Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Jouw vragen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Jouw vragen

12 minuten leestijd

Voor wie zijn de beloften in de Bijbel? Waarom is popmuziek slecht? Waarom zou het christendom de ware godsdienst zijn? Ik ben zo koud en hard, ik kan niet bidden; wat moet ik doen? Wanneer mag je belijdenis doen? Op dit soort vragen proberen we in deze rubriek een bijbels antwoord te geven. "<br />

Ik ben een meisje van 18 jaar. Ik ben elke dag zo hang dat de oordeelsdag komt en ik ben niet bekeerd! Ik denk er veel over, bid 's avonds veel Ik probeer ook meer in de Bijbel te lezen maar dan word ik er weer vanafgetrokken, zo snel afgeleid Kunt umij helpend Ik word er allemaal zo moedeloos van, waarom moet ik in deze tijd opgroeien met eigenlijk geen toekomst meer voor je! Waarvoor werk ik nog?
"Een hopeloze" (brief ingekort - red.)

Hoewel rond de Golfcrisis de vraag over de wederkomst van Christus en de oordeelsdag al eerder aan de orde kwam), wil ik toch ook op jouw brief ingaan. Mijn antwoord wil ik beginnen met te zeggen dat je hopeloosheid zich niet alleen moet richten op de oordeelsdag. Als wij vandaag of morgen een ongeluk krijgen is het voor ons eeuwigheid. Het komt er in het leven van ieder mens, in wat voor tijd of op wat wat voor plaats hij/zij leeft op één ding aan: Strijdt gij om in te gaan. Tegen alle jongeren zegt Salomo dat wij best mogen genieten van onze jonge jaren, maar dat wij tegelijk moeten beseffen dat de HEERE ons voor alle dingen zal doen komen in het gericht, Pred. 11:9-12:1. Wat dat betreft vind ik het niet zo erg dat deze dingen je beklemmen. Het kan door Gods genade gebruikt worden om je uit te drijven uit stad Verderf om de toekomende toorn te ontvluchten. Lees het begin van de Christenreis maar. De angst voor de oordeelsdag deed Christen uit stad Verderf wegtrekken. Dat hij wist dat het er met deze stad hopeloos voor stond, was een goede zaak. Maar er kwam gelukkig meer. De oproep de toekomende toorn te ontvluchten spreekt immers van ontkomen. Er is dus hoop voor inwoners van een stad waar geen enkele hoop meer voor is. Hoe ging dat? Christen liep op een dag weer buiten de stad in het veld. Hij las in zijn Bijbel. Hij keek naar links en naar rechts, alsof hij een weg zocht om te ontkomen, maar hij bleef staan, want hij wist niet welke kant hij moest opgaan. Toen kwam Evangelist en wees hem de weg naar de kleine poort (Matth. 7:13,14). Mag ik net als Evangelist jou dezelfde weg wijzen? Aan de buitenkant van de poort staat: „Klopt en u zal worden opengedaan." Calculeer ook maar vast in dat als jij aan het kloppen bent, satan proberen zal om je bij die poort overhoop te schieten. En hij heeft verschillende pijlen op zijn boog. De ene heeft hij gedompeld in het vergif: „Doe niet zo kinderachtig, ga terug en geniet van het leven. Later kun je altijd nog op pad gaan." De andere heeft hij bestreken met het vergif: „Houd maar op, het is toch niet voor jou." Laat die pijlen maar snorren. Let enkel op het opschrift boven de poort: „Klopt en u zal worden opengedaan." Ook tegen jou zegt de Heere Jezus: Bidt en je zult ontvangen.

Een wonder
En dan? Dan wordt het een wonder dat je de hopeloosheid mocht ontdekken van stad Verderf Een wonder dat de HEERE niet alleen daar oog voor gaf, maar tegelijk een weg van behoud heeft gebaand en geopenbaard. Zo is er hoop voor mensen zonder hoop in de wereld. En dan? Wel, de HEERE leidt dan ook verder. Christen komt op Golgotha. Wat wordt daar alles anders! Dan wordt het een wonder dat ook deze tijd tijd van de genade mocht zijn. Dan hebben wij hoop. Dan hoeft in Christus de oordeelsdag niet meer te verschrikken. Want er is geen verdoemenis voor wie in Christus Jezus is. Dan gaat in hopelozen de hoop leven.

Ik ben een meisje van 19. Mijn ouders zijn heel zwaar gelovig. Twee jaar lang ben ik in opstand geweest tegen mijn ouders. Ik was weinig thuis, meestal hij vrienden of vriendinnen. Ik hield gewoon niet meer van m 'n ouders. Ik had in die tijd verschillende verkeerde vrienden, ik dronk te veel, af en toe blowde ik. Ik had ook om de haverklap verkering het ging niet zozeer om de liefde, maar meer om de seks. Ik ben met verschillende jongens naar bed geweest. Ik was in die tijd heel depressief. Mijn ouders wisten niets van mijn slechte leven. Nu weten m 'n ouders gedeeltelijk van die "slechte tijd" af. Doordat mijn ouders wat vrijer werden, was ik ook weer meer thuis. Op een voorzichtige manier vertelde ik o.a. dat ik veel dronk, en verkering had met een ongelovig iemand. Door het goede contact kwam ik weer op het goede spoor. Over het punt van het naar bed zijn geweest durfde ik niet met m 'n ouders te praten. Ze zouden willen dat ik dan zou trouwen. Maar ik ben met verschillende jongens gegaan. Wat is uw mening hierover en wat moet ik doen? In hoeverre kan ik deze zonde vergelijken met bijv. vloeken, stelen, moorden? Is dit erger dan de bovenstaande zonden?
(briefis ingekort - red.)

Jouw brief bewijst opnieuw de noodzaak en de zegen van deze vragenrubriek. Ik ben erg dankbaar dat je geschreven hebt. Aan het einde van je brief schrijf je, dat je probleem niet zo direct veel voorkomt in onze gezindte en dat daarom niet zoveel personen geboeid zullen zijn door het antwoord aan jou. Dat zeg ik je niet een, twee, drie na. Ik denk juist dat deze zaak voor alle jongeren van belang is. Vooral omdat wij over het algemeen over dit onderwerp niet zo gemakkelijk spreken, is het heel goed dat het aan de orde komt. Ik hoop ook dat in diverse gezinnen ouders en jongeren door deze brief met elkaar in gesprek zullen komen. Nu je brief Daar stel je heel wat aan de orde. Je begint bij de situatie bij jullie thuis zoals jij die enige jaren geleden ervaren hebt. Een situatie die opstand wekte. Op zich zou daar al heel wat van te zeggen zijn. Tegelijk kan ik er heel weinig van zeggen omdat ik jullie gezin niet ken. Het is mogelijk dat de gezinssituatie "goed" te noemen is, maar dat wij door invloeden van een moderne school of van vrienden en vriendinnen vrij willen leven als de wereld en daarom van binnenuit opstandig worden en ons verzetten tegen vader en moeder. Het is echter ook mogelijk dat wij als ouders te streng zijn en zo zelf onze kinderen tot toorn verwekken (Ef 6:4) of moedeloos maken (Koloss. 3:21). Het laatste zou jouw levensloop eventueel wel verklaarbaar, maar daarmee nog niet ongedaan maken. Zelfs al was de situatie niet zoals de HEERE dat van ons als ouders vraagt, jij had dan je ouders moeten gehoorzamen in de Heere (Ef 6:1). Dan had je niet hoeven te gehoorzamen omdat je ouders het zo goed deden, maar dan had je met alle pijn en verdriet het voor de Heere moeten doen.

Slavernij
Dit is in ieder geval duidelijk: zelf koos je de verkeerde weg en de verkeerde vrienden. Dat bleek ook wel, want je kwam van de ene zonde in de andere. Je meende voor de vrijheid gekozen te hebben en vrij te worden, maar je kwam van de ene slavernij in de andere. Boeien van drank, van "blowen" (marihuana roken) en van seks om de seks sloten zich om je leven. In plaats van bevrijd werd je depressief Gode zij dank dat het thuis anders werd. Dat het contact beter werd. Een voorrecht dat er wat de levensstijl betreft toch een weg terug mocht komen. Maar de erfenis van die twee donkere jaren draag je nog steeds mee. Ik ben dankbaar dat je die last niet van je af kunt redeneren. Dat je die zonden niet op je ouders afwentelt met de redenering: „Dan hadden zij maar anders moeten zijn. Het was hun schuld." Wegpraten, wegstoppen is iets anders dan vergeving en het wegdoen ervan door de HEERE zo ver als het westen verwijderd is van het oosten. Die weg heb je gelukkig niet gekozen. Maar wat dan? Met dit leven zul je net als de Samaritaanse vrouw bij de Heere Jezus terecht moeten komen. Wat een zegen dat ik je op die geschiedenis wijzen kan en mag! De Heere Jezus weet alles wat je gedaan hebt. En als Hij spreekt van dat weten dan is dat niet om je daarmee af te schrijven, maar om je te nodigen tot het levende water. Dan is het om je te brengen tot de waarachtige bevrijding, niet alleen uitwendig van de machten die je eens boeiden, maar ook innerlijk van de schuld van de zonde. Tot Hem!

Je bent getrouwd
Tegen de achtergrond van deze aansporing wil ik nu met je gaan kijken naar die andere vragen die je hebt neergelegd. Je hebt je ouders niet verteld dat je met verschillende jongens naar bed geweest bent, omdat zijl> dan zouden willen dat je ging trouwen. Het standpunt van je ouders is inderdaad juist: als er gemeenschap geweest is dan ben je voor God getrouwd. Dan kun je een verkering ook niet meer uitmaken. Zelfs niet met beider goedvinden. Het bekennen is naar het Woord van God de huwelijksdaad. Een daad die weliswaar heimelijk en buiten de orde heeft plaatsgehad en daarom zonde is voor God en tegen elkaar, maar die nochtans bij God bekend is en voor Hem geldt. En op dit punt zal niet gezegd kunnen worden dat je probleem niet direct zoveel voorkomt in onze gezindte. Hier mogen wij als ouders wel ernstig over spreken met onze kinderen. Jonge vrienden, dat zijn voor God de gevolgen van geslachtsverkeer voor het huwelijk. Als het zo ver gekomen is, belijdt het samen voor de HEERE. Vraag vergeving en bindt samen de strijd aan. Ook mogen wij als ouders op dit punt wel ernstig vragen stellen als een verkering uitgaat: „Is het alleen een uitgaan van je verkering of gaat het om een echtscheiding?"

Schuldig
Maar terug naar jouw concrete geval: met de eerste was je getrouwd. Je hebt daarna met de tweede overspel gepleegd en zo je eerste huwelijk ontbonden. Ontbinding op ontbinding, overspel op overspel, echtscheiding op echtscheiding. Je kunt met niemand van hen meer trouwen. Je hebt inderdaad geleefd als een hoer en je bent schuldig aan Gods gebod. Dit schrijf ik je heel eerlijk met de bede dat je dit strenge oordeel van God over je leven zult aanvaarden. Op zichzelf is met dit oordeel niet de steniging verbonden, maar het is duidelijk een gruwel in Gods ogen. Of het erger is dan vloeken, stelen en moorden? Laat ik dit zeggen: de andere zonden zijn niet minder erg. Alle zonden maken ons Gods oordeel waardig. En zo wil ik met je neerknielen: wie zondigt tegen één gebod is schuldig aan de gehele wet (Jak. 2:10,11). Maar ook wanneer wij naast elkaar knielen, kun jij jouw zonden niet wegstrepen tegen de mijne en ik de mijne niet tegen de jouwe. Wat dan? Belijden met de moordenaar aan het kruis dat wij Gods oordeel verdiend hebben en bidden om Zijn vergeving. Wat is het een wonder dat Gods Woord tegelijk laat zien dat er ook voor zulke zonden vergeving is: Rachab de hoer verkreeg een plaats in Israël. Ze mocht daar zelfs Salmon tot een man krijgen en de moeder worden van Boaz, later de man van Ruth (Ruth 4:21; Matth. 1:4, 5, Luk. 3:32). En zo zijn er meer voorbeelden.

Geen biechthokje
Dit is het geheim: buig met het oordeel voor de HEERE om van Hem vergeving te ontvangen. En dan wordt Rachab in Matth. 1:5 niet meer de hoer genoemd, maar de vrouw van Salmon. Zo radicaal is dan de vergeving. En omdat er geen man is tot wie jij kunt terugkeren, geloof ik te mogen zeggen dat je ook trouwen mag. Maar wat zou het groot zijn als dat mocht zijn als een gereinigde bruid. Bid dan om vergeving en ook om een man met wie je de Heere mag vrezen. Ik geloof niet dat je alles aan je ouders hoeft te vertellen. Ik schrijf niet dat het niet mag, maar wel dat het niet hoeft. De verplichting van het biechthokje is weggevallen. De zonden die in het verborgen bedreven worden, mogen, zo benadrukt Calvijn, ook in het verborgen beleden worden. Kun je echter deze nood niet alleen aan, dan mag je de toevlucht nemen tot een medemens. Dat kunnen je ouders zijn. Calvijn wijst daarnaast vooral op de dienaren van het Woord. Heb je echter vooral in psychische zin hulp nodig, dan zou ik je willen verwijzen naar Gliagg De Poort te Schiedam, tel. 0104261081. Het belangrijkste is echter om bij de HEERE vergeving en bevrijding te zoeken. Er zijn vele woorden in de Schrift die je daartoe hartelijk uitnodigen. Christus verklaart immers Zelf dat Hij niet gekomen is om je te veroordelen, maar om je te behouden (Joh. 3:17). Dat Hij gekomen is om te zoeken en zalig te maken wat verloren was (Luk. 19:10).

Dit artikel werd u aangeboden door: Terdege

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 3 juli 1991

Terdege | 64 Pagina's

Jouw vragen

Bekijk de hele uitgave van woensdag 3 juli 1991

Terdege | 64 Pagina's

PDF Bekijken