dijk, handelaar in noodslachtvee

Bekijk de hele uitgave van woensdag 10 april 1991

Terdege | 72 Pagina's

PDF Bekijken