Bekijk het origineel

Jouw vragen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Jouw vragen

10 minuten leestijd

<br />Er is bijna niets zo vertederends als een baby. De onschuld zelf, zou je zeggen. Toch is elk kind in zonden ontvangen en geboren. Wil dat dan zeggen dat een baby die sterft verloren gaat? Of gaat elk kind dat gelovige ouders heeft naar de hemel?

Een godsdienstleraar zei eens dat ah een (pasgeboren) baby sterft en één of beide ouders zijn bekeerd dan gaat de baby naar de hemel. Ik weet niet of je je in zulke zaken mag verdiepen, maar de vraag of dat waar is houdt me nog steeds bezig.

De vraagt je af of jij je in zulke dingen mag verdiepen. Dat mag je, als het maar niet uit nieuwsgierigheid is om God voor de rechtbank van ons verstand te dagen. Het is juist erg als mensen nooit over zo'n vraag nadenken. Nu eerst de vraag. Ik wil daar uitvoerig op ingaan, want ik denk dat er best een man of vrouw meeleest die ook een baby moest verliezen en die om die reden heel persoonlijk met deze vraag worstelt. Ik denk dat ik weet waar jouw godsdienstleraar het over had bij de behandeling van deze vraag, namelijk over de Dordtse Leerregels, het eerste hoofdstuk, artikel 17. Daar staat het volgende geschreven: „Nademaal wij van de wil van God uit Zijn Woord moeten oordelen, hetwelk getuigt, dat de kinderen van de gelovigen heilig zijn, niet van nature, maar uit kracht van het genadeverbond, in hetwelk zij met hun ouders begrepen zijn, zo moeten de godzalige ouders niet twijfelen aan de Verkiezing en zaligheid van hun kinderen, welke God in hun kindsheid uit dit leven wegneemt (Gen. 17:7; Hand. 2:39; 1 Kor. 7:14)." Er is bijna niets zo vertederends als een baby. De onschuld zelf, zou je zeggen. Toch is elk kind in zonden ontvangen en geboren. Wil dat dan zeggen dat een baby die sterft verloren gaat? Of gaat elk kind dat gelovige ouders heeft naar de hemel? Wat is dit op de Dordtse synode teer verwoord! De synodeleden waren ook niet zomaar met een theoretische kwestie bezig. Integendeel, zij leefden in een tijd waarin vele pasgeboren baby's stierven. Menige ouder worstelde in het geloof met de vraag over het eeuwig lot van deze kinderen. Op die vraag krijgen zij nu antwoord. Uit die context mogen wij het niet weghalen. We mogen niet stellen dat alle baby's die in de buik van hun moeder of na hun geboorte sterven naar de hemel gaan, omdat zij nog geen zonde gedaan hebben. Néé, iedere gelovige belijdt juist voor de doopvont dat ook dit lieve kind in zonden ontvangen en geboren is en daarom aan allerhande ellende, ja aan de verdoemenis zelf onderworpen is.

Worstelen
Dus geen algemene regel, maar een antwoord aan gelovige, aan godzalige ouders. Waarom? Omdat zij worstelen met deze vraag. Hoe zwaar ook het heimwee is, hoe aangrijpend ook de lege wieg, deze vraag weegt hen het zwaarst. Gelovige ouders brengen hun kind als het goed is al bij de Heere Jezus voordat het geboren is. Juist omdat zij beseffen dat dit nieuwe leven uit hen voortkomt voelen zij de ernst. Wie zal een reine geven uit een onreine? Niemand! Nee, maar toch klinkt daar het evangelie dat er eens een Reine is voortgekomen uit een onreine. De Heere Jezus is ook een ongeboren baby geweest. Hij was echter in de schoot van Maria zonder zonde. En daarom kan Hij met Zijn onschuld en volkomen heiligheid de zonde waarin een baby ontvangen en geboren wordt, voor Gods aangezicht bedekken (H. Gat. antw. 36).

Hummels
Zo mogen gelovige ouders (en dat kan -hoe verdrietig!- ook een vader of moeder alleen zijn) met het nieuwe leven vluchten tot Christus, Die eens zei: „Laat de kinderkens tot Mij komen en verhindert hen niet." Het Griekse woord spreekt daar over kleine hummels die nog niet tot hun verstand gekomen zijn. En wat wil nu dit artikel van onze Belijdenis zeggen? Als ons kind nog niet tot het verstand gekomen is, rekent de HEERE het helemaal bij de gelovige ouder(s). Dit op grond van 1 Kor. 7:14. De HEERE ziet dit kind aan niet in de eigen ouders maar omwille van het genadeverbond in het Kindeke Jezus. Zo gaat het om Gods genade, om Gods trouw, om Gods barmhartigheid, om Gods verbond. En dan geldt ook van zo'n klein hummeltje dat wie in Christus Jezus is, een nieuw schepsel is. Dat zal dan op aarde nooit openbaar komen, maar in de hemel juicht een schare van kinderen voor Gods troon. Vader en moeder mochen het kindje niet houden, maar God wilde het hebben omwille van het kindeke Jezus.

Ongelovigen
Betekent dit dat de kinderen van ongelovige ouders verloren zijn? Dat zegt de Bijbel niet en de Dordtse Leerregels zeggen dat ook niet. Zij geven er geen antwoord op. Waarom niet? Omdat er geen vraag is van een worstelend en biddend hart. Dat is erg. Heel erg om wel netjes kerkelijk te zijn, maar niet bekommerd over het eeuwig heil van onze kinderen. Dan kunnen wij als vader en moeder alles voor onze kinderen doen, maar eenmaal zal het ons vragen: Waarom bracht u mij niet bij de Heere Jezus? David mocht van zijn moeder iets anders weten, lees Ps. 22:11 maar. Dit zegt de Bijbel echter wel: ook een kindje van goddeloze ouders kan behouden zijn. Denk maar aan Abia, het zoontje van de goddeloze koning Jerobeam. Van dit ventje mocht de profeet Ahia tegen zijn moeder zeggen, dat de HEERE wat goeds in hem gevonden had. Dat is geopenbaard en zo zal straks de dag van de eeuwigheid nog meer wonderen openbaren vanwege Christus' onschuld. Hier wil ik het bij laten. Ik hoop dat mijn antwoord duidelijk voor jullie is en dat het je nooit meer loslaat en dat je als je nog eens vader of moeder mag worden van meetaf aan je kindje bij de HEERE zult brengen.

Soms wordt er wel eens schuldbelijdenisgedaan voor de kerk, waarom mag het niet alleen voor de kerkeraad? Er zijn toch zoveel mensen (eigenlijk iedereen) die verkeerd doen, maar voor wie het een goede afloop heeft en het niet bij de mensen bekend wordt?

Je vraag doelt denk ik op het feit dat in sommige kerken een stelletje dat moet trouwen voor in de kerk schuldbelijdenis moet doen. Tegelijk denk je verder aan verschillende andere mensen bij wie het goed afliep en die het niet hoefden. Dit lijkt oneerlijk, want het is toch bepaald geen pretje om voor in een kerk te kijk gezet te worden. Verborgen zonden waar alleen de HEERE van weet mogen ook in het verborgen beleden worden. Je mag er wel met een dominee, een ouderling of vriendin over praten, maar het hoeft niet. Dat betekent niet dat de ene mens bevoordeeld wordt boven de ander. Wij zondigen allen dagelijks in het verborgen en zullen daarmee allen van dag tot dag voor Gods aangezicht op de knieën moeten komen. Houden wij echter onder een vroom uiterlijk een zondig leven verborgen, dan ontlopen wij in de kerk wel een openbare schuldbelijdenis, maar dan zal toch eenmaal voor de gehele wereld onze verdorvenheid en schande bekend gemaakt worden in het laatste oordeel. Lees Luk. 12:2 en 3 maar. Als we het op de golflengte van eerlijk en oneerlijk bekijken is het alleen maar een kwestie van uitstel van executie. Bovendien zullen er dan veel meer getuigen zijn dan o de kerkgangers in die ene gemeente.

Openbaar
Zonden echter die in het openbaar bedreven worden of openbaar worden, moeten ook in het openbaar beleden worden. Waarom? Omdat de Naam van de HEERE om onzentwil gelasterd wordt. Vanwege ons hebben buitenstaanders kunnen zeggen: „Daar heb je die fijnen." Eigenlijk werd God gelasterd: „Dat komt er nou van al die godsdienst." Openlijk moet nu de zonde beleden worden. En hierbij gaat het dan niet alleen om een "moetje". Als een dominee op een gemeentevergadering willens en wetens gelogen heeft, zal hij dat ook moeten belijden. Als een ouderling gepakt werd vanwege grove belastingontduiking zal hij ook schuld moeten belijden.

Bedoeling
Maar wat is de bedoeling hiervan? In de eerste plaats erkenning van de Naam van de HEERE Die gelasterd werd. In de tweede plaats als waarschuwing voor anderen zich te hoeden voor deze uitbrekende zonde of ermee te breken. En in de derde plaats heeft de tucht een heilzame bedoeling voor degene die zondigde. Dat wil ik duidelijk maken aan de hand van de schuldbelijdenis van Petrus in Joh. 21. Na Zijn opstanding heeft de Heere Jezus Petrus opgezocht (Luk.24:23;lKor. 15:5). Datis een heel persoonlijke ontmoeting geweest. Zo zit er ook aan de behandeling van openbare zonden een persoonlijke kant. Een kerkeraad mag zich bij de behandeling van een zaak niet verliezen en verlustigen in details. Slechts datgene mag gevraagd worden wat nodig is tot een heilige en rechtvaardige behandeling. Maar ondanks deze persoonlijke ontmoeting kwam Christus op de zaak terug aan de zee van Tiberias. Tot driemaal toe heeft Hij in de kring van de discipelen gevraagd: „Hebt gij mij lief." Waarom? In de eerste plaats opdat ook de andere discipelen zouden horen dat Petrus oprecht betrouw had over zijn verloochening in het openbaar, toen hij in Kajafas' huis openlijk iedere relatie met Christus loochende. Hij kende Jezus niet, laat staan dat hij Hem hef had.

Bevrijding
Christus heeft er tegelijk nog een bedoeling mee. Hij wil Petrus openbaar in het ambt herstellen, zodat niemand na Zijn hemelvaart tegen Petrus zeggen kan: „Hou jij je mond maar." In het openbaar ontvangt hij vergeving en bevrijding. En zo is ook de tucht een directe zegen! Met vrijmoedigheid mag Petrus later het woord nemen op de Pinksterdag. Christus heeft hem in het openbaar van de schuld bevrijd. Het is voorbij. Petrus zal die zwarte bladWij hebben nu ook eens een vraag aan jullie. Behalve de rubriek "Jouw vragen" lees je waarschijnlijk ook wel andere artikelen en/of rubrieken in Terdege. Het kan zijn dat je wel eens denkt: Waarom schrijven ze daar niet eens over. Wij zijn eigenlijk best nieuwsgierig naar wat jullie lezen en wat jullie missen. Stuur eens een kaartje of een briefje naar de redactie met jullie kritiek, compHmenten en wensen. Alvast bedankt! Het postadres vind je op pag. 2. zijde nooit vergeten, maar Christus heeft vergeven en die zonde weggedaan zover het westen verwijderd is van het oosten. Op dit punt zal iedere gemeente en kerkeraad zich de vraag moeten stellen of zo de tucht gehanteerd wordt. Werken wij alleen een formaliteit af waaraan de goegemeente zich vergaapt en waarvoor wij onszelf een lintje op de borst spelden in de zin van „Bij ons wordt niet zomaar alles toegelaten" óf zoeken wij de werkelijke belijdenis en bevrijding van hem/haar die gezondigd heeft? In dat geval zal een oprechte belijdenis de gemeente stil naar huis laten gaan. Wie in het verborgen zondigde zal jaloers zijn op hem/ haar die openlijk belijdenis deed èn vergeving ontving. Degenen die in het verborgen de zonde nog vasthouden hebben een niaiwe waarschuwing ontvangen om de ongerechtigheid tt" verlaten.

Heel de gemeente
Op deze wijze is de tucht bedoeld en alleen zo is zij heilzaam voor héél de gemeente. Ten slotte het aspect van de kerkeraad: het is inderdaad mogelijk om de belijdenis te laten geschieden voor de kerkeraad en dat hiervan op de een of andere wijze mededeling gedaan wordt aan de gemeente. Mocht ik zelf mij komen te ontgaan, wat God genadig verhoede, dan zou ik als predikant voor héél de gemeente belijdenis willen doen, opdat een ieder het uit mijn mond hore tot rechtvaardiging van de HEERE, zoals ook David als koning na zijn zonde met Bathséba Psalm 51 en Psalm 32 heeft laten zingen in de tempel. Ik hoop dat ik hiermee je vraag beantwoord heb en dat het antwoord ook kerkeraden en gemeenten tot nadenken mag stemmen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 25 september 1991

Terdege | 72 Pagina's

Jouw vragen

Bekijk de hele uitgave van woensdag 25 september 1991

Terdege | 72 Pagina's

PDF Bekijken